Tag Archives: seksueel misbruik

Het gebeurt echt. Hier. Nu.

31 Aug

’s Avonds na mijn avondafspraken  mag ik graag nog even de nieuwskoppen lezen. Vanavond draaide mijn maag om en sloeg mijn hart over toen ik las dat drie hoogbejaarde broers voor de rechtbank voor het bezit en de productie van kinderporno. Het ontneemt me de adem als ik lees wat er in het huis van de broers aan verschrikkingen lijkt te hebben plaatsgevonden. Dit zijn de verhalen waarvan ik steeds weer hoop dat het niet waar is, niet waar kan zijn. Niet waar mág zijn.

Ik ken de verhalen. Van de andere kant. De verhalen van slachtoffers. Uit artikelen, boeken of wat mensen mij hebben toevertrouwd. Deze verhalen snijden in mijn binnenste, omdat ik de pijn zie die meekomt in het vertellen. Wat kunnen mensen diep beschadigd zijn door het seksueel misbruik. Het verlies van eigenwaarde, de machteloosheid en de schaamte, de radeloosheid door de onteigening van het lichaam. Vervreemd van zichzelf. Tastend zoekend om te overleven. Misbruik is nooit onschuldig. Het ontneemt de ruimte van het leven. En wat is het soms een lange en bittere weg om voorbij de angst en beklemming het leven weer te kunnen proeven.

IMG_20170807_185453

Tegelijkertijd lijden slachtoffers van misbruik ook aan de samenleving. Wat moeten ze soms opboksen tegen ontkenning. Zeker wanneer er sprake is van ernstig seksueel stuiten slachtoffers al gauw op een muur van ongeloof.

Steeds vaker echter komen verhalen van misbruik in het nieuws omdat daders opgespoord en veroordeeld worden. Het bepaalt ons bij de inktzwarte en duistere kant van onze samenlevingen – en van onszelf. Daders van seksueel misbruik zijn niet perse de monsters in de bosjes, maar zijn de mensen bij ons in de straat. Het zijn de mensen die wij vertrouwen geven.

We helpen onze kinderen en de slachtoffers van geweld door allereerst naar hun verhalen te luisteren en hun de erkenning te geven die zo broodnodig is. In de tweede plaats kunnen we een krachtig begin maken met preventie wanneer we oog krijgen voor de maatschappelijke en culturele dimensies van misbruik. We helpen de kinderen door te bouwen aan een veilige samenleving.

Misbruik vindt immers echt plaats. Hier. Nu.

Advertenties

Wie zonder zonde is … en andere dooddoeners bij seksueel misbruik in de kerk

11 Jul

Dit artikel is verschenen in De Oud-Katholiek, Tijdschrift voor de Oud-Katholieke Kerk in Nederland, jaargang 133, juli 2017

De Oud-Katholieke Kerk in Nederland is in de achterliggende maanden opgeschrikt door berichten over (beschuldigingen) van seksueel misbruik door priesters. Deze berichten roepen – zoals eerder ook in andere kerken het geval was – veel emotie en veen verschillende reacties op. Wat vertellen deze reacties?

Er is schrik en verslagenheid, omdat ook de eigen geloofsgemeenschap niet zo veilig blijkt te zijn als gehoopt. Er is ongeloof en verwarring omdat de aangeklaagde priester ook zoveel goede dingen heeft gedaan. Er is woede omdat mensen door vertegenwoordigers van de kerk beschadigd en gekwetst zijn. Sommige reacties benadrukken het failliet van de kerk, andere reacties zoeken nuance. Sommige slachtoffers, die jarenlang gezwegen hebben, kunnen door deze onthullingen de moed vinden om ook met hun eigen verhaal naar buiten te komen. Deze reacties zijn niet uniek. Het misbruik binnen andere kerkgenootschappen, sportclubs, instellingen en families roepen vergelijkbare reacties op. Ook daar is verlegenheid, verwarring, boosheid en ontkenning te zien. Blijkbaar vallen we terug op bepaalde mechanismen en patronen om met de verhalen van seksueel misbruik om te gaan. In dit artikel wil ik deze mechanismen beschrijven. Wat zijn de achterliggende patronen en wat maakt een reactie heilzaam?

