Tag Archives: thuis

Een nieuw leven voor Dembé

14 jul

Dembé kijkt met grote ogen rond. Het verkeer raast langs hem heen. Een man die driftig aan het bellen is, duwt hem ruw aan de kant. In de verte ziet hij de vrachtauto nog wegrijden die hem naar de stad heeft gebracht. Het was een lange en gevaarlijke reis geweest, van zijn dorpje in de provincie Karamoja naar de  grote stad Kampala.

Kinderen Afrika

Zijn moeder had gezegd dat hij maar naar de stad moest gaan. Dat hij nog maar 12 is, maakt niet zoveel uit. Dan had zij een mond minder te voeden. Misschien kon hij daar geld verdienen voor zijn zusjes. Er waren meer jongens en meisjes uit zijn dorp naar de stad getrokken. In het dorp had je sowieso geen kans. Soms was er nauwelijks iets te eten. En zo had hij op een ochtend zijn spulletjes gepakt en was op weg gegaan.

Het zal snel donker worden. Waar moet hij vannacht slapen? Dembé zwerft over straat. Uiteindelijk vindt hij een beschut plekje, waar hij kan liggen. Met een lege maag valt hij uiteindelijk in slaap.

Zo begint zijn avontuur in de grote stad. Overal probeert hij een baantje te vinden. Bij het grote kruispunt de ramen van auto’s lappen. Totdat een groep oudere kinderen hem wegjaagt. ‘Dit is ons kruispunt’. In het centrum bedelen. Op de vuilnisbelt zoeken naar bruikbare spullen. Het leven is hard. Hij kan niemand vertrouwen. Hij moet vechten voor zijn plek in de stad. Hij moet oppassen voor de politie en volwassenen kunnen zomaar voor hem gevaarlijk zijn.

Dembé wordt er moedeloos van.

Het is een ochtend als alle andere ochtenden. De stad ontwaakt langzaam. In alle vroegte zoekt hij naar iets eetbaars, en naar een plekje om geld te verdienen. Opeens ziet hij uit zijn ooghoeken twee mannen aan komen lopen die niet veel goeds in de zin hebben. Snel neemt hij de eerste afslag en rent zo hard als hij kan de straat door. Opnieuw slaat hij af en botst in volle vaart tegen een vrouw op. Ze rollen allebei over de grond. Als Dembé weg wil rennen, houdt zij hem tegen. Op een vriendelijke manier.

“Hoe heet je?”

“Dembé.”

“Wat een mooie naam. Weet je dat dat ‘vrede’ betekent?”

De twee mannen komen de hoek om. “Deze jongen hoort bij mij”, zegt de vrouw op besliste toon. De mannen draaien zich om en gaan weg.

De vrouw neemt Dembé mee naar een huis. Daar zijn nog veel meer kinderen. Hij krijgt wat te eten. Voor het eerst in lange tijd durft Dembé  zich een beetje te ontspannen en hij valt in een diepe slaap.

De meeste kinderen in het huis komen uit dezelfde provincie als Dembé. De vrouw legt aan Dembé  uit dat hij hier naar school mag. Ondertussen neemt de organisatie waar de vrouw voor werkt contact op met de moeder van Dembé  en maken ze een plan hoe hij weer naar huis kan.

Het is zes jaar later. Dembé staat voor het huis van zijn moeder. Hij heeft in de achterliggende jaren geleerd om het land te verbouwen. Het is geen vetpot, maar zijn moeder en zusjes hoeven geen honger meer te leiden. De kinderen uit het dorp kijken tegen hem op en hij helpt hen met hun huiswerk. Alles begint met school.

Hij pakt de voetbal die hij in Kampala gekregen heeft. “Wie doet er mee”, roept hij. Uitgelaten kinderen rennen naar hem toe. Dembé lacht. Hier is hij thuis!

Meer informatie over het project van Kerk in actie voor de Karamojong kinderen in Kampala lees je hier.

