Tag Archives: veiligheid

Huiswerk voor D66?

7 mrt

Afgelopen week werden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar seksueel misbruik en machtsmisbruik in het landelijk bestuur van D66. Het onderzoek was een snelle en adequate reactie op een anonieme klacht die in december 2020 naar buiten kwam. Verschillende media berichtten over deze klacht.

De reactie van lijsttrekker Kaag op de anonieme klacht was voortvarend. Ze liet weten direct een onderzoek te laten uitvoeren door een onafhankelijk onderzoeksbureau naar seksuele intimidatie in de eigen gelederen. Openheid over machtsmisbruik en seksuele intimidatie in eigen gelederen en transparantie over het proces zijn belangrijke voorwaarden om een veilig klimaat te creëren.

Het rapport zelf en de reactie van D66 roepen echter vragen op. “Op deze plaats volstaan wij daarom met een kernachtige conclusie. Uit het onderzoek zijn geen situaties van seksuele intimidatie en machtsmisbruik door betrokkene gebleken” stelt onderzoeksbureau Bink. Tegelijkertijd lijkt een aantal uitkomsten in tegenspraak te zijn met deze conclusie.

Allereerst is in het onderzoek te lezen dat zeven personen zich hebben gemeld omdat zij zich onveilig voelden. Het onderzoeksbureau heeft deze verhalen niet meegenomen in het onderzoek omdat die volgens het bureau geen betrekking zouden hebben op machtsmisbruik of seksuele intimidatie. In de tweede plaats hebben zich negen andere personen gemeld die klaagden over cultuur binnen D66. Omdat deze personen verder niet mee wilden werken aan het onderzoek zijn deze verhalen buiten het onderzoek gehouden. In de derde plaats is er nog een wonderlijk gegeven. De anonieme klacht heeft betrekking op een vooraanstaande D66-er en een medewerker. De D66-er heeft contact gezocht met de medewerker die daar niet van gediend was en de politie heeft verwittigd. Er is geen aanklacht ingediend, meldt het rapport. Tot slot vermeldt het rapport dat het bij het liberale gedachtegoed hoort dat er ruimte is op partijcongressen voor flirten en seksuele relaties.

Hier begint het huiswerk voor D66. Want waar een deel van de geïnterviewden zegt dat dat flirten en seksuele toespelingen er gewoon bij horen, vertelt het rapport ook dit: “Anderen geïnterviewden geven echter aan dat er daarbij soms sprake is van grensoverschrijdend gedrag van bepaalde mannen doordat er ongepaste en seksistische/denigrerende opmerkingen worden gemaakt over en richting vrouwen of doordat bepaalde mannen te veel in de persoonlijke ruimte van (jonge) vrouwen komen. Deze mannen zouden zich er onvoldoende van bewust zijn dat dergelijk gedrag als ongewenst of ongepast kan worden gezien en spreken elkaar onderling onvoldoende aan op dit gedrag, waardoor het blijft voortbestaan. Dergelijke gedragingen kunnen volgens deze geïnterviewden een gevoel van onveiligheid binnen de partij veroorzaken.”

Het is wonderlijk dat de onveiligheid binnen de partij niet tot meer verontwaardiging en onrust leidt. #Metoo heeft in de achterliggende jaren duidelijk gemaakt dat mensen met macht het flirten, de grappen en grensoverschrijdingen heel anders waarderen dan de mensen die in een positie van afhankelijkheid verkeren. Ook is net een onderzoek verschenen dat aangeeft dat een groot deel van vrouwelijke politici met seksisme en haat. Wat zou het fijn zijn als je eigen politieke partij een veilige plek zou zijn waar vrouwen op een gezonde manier support ontvangen.

Het is te weinig om de sfeer binnen te partij over te laten aan de goede intenties van de leden zelf. Die goede intenties zijn er namelijk niet of te weinig. In ieder geval bij de mensen met macht. In een onveilige sfeer draagt flirten bij tot het vergroten van die onveiligheid. Als het flirten en de seksuele relaties niet geproblematiseerd worden in deze onveilige context, zal iedereen in een afhankelijke positie kwetsbaar blijven.

