Tag Archives: seksueel geweld

Seksueel misbruik nog een groot probleem in veel kerken

26 sep

(Onderstaand artikel komt uit Visie en geplaatst op internet op 5-6-2014)

“Seksueel misbruik is helaas nog een groot probleem in veel kerken,” stelt ds. Alexander Veerman in EO-Visie naar aanleiding van de dramafilm Het Zwijgen van de kerk. “Het is echt schokkend. In welke kerkgenootschap – in binnen- of buitenland – dit ook wordt onderzocht, de uitkomsten vallen nooit mee.”

Vrijdag zendt de EO het bekroonde Franse drama Het Zwijgen van de Kerk uit. Deze film vertelt op indringende wijze het verhaal van misbruik in de kerk. Als de jonge vader Gabriël de pater ontmoet die hem als kind heeft misbruikt, besluit hij het recht in eigen hand te nemen. De film grijpt terug op de zaak Pican uit 2000, toen een pastoor, met verkrachtingen en andere zedendelicten op zijn kerfstok, achttien jaar cel kreeg.

zwijgen van de kerk

Protestants misbruik
De Rooms Katholieke kerk ligt al langere tijd onder vuur vanwege verzwegen misbruik en uitkomsten van rechtszaken. Maar ook in Protestantse kerken en gemeenten komt seksueel misbruik voor. Recent nog meldde het ND een stijging van misbruikmeldingen in kerkelijke relaties bij de vrijgemaakt-, christelijk- en Nederlands-gereformeerden. Het is ook pas sinds een aantal jaren dat er binnen protestantse kerkgenootschappen protocollen en meldpunten zijn voor het melden van (seksueel) misbruik.

Uitkomsten vallen nooit mee
“Seksueel misbruik is helaas nog een groot probleem in veel kerken,” zegt PKN-predikant Alexander Veerman, die promoveerde op seksueel misbruik door predikanten. “Het is echt schokkend. In welke kerkgenootschap – in binnen- of buitenland – dit ook wordt onderzocht, de uitkomsten vallen nooit mee.” In 2011 toonde De Vijfde Dag het schrijnende verhaal van ‘Carolien’ en ‘Lisa’ over het seksueel misbruik in hun kerk waar zij slachtoffer van zijn. In de studio reageert Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, op de rol van de kerk bij seksueel misbruik.

Het zwijgen van de kerk
“Toen ik deze dramafilm zag op het Filmfestival van Berlijn, werd ik erdoor geraakt,” vertelt Jacomien Nijhof, eindredacteur Drama bij de EO. “Het zwijgen van de kerken over seksueel misbruik is hét thema van deze film, die is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Als EO vinden we het belangrijk dat hier meer openheid over komt. Dat daar veel behoefte aan is, zie je aan recente onthullingen over misbruik van jongens door de inmiddels overleden bisschop Gijsen.”

Worsteling
Woede over het onrecht dat hem is aangedaan, is niet de enige emotie waarmee Gabriël in de film worstelt. Hij voelt zich nota bene zelf ook schuldig over het misbruik, omdat de aandacht die hij kreeg, hem soms toch ook wel goed deed. “Die worsteling herken ik in veel verhalen van slachtoffers,” zegt ds. Veerman. “De daders zijn vaak mensen uit de directe omgeving, die misbruik maken van het vertrouwen van het kind, en van de behoefte om ‘gekend’ te worden. Ieder kind wil dat zijn ouders, leraar en anderen hem of haar bijzonder vinden. Het kind heeft recht op dat vertrouwen in de volwassene; die zit in geval van misbruik altijd fout! Maar dit omdraaien van de schuld is vaak een machtig wapen in handen van de dader, om het kind te laten zwijgen.”

Vergeving
Veerman waarschuwt voor al te makkelijk aansturen op vergeving, een thema dat in de film een belangrijke rol speelt. “Zodra kerkbestuurders of de dader op vergeving aandringen, bedoelen ze eigenlijk: ‘We hebben last van jouw verhaal; dat moet maar snel weer van tafel.’ Maar aan vergeving gaan recht en gerechtigheid vooraf. Daar moeten we als kerken nog veel meer werk van maken!”

De zaak Pican
De genuanceerde tv-film grijpt terug op de zaak Pican uit 2000, toen een pastoor, met verkrachtingen en andere zedendelicten op zijn kerfstok, achttien jaar cel kreeg. Het misbruik vond plaats in het bestuurlijk gebied van Bisschop Pican, die de misdaden verzweeg. Voor dit ‘zwijgen van de kerken’ werd Pican in een opzienbarende rechtzaak vervolgd en uiteindelijk veroordeeld. Sinds dat grensverleggend arrest kan een Franse geestelijke zich in soortgelijke strafzaken niet langer op zijn zwijgplicht beroepen.

De film is hier te bekijken

Ondertussen in Nederland – over seksueel misbruik

28 aug

Afgelopen nacht kon ik niet slapen. Ik dacht aan de 1400 meisjes in Rotherham, Engeland, die in de afgelopen jaren geleden hebben onder stelselmatig seksueel misbruik. Gevangen in een verschrikkelijk web van seksueel misbruik.  Meisjes die worden uitgeleverd aan mannen. Bij het woord ‘uitgeleverd’ huiver ik. Wie leveren uit? Het zijn vaders, broers, moeders, vertrouwenspersonen – het zijn de mensen op wie het kind had moeten kunnen vertrouwen. Het zijn de mensen die de plicht, de roeping hadden om onvoorwaardelijk van het meisje te houden. Wat een diep verraad.

door Esther Veerman

door Esther Veerman

Rotherham

Afgelopen nacht lag ik wakker, en dacht aan de meisjes in Rotherham. Niet alleen werden en worden ze op een gruwelijke manier misbruikt, maar ook werden ze niet geloofd. Het niet geloofd worden – hoe verschrikkelijk moet dat zijn? Hoe diep wordt dan je eenzaamheid? Er was niemand die aan de bel trok. Velen waren op de hoogte of konden op de hoogte zijn geweest, maar er werd opzettelijk de andere kant uit gekeken. Een cultuur van ontkenning. In die cultuur kon het misbruik verschrikkelijke vormen aannemen.

Ook in Nederland

Vannacht kon ik de slaap niet vatten. Ik moest denken aan al die jongens, meisjes en volwassenen die op dit moment te maken hebben met misbruik. Elk jaar worden 62.000 kinderen voor de eerste keer slachtoffer van een vorm van seksueel geweld. Ik moest denken aan al die mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik en worstelen met de gevolgen. Ik moet denken aan de verstikkende eenzaamheid, omdat het zo zwaar en ongelofelijk angstig is om met je verhaal naar buiten te komen. Wat doet het met je, wanneer je niet geloofd wordt, wanneer je gezegd wordt te zwijgen, wanneer je ontdekt dat er een cultuur heerst van zwijgen, ontkennen en de andere kant opkijken.

Geen geïsoleerd probleem

We mogen niet langer onze ogen sluiten. Seksueel misbruik is niet een geïsoleerd probleem van een gestoorde gek of een zieke groep. Seksueel misbruik komt zo breed voor in de samenleving, dat het blijkbaar diep in onze cultuur is verankerd. Dat is het eerste waar we van doordrongen moeten raken. Misbruik komt in alle lagen van de bevolking voor, en in het overgrote deel van het misbruik is de dader een bekende van het slachtoffer. Het meeste misbruik vindt binnen onze eigen gezinnen plaats.

Cultuur van zwijgen

Waarom wordt er zo vaak en gemakkelijk in alle toonaarden gezwegen over misbruik? Dat daders zwijgen ligt voor de hand. Wanneer een situatie van misbruik uitkomt, valt de hele samenleving over de dader heen. De extreme verontwaardiging is geen meeleven met het slachtoffer, maar een ultieme manier om het kwaad te bezweren. De dader is het geïdentificeerde kwaad en moet worden uitgedreven. Er is geen ruimte om na te denken over het klimaat waarbinnen het misbruik kon ontstaan.