 

Esther Veerman, Afscheidsbrief

 

Een cultuur van zwijgen 

Het valt voor slachtoffers van seksueel misbruik niet mee om met hun verhaal naar buiten te komen. Dit heeft verschillende oorzaken. Allereerst gaat het misbruik hand in hand met schaamte en schuldgevoel bij het slachtoffer. Vaak worstelt het slachtoffer met de vraag waarom haar of hem dit is overkomen. Misbruik brengt een gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid met zich mee. Het zichzelf de schuld geven kan een manier zijn om deze onmacht te hanteren. Als het immers aan het slachtoffer zou liggen dan zou hij of zij het in een andere situatie misschien kunnen voorkomen. Als ik nu eens andere kleren aan had gehad? Als ik nu eens niet naar hem gekeken had?

Daar komt bij dat het zeker voor kinderen nauwelijks mogelijk is om de schuld neer te leggen bij de volwassen vertrouwenspersonen (zoals bijvoorbeeld een ouder, coach of priester). Als de volwassene door zijn of haar rol wordt vrijgepleit, kan het kind of de jongere alleen nog maar de schuld bij zichzelf zoeken.

Deze (onterechte) schuldgevoelens versterken de toch al aanwezige schaamte. Seksueel misbruik is zo schadelijk omdat het mensen aantast in hun lichamelijkheid. Het misbruik verstoort een gezonde ontwikkeling van lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit. Dat het misbruik juist plaatsvindt in het kwetsbare gebied van intimiteit en lichamelijkheid versterkt de schaamtegevoelens. Het is dus niet verwonderlijk dat een slachtoffer in eerste instantie zwijgt over het misbruik.

Zwijgen uit beschadiging

Ook omstanders lijken liever te willen zwijgen over het misbruik. De eerste reden is dat omstanders in meer of mindere mate beschadigd kunnen zijn door het misbruik in de geloofsgemeenschap, de sportvereniging of het gezin. Een geloofsgemeenschap kan door misbruik mede getraumatiseerd raken (1). Net zoals bij de directe slachtoffers is een eerste overlevingsstrategie om het misbruik geheim te houden. Het is een manier om om te gaan met het gekantelde wereldbeeld. De psychologe Janoff-Bulman (2) laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een logisch geordend geheel en dus betrouwbaar, mensen hebben goede bedoelingen en ik ben als persoon de moeite waard. Deze noties komen door het misbruik onder druk te staan. Wanneer mensen in meer of mindere mate beschadigd zijn, kunnen ze soms scherp reageren om de herinneringen aan de schokkende gebeurtenis te vermijden.

Zwijgen vanwege de veiligheid 

De tweede reden om als omstanders te zwijgen, is dat het gevoel van veiligheid op het spel staat. Als priesters al niet te vertrouwen zijn, wie kun je dan nog wel vertrouwen? Als zoveel mensen misbruikt worden, als het echt in elke vereniging of geloofsgemeenschap plaats kan vinden, als het zo dichtbij komt – hoe kan ik me dan ooit nog veilig voelen? In wat voor wereld groeien onze kinderen op? De omstanders, de samenleving, hebben er belang bij dat gezwegen wordt over verhalen van misbruik om de idylle van een veilige gemeenschap in stand te kunnen houden.

Zwijgen uit bezorgheid

De derde reden om te zwijgen is bezorgdheid over de beeldvorming. De schandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk hebben het vertrouwen in en het gezag van de kerk geschonden. Die zorg is niet voorbehouden aan geloofsgemeenschappen. Ook sportverenigingen zwegen lange tijd over seksuele grensoverschrijdingen van coaches uit angst voor een negatief imago.

Ontkennen, generaliseren en bagatelliseren 

Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van slachtoffers om hun verhaal te vertellen. Maar als de geheimhouding eenmaal doorbroken wordt, reageren omstanders vaak met ontkennen, generaliseren of bagatelliseren in een uiterste poging om de confronterende verhalen te kunnen vermijden en de idylle van veiligheid weer te kunnen herstellen.