Zeven teksten tegen de angst

30 sep

Angst kan heel bepalend zijn. Soms heb je dingen meegemaakt die je angstig hebben gemaakt. Soms heb je gedachten die je angstig kunnen maken. Gedachten over de eindigheid van ons bestaan, gedachten over de oneindigheid van het heelal, gedachten over wat je niet kunt begrijpen. Soms ben je bang dat je niet goed genoeg bent, bang wat de ander van jou vindt. Vaak verstop je je angst. Anderen hebben geen idee waar je mee worstelt en het overeind houden van de muren kost soms zoveel energie. Juist op momenten dat je alleen bent, kun je je overvallen voelen door je angst. Of je kiest er maar voor om bepaalde activiteiten niet meer te bezoeken.

De Bijbel heeft weet van die existentiële angsten: mag ik er zijn? Doe ik er toe? Ben ik de moeite waard? Ben ik veilig? Wanneer engelen in de evangeliën aan Zacharias, Maria of de herders goed nieuws te vertellen hebben, begint hun boodschap vaak met de mededeling: ‘Wees niet bang’. In dit blog zeven teksten tegen de angst. Wel goed om te weten: soms hebben angsten een psychologische oorzaak. Bijbellezen en bidden kunnen je helpen om rustiger te worden, maar het is ook goed om daarnaast naar de diepere redenen van je angst te leren kijken.

Zondag: Gen. 1, 1-3 “Er moet licht komen”

11 In het begin schiep God de hemel en de aarde.  2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.  3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

Het eerste woord dat God in de Bijbel spreekt is ‘licht’. De wereld ligt er in alle verlatenheid bij. Er heerst chaos. De aarde is woest en doods. Er is duisternis. Er is geen vaste grond. Misschien herken je dat ook wel in je eigen leven. Je hebt het gevoel dat er geen houvast meer is, dat je ten onder gaat door chaos en wanhoop. Dat maakt angstig.

In de chaos van de oervloed spreekt God. De donkerte en duisternis mogen niet het laatste woord krijgen. Er moet licht komen. Het licht is niet de zon, die wordt immers pas later geschapen in het verhaal. Het licht heeft alles te maken met Gods scheppend woord. Het is licht tegen wanhoop en moedeloosheid. De chaos wordt een halt toegeroepen en we ontvangen hoop. Dat dit licht vandaag met je mee mag gaan. Gods scheppend woord als tegenwicht tegen de angst.

Gebed: steek met aandacht een kaarsje of waxinelichtje aan en denk daarbij of spreek hardop uit: ‘Ik ontsteek het licht van Christus. Teken van hoop, teken van opstanding. Dat het licht van Christus mij mag dragen en verlichten, zodat mijn angst niet het laatste woord heeft.

Om te zingen:  

Maandag: Johannes 16, 33 “Ik heb de wereld overwonnen”

33 Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’

De maandag is zo’n dag. Een nieuwe werkweek. Een nieuwe week waarin je misschien klem zit, niet kunt werken en je angst je misschien verlamt. Misschien lukt het je om je taken die voor vandaag gepland staan voor elkaar te boksen, maar wat kan het soms zwaar zijn. Misschien is het goed om even een stapje terug te doen. Soms is het gewoon lastig en zwaar. Soms lukt het gewoon even niet. Probeer dit voor nu maar even te accepteren en luister naar de woorden van Jezus: ‘jullie zullen vrede vinden bij mij’.

Jezus spreekt hier met grote stelligheid over. ‘Ik heb de wereld overwonnen’. Uiteindelijk mag dat ook rust en vrede brengen.

Gebed: Heer Jezus, wanneer het donker zich vastzet in mijn denken en in mijn hart, wanneer mijn onrust mijn dag bezwaard, geef mij dan uw vrede. Dat is rsut mag vinden en thuis mag komen, in het vertrouwen dat U de machten en krachten hebt overwonnen. Amen

Om te zingen: 

Dinsdag: Jeremia 1, 4 – 8 “Kijk eens met de ogen van God”

De HEER richtte zich tot mij: 5 ‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ 6 Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’ 7 Maar de HEER antwoordde: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag. 8 Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.’

Wat kun je soms twijfelen aan jezelf. Ben ik wel goed genoeg? Hoe zullen anderen naar mij kijken? Als Jeremia geroepen wordt, schrikt hij zich een ongeluk. Als hij één ding zeker weet, is het dat hij te jong is. Hij weet zeker dat hij niet geschikt is voor de taak. Maar God zegt: ‘Ik heb je geschapen, al in de moederschoot. Echt, Ik geloof in jou, Ik weet dat jij talenten hebt. Wees maar niet bang, het komt goed’.