Slachtoffers zwijgen omdat ze vaak loyaal zijn aan de daders. Het zijn immers vaak bekenden. Kun je je broer, oom, vader of tante aangeven? Daarnaast gaat misbruik vaak gepaard met dreiging. Daders bedreigen of manipuleren slachtoffers, zodat ze veel moeten overwinnen om het verhaal naar buiten te durven brengen. Tot slot moeten slachtoffers ook de eigen schaamte overwinnen. Slachtoffers voelen zich vaak schuldig over het misbruik en schamen zich voor wat hen is aangedaan. Blaming the victim, ongeloof en onbegrip verergeren de schaamte.

De omstanders zwijgen omdat de verhalen van misbruik de idylle van veiligheid op het spel zetten. Gezinnen blijken niet zonder meer de hoeksteen van de samenleving te zijn. Sportverenigingen, kerkelijke gemeenschappen, instellingen, scholen en crèches blijken veel minder veilig dan gedacht. Ontkennen en de andere kant op kijken is een manier om de idylle in stand te houden. De nadruk om te vergeven of om het misbruik met de mantel der liefde te bedekken zijn middelen om het zwijgen in stand te houden. Het aanhoren en geloven van de verhalen van de slachtoffers vraagt om ingrijpen, om handelend optreden. Het vraagt om naar onze eigen houding en onze eigen rol te kijken. Luisteren naar het slachtoffer vraagt om betrokkenheid. Neutraal blijven speelt de dader in de kaart en houdt het klimaat waarbinnen het misbruik kan woekeren in stand

Het is tijd om wakker te liggen en op te staan.

De kerk staat al snel aan de kant van de dader

20 jul

Een vrouw die in haar jeugd te maken heeft gehad met ernstig seksueel misbruik zoekt wanhopig naar houvast, naar mogelijkheden om haar hoofd boven water te houden. Een gelovige kennis ontfermt zich over haar. Deze kennis is niet in staat om naar het verhaal te luisteren, maar wil wel steeds voor de vrouw bidden en dringt er vervolgens op aan om de dader te vergeven.

Een ouder echtpaar zoekt met mij contact. Hij wordt door zijn zoon beschuldigd van het misbruiken van zijn kleinkind. De predikant van de zoon zit met de situatie in zijn maag, maar wil niet met de grootouders spreken, omdat dat alles alleen maar complexer maakt. 

Een vrouw die als tiener is misbruikt door een leider van een gebedsgroepje komt na jaren kennissen uit die periode tegen. Na een hartelijke begroeting volgt al snel de vraag waarom ze zich opeens had teruggetrokken en volkomen uit beeld is verdwenen. Voorzichtig probeert de vrouw woorden te zoeken om iets van het misbruik dat haar leven op zoveel manieren beïnvloed en beschadigd heeft te vertellen. De kennissen reageren met de vraag: ‘Heb je je zonden al wel beleden?’ 

Een gemeentelid vertelt aan zijn predikant dat hij als kind slachtoffer is geweest van incest. De predikant is hier zichtbaar verlegen mee en zegt dat hij hem hier niet om veroordeelt. De predikant komt er verder niet meer op terug.

 

 

misbruik in de kerk

Verlegenheid en gebrek aan kennis

Een greep uit de verhalen uit de afgelopen maanden van mensen die binnen een gelovige context te maken hebben gekregen met misbruik. Wat deze verhalen gemeenschappelijk hebben, zijn verlegenheid om verhalen van misbruik aan te horen en onbekendheid met de dynamiek en mechanismen van misbruik, zodat veel goedbedoelde adviezen het tegendeel uitwerken. Het lijkt erop dat voorgangers en gemeenteleden (waarschijnlijk met de beste bedoelingen) kiezen voor een strategie van vermijden. Zodra in de context van geloofsgemeenschappen seksueel misbruik ter sprake komt, lijkt het verhaal niet aan het licht te mogen komen. Het spreken over zonde, het wijzen op vergeving, het zonder verder uitleg vermijden en het benadrukken van het ‘eren van de ouders’ of het respecteren van de geloofsgemeenschap zijn ten diepste mechanismen om het slachtoffer te laten zwijgen. Terwijl slachtoffers juist zo een grote behoefte hebben om hun verhaal te mogen vertellen en erkenning krijgen voor hun levensverhaal.

Een dubbel trauma

Mensen die in een gelovige context te maken hebben gekregen met seksueel misbruik kunnen aan een dubbel trauma lijden. Wat we uit levensverhalen en uit de literatuur weten, is dat misbruik in meer of mindere mate gevolgen heeft voor (onder andere) het gevoel van eigenwaarde, het vermogen om anderen te vertrouwen en het vermogen om intimiteit toe te kunnen laten. De gelovige context kan deze gevolgen verdiepen. Als gevolg van het misbruik worstelen slachtoffers met schaamte en met schuldgevoelens. Vaak voelen ze zich zwart en slecht van binnen. In een kerkelijke context zal een slachtoffer deze gevoelens vertalen als dat zij/hij zondig is. In de kerk wordt aan zondige mensen vergeving verkondigd. Mensen die lijden onder echte schuld vanwege eigen handelingen kunnen door deze verkondigde vergeving opnieuw beginnen. Slachtoffers worstelen echter met een schuldgevoel. Zij voelen zich schuldig over het misbruik omdat ze loyaal zijn naar de daders en omdat het vele malen zwaarder is om de onmacht van misbruik onder ogen te zien. Wanneer het slachtoffer schuld zou hebben, dan zou er nog iets zijn wat zij/hij kan doen om het misbruik een volgende keer te voorkomen. Het schrijnende is dat het slachtoffer juist niet het misbruik kon stoppen en tijdens het misbruik juist machteloos was. In de kerkelijke context betekent het dat het slachtoffer zich zondig voelt, maar niet de ruimte van vergeving ervaart. Zij/hij ís immers niet echt schuldig…. Het slachtoffer zal nog eenzamer en zwarter de kerkdienst verlaten. Het kan niet anders – in het gevoel van het slachtoffer – dat God aan de kant van de dader staat. Ook in de dood is geen verlossing te vinden, want dan komt men immers God tegen. Het slachtoffer kan niet leven en kan niet sterven. Dat is het dubbele trauma waar het slachtoffer van seksueel misbruik in stilte aan kan lijden.

Vermijden

Verhalen van seksueel misbruik zijn bedreigend. Dat is ten diepste de reden waarom mensen over het algemeen geneigd zijn om deze verhalen te vermijden. Uit alle onderzoeken naar prevalentie van seksueel misbruik blijkt het nooit mee te vallen. Recent onderzoek spreekt van 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 10 mannen die slachtoffer worden van een vorm van seksueel misbruik. Tegelijkertijd weten we ook dat de gevolgen van misbruik ernstig kunnen zijn. Waarom zwijgen we dan over misbruik? Waarom vermijden we deze thematiek? In het overgrote deel van de verhalen gaat het niet over de onbekende pedoseksueel, maar over familieleden, bekenden uit de geloofsgemeenschap, over mensen met aanzien. Slachtoffers zwijgen vaak uit schaamte en angst. Daders zwijgen omdat ze te veel te verliezen hebben. Omstanders zwijgen omdat het serieus nemen van de verhalen van slachtoffers de illusie van veiligheid en van de goede orde wordt doorbroken. Ook in de kerk is het voor slachtoffers buitengewoon moeilijk om hun verhaal te kunnen vertellen. Geloofsgemeenschappen vrezen imagoschade of proberen vóór alles om de idylle van veiligheid in stand te houden. Het pijnlijke is dat vermijden de daders in de kaart speelt. Het blijkt dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen.