Ontkennen

Een vorm van ontkennen is de uitspraak: ‘Ik kan me niet voorstellen dat zo’n sympathieke man tot zoiets in staat is.’ Plegers van seksueel misbruik zien er over het algemeen niet uit als monsters. Het zijn vaders, coaches, voorgangers, buurmannen, docentes – mensen die wij vertrouwen geven. De verhalen van misbruik vertellen ons dat mensen verschillende kanten kunnen hebben.

Generaliseren 

Wanneer het misbruik niet langer te ontkennen is, proberen mensen soms het misbruik te generaliseren of te bagatelliseren (3). Generaliseringen zijn de pogingen om de negatieve betekenis van het seksueel misbruik te relativeren door te doen alsof het onderdeel is van het normale leven. Een voorbeeld van generaliseren is: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Het begrip zonde wordt zo breed opgerekt, waardoor er geen ruimte meer is voor het stellen van een ethische grens. Wat opmerkelijk is, is dat een dergelijke uitspraak vaak klinkt in de context van seksueel misbruik, maar zelden wanneer er sprake is van moord of lichamelijk geweld. Wat maakt dat er zo snel vergoelijkend over misbruik gesproken wordt?

Een ander voorbeeld van generaliseren komen we tegen in de uitspraak: ‘Je moet het wel in de tijdgeest of cultuur plaatsen.’ Het is zeker waar dat zowel seksualiteit als misbruik cultureel bepaald zijn. Toch is het de vraag of deze opmerking helpend is om om te gaan met misbruik. Uitgangspunt zou moeten zijn wat slachtoffers ons vertellen. Soms gaat er veel tijd overheen voordat slachtoffers taal vinden om hun ervaringen te kunnen vertellen. De slachtoffers van de Britse BBC-presentator Jimmy Savile en de onthullingen van Engelse voetballers die in hun jeugd misbruikt zijn, laten zien hoe schadelijk het misbruik was. Decennia later hebben sommigen nog dagelijks last van de gevolgen van het misbruik.

Bagatelliseren

Het misbruik kan ook gebagatelliseerd worden: wel het feit erkennen, maar de betekenis ervan minimaliseren. ‘Het komt overal voor, niet alleen in de kerk.’ ‘Als het overal voorkomt, kan het toch niet zo diepingrijpend zijn als wordt beweerd?’ Het is waar dat misbruik in alle geledingen en in alle gemeenschappen kan voorkomen. Dit zou geen reden moeten zijn om het misbruik te bagatelliseren, maar om juist dubbel zo hard te werken aan een veilig klimaat. We zijn geroepen om in onze eigen contexten te werken aan die veiligheid.

Zondebok

Wanneer het misbruik niet langer ontkend kan worden en bagatelliseren of generaliseren niet meer werkt, grijpen mensen soms terug op het zondebokmechanisme. Nu het misbruik bekend en erkend is, wordt er gezocht naar een zondebok. Door de zondebok te offeren wordt getracht de veiligheid te herstellen. Pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten, stuiten op grote weerstand als zij ergens een nieuw leven proberen op te bouwen, zoals zichtbaar werd toen in 2014 voor Benno L. een nieuwe woonplek gezocht werd. Veel mensen vinden dat pedo’s levenslang opgesloten, gecastreerd of zelfs afgemaakt zouden moeten worden.

Deze reacties gaan voorbij aan het pijnlijke gegeven dat het meeste misbruik door heteroseksuele mannen wordt gepleegd die bekenden zijn van het slachtoffer. Onze wereld wordt niet veiliger door pedoseksuelen en pedofielen als zondebokken te offeren. Natuurlijk moet het recht zijn loop hebben, maar een veilige wereld begint met het ruimte maken voor de verhalen van misbruik.

Religieuze taal versterkt het zwijgen

Wanneer het misbruik in een kerkelijke context plaats vindt, kan religieuze taal bijdragen aan het toedekken van het misbruik. Slachtoffers die met hun verhaal aarzelend naar buiten komen, worden vaak opgeroepen om te vergeven. ‘We leven toch van vergeving?’ Voorbarige vergeving maakt het slachtoffer echter monddood. Z/hij wordt immers aangespoord om, nog voordat alle verhalen verteld zijn en de gevolgen van het misbruik aan het licht zijn gekomen, alweer te stoppen met vertellen.

