Tag Archives: troost

Troost – eucharistie in Londen

22 dec

Van vrijdag 12 tot en maandag 14 december vond de studiereis naar Londen plaats, een reis in het kader van de Missionaire Specialisatie. We bezochten in Londen verschillende kerken en spraken met verschillende voorgangers. Waarom Londen? Het is de bakermat van de ‘fresh expressions of church’: nieuwe en vrije vormen van kerk voor een veranderende cultuur om mensen aan te spreken die niet of nauwelijks bereikt worden door de huidige vormen van kerk. Welke vormen kunnen bijdragen om de kloof tussen het goede nieuws van Jezus Christus en de culturele context te slechten? Zijn er mogelijkheden om nieuwe geloofsgemeenschappen te stichten rond het evangelie? Het leverde vele gedachten, vragen en ideeën op – een blog hierover volgt binnenkort.

st james s piccadilly

Geraakt in St. James’s Church Piccadilly 

Het was een intensief en indrukwekkend weekend door alle ervaringen en gesprekken. Een ervaring raakte mij zo diep, dat ik tijdens die samenkomst emotioneel werd. Een ervaring die ik koester, en die mij puzzelt. Wat gebeurde er precies? Had het met mijn eigen verhaal te maken of gebeurde er meer? Opvallend was dat meerdere collegae achteraf vertelden dat ook zij door de samenkomst geraakt waren.

Wat gebeurde er? Op zondagmorgen bezochten we de St. James’s Church Piccadilly (Church of England) voor een eucharistieviering met ds. Lucy Winkett.  De viering begon om 11.00 uur – een redelijke tijd voor de zondagochtend. Er was ruimte voor voorzichtig uitslapen en een uitgebreid ontbijt. We namen de traditionele rode dubbeldekker bus naar het centrum, maar al snel raakten we verstrikt in het vroege kerstwinkelverkeer.

Dak- en thuislozen

Iets te laat en met enige haast staken we het kerkplein over om de kerk binnen te gaan. Op het kerkplein zaten en liepen verschillende dak- en thuislozen. Een bord kondigde een special kerstdienst aan voor mensen die moeite hebben met kerst: ‘Blue Christmas’. Aandacht voor mensen met hun eigen levensverhalen en beleving. Mooi.

Rechts op het plein stond een caravan (zo’n keet van gemeentewerken) voor pastorale gesprekken voor dak- en thuislozen. In het nagesprek met Lucy Winkett bleek dat de daklozen in de kerk mochten blijven slapen. Niet in de zalen en bijgebouwen, maar in de kerkzaal. In het heilige. Dicht bij God.

Welkom in Gods Rijk

We schoven aan in de banken van de St. James’s Church. De kerk rook sterk naar wierook. De geluiden van de stad drongen gedempt de ruimte binnen. Het was vol. Ik kwam naast een dakloze jongeman te zitten. De mensen om mij heen knikten vriendelijk naar me. In de bank lagen geen liedboeken of liturgieën, maar een vrouw liep de kerkzaal door en deelde liturgieën uit – en bleef dit doen gedurende het eerste deel van de viering. Mensen bleven binnendruppelen en aanschuiven. Het maakte dat ik me welkom voelde, uitgenodigd. Voor in de kerk zat een travestiet. Verspreid in de kerkzaal zaten meerdere daklozen. Schuin voor mij zat een man met zijn hondje, dat de hele dienst stil was, maar de zegen met geblaf beantwoordde.  Achter mij zaten mensen uit Schotland, daarnaast een vrouw die op de racefiets was gekomen. De helm nog op. Tussen deze mensen, geaccepteerd in hun manier van aanwezig zijn, voelde ik mij ook thuis komen. Op verzoek van de voorganger gaven we elkaar een hand en maakten even kennis met elkaar.

Misschien klinkt het enigszins chaotisch wanneer ik zo de context van de viering beschrijf, maar zo voelde het niet, en zo wás het ook niet. Het bracht juist ruimte waarbinnen we een geloofsgemeenschap werden. Paulus schrijft dat we geen vreemdelingen en bijwoners meer zijn, maar burgers van Gods Koninkrijk. Misschien was dat wel het eerste dat er gebeurde: we werden deel van het lichaam van Christus. In die ruimte klonk een uiterst zorgvuldig samengestelde liturgie die zich met zorg en goed voorbereid aan ons voltrok. Ruimte voor heiligheid. Ook de teksten van de gebeden, liederen, overdenking en eucharistie waren uitnodigend en inclusief. In de woordkeuze werd niemand buitengesloten: vrouwen en mannen, ouderen en jongeren, hetero’s en homo’s, de verschillende culturen – samen verbonden door Christus.

Genade ontvangen in de eucharistie

In de verkondiging benadrukte ds. Lucy Winkett de levensveranderende kracht van Gods genade. Drie zaken kunnen we niet veranderen: ons verleden, de waarheid en de ander. Het verleden heeft me gevormd en gaat met me mee. Soms bepaalt het verleden mijn toekomstbeleving en mijn keuzes in het hier en nu – lang niet altijd bewust. Gods genade nodigt uit om vrede te sluiten met mijn verleden, vergeving te vinden en los te kunnen laten.