Geloofstaal in kerken is meer gericht op daders

De meeste geloofsgemeenschappen leggen de meeste nadruk op de zondigheid van mensen, de verlossing door Christus en de vergeving van zonden door Gods genade. Hoewel dit stuk voor stuk belangrijke en waardevolle geloofsbegrippen zijn, is het goed om te beseffen dat deze taal vooral toegankelijk is voor mensen die worstelen met schuld. Vooral wanneer de vergeving van zonden zonder inkeer, erkenning van schuld naar de medemensen en verandering van gedrag wordt verkondigd, zullen daders van seksueel geweld zich hier thuis bij voelen. Mensen die slachtoffer zijn geworden van misbruik zoeken naar recht en gerechtigheid. Het is een Bijbelse lijn die in veel geloofsgemeenschappen in meer of mindere mate verwaarloosd lijkt te zijn.

Het lijkt dan ook niet vreemd dat gelovigen beginnen over vergeving – dat zijn immers de lessen die zij leren in hun geloofsgemeenschap. Toch is het wonderlijk. Wanneer mijn fiets wordt gestolen, zal geen gelovige beginnen over het vergeven van de dader – waarom dan wel wanneer het gaat over misbruik?

Geloofsgemeenschappen hebben behoefte aan kennis 

In veel geloofsgemeenschappen is er weinig kennis van de dynamiek en de mechanismen rond misbruik. Het is dan ook van groot belang dat kerken gaan investeren in de preventie van seksueel misbruik en in het adequaat kunnen reageren op situaties binnen geloofsgemeenschappen. Een belangrijk gegeven is, is dat seksueel misbruik vooral gaat over macht, en dat seksualiteit gebruikt wordt om die macht uit te oefenen.  In de Protestantse Kerk kende men tot voor enkele jaren geleden werkgroepen ‘Godsdienst en incest’ en ‘Seksueel geweld en geloof’. Door bezuinigingen zijn de meeste van deze kenniscentra verloren gegaan. Het is van groot belang dat de kerken opnieuw investeren in kennis rond misbruik zodat zij adequaat slachtoffers, daders en omstanders kunnen bijstaan.

Nederland is ziek. Het grote zwijgen over misbruik

27 mei

Een groepje jongeren op de fiets haalt me in, terwijl ik met de hond een ommetje maak. Het zijn twee jongens en een meisje; ze zijn een jaar of 13, 14. Een van de jongens heeft het hoogste woord. In het voorbijgaan hoor ik hem roepen ‘Nou, en als zij niet wil zoenen, dan zoen ik toch gewoon een ander meisje. Altijd prijs, haha’. Het antwoord van het meisje gaat verloren in de lach van de andere jongen.

Ik moest aan dit voorval denken, toen ik  het bericht op RTL Nieuws las over het rapport van Corinne Dettmeijer, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen dat morgen (28 mei 2014) gepubliceerd zal worden. De schokkende cijfers die in het rapport genoemd worden, bevestigen de cijfers van eerdere onderzoeken. Nog steeds loopt één op de drie kinderen het risico slachtoffer te worden van een vorm van seksueel geweld. Ruim 20% van de jongens en meer dan 40% van de meisjes krijgen in de loop van hun jeugd te maken met ongewenste aanrakingen of seksuele handelingen.

Afbeeldingsresultaat voor free pic horen zien en zwijgen

Al vanaf de jaren ’80 wordt keer op keer door onderzoeken bevestigd dat seksueel geweld een zeer omvangrijk probleem is. Toch lijkt het maar niet tot ons bewustzijn door te dringen. Ja, we schrikken als er een groot verhaal naar buiten komt. Ja, we reageren massaal woedend als we weten dat ergens een pedoseksueel is komen te wonen. Deze verontwaardiging is echter selectief en contraproductief. Het overgrote deel van onze kinderen wordt geen slachtoffer van een pedoseksueel, maar van een bekende in het gezin of van mensen die vertrouwd worden. De verontwaardiging lijkt op het zondebokmechanisme. We lynchen de zondebok en doen alsof we daarmee de veiligheid weer hebben hersteld.

Het probleem is echter vele malen ernstiger en komt ons vele malen dichter op de huid. Het hoge percentage kinderen dat slachtoffer wordt van seksueel geweld geeft aan dat het een geaccepteerd verschijnsel is. Zolang als het niet bekend wordt, natuurlijk. Deze cijfers betekenen niet alleen dat er erg veel kinderen groot worden in onveiligheid, maar dat er dus ook talloze mensen zijn die zich schuldig maken aan seksueel geweld. Wie zijn deze mensen? Misschien is dat wel het schokkendste: het zijn de mensen om ons heen, en misschien zijn wij het zelf wel. Deze werkelijkheid is zo scherp, dat het beter lijkt om hierover te zwijgen.

Zwijgen houdt echter in dat we accepteren dat ook de volgende generatie opgroeit in onveiligheid en met de gedachte dat seksueel geweld een normaal gegeven is. Daarom kunnen we niet langer zwijgen en moeten we ongemakkelijke vragen stellen. Waarom zijn er zoveel mannen (het zijn voor het overgrote deel mannen die misbruiken) die geweld plegen? Het percentage is zo hoog, dat het niet meer gaat om individuele daders, nee het gaat om een maatschappelijk probleem. Hoe komt het dat onze samenleving zoveel daders voortbrengt? Wat is de rol van onze instituten, onze scholing, onze religieuze cultuur, onze sportcultuur, van de pornografie?

Martin Luther King zei: “In the end what hurts the most is not the words of our enemies, but the silence of our friends. Het is tijd om het zwijgen te doorbreken, en als omstanders onze verantwoordelijkheid te nemen.  Het verschil wordt gemaakt op de voetbalvereniging, aan de borreltafel. Het verschil wordt gemaakt in preken en gebeden. Het verschil wordt gemaakt in onze opvoeding, in onze beelden van mannelijkheid en vrouwelijkheid die we aan onze kinderen overbrengen.  Het is tijd dat mannen en vrouwen in invloedrijke posities zich uitspreken tegen seksueel geweld en zich sterk maken voor de strijd tegen misbruik. Het is tijd om op te staan. Luister deze TedTalk

De olifant in de kamer: seksueel misbruik

25 apr

In het dagblad Trouw zijn we in de afgelopen weken bijgepraat over onze seksualiteit. Na een artikel over de vrouwelijke seksualiteit, volgde een artikel over mannelijke seksualiteit, en op 19 maart een derde artikel over de seks in relaties (19/4: standje waakvlam. -nog niet vrij beschikbaar op internet). Deze artikelen focussen zich op het (ontbreken van)  plezier beleven aan seks. In het eerste artikel komt naar voren dat veel vrouwen vooral hun mannelijke partner plezier proberen te doen en zelf tekort komen. Ook blijkt bijna de helft van de vrouwen pijn te ervaren bij het vrijen. In het artikel over mannelijke seksualiteit blijken veel mannen op te moeten boksen tegen een onjuiste beeldvorming. Ze hebben moeite om hun vrouwelijke partner te bevredigen, ervaren een gebrek aan opwinding en schamen zich over hun seksueel disfunctioneren. In het derde artikel, tenslotte, wordt beschreven hoe in een langdurige relatie het verlangen naar elkaar en seksualiteit steeds meer zullen afnemen.  Al met al een wat somber ogend beeld: vrouwen en mannen die worstelen met hun eigen seksualiteit en met de seksualiteit in hun relatie.

De olifant in de kamer

Aandacht voor seksualiteit is belangrijk. Goede seksualiteit bouwt immers op, bevestigt en  bekrachtigt. Negatieve seksualiteit breekt af. Daarom is het van belang om stil te staan bij de oorzaken van problemen met seksualiteit. Het is nodig om te zoeken naar wegen om ruimte te vinden voor helende intimiteit en seksualiteit. De richting waarin in de artikelen gezocht wordt (sleur, schaamte en geen aandacht voor de eigen seksualiteit) vertellen in mijn beleving niet het hele verhaal. Het lijkt erop dat iedereen de olifant in de kamer probeert te negeren.

olifant

Een misser

Wat opvallend is in de drie artikelen in Trouw, is dat er nergens gesproken wordt huiselijk en seksueel geweld. In mijn beleving een spijtige misser, omdat we inmiddels twee dingen weten. Allereerst toont elk onderzoek steeds opnieuw aan dat er meer mensen slachtoffer zijn van seksueel geweld dan we denken. Of het nu gaat om seksuele intimidatie in de zorgmisbruik in de jeugdzorg, steeds maken onderzoeken duidelijk dat er sprake is van een groot probleem. Onlangs werden de resultaten van een Europees onderzoek gepresenteerd. Dit onderzoek komt tot de conclusie dat 33% van de vrouwen sinds haar 15de levensjaar eenmaal of vaker slachtoffer zijn geworden van fysiek of seksueel geweld. In Nederland blijkt dit percentage op 45% te liggen. In het onderzoek is het geweld in de kindertijd dus niet eens meegenomen. Ook weten we uit ander onderzoek dat rond de 10% van de mannen te maken heeft gehand met seksueel misbruik.  Met andere woorden: een groot percentage van de Nederlanders heeft te maken (gehad) met huiselijk en/of seksueel geweld. De kans dat een van beide partners littekens mee draagt is dus vrij groot.