Tot slot is het goed om te bedenken dat kerkelijke taal al gauw ‘dadertaal’ is. Het spreken over ‘zonde’, ‘vergeving’ en ‘verzoening’ is behulpzaam voor mensen die schuld hebben door hun handelen. Voor mensen die iets is aangedaan, is dit spreken niet direct helpend. Een slachtoffer voelt zich vaak slecht en zwart van binnen. Het woord ‘zonde’ haakt aan dit gevoel. Maar er zal geen sprake kunnen zijn van vergeving, omdat het slachtoffer niet de handelingen heeft verricht. Het slachtoffer komt dan slechter de kerk uit: ik ben zo slecht, er is voor mij niet eens vergeving.
Als voorgangers meer zouden spreken over bijvoorbeeld ‘recht doen’, ‘gerechtigheid’ en ‘wraak’, komt er ruimte voor een evenwichtige verkondiging.

Ruimte voor verhalen van misbruik

Wanneer mensen geconfronteerd worden met schokkende gebeurtenissen zoals seksueel misbruik in hun eigen geloofsgemeenschap, zijn zwijgen en vermijden logische reacties. Het geheimhouden van misbruik is echter niet alleen schadelijk voor de directe slachtoffers maar ook voor de geloofsgemeenschap zelf. De geloofsgemeenschap zal in haar reactie de ethische keuze moeten maken om stem te geven aan de kwetsbare en beschadigde mens. De geloofsgemeenschap zal voorbij aan ontkenning en simplificering ruimte moeten geven aan de verhalen van misbruik.

Het bagatelliseren van misbruik leidt niet tot een veilig klimaat. Juist de erkenning van de verhalen maakt preventie mogelijk. Alleen wanneer aan slachtoffers stem wordt gegeven en er aandacht is voor de risico’s binnen de eigen context, kan aan een veilige kerk gebouwd worden.

Dr. Alexander Veerman is predikant van de Ontmoetingskerk te Vriezenveen (PKN) en is in 2005 gepromoveerd op het proefschrift ‘Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd’.


(1) A.L. Veerman, Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer: Boekencentrum, 2005.
(2) R. Janoff-Bulman, Shattered Assumptions: Towards a New Psychology of Trauma. New York: Free Press, 1992.
(3) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman, Geschonden lichaam: pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Zoetermeer: Boekencentrum, 2000.

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 Jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schuldvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501

 

Woedend

16 Mei

Zoals elke avond check ik nog even op nu.nl en nos.nl het nieuws van de afgelopen dag. Mijn oog valt op deze kop, misschien omdat het in de buurt is: Hengeloër voor rechter om een miljoen kinderpornobeelden. Dan stokt mijn adem. Ik ben verbijsterd en voel me fysiek onwel worden. Emoties rollen over elkaar heen. Ontzetting. Verdriet. Woede.

Afbeeldingsresultaat voor esther veerman

De schreeuw. Esther Veerman

Woedend

Ja, ik ben kwaad. Echt woedend. Ik probeer het tot me door te laten dringen. Eén miljoen afbeeldingen. Om hoeveel kinderen gaat het wel niet? Hoeveel levens zijn er niet verwoest voor de lust van dit soort mensen? Misbruik valt nooit mee. Het maakt wonden in de geest en de ziel van kinderen, die soms een leven lang meegaan. Kinderporno is nooit onschuldig. Zolang er ‘nette’ huisvaders, leerkrachten, ambtenaren, enz. zich vergapen aan dit soort afbeeldingen, zal deze vorm van misbruik blijven bestaan.

Niet de ogen sluiten

Om dit kwaad te kunnen bestrijden, zullen we moeten beginnen om de feiten onder ogen te zien. Seksueel misbruik zit in de poriën van onze samenleving. Huiselijk en seksueel geweld vindt plaats in onze gezinnen, onze sportverenigingen, onze kerken.