Vanuit deze context (ervaring van geloofsgemeenschap en het horen over de kracht van Gods genade) klonken vervolgens het tafelgebed en de nodiging tot de eucharistie. Bij het breken van het brood sprak de voorganger verschillende woorden, onder andere: het lichaam van Christus, gebroken voor de gebrokenen. Op dat moment werd ik mij bewust van een krachtig verlangen om deel uit te maken van Christus’ lichaam – van Christus zelf. In de kring werd brood en wijn gedeeld en werd mijn ziel gevoed.

Het was voor mij groots en bijzonder om mijn verlangen te ervaren en toe te staan. Dat was genezend. Troost in Londen.

‘Vang mijn tranen op in uw kruik’ – zondag van de voleinding

23 nov

Op zondag 23 november 2014 is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Het is om verschillende redenen een bijzondere zondag. Volgende week zondag begint het nieuwe kerkelijk jaar met advent: inkeer, verstilling en verwachting. Het vooruitkijken naar een nieuw begin, naar tekenen van hoop – hoe klein en kwetsbaar die hoop soms ook kan zijn. Vier weken lang leven we toe naar Kerst, het feest van de menswording van God. We leven toe naar de geboorte van Jezus die Gods Naam in onze diepste nood en duisternis heeft gespeld. In het midden van de gebrokenheid, van ontheemding en eenzaamheid, heeft Hij het koninkrijk van God aangekondigd: het Rijk van vrede, recht en barmhartigheid.

traan

Gebrokenheid

Het is de gebrokenheid die we soms tot diep in onze ziel kunnen ervaren. Zeker wanneer we geliefden los hebben moeten laten en onze weg al wankelend en aarzelend zoeken in dat onbekende land van de rouw. Op de laatste zondag van het kerkelijke jaar  noemen we de namen van hen die ons uit ons midden in het afgelopen kerkelijk jaar ontvallen zijn. Als kerkelijke gemeenschap gedenken we. We hechten er waarde aan om ruimte te maken voor verdriet, gemis en verlies. Het noemen van de namen stelt onze overledenen present in ons midden, in de ruimte en de geborgenheid van God. Zoals we ook met het vieren van het Avondmaal ons verbonden weten door het Lichaam van Christus met allen die ons zijn voorgegaan.

We noemen zowel de namen van de overledenen als ook van de dopelingen. De doop vertelt ons van Gods genade: Gods liefde vóór alles uit. De doop tekent Gods bewogenheid en betrokkenheid: door het water van nood en dood worden wij in het licht van het leven geheven. Vanuit deze doopgedachtenis gedenken we. We mogen wandelen onder Gods hoede in het licht van het leven (psalm 56, 14). Het is een hoopvolle belofte die op ons toekomt.

Land van ellende

De dichter van psalm 56 roept vanuit een bedreiging en verdrukking tot God. ‘Wees mij genadig’. De dichter verkeert in ellendige omstandigheden. ‘Ellende’ betekent letterlijk: ‘uitlandig zijn’. Hij is een vreemdeling geworden in zijn eigen leven. Een leven dat gekenmerkt wordt door het verlangen om weer thuis te komen, ten diepste gekend te zijn. Een leven dat gekenmerkt wordt door heimwee. Heimwee naar de tijd voordat … Heimwee naar onze geliefden die er niet meer zijn. Heimwee – een pijn die snijdt door het hart.

‘Wees mij genadig, God’ – een roepen vanuit de diepte, vanuit de gebrokenheid. Een roepen als het diepst denkbare gebed. De dichter David noemt de psalm ‘een stil gebed’. Woordloos en zonder geluid kan ons roepen zijn. Maar in alles wat onzeker is geworden, in de chaos en de dreiging, weet David tot wie hij moet roepen: God! De psalm maakt ruimte voor vragen, voor woede en voor verdriet. Dat is heilzaam.

‘Vang mijn tranen op in uw kruik’

Hier in deze psalm klinkt geen goedkope troost. Geen voorbarige troost. Hier is ruimte voor het verdriet. ‘Vang mijn tranen op in uw kruik’. Dat is ondanks alles de grond onder de voeten van David, de zekerheid in zijn gebroken bestaan. Mijn verhaal is verbonden met deze God. Hij heeft weet van elke traan. Wat kunnen wij soms in stilte lijden. Hoe kunnen we ons soms verstikt voelen in verdriet. Hoeveel pijn kan er soms achter één enkele traan schuil gaan? Voor God zijn onze tranen kostbaar. Voor God mag ons verdriet bestaan. Hij troost ons – zachtjes droogt Hij de tranen van onze ogen. Een liefdevol en troostrijk beeld uit Openbaring 21. Een beeld om vast te houden op deze zondag van de voleinding.