Gevolgen van geweld

Het  tweede dat we weten, is dat de gevolgen van huiselijk en seksueel geweld ingrijpend kunnen zijn. Slachtoffers van geweld kunnen moeite hebben om anderen te vertrouwen. Daarnaast zijn ze vaak kwetsbaarder omdat ze worstelen met hun eigenwaarde. Door schaamte en schuldgevoelens over het geweld worden de pijnlijke ervaringen vaak weggestopt en vermeden. Door triggers kunnen die ervaringen echter onverwacht weer present komen. Lichamelijke aanraking is een krachtige trigger. Enerzijds heeft elk mens het verlangen om gekend en geliefd te zijn. Een knuffel is meestal heilzaam en opbouwend. Anderzijds hebben de ervaringen van geweld alles te maken met de geschonden integriteit van het lichaam. Door de aanraking kan het verleden ineens weer aanwezig zijn. Seks die vanuit een liefdevolle relatie en intiem verlangen begonnen is, kan ervaren worden als de herhaling van een eerdere verkrachting.

Problemen met intimiteit en seksualiteit

Nu is het goed om een pas op de plaats te maken. De impact van geweldservaringen zal van persoon tot persoon verschillen. Lang niet alle mensen die een negatieve seksuele ervaring hebben, zullen zich herkennen als een slachtoffer van seksueel misbruik.  Maar het neemt niet weg dat áls mensen lijden onder de gevolgen van geweld, dit vooral tot uiting zal komen in problemen met intimiteit en seksualiteit.

Pastorale praktijk

In mijn pastorale praktijk heb ik meerdere personen gesproken (vrouwen én mannen) die spraken over eenzaamheid, over het gevoel onthecht te zijn of vervreemd van zichzelf of hun partner. De oorzaak hiervan hing vaak samen met emotionele verwaarlozing in de jeugd, en/of huiselijk en seksueel geweld. Deze onthechting en eenzaamheid werkte vrijwel altijd door in de relatie met de partner. Seksualiteit is vaak belast en wordt als onprettig of ongewenst ervaren. Er is sprake van schaamte en schuldgevoelens. Hier heb ik eerder een blog over geschreven, waarin met name de verwarring tussen intimiteit en seksualiteit en het onvermogen grenzen te bewaken en bespreekbaar te maken aan de orde komen.

Aandacht noodzakelijk

Natuurlijk zijn niet alle problemen op het gebied van seksualiteit terug te voeren op ervaringen met huiselijk en seksueel geweld. Wel zou het goed zijn, gezien het grote aantal mensen dat hier slachtoffer van is geworden, en de ernst van de gevolgen die met name door lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit aan het licht komen, seksueel misbruik meer onder de aandacht te brengen. Zeker wanneer er problemen zijn op het gebied van intimiteit, seksualiteit of het vermogen de ander te durven vertrouwen.

Allerlei onderzoeken tonen steeds opnieuw aan dat huiselijk en seksueel geweld een maatschappelijk probleem is. De olifant in de kamer, waar we vooral niet over willen praten. Vermijden, ontkennen en verzwijgen houden het taboe in stand. Het wordt tijd om de gevolgen van misbruik blijvend bespreekbaar te maken.

De man regeert!

8 mrt

Vandaag, op Internationale Vrouwendag, publiceert dagblad Trouw een groot artikel over vrouwelijke seksualiteit. Een uitstekend onderwerp en een lezenswaardig artikel, waarin wordt beschreven dat vrouwen weinig afweten van hun eigen seksualiteit, niet aan hun partner durven aangeven waar zij behoefte aan hebben, waardoor zij veel minder geluk ervaren in seksuele relaties.

ongelukkige man

De cijfers bij het artikel vertellen dat 57% van de jonge vrouwen geregeld pijn heeft bij het vrijen, en voor 11% blijft seks pijnlijk. Een derde van de vrouwen is ontevreden over hun seksleven.

Het is de man!

De oorzaak van dit probleem wordt bij de mannelijke partner gezocht. Hij is de baas in bed, heeft geen oog voor de behoefte van zijn vrouwelijke partner en zoekt alleen (snelle – want man) eigen bevrediging.

Diepere oorzaak

In mijn beleving ligt de oorzaak vele malen dieper. Verrassend genoeg stond enkele dagen geleden een verslag in de NRC van een onderzoek naar seksueel geweld tegen vrouwen binnen de Europese Unie.  Bijna de helft (!) van de Nederlandse vrouwen geeft aan slachtoffer te zijn geweest van fysiek of seksueel geweld na het 15de levensjaar. Het gemiddelde in de EU ligt volgens het onderzoek op 33 procent.

Andere onderzoeken laten zien dat ook kinderen en mannen slachtoffer zijn geworden van fysiek en seksueel geweld. Wat we weten is dat geweld bij veel mensen leidt tot psychische en sociale problemen.

Mensen die negatieve seksuele ervaringen hebben, zullen zich minder gemakkelijk kunnen overgeven aan haar/zijn partner. Ongewilde en ongewenste herinneringen of herbelevingen aan de negatieve ervaringen dienen zich vaak aan op intieme momenten. Seksualiteit is een sterke trigger die het verleden weer aanwezig brengt.

Daarnaast brengen negatieve seksuele ervaringen gevoelens van schuld en schaamte mee. In het artikel in Trouw noemt Sunny Bergman dit ook als haar eigen ervaringen ter sprake komen. Bergman wordt in het artikel geïnterviewd, omdat zij twee documentaires heeft gemaakt over vrouwelijke seksualiteit. “Bergman beschrijft rommelige seks in het schemergebied tussen gewenst en ongewenst. (…) Ze vindt het opschrijven van deze verhalen gênant, bekent ze: “Ik wil geen zielig stigma hebben en ik wil al helemaal geen medelijden. Ik schaam me dus voor mijn eigen negatieve seksuele ervaringen.” Dit alles maakt dat ook Bergman die zichzelf als “heel bewust” typeert, toch niet “de totaal geëmancipeerde vrouw” is in bed.’

Doorwerking van ervaringen van seksueel geweld

Het is spijtig dat de invloed van negatieve seksuele ervaringen niet meer aandacht heeft gekregen in dit artikel. De schaamte en schuldgevoelens en de herinnering aan de nare ervaringen kunnen een blokkade opwerpen in de seksuele  relatie. Door er niet over te praten zal de partner zich afgewezen kunnen voelen in de goede bedoelingen en de oprechte verlangens. In mijn pastorale praktijk heb ik met veel mensen gesproken die zich juist in hun seksuele relatie eenzaam voelden. De meesten hadden in hun jeugd, of later in hun leven, te maken gehad met geweldervaringen.  Daardoor hadden zij moeite om anderen te vertrouwen, leden vaak aan gevoelens van minderwaardigheid en hadden moeite om hun lichaam te accepteren. Hoewel ze hunkerden naar een arm om hen heen, hielden ze hun partner op afstand, uit vrees voor hoe de ander de vraag om nabijheid zou oppakken. Over deze tragiek heb ik hier geschreven.

Niet de man regeert in bed, maar het ontkennen van de doorwerking van huiselijk en seksueel geweld.