Te vaak kiezen we ervoor om te zwijgen. Soms leggen we het slachtoffer het zwijgen op, omdat we bang zijn voor imagoschade. We denken dat we de goede naam van de sportvereniging of van de kerk redden als we een kind offeren. Dát is pas imagoschade. Dat we überhaupt kiezen voor ‘imago’ ten koste van slachtoffers. Juist het benoemen van de problematiek, de morele keuzes die je als vereniging maakt en de steun voor slachtoffers versterkt het enige juiste imago van een vereniging.

Overigens zwijgen slachtoffers uit zichzelf al. Ze schamen zich voor wat er gebeurd is. Of ze zijn afhankelijk van de volwassene, omdat hij/zij trainer of verzorger is – hoe kun je dan ooit met je verhaal naar buiten komen? Daarom moeten wij het taboe doorbreken en kinderen helpen om hun ervaringen te vertellen.

Voorlichting noodzakelijk

Belangrijk is dat we beseffen dat misbruik niet te voorkomen is. Het betekent dat we naast preventieve maatregelen (Verklaring omtrent gedrag, vertrouwenspersonen, protocollen, etc) zullen moeten inzetten op voorlichting. Als kinderen leren dat zij grenzen mogen aangeven en dat grensoverschrijdingen fout zijn, durven zij sneller met hun verhaal naar buiten te komen.

Wel zal het veilig moeten zijn. De kinderen moeten erop kunnen vertrouwen dat aan hun kant staan, hun verhaal geloven. Laten we samen werken aan een veilige omgeving waarin kinderen met vertrouwen en in alle rust kunnen opgroeien.

 

Afschuwelijk, maar hoopgevend nieuws

21 Apr

Vandaag draaide mijn maag verschillende malen om. Het ene verhaal was nog niet verteld, of het volgende diende zich al aan. In Cambodja is een priester van de Oud Katholieke Kerk gearresteerd vanwege het in bezit hebben van kinderporno en het vermoeden van misbruik van kinderen. Ook kwam vandaag het bericht naar buiten dat een hoofdofficier van justitie verdacht wordt van ontucht. Ondertussen werd vandaag bekend gemaakt dat in Canada 104 mannen zijn opgepakt in een grote zedenzaak.  Het ging om mensensmokkelaars, pooiers en mannen de jonge meisjes wilden misbruiken. De politie wist 85 tienermeisjes op te sporen.

Beek13.jpg wordt weergegeven

Ze zitten overal

De berichten grijpen me naar de keel. in de Nederlandse zaken betreft het een priester en een officier van justitie. Mensen op een hoge positie, met aanzien, gezag en vertrouwen. In Canada ging het veelal om mensen zonder strafblad. Het betekent dat verenigingen geen genoegen kunnen nemen met een Verklaring omtrent gedrag. Het is een onderdeel van een veilige organisatie, maar alles behalve een garantie.

Het is goed om te bedenken dat geen enkele organisatie, geloofsgemeenschap of vereniging kan voorkomen dat mensen zich schuldig maken aan seksueel misbruik. Wel kan er proactief gewerkt worden aan een veilige setting. Voorlichting, vertrouwenspersonen, heldere grenzen en duidelijkheid over gevolgen van grensoverschrijdend gedrag. We hoeven niet te wijzen naar andere groepen – het komt ook bij ons voor. We moeten het zeker niet met de mantel der liefde bedekken, maar duidelijk maken dat grensoverschrijdingen niet getolereerd worden. Zorg om en voor de kwetsbare medemens moet voorop staan.

Het gaat er niet om om iedereen te wantrouwen, wel om het gesprek over grenzen, intimiteit en wangedrag te voeren. Het gaat ook over de vraag hoe het kan dat zoveel kinderen, vrouwen en mannen slachtoffer worden van misbruik. Wat zegt dat over onze samenleving?

Vernietigende gevolgen

Seksueel misbruik kan diep ingrijpende gevolgen hebben. Slachtoffers van kinderporno en andere vormen van misbruik vertellen over psychische gevolgen: ze leiden vaak aan gevoelens van minderwaardigheid en schaamte. Ze hebben te maken met angst, paniek en nachtmerries. De slachtoffers vertellen over de moeite om medemensen te vertrouwen.

Het betekent dat jij, als je valt op kinderen of jongeren, als jij bereid bent te betalen voor filmpjes of afbeeldingen, je je moet realiseren dat de levens van kinderen verwoest zijn voor jouw opwinding. Stop hiermee. Zoek hulp.