Als de toverhazelaar bloeit

10 apr

Toen we afscheid namen van de Protestantse Gemeente ’t Harde, kregen we onder andere als afscheidscadeau een bloeiende toverhazelaar. Het is een prachtige struik die in de winter bloeit en midden in de kou en dorheid al vooruit wijst naar de lente. Afgelopen februari liep de struik opnieuw uit en bloeide uitbundig. Als de hazelaar bloeit, is er dus een jaar voorbij – ons eerste jaar in Vriezenveen.

toverhazelaar

 

Hartelijke ontvangst

Terugkijkend kunnen we niet anders zeggen dan dat het een mooi en inspirerend jaar is geweest. Toen we hier kwamen wonen, zijn we hartelijk ontvangen. Een hartelijkheid die het hele jaar met ons mee is gegaan. Het heeft ons alle drie geholpen om ons snel vertrouwd en thuis te voelen in onze nieuwe woonplaats en onze nieuwe geloofsgemeenschap.

Spannende uitdagingen voor een energieke gemeente

Ik heb de Ontmoetingskerk leren kennen als een betrokken gemeenschap met een zeer actieve kern. Het omzien neemt een grote plaats in en er zijn dan ook vele vrijwilligers actief in het bezoekwerk. Het is een gemeente met ruimte, een gemeente die open staat voor nieuwe initiatieven en nieuwe inzichten. Tegelijkertijd is onze gemeente vertrouwd met de rijkdom uit de (liturgische) traditie en wil deze rijkdom ook graag doorgeven aan de komende generaties. Het is een uitstekend fundament om de ontwikkelingen en uitdagingen waar onze gemeente voor staat tegemoet te treden: enerzijds hernieuwd wortelen in de traditie, anderzijds zoeken naar mogelijkheden om aan te kunnen sluiten bij de huidige cultuur. Ik ben enthousiast over de energie in onze gemeente, het meedenken en meedoen van talloze vrijwilligers en de evenwichtige beleidsmatige kaders van de kerkenraad. Spannende ontwikkelingen waar we ons in de komende jaren mee moeten verhouden, is een veranderende betrokkenheid van de nieuwe generaties op geloof en kerk. Het aantal betrokken kerkleden en het aantal vrijwilligers zal minder worden. Tegelijkertijd is er in de samenleving een groeiende behoefte aan zingeving, aan verbondenheid en aan aandacht aan kwetsbare burgers. Veel zaken die nu vertrouwd zijn in de Ontmoetingskerk, zullen heroverwogen moeten worden.

Kerk als gesprekspartner bij levensvragen?

In het afgelopen jaar heb ik veel mensen bezocht. Ik heb geprobeerd om eerst die mensen een bezoek te brengen die door het bezoekteam zijn aangedragen. Mocht u graag met mij een kennismakingsgesprek willen of een gesprek over bepaalde vragen of moeiten, laat het me even weten via ouderling of contactpersoon, of via telefoon of mail. Wat opvalt in de pastorale contacten, is dat de kerk voor de jongere generaties niet meer een vanzelfsprekende gesprekspartner is. Vragen rond gezondheid, levensovertuiging, (ethische) keuzes, zingeving en geloof worden in andere verbanden besproken. Het roept bij mij de vraag op hoe we als kerk weer van betekenis kunnen worden voor een groeiende groep binnen en buiten de kerk.

Haast

Het is een jaar geweest van verkennen, maar ook van haast. Ik heb de indruk dat sommige ontwikkelingen in de cultuur vragen om een snelle reactie. Het is goed dat ik in de gemeente meerdere gesprekspartners heb om mee af te stemmen: wat is wijs, wat is goed, wat is nodig?

Er is zoveel te vertellen over het eerste jaar, maar laat ik hiermee afsluiten: we voelen ons op onze plek, we zijn opnieuw thuis gekomen. Ik kijk met vertrouwen en enthousiasme uit naar het tweede jaar om met de Ontmoetingskerk mee te mogen bouwen aan Gods Koninkrijk.