Waar hebben mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld behoefte aan – deel II

8 feb

(Dit artikel, dat is verschenen in Praktische Theologie 2000/3, heb ik in twee delen geplaatst. Het eerste deel vind je hier. )

Vijf fundamentele pastorale behoeften

1. Veiligheid

In het verhaal van Els valt op hoe angstig zij is. Deze angst komt voort uit een voortdurend aanwezig gevoel van onveiligheid. De onveiligheid in hun leven heeft betrekking op verschillende dimensies van mens-zijn. In de eerste plaats is de lichamelijke integriteit en veiligheid aangetast door het geweld. Het slachtoffer is door het geweld de controle over haar / zijn lichaam kwijt. De onmacht die tijdens het misbruik wordt ervaren, blijft het slachtoffer achtervolgen, ook wanneer de misbruikende relaties beëindigd zijn. Door de ervaren onmacht en door het verlies van controle over de eigen lichamelijke integriteit, ontstaat een blijvend gevoel van angst dat voortkomt uit het gevoel van onveiligheid.

In de tweede plaats hebben slachtoffers het vertrouwen in de medemens verloren. In 80% van de gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer, iemand die door (de ouders/verzorgers van) het slachtoffer wordt vertrouwd. De gevolgen van dit verraden vertrouwen kunnen ernstig zijn. Ook kan het zijn dat het slachtoffer nooit de kans heeft gehad om vertrouwen te krijgen in anderen, omdat zij/hij al vroeg in de kindertijd te maken heeft gehad met seksueel geweld. De onmogelijkheid om anderen te vertrouwen levert een voortdurende dreiging op. Angst is de emotie die hoort bij het gevoel van onveiligheid.

In de derde plaats kan het seksueel geweld gevolgen hebben voor het geloofsleven. De interpretatie en het gebruik van religieuze teksten kunnen ten dienste hebben gestaan van de legitimatie van het geweld. Het misbruik van de Bijbel en de traditie laat overigens een ongemakkelijke kant zien. Sommige Bijbelgedeelten weerspiegelen immers de culturele waarden en normen van een tijd waarin door patriarchale opvattingen een klimaat heerst waarbinnen zwakkeren en machtelozen gemakkelijk tot slachtoffer kunnen worden gemaakt.

“Ik was bang dat ik gestraft zou worden, dat ik in de hel zou komen. Dat werd me ook heel vaak verteld. Altijd dat bestraffende vingertje. Zo zag ik God. Denk erom dat je niet je mond opentrekt, want dat mag niet. Daar zorgde mijn vader ook wel voor: want God straft. En: eer je vader en je moeder.” (Dorcas)

 “God was ook heel eng. Hij heeft ook alles gezien. Dus ik heb alles verkeerd gedaan. Ik dacht toen niet: mijn vader heeft het verkeerd gedaan. Mijn moeder heeft het verkeerd gedaan.”(Rianne)

 “Dat God alles ziet, en dat God dus ook verkeerde dingen straft. Dus al zag je vader of moeder het niet, dan zag God het wel. En dat was geen aardig iemand. Hij gaf ook nooit complimenten. Die kreeg ik trouwens ook nooit van mijn ouders – in feite was God een verlengstuk van mijn ouders. Mijn vader met name. Want als mijn vader dingen zag die verkeerd waren, dan werd ik gestraft. Nou, als God dingen zag die verkeerd waren, dan werd ik ook gestraft. “(Mieke)

Het gevoel van onveiligheid lijkt sterk bepalend, waardoor de behoefte aan veiligheid groot is. Wanneer een pastor een pastorale relatie aangaat met een beschadigd en bedreigd mens, zal (het werken aan) het herstellen van veiligheid prioriteit hebben. Het gevoel van onveiligheid komt voort uit de ervaring en de dreiging dat mensen onbetrouwbaar zijn. Het terugwinnen van het vermogen om te vertrouwen is uiteindelijk het middel om veiligheid te kunnen ervaren. De pastor zal in zijn/haar afspraken betrouwbaar moeten zijn: zeg niets toe wat je niet waar kunt maken, en maak waar wat je toezegt. Daarnaast zal het gesprek plaats dienen te vinden in een ruimte waarin dreiging afwezig is. Verheule (1997 Angst en bevrijding. p.372-274) spreekt van ‘pastoraat als ontmoeting zonder terreur’, of: ‘pastoraat als terreurvrije ruimte. ‘Hij omschrijft als een begrensde ruimte, waarbinnen veel mogelijk is. De pastor beschermt de pastorant(e) en is verantwoordelijk voor het bewaken van de grenzen van haar/hemzelf alsmede de grenzen van de gesprekpartner.

Een terreurvrije ruimte betekent ook dat de pastor werkelijke aandacht geeft aan de pastorante, waardoor het gesprek niet verstrikt zal raken in verborgen verwachtingen of vrijblijvendheid. Deze aandacht houdt in dat de pastor zowel naast als tegenover de pastorant(e) wil staan. Deze terreurvrije ruimte betreft al het handelen van de pastor: het gaat zowel over het pastorale gesprek als over de invulling van de eredienst.

geborgenheid

2. Ruimte

In het verhaal van Els werd zichtbaar haar herstel en  groeien samenhing met het krijgen van ruimte. Het was voor haar van wezenlijk belang dat zij ‘toestemming’ van haar predikant kreeg om de ruimte van (on)geloof te ontdekken. De behoefte aan ruimte (waardoor de autonomie van het slachtoffer een plek kan krijgen) is afgeleid van de ervaringen van afhankelijkheid aan autoriteiten en meer-machtigen. De afhankelijkheid en machteloosheid werd vooral binnen het gezin beleefd, waar de verzorgers absolute macht konden uitoefenen.

Gedeeltelijk werd deze uiterste afhankelijkheid ook op het religieuze vlak beleefd. Met andere woorden: binnen de religie is het zeer goed denkbaar dat slachtoffers zich opnieuw uitleveren aan een ander of Ander. Hierdoor worden zij in hun passiviteit gestimuleerd en bevestigd in hun slachtofferrol.

‘Kinderen zijn afhankelijk van hun ouders. Die moet je kunnen vertrouwen. Maar seksueel misbruik heeft alles te maken met niets waard zijn, maar doén met kinderen. Heel erg afhankelijk zijn, overgeleverd zijn, daar heeft het mee te maken. En er niets tegenin kunnen brengen. Dus als je het hebt over overgave, of dat nu aan een vriend of vriendin is, of aan God, dan geeft dat problemen.’ (Yvonne)

Een slachtoffer was tijdens de traumatische ervaring machteloos. Deze ervaring van onmacht kan in het verdere leven van het slachtoffer een beklemmende en belemmerende werking hebben. In een pastoraal contact zal de pastor voortdurend erop gericht moeten zijn om de autonomie van de pastorant(e) te bevestigen, te ondersteunen en op te bouwen. Ook wanneer de gesprekken gaan over zelfdoding, is het van belang om te blijven geloven in de autonomie van de ander.

De behoefte aan ruimte betekent dat het slachtoffer op zoek gaat naar haar/zijn eigen interpretatie van betekenisverlening of eventueel van geloof – de ruimte om dit zelf te mogen onderzoeken en te bepalen ondersteunt in belangrijke mate de autonomie.

3. Erkenning

De vraag of haar herinneringen op waarheid berustten, heeft Els voortdurend beziggehouden. Haar hele bestaan lijkt gecentreerd rond de vraag: geloof je mij? De behoefte aan erkenning is bij slachtoffers groot, omdat hun bestaan van deze behoefte lijkt af te hangen. Serieus genomen worden, geloofwaardig geacht worden, helpt om het verleden onder ogen te zien en om aan herstel en eigenwaarde te werken.