Hoopgevend

Wat ik hoopgevend vind, is dat deze zaken aan het licht zijn gekomen. Dat justitie de verhalen van misbruik serieus neemt, onderzoek doet en grensoverschrijdende mannen (en vrouwen) oppakt en aanklaagt.

Beste slachtoffers, weet dat er politieagenten en officieren van justitie hard werken om recht te doen. Weet dat jullie niet alleen zijn en dat er zoveel mensen zijn die jullie willen steunen en willen helpen.

Plegers, weet dat jullie medemensen diep beschadigen. Weet ook dat jullie daden zullen worden opgemerkt.

Omstanders, kijk niet weg, maar kies voor recht doen, voor een samenleving waar kinderen veilig zijn.

“Kerkelijke taal is vaak ‘dadertaal’”

11 Apr

Het Reformatorisch Meldpunt heeft vier personen geïnterviewd die in de afgelopen decennia zich hebben ingezet voor de strijd tegen misbruik. Het derde interview was met mij en is hier op de site van het meldpunt te lezen.  Het Reformatorisch Meldpunt wil bijdragen aan het verbeteren van de positie van slachtoffers van seksueel misbruik in de reformatorische gezindte. Dit begint bij het bieden van een anoniem contactpunt voor de slachtoffers. Hier krijgen zij een luisterend oor en goed advies. 
Onze reformatorische medewerkers spreken de taal van de slachtoffers en begrijpen de specifieke dilemma’s in onze doelgroep. Slachtoffers ervaren veel steun via de anonieme contactmogelijkheden van het Reformatorisch Meldpunt. 

Afbeeldingsresultaat voor stock photo kerkbanken

U promoveerde in 2005 op het proces in de kerkenraad wanneer seksueel misbruik naar buiten komt. Hoe kwam de afbakening van dit thema tot stand?
De keuze voor de thematiek van seksueel misbruik is verweven met mijn biografie. In 1993 ben ik getrouwd met Esther. Al in onze verkeringstijd was duidelijk dat zij in haar jeugd te maken had gehad met seksueel misbruik, hoewel ik in die periode geen idee had van de geestelijke beschadigingen en de pijn. Aan het begin van ons huwelijk werd echter duidelijk hoe diep ingrijpend het misbruik doorwerkt in het leven. Het betekende dat ook mijn leven op zijn kop werd gezet. Veel verloor zijn vanzelfsprekendheid.
In zekere zin was het schrijven over misbruik het ordenen van gedachten en het uiting geven aan mijn verbijstering, machteloosheid en woede. Mijn eindscriptie (1998) ging over de pastorale behoeften van vrouwen die in hun jeugd zijn misbruikt. Deze scriptie was de reden dat Ruard Ganzevoort mij vroeg om mee te schrijven aan het synoderapport ‘Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld’ (2000). De thematiek kreeg dus bredere kerkelijke aandacht, waardoor ook de universiteit het belang van onderzoek naar misbruik binnen de kerken ging onderstrepen. In 2000 kon ik als promovendus beginnen.
Het afbakenen van het onderzoek had nog wel wat voeten in de aarde. In eerste instantie wilde ik graag meerdere stemmen laten horen in mijn boek (slachtoffer, dader en omstanders). Om het onderzoek behapbaar te houden moest het echter nader worden toegespitst. De ingang via de kerkenraad bracht veel inzicht in het proces in de gemeente. Vandaar dat deze route gekozen is.