 

Thuis komen

18 feb

De eerste werkweek in dienst van de Ontmoetingskerk in Vriezenveen in begonnen. Zo kort geleden nog waren we nog thuis en actief op ’t Harde. Het loopje naar de Boni, even op het bord in de kerk kijken of ik nog vergaderingen aan het vergeten ben, het aanbellen op vrijdag of we de auto even van de oprit willen zetten voor de koelwagen van de Voedselbank (sorry, weer vergeten), het rondje met de hond langs de Dennenweg en Eikenlaan – vertrouwd en gewoon. En dan heb ik het nog niet eens over al die mensen waardoor we ons op ons gemak voelden in ’t Harde. Gemeenteleden, buurtgenoten, mensen die op mijn pad kwamen, vrienden en kennissen – ’t Harde is een dorp vol bekenden.

Als ik eerlijk ben, zag ik dan ook behoorlijk op tegen het afscheid en het nieuwe begin. Afscheid nemen van mensen die je lief en dierbaar zijn geworden. Afscheid nemen van een plaats die vertrouwd is, waar mensen mij kennen en ik de mensen ken. Ik weet wat ik heb, en waar ik op kan rekenen – en dan aan iets nieuws beginnen in een plaats waar ik niemand ken. Sterker nog, ik wist geen eens waar Vriezenveen lag…

home

Terugkijkend is het echter verrassend verlopen. Eigenlijk voelden we ons al direct thuis in Vriezenveen. Natuurlijk – we hebben als gezin deze stap gezet, en in onze onderlinge verbondenheid en liefde, wortelt ons thuisgevoel. Maar er is meer over te zeggen. Op 30 januari reden we de oprit op van ons nieuwe huis. De vlag hing uit, een spandoek met ‘welkom’ stond in de tuin, de koffie was al klaar. Een team van tientallen vrijwilligers had in de weken daarvoor hard gewerkt om ons huis op te knappen. Uit de inzet, inspanningen en plezier van de vrijwilligers sprak zoveel liefde, dat we ons opgenomen voelden in de gemeenschap van de Ontmoetingskerk. Het was de liefde van die vrijwilligers in de weken voorafgaand aan onze verhuizing, die het mogelijk had gemaakt om met aandacht afscheid te kunnen nemen van ’t Harde. Het was ook de liefde van de mensen uit ’t Harde die ons de ruimte gaven om te kunnen gaan, zodat we ook los durfden laten. Misschien is dat wel de grootste en moeilijkste opgave van liefde: durven loslaten, in het vertrouwen dat de ander op eigen kracht de weg kan gaan – gedragen door de zegen.

We ervaren dit als een groot geschenk. Als genade. Dat we zo al snel thuis mogen komen in ons nieuwe huis. Het is een ervaring die ruimte maakt om met vertrouwen op weg te gaan naar de toekomst. Een fundament om rust en vrede te ervaren. Ik realiseer me ook dat thuiskomen helemaal niet vanzelfsprekend is. Soms kun je door onrust in jezelf vervreemd zijn geraakt, of door ervaringen van verlies vreemdeling geworden in je eigen leven.

De Bijbel spreekt op een bijzondere manier over thuiskomen – dat is uiteindelijk Gods grote verlangen. Dat we thuis mogen komen in zijn Koninkrijk. Een hoopvol perspectief dat straks ten volle werkelijkheid zal worden. Maar ook nu al kan dat Koninkrijk oplichten. Paulus schrijft dat we burgers zijn van dat Koninkrijk. Het overstijgt al onze verschillen en onze beperkingen. Een verbindend Rijk. En wat het mooiste is: hét kenmerk van dar Koninkrijk is de liefde (1 Kor. 13). Daar waar uit liefde wordt geleefd, waar liefde wordt gedeeld, waar mensen niet voor zichzelf leven, maar ten dienste van God en de ander, waar liefde mensen weer in hun waarde herstelt, daar wordt iets zichtbaar van het Koninkrijk.  Dat is wat we geproefd hebben in ’t Harde en in Vriezenveen. Een liefde waarin iets oplicht van Gods Koninkrijk. Dan kun je thuiskomen – zowel in ’t Harde als in Vriezenveen.