Soms kan er sprake zijn van een dilemma, omdat een pastor niet weet of het waar is wat een pastorant(e) vertelt. Dit kan samenhangen met een inconsistent verhaal van het slachtoffer, een tegenovergesteld verhaal van de vermeende dader, of ongeloof van de pastor. Dat een verhaal van een slachtoffer inconsistenties kan bevatten, is niet verwonderlijk. Door dissociatie en verdringing worden ervaringen eerst door triggers en nachtmerries teruggegeven. Het toe-eigenen van het levensverhaal is vaak een lange weg.

De erkenning van het slachtoffer van seksueel geweld heeft .een politieke dimensie. Wanneer een pastor oog heeft voor de grote omvang van seksueel geweld en daarin de maatschappelijke en politieke structuren herkent die dit mogelijk maken, herkent en benoemt, kan dit een slachtoffer helpen haar eigen verhaal als betrouwbaar te ervaren. Dat betekent dat een pastor ook kritisch is op de eigen traditie, oog heeft voor gendervraagstukken en machtsverhoudingen.

Een logische consequentie van het tegemoet komen aan de behoefte aan erkenning is dat nadrukkelijk gekozen wordt voor het slachtoffer en de daden van de pleger als onrecht aan de orde worden gesteld. Erkenning vraagt dus om geloof te hechten aan het slachtoffer en te streven naar gerechtigheid.

‘Want als je je mond dichthoudt en er niks over zegt, is er toch ook niks aan de hand. Dan zijn wij één grote gelukkige familie. Terwijl dat één grote leugen is.’ (Yvonne)

De nadruk op gerechtigheid lijkt op gespannen voet te staan met het spreken over vergeving. Voor velen ligt juist bij vergeving het zwaartepunt van de christelijke traditie. De vraag dient zich aan wie er belang heeft bij vergeving. Wanneer er in een situatie van seksueel geweld gesproken wordt over vergeving, is dit eerder de wens van de omgeving of van de dader dan van het slachtoffer. In dat geval heeft het er alle schijn van dat alleen de dader iets te winnen heeft bij vergeving.

Vergeving kan echter ook beschreven worden van het slachtoffer en betrokken worden  op het genezingsproces. Vergeving is dan het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma (M.M. Fortune, 1995, The transformation of suffering: a biblical and theological perspective. In: Adam and Fortune Violence against women and children) De voortdurende en directe herinneringen aan het geweld houden de angst in stand en beperken de mogelijkheden. Feitelijk gaat het seksueel geweld door zolang de herinneringen aan het misbruik de overhand hebben. Door haat en bitterheid blijft het slachtoffer verbonden met de dader. Vergeving kan een manier zijn om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol, zodat het slachtoffer verder kan met haar leven. Vergeving is een bevrijdende actie van en voor het slachtoffer, waardoor zij/hij de autonomie herstelt. Het is voor een slachtoffer van belang om het trauma los te kunnen laten en de verbondenheid met de dader (haat en bitterheid creëert een ongewilde verbondenheid) door te snijden. Vergeving kan hiervoor een middel zijn, maar is zeker niet de enige mogelijkheid. Soms is het slachtoffer zo beschadigd en gekwetst dat spreken over vergeving altijd een brug te ver zal blijken.

‘Ja, ik wil wel vergeven, maar ik kan het eenvoudig niet. Ik bedoel: ik herbeleef nog regelmatig die dingen die toen met mij gebeurd zijn. En dan beleef je dat gewoon lichamelijk. Als ik dat beleef – ja, sorry, hoor, maar dan ik niet – … dan ben ik niet vergevingsgezind op dat moment. Ik kan dan niet vergeven.’ (Ans) 

Vergeving is niet gelijk aan vergeten. Vergeving gaat samen op met gerechtigheid. Vergeving betekent erkenning van het aangedane leed, daar heeft het slachtoffer recht op. Tegelijkertijd betekent het dat het slachtoffer het recht heeft om af te zien van wraak of vergelding. (R.R. Ganzevoort, 1999, Verzoening na conflicten). Omdat voor gerechtigheid, vergeving en genezing het zwijgen doorbroken dient te worden, is dit niet alleen de verantwoordelijkheid van het slachtoffer of de dader, maar ook van de omstanders.

4. Warmte

Els leidde als kind een teruggetrokken en geïsoleerd bestaan. Door het geschonden en verraden vertrouwen was het voor haar lange tijd niet mogelijk om geborgenheid of troost te vinden of te ontvangen, terwijl ze dit juist zo hard nodig had. Veel slachtoffers ervaren eenzaamheid. Wanneer een kerkelijke gemeente als een betrokken gemeenschap functioneert, kan zij een belangrijke rol spelen op verschillende momenten in het proces van herstel van slachtoffers.

‘Ik denk toch dat ik een stukje steun, een stukje erkenning zocht. Ergens bij willen horen, of kunnen horen. Want op dat moment had ik gewoon bijna niemand. Daarom ging ik naar de kerk. Maar niemand zocht contact met mij. Toen voelde ik me dus veel eenzamer dan dat ik in mijn eentje was. Ik kwam gewoon steeds heel teleurgesteld thuis. En dan vanuit de kerk – dat zijn toch mensen die hart hebben voor de ander, die meer open staan. Tenminste dat denk je dan. En dat is gewoon niet gebeurd.’(Mieke)

Het isolement van een slachtoffer is het gevolg van verschillende processen. In de eerste plaats kan het isolement een gevolg zijn van loyaliteit aan de dader. Vaak is de dader een bekende van het slachtoffer, en is er sprake van een vertrouwensband. De prijs voor het verbreken van die vertrouwensrelatie is hoog: verlies van contacten, een onzekere toekomst. In de tweede plaats hebben omstanders (zowel in de kerk als in de samenleving) er belang bij om het verhaal niet te horen. Wanneer verhalen over seksueel geweld waar blijken te zijn, wordt de illusie van een veilige gemeenschap doorgeprikt. In de derde plaats is het isolement een gevolg van het overheersende wantrouwen van slachtoffers in medemensen. Door het geschonden en verraden vertrouwen door  mensen die dichtbij stonden, kan wantrouwen een tweede natuur worden. Het belangrijkste instrument om het isolement in stand te houden is het zwijgen: van de omstanders, de plegers en de slachtoffers.

Het doorbreken van het isolement en het bieden van geborgenheid (gezien en gehoord worden, er mogen zijn, troost ervaren) komen tegemoet aan de behoefte aan warmte. Hierin kan een kerkelijke gemeente een belangrijk verschil maken door slachtoffers met hun verhaal en hun pijn in haar midden op te nemen. De warmte van nabijheid en het vuur van verzet tegen onrecht kunnen de koude uit een eenzaam hart verdrijven. Het is belangrijk dat slachtoffers een taal aangereikt krijgen, waarin z/hij uitdrukking kan geven aan de ervaringen van geweld.

5. Heelheid

Het seksueel geweld heeft bij Els diepe sporen nagelaten. Ook na jaren van intensieve therapie weet zij dat bepaalde gevolgen altijd met haar mee zullen gaan. Toch pakt zij de draad van haar leven weer op, met haar man en kinderen. Het verlangen naar totale genezing, naar heelheid, zal altijd aanwezig zijn. De behoefte aan heelheid is dus ontleend aan de ervaringen van gebrokenheid . Doordat iemand de lichamelijke integriteit van een ander geweld aan doet, wordt niet alleen het lichaam, maar ook de ziel van een mens beschadigd. De gevolgen zijn dan ook terug te vinden op het lichamelijke, psychische, sociale en religieuze vlak.

‘Het misbruik heeft mijn eigenwaarde totaal verkreukeld. Ik was niks en werken kon ik niet. Eigenlijk kon ik niks. Het heeft jaren geduurd. En er over praten kon ook niet, want dan zou ik kapot gemaakt worden. Hij heeft mijn leven gewoon verknoeid. Het heeft mijn leven gewoon verknoeid.’ (Ans)

Om tegemoet te kunnen komen aan de behoefte aan heelheid, is het van belang om niet stil te blijven staan bij het slachtofferschap, maar de pastorale ontmoeting te plaatsen in het perspectief van menswording. H.Luther (Religion und Alltag. Bausteine zu einer Theologie des Subjekts, 1994, p. 170) spreekt in dit verband van een ‘fragmentarische identiteit’. Met dit begrip doelt hij op het verwijzende karakter van identiteit. Fragmenten ontlenen hun kracht aan de verwijzing naar heelheid en eenheid.