Wat is voor u de belangrijkste bevinding uit uw onderzoek?
In de tijd van het onderzoek waren er nauwelijks handvatten voor een kerkenraad om te kunnen reageren op beschuldigingen van misbruik. Het beschrijven van het proces heeft handvatten opgeleverd die in de praktijk ook behulpzaam blijken te zijn.
Daarnaast heeft het onderzoek het belang van taal onderstreept. Wie definieert de seksuele handelingen? Wordt het misbruik, onprofessioneel handelen of een romantische relatie genoemd?
Tot slot wil ik hier noemen dat de kerkelijke taal vaak ‘dadertaal’ is. Ik bedoel hiermee dat het spreken over ‘zonde’, ‘vergeving’ en ‘verzoening’ behulpzaam is voor mensen die schuld hebben door hun handelen. Voor mensen die iets is aangedaan, is dit spreken niet direct helpend. Een slachtoffer voelt zich vaak slecht en zwart van binnen. Het woord ‘zonde’ haakt aan dit gevoel. Maar er zal geen sprake kunnen zijn van vergeving, omdat het slachtoffer niet de handelingen heeft verricht. Het slachtoffer komt dan slechter de kerk uit: ik ben zo slecht, er is voor mij niet eens vergeving.
Als voorgangers meer zouden spreken over bijvoorbeeld ‘recht doen’, ‘gerechtigheid’ en ‘wraak’, komt er ruimte voor een evenwichtige verkondiging.

Hoe kenmerkt u de tijd rondom uw promotie met betrekking tot de problematiek van seksueel misbruik?
In de jaren ‘90 en de beginjaren van het nieuwe millennium was er redelijk veel aandacht voor de gevolgen van seksueel misbruik, ook binnen de kerken. De verhalen uit de Katholieke Kerk kwamen veelvuldig in het nieuws, waardoor er ook in de Protestantse Kerk een zeker urgentiebesef was. In die tijd zijn er binnen de PKN meerdere goede brochures geschreven, er is een protocol naar alle kerkelijke gemeenten gestuurd, er zijn gemeentebegeleiders aangesteld en er waren werkgroepen ‘Geloof en seksueel geweld’.

Tegelijkertijd bleek het lastig om echte en blijvende veranderingen door te voeren. Hoewel alle gemeenten een protocol hebben ontvangen, blijkt de meerderheid van de gemeenten hier niets mee te doen.
De werkgroepen ‘Geloof en seksueel geweld’ werden na 2004 opgeheven of samengevoegd vanwege bezuinigingen. Ook bleek het buitengewoon lastig om de breedte van misbruik binnen de kerken aan de orde te stellen.
In deze periode kwam er ook een sterke tegenbeweging op gang: de false-memory-movement en groeiende aandacht voor mensen die aangaven ten onrechte beschuldigd te worden.
Dus enerzijds was er ruimte en groeiende aandacht. Anderzijds echter was tot op zekere hoogte deze aandacht niet blijvend.

Wat vindt u van het huidige klimaat rondom de problematiek van seksueel misbruik, binnen en buiten de christelijke doelgroep?
Het lijkt er op dat er in deze tijd weer meer ruimte en aandacht is voor seksueel misbruik (Veilig Thuis, Centra Seksueel Geweld), terwijl er ook sprake lijkt te zijn van toenemend wegkijken van de ernst van misbruik. (Klik hier voor meer achtergrondinformatie).

Ook is het opmerkelijk en schadelijk dat binnen de GGZ fors bezuinigd wordt op traumatherapie. Met name mensen die ernstig beschadigd zijn, moeten erg hun best doen om goede hulpverleners te vinden.

Binnen de kerken blijft aandacht lastig, omdat misbruik per definitie verscheurend doorwerkt. Misbruik dat geopenbaard wordt, heeft ook voor de geloofsgemeenschap grote gevolgen. Het betekent dat er twee bewegingen zijn om de schade zoveel mogelijk te beperken: allereerst is er veel druk om deze verhalen geheim te houden. In de tweede plaats zal, wanneer het verhaal naar buiten komt, het slachtoffer druk ervaren om te vergeven, zodat de gelederen weer gesloten kunnen worden.
De geloofsgemeenschap is echter gebaat bij openheid, zodat er recht gedaan kan worden. Mensen die slachtoffer zijn geworden, hebben ondersteuning nodig en erkenning. Mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan misbruik hebben het nodig om hun daden aan het licht te brengen, schuld op zich te nemen om zo weer naar hun bestemming toe te kunnen groeien. Dan kan een geloofsgemeenschap ook ten volle ‘stad op de berg’ zijn.