We zijn dankbaar voor de liefde die kenmerkend is voor de gemeenschap van de Ontmoetingskerk in Vriezenveen. Het maakt dat we ook met vertrouwen naar voren kunnen kijken, Want we zijn thuisgekomen.

Thuis!

11 jun

“Achmed? Achmed! Waar zit je met je gedachten?” De juf liep snel naar het tafeltje van Achmed. Dat had hij de laatste wel vaker, dat hij zat te dagdromen. Soms kon hij zomaar een hele ochtend stil voor zich uit zitten kijken. Hij zat nu vooraan in de klas, zodat hij makkelijker zou kunnen opletten, maar nog steeds gingen zijn gedachten vaak terug naar vroeger.

Hij herinnerde zich hun reis nog levendig. In de bonkige vrachtauto, dicht tegen elkaar aan. De angst in de ogen van moeder, gespannen hoop bij zijn vader. Het was niet gemakkelijk geweest om de keus te maken om te vluchten, had zijn vader later verteld. Om alles achter je te laten. Het huis, de tuin, de schommel, vrienden, familie. Op weg naar een onbekend land, een onbekende toekomst tegemoet.

vluchteling

Ze woonden vroeger in een mooi en vriendelijk dorp, maar na de oorlog was alles veranderd. De buren wilden niet meer met hen praten. Op de markt werden ze niet meer geholpen. Op een avond vloog er een steen door de ruit. Eerst fluisterden de mensen: ‘Jullie horen hier niet!’, maar nu riepen ze hen na: ‘Ga toch terug naar waar je vandaan komt!’. Achmed en zijn zusje hadden er niets van begrepen. Waarom speelden hun vriendjes niet meer met hen? Hij hoorde toch hier? Waarom deed iedereen dan zo boos? Vader had geprobeerd om het uit te leggen. Moeder kwam uit een ander land, en nu gaven de mensen hun de schuld van de problemen en spanningen. Zij konden niet naar het dorp van moeder teruggaan, omdat ze op een andere manier geloven. Daar zouden de dorpelingen hen ook uitjouwen en uitschelden. Ze waren vreemdelingen geworden, en hadden nergens een thuis.

De sfeer in het dorp was grimmiger geworden. Toen de muren van het huis beklad waren, was de maat vol. Een neef van vader wist hoe ze naar een veilig land konden komen, en op een avond waren ze weggegaan. Gevlucht.

In hun nieuwe land was het niet gemakkelijk geweest. Achmed en zijn zusje moesten naar een school in de buurt van het asielzoekerscentrum waar ze onderdak hadden gekregen. Het was moeilijk om de juf te begrijpen, en ook de kinderen konden ze niet goed verstaan. Wel merkte Achmed dat hij werd uitgelachen. Later begonnen de jongens uit de hogere klas hem te pesten. Hij durfde het niet aan zijn ouders te vertellen. Hij had zich nog nooit zo eenzaam en zo verloren gevoeld.

Een tijd later waren ze opnieuw verhuisd. Ze hadden gehoord dat ze mochten blijven. Vader en moeder vonden allebei een baantje, en Achmed en zijn zusje gingen naar een nieuwe school. Het was spannend om weer opnieuw te beginnen. Weer een klas te zien met kinderen die naar hem keken. In de pauze stond hij in een hoekje op het schoolplein. Opeens voelde hij een hand op zijn schouder. Het was Sjoerd, de stoerste jongen van de klas. “He”, zei Sjoerd, “We zijn aan het voetballen, doe je mee?” Achmed kon zijn oren niet geloven. Meedoen? Hij voelde zich helemaal gelukkig worden.

Er werd aan zijn schouder getrokken. “Achmed! Achmed?! Waar zit je met je gedachten?” Achmed keek de juf met een brede grijs aan. “Ik ben thuis, juffrouw!”