Het serieus nemen van de behoefte aan heelheid houdt in dat ook de gebrokenheid een plaats wordt gegeven. De fragmentarische identiteit biedt ruimte voor rouw, hoop en liefde. Dit in tegenstelling tot een identiteitsconcept dat uitgaat van een afgeronde of volle identiteit. De ontwikkeling van identiteit gaat immers niet alleen gepaard met groei en winst, maar ook met breuken en verlies. Fragmenten bieden ruimte aan rouw en verdriet. Vooral in crises wordt dit gegeven ervaren. Daarnaast is er in elk stadium van de identiteitsontwikkeling sprake van ‘steigers van de toekomst’. Er is het besef dat het proces nog niet af is. Tegenover verstarring staat het verlangen naar verdere groei. In die zin biedt het spreken over fragmenten ruimte aan hoop. Tot slot is er in elk stadium van de ontwikkeling van de eigen identiteit een dynamische wisselwerking met de ander. Door elke ontmoeting met de ander wordt de eigen identiteit opnieuw uitgedaagd vanwege de ervaring van verschil met die ander. Met dit gegeven biedt een fragmentarische identiteit ruimte aan liefde.

In deze betekenis transcendeert ‘fragment’ dus op drie vlakken: naar het verleden, naar de toekomst en naar de ander. Naast het transcenderende aspect is ook in het verlangen naar heelheid zelf de religieuze dimensie van identiteit gelegen.

Eén geheel

Deze vijf behoeften vormen samen één geheel. Elk van de behoeften veronderstelt de andere behoeften. Een kerkelijke gemeente die de ervaringen van geweld van gekwetste mensen niet accepteert, kan niet voldoen aan de behoefte aan warmte. Als er niet voldaan wordt aan de behoefte aan veiligheid, kan niet gewerkt worden aan de behoefte aan heelheid. Met andere woorden: de behoeften vormen een ‘totaalpakket’. Als één van de behoeften niet wordt gehoord, kan ook niet optimaal voldaan worden aan de andere behoeften.

Tegelijkertijd zijn het behoeften die binnen onze mogelijkheden liggen: de mogelijkheden van de kerkelijke gemeente en van ons als medestanders. Het vraagt om een open houding en het uithouden bij de verhalen die gekwetste mensen met zich meedragen. Veiligheid, erkenning, ruimte, warmte en heelheid. Als de gekwetste medemens er mag zijn met haar/zijn verhaal, is dat een wereld van verschil – een opening naar nieuwe ervaringen.

Waar hebben mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld behoefte aan? – Deel I

6 jan

(Dit artikel is verschenen in Praktische Theologie 2000/3)

‘Medemenselijkheid. Ik vraag geeneens veel, alleen medemenselijkheid.’ Dit antwoordde een vrouw die in haar jeugd slachtoffer was geworden van seksueel geweld op de vraag wat zij van een pastor verwacht. Wanneer het gaat om seksueel geweld en pastoraat, wordt een gevoelige lacune zichtbaar. Het wordt steeds duidelijker dat seksueel geweld een zeer omvangrijk probleem is. Desondanks blijken pastores niet of nauwelijks voorbereid op het adequaat reageren op seksueel geweld. Een pastor krijgt tijdens de opleiding weinig handvatten aangereikt om slachtoffers van seksueel geweld te herkennen en te begeleiden.[i]

omzien-naar-elkaar

Het doel van dit artikel is om de pastorale behoeften te schetsen van mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. Het artikel begint met het levensverhaal van Els. Daarin worden verbanden en gevolgen van seksueel geweld pijnlijk zichtbaar. Na de beschrijving van mijn onderzoek[ii] worden vijf pastorale behoeften geformuleerd.

Het verhaal van Els

Een meelevend gemeentelid

Els is een getrouwde vrouw van 40 jaar. Ze heeft twee kinderen en is als vrijwilligster werkzaam in de hulpverlening. Zij is zorgzaam en staat altijd klaar voor familie, vrienden en mensen uit de buurt. Ook in de kerk is Els actief. De predikant en de kerkenraad doen nooit tevergeefs een beroep op haar. Met enthousiasme en plezier leidt zij jeugdclubs, regelt allerlei zaken voor de kerk en bezoekt trouw de kerkdiensten. Iedereen mag haar graag.

Ondertussen is er echter een groot verschil tussen hoe de mensen Els beleven en hoe zij zichzelf ziet. Zij is erg onzeker en voortdurend bang om te worden afgewezen. Ze heeft nooit het gevoel dat ze iets goed doet of dat ze genoeg doet. Daarnaast heeft Els haar hele leven al last van lichamelijke klachten, waar de huisarts geen raad mee weet. Ook de twee zwangerschappen verliepen moeizaam. Het wordt elke dag moeilijker om de binnen- en buitenkant bij elkaar te houden. Hierdoor krijgt zij psychische klachten: ze is erg gespannen en lijdt aan slapeloosheid en depressiviteit. Ook heeft zij sinds haar jeugd regelmatig last van afschuwelijke nachtmerries en soms lijkt het alsof ze in het verleden leeft. Op die momenten beleeft zij de angstige gebeurtenissen uit haar jeugd opnieuw. Wanneer ze weer terug is in de realiteit, herinnert ze zich weinig meer van vroeger, alleen blijft de enorme angst en dreiging haar bij. Ze weet nog wel vaag dat haar vader dingen deed die ze naar vond, maar deze herinneringen wil ze achter zich laten. Deze periode beschrijft els ‘het gevoel een beetje boven de aarde gezweefd te hebben’.

Wanneer Els via haar huisarts bij een therapeute in behandeling gaat, is de confrontatie met haar verleden onvermijdelijk. Ook deze fase wordt getekend door angst. Het doorbreken van het zwijgen maakt de herinneringen aan de dreigementen weer levendig. Na zware jaren met intensieve therapie is er een duidelijke kentering zichtbaar, alhoewel ze zichzelf nog niet als stabiel ervaart. ‘Ik denk meest, dat ik er mag zijn zoals ik ben. Met mijn hele verleden; wat ik mij inmiddels ook meer eigen heb gemaakt, zodat ik nu ook kan zeggen: ik ben Els, en ik ben een misbruikt mens. Niet dat ik ermee te koop hoef te lopen, maar wel dat het iets is dat bij mij hoort. Ik wilde vroeger altijd dat het weg was en dat het over ging. En ik weet nu dat het nooit over gaat.’

Het seksueel geweld en de gevolgen

In die jaren wordt duidelijk wat er zich in haar verleden heeft afgespeeld. Els is geboren als jongste in een gezin van zes kinderen. Els omschrijft het gezin waarin ze is opgegroeid, als gesloten. In haar jeugd had ze dan ook vrijwel geen vriendinnen. De sfeer werd mede bepaald door ruzies en geweld. Els ervoer haar vader als autoritair. ‘Ik denk dat je hem wel een tiran kunt noemen, iemand die op zichzelf gericht was. “Een kind is er voor de ouders”, zei mijn vader altijd.’ Naar buiten toe kwam hij echter heel anders over: ‘hij had ook iets innemends over zich, hij maakte gemakkelijk contact met veel mensen.’ Els groeide op als een angstig, teruggetrokken kind. Ze was in zichzelf gekeerd en ‘bang voor de wereld buiten.’

Geloofsleven

In het leven van Els spelen het geloof en de kerk een belangrijke en ambivalente rol. Aan de ene kant lijken de religieuze context en het seksueel geweld onlosmakelijk met elkaar verbonden. ‘Mijn vader zei altijd dat ik precies moest wat hij zei, omdat God mij dan niet zou straffen. Hij heeft God als een soort beloner en straffer van goede en kwade dingen afgeschilderd. Door dat beeldloop ik nog altijd tegen veel problemen op.’