 

De grootste bedreiging die niemand wil zien

18 Mrt

In de afgelopen tijd volgden en volgen schokkende onthullingen elkaar in snel tempo op. In januari 2017 werd een rapport gepubliceerd over misbruik in opvanghuizen voor kinderen in Ierland. Deze instellingen stonden onder toezicht van overheid, kerken of liefdadigheidsinstellingen. Bij 20 van de 22 onderzochte instanties bleek sprake van misstanden.

hartpijn

Het schilderij ‘Hartpijn’ van Esther Veerman verbeeldt de ernstige gevolgen van misbruik

Verschillende topsporters hebben in interviews aangegeven dat zij te maken hebben (gehad) met seksuele intimidatie of misbruik. Deze onthullingen volgen op berichten over stelselmatig misbruik in de sportwereld in Engeland. Inmiddels wil het NOC*NSF onderzoek gaan doen naar misbruik en intimidatie in Nederland.

In Australië komen verbijsterende cijfers naar voren. Zeven procent van de priesters heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel misbruik. De Anglicaanse kerk maakte bekend dat er tussen 1980 en 2015 1082 klachten zijn ingediend.

De cijfers over 2016 over kinderporno in Nederland stemmen niet hoopvol. Het meldpunt kinderporno spreekt over explosieve groei in het aantal meldingen. De politie heeft niet voldoende menskracht om op al deze meldingen adequaat te kunnen reageren.

Seksueel misbruik komt overal voor

Deze opsomming is verre van compleet, maar het geeft aan dat seksueel misbruik een ernstig probleem is. Het is niet beperkt tot een bepaald land of tot een bepaald instituut. Het is niet een probleem van de Katholieke kerk of van een Afrikaans land. Seksueel misbruik komt overal voor, in allerlei verbanden, in allerlei culturen. Drie dingen springen in het oog:

Grote gevolgen

het aantal slachtoffers is overweldigend. In vrijwel alle onderzoeken  komt naar voren dat tussen de 10 en 30% van de onderzochte groep te maken heeft gehad met seksuele intimidatie of misbruik. In de tweede plaats blijken de gevolgen van seksueel misbruik zowel op de korte als op de lange termijn ingrijpend te zijn. In de derde plaats blijken de instanties vrijwel zonder uitzondering zich vooral zorgen te maken over hun ‘goede’ naam. Verhalen van misbruik worden de kop ingedrukt, ontkend of afgekocht.

Slachtoffers in de kou?

Als het niet langer verzwegen kan worden, is er een sterke behoefte om het boek dicht te doen en als instituut de voor hen beschamende verhalen achter zich te laten en zich op de toekomst te richten. Zo sloot de Katholieke Kerk het meldpunt, ondanks protesten van de belangenvereniging voor slachtoffers (Vpkk). Hetzelfde is zichtbaar bij het meldpunt voor misbruik binnen de jeugdzorg. De overheid wil een verjaringstermijn voor slachtoffers instellen waardoor het moeilijker wordt om als slachtoffer erkenning te krijgen. De belangenvereniging is een petitie gestart om dit te voorkomen.

Waar is de woede?

Het roept de vraag op waar de verontwaardiging blijft over het misbruik van onze kwetsbare kinderen en volwassenen. Generaties groeien op, getekend door het beschadigende misbruik. Generaties groeien op met psychische en fysieke problemen. Generaties groeien op die proberen om het misbruik te compenseren en het misbruik doorgeven.

Het is misschien wel de grootste uitdaging waar we als samenleving voor staan. Hoe kunnen we onze kinderen beter beschermen? Hoe kunnen we onze gekwetste en beschadigde medemensen voldoende ondersteuning bieden?

Bezuinigingen

Het is pijnlijk en verdrietig dat juist in deze tijd – opnieuw – bezuinigd wordt op traumatherapie. Het herstellen van een trauma en het een plek geven van alle gevolgen vraagt tijd. En kost geld. Wat zou het onze samenleving sieren en ten goede komen wanneer we alles op alles zetten om de juiste zorg voor onze gekwetste en beschadigde medemensen aan te kunnen bieden. Wat zou het onze samenleving sieren wanneer we durven investeren in het beschermen van onze kinderen en investeren in de zedenpolitie.

Stichting Kunst uit geweld laat aan de hand van schilderijen en gedichten de pijn en schade van het geweld, en de kracht van mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld, zien.