Het geloof stond voor Els vrijwel geheel in het teken van gehoorzaamheid aan haar ouders en van de acceptatie van het lijden. Ook probeerde zij met God in het reine te komen. ‘Ik wilde eigenlijk altijd in een goed blaadje komen te staan. Meestal ben je een wit boek, en dar komen zwarte blaadjes in. Maar bij mij was het boek helemaal zwart en probeerde ik witte blaadjes te halen.’

Aan de andere kant is het geloof een krachtbron geweest om te overleven. Het geloof van Els in haar kinderjaren bood haar de mogelijkheid te ontsnappen aan de angstige realiteit en gaf haar momenten van rust.

Achteraf omschrijft Els haar geloof uit haar kindertijd als ‘incestueus geloof’. ‘Ik denk dat ik het zo wel mag zeggen, want zo voel ik alles wat er in de kerk op mij af is gekomen. Ik ben daar ook ontzettend door gemanipuleerd.’ Temeer daar de beleving van God in het verlengde lag van de angst voor haar vader. ‘Voor mij had mijn vader natuurlijk behoorlijk veel macht over mij, en God is ook zo’n machtig iemand.’ Het verdere leven van Els werd bepaald door de moraal van de van huis uit meegekregen religie. Deze drukkende last, alsmede haar behoefte haar schuldgevoel ten opzichte van God goed te maken, en de angst voor de straf van God hebben lange tijd het geloofsleven van Els in sterke mate beïnvloed. ‘En zo is mijn gedrag eigenlijk door de jaren heen geworden, dat ik fanatiek gelovig werd, in de vorm van: heel veel voor anderen doen, en ook hier in de kerk, kinderclub, evangelisatiewerk, zo extreem.’

Op het moment dat Els in therapie verbanden gaat leggen tussen het seksueel geweld en haar functioneren, begint ze een zoektocht naar God. ‘Ik heb gezocht naar een stukje bevrijding uit het incestueuze geloof.’ In haar zoektocht krijgt ze steun van een predikant, die haar helpt om de dwangmatige en beklemmende elementen in haar geloofsbeleving te ontdekken en los te laten. Tegelijkertijd wordt Els door haar therapeute en door haar huisarts aangespoord om haar eigen kracht te ontdekken. Het zoeken naar en ontdekken van haar eigen kracht heeft voor Els ook een spirituele dimensie. Ze wordt Els gestimuleerd om haar autonomie te herstellen. Vanuit haar autonomie kan zij de ruimte vinden om haar leven opnieuw te verbinden met God als bron van kracht en leven.

Het onderzoek

In het verhaal van Els komt duidelijk naar voren hoe het seksueel geweld op alle terreinen van haar leven doorgewerkt. Het misbruik heeft schadelijke gevolgen voor haar psychisch, sociaal en lichamelijk functioneren, en uit zich in haar houding en gedrag. Haar vriendelijke en coöperatieve houding was uiteindelijk schadelijk voor haarzelf en maakte het moeilijk om haar signalen te ontdekken.

Het verhaal van Els staat niet op zichzelf. Op basis van verschillende onderzoeken kan gesteld worden dat ongeveer 10% van de bevolking op de een of andere manier te maken heeft gehad met seksueel geweld.[iii] Er is geen aanwijzing dat seksuele geweld binnen de kerk meer of minder voorkomt dan buiten de kerk. Lang niet alle slachtoffers zijn zo ernstig getraumatiseerd als Els. De ernst van de gevolgen van het misbruik hangt af van de duur en de aard van het misbruik, de thuissituatie, en de draagkracht van het slachtoffer. Hoewel de ernst van de gevolgen verschilt per verhaal, zijn de lijnen die in het verhaal van Els naar voren komen, ook te herkennen in de verhalen van andere slachtoffers.

Het doel van het door mij uitgevoerde onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de pastorale behoeften van vrouwen die in hun jeugd slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. Er is sprake van seksueel geweld wanneer iemand gebracht wordt tot het ondergaan of uitvoeren van seksuele activiteit in woorden, gebaren of handelingen of de dreiging daartoe, terwijl zij/hij dat niet wenst of niet in staat is daarover te beslissen.[iv] Om twee redenen is gekozen voor de term ‘seksueel geweld’. Allereerst wordt deze term gebruikt als een overkoepelend begrip voor de verschillende vormen van seksueel misbruik. Daarnaast wordt met ‘geweld’ aangegeven dat de ene mens de wil van de ander niet respecteert. Geweld betekent dat per definitie de integriteit van de een door de ander wordt beschadigd, ook wanneer er geen sprake is van hardhandige dwang of overweldiging. Seksueel geweld heeft immers betrekking op ongewenste grensoverschrijdingen. Elke vorm van overmeestering met als gevolg een schadelijke grensoverschrijding is daardoor gewelddadig van aard.

Het onderzoek richt zich op pastorale behoeften van de respondenten. Het gaat om de vraag wanneer pastoraat als bevrijdend en helend wordt ervaren. Onder pastoraat wordt verstaan het aangaan van een relatie met mensen om – in het licht van het evangelie en in verbondenheid met de gemeente van Christus en haar traditie – met hen een weg te zoeken in geloofs- en levensvragen, met als doel dat zij iets ervaren van heling, ondersteuning, leiding en verzoening in hun leven.[v] Het begrip ‘behoefte’ wordt omschreven als de tot uitdrukking gebrachte ervaring van een tekort.

Om de behoeften op het spoor te komen, werden acht vrouwen geïnterviewd en werd hen verzocht een enquête in te vullen. Middels het interview en de enquête vertelden de respondenten hun levensverhaal, waarin vooral aandacht werd besteed aan ervaringen van seksueel geweld, religie en persoonlijke ontwikkeling. De interviews werden opgenomen en vervolgens uitgeschreven. De enquête bood de mogelijkheid om verschillende gegevens met elkaar te vergelijken. Vervolgens werden de acht verhalen gethematiseerd om de terugkerende patronen en thema’s te vinden. Voor de analyse golden ‘gezin van herkomst’, ‘seksueel geweld’, ‘religie’, ‘identiteit’ en ‘ervaringen met pastorale zorg’ als indelingscriteria. Elk criterium leverde steekwoorden op waaraan behoeften konden worden ontleend. Zo bleek bijvoorbeeld dat alle respondenten door het seksueel geweld angstig waren en zich onveilig voelden. Dit kan vertaald worden naar de behoefte ‘veiligheid’. Als uitkomst van het onderzoek werden vijf fundamentele behoeften geformuleerd, te weten: veiligheid, ruimte, erkenning, warmte en heelheid. De behoeften worden in het vervolg kort uitgelegd en verhelderd aan de hand van citaten uit de acht interviews.

-EINDE DEEL 1 –

Deel II vind je hier

[i] Aanvullende opmerking: in de afgelopen periode is er meer aandacht gekomen in de opleiding voor huiselijk en seksueel geweld. Wel blijken veel pastores handelingsverlegen te zijn.

[ii] A.L. Veerman (1998) Bang voor God. De contouren van een theologie van de gekwetste mens aan de hand van een onderzoek naar de pastorale behoeften van vrouwen die in hun jeugd slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik. Doctoraalscriptie Theologische Universiteit Kampen

[iii] Zie: N. Draijer (1990) Seksuele traumatisering in de jeugd. Gevolgen op lange termijn van seksueel misbruik van meisjes door verwanten. Van de 1054 geïnterviewde vrouwen blijkt dat één op de zeven vrouwen als kind slachtoffer is geworden van incest, en dat één op de drie vrouwen voor hun zestiende levensjaar te maken heeft gehad met een vorm van seksueel geweld. Uit een onderzoek van het ministerie van Justitie (1997) blijkt dat 13% van de mannen en 30% van de vrouwen slachtoffer is geworden van seksueel geweld binnenshuis.

[iv] R.R. Ganzevoort & A.L. Veerman (2000) Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. P. 12

[v] G. Heitink (1998) Pastorale zorg. Theologie – differentiatie – praktijk. P.41