En God doet een belofte: “Ik zal je terzijde staan’. Misschien kun je proberen om deze woorden op jouw eigen leven toe te passen. God heeft jou met zorg en liefde geschapen. Hij heeft jou talenten gegeven en Hij zal jou trouw blijven. Zou je iets van dat vertrouwen van God in jou met je mee kunnen nemen?

Gebed: God van genade, Schepper van al het leven, Schepper van mij  leven. Leer mij met uw ogen vol ontferming en genade naar mijzelf te kijken. Wilt U mij helpen om mijn angsten onder ogen te zien en te leren vertrouwen dat ik goed genoeg ben – zoals ik ben. Amen

Om te zingen: 

Woensdag: Jesaja 42, 1 – 3 “Zorg voor de gebrokene”

421 Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen. 2 Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; 3 het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.

Angst kan diep zitten. Doordat je beschadigd bent, doordat de energie letterlijk helemaal op, doordat je niet meer kunt. Je kunt angstig worden, omdat je bang bent dat je het niet redt. Of dat je in een gesprek bedoeld of onbedoeld net dat laatste zetje krijgt waardoor je helemaal dreigt in te storten. Misschien is het dan goed om deze tekst uit Jesaja in herinnering te roepen.

Het is een profetie over de Knecht van de  Heer, een beeld waar wij Jezus in mogen herkennen. Deze profetieën gaan over de Redder die God zal sturen. Deze redder komt niet met geweld en met veel lawaai. Nee, het is juist tegenovergesteld. Zonder schreeuwen, zonder stemverheffing, maar mét zoveel aandacht. Juist voor het gebrokene. Het geknakte breekt Hij niet af. In al je gebrokenheid draagt Hij jou. Het vlammetje dat bijna gedoofd is, wakkert Hij weer aan. Misschien dat deze tekst je mag bemoedigen vandaag.

Gebed: Lieve God, U ziet het gebrokene, U ziet het gekwetste, U ziet mij wanneer mijn vlammetje uit dreigt te gaan. Wilt U mij op handen dragen, opdat ik iets van energie mag ervaren, zodat ik de angst dat het allemaal niet meer lukt in uw hand mag leggen. Amen

Om te zingen: 

Donderdag: Jesaja 9, 1  “Ik zie een schitterend licht” 

91 Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.

Het hoort bij onze realiteit dat het duister kan zijn. We kunnen niet voorkomen dat we zelf of dat onze geliefden op enig moment door donkere dalen gaan. Wij kunnen onszelf niet voor het kwaad behoeden, ondanks alle protocollen en evaluaties. Soms gaat het nog een spade dieper. ‘Zij die wonen in het donker’ schrijft Jesaja. Zo kan het ook zijn. Door wat je mee hebt gemaakt, is het donker je eigen geworden. Misschien versterkt dat donker ook je angst. In de Bijbel staat het donker voor wanhoop, voor leven zonder toekomst.

Maar Jesaja zegt dat het daar niet bij blijft. Degene die ronddoolt, de draad kwijt is, degene die in het donker stil is gevallen, zal een schitterend licht zien. Het duister zal doorbroken worden door een helder licht. Johannes spreekt over Christus als het licht van wereld. Moge dat je ook rust geven dat het licht schijnt tot in de diepste duisternis.

Gebed: Hemelse Vader, dank U wel voor sporen van licht, voor het schitterende licht, Jezus Christus, die tot in de diepste duisternis schijnt. Geef dat dit licht mij mag helpen om angsten onder ogen te zien en bij U neer te leggen. Amen

Om te zingen: 

Vrijdag: psalm 46, 2 – 4 “Een veilige plaats”

2 God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. 3 Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. 4 Laat de watervloed maar kolken en koken, de hoge golven de bergen doen beven. 

Wat ik je toewens dat je momenten mag kennen waar deze psalm over zingt. Dat ondanks alles waar je doorheen moet en waar je mee te kampen hebt, je God leert kennen als een veilige schuilplaats en een betrouwbare hulp. De omstandigheden waar de dichter mee te maken heeft, doen denken aan Genesis 1, aan het begin van de schepping. De golven die over elkaar heen slaan, het gemis van vast grond. Wat kan dat angstig maken en wat kun je dan verlangen naar veiligheid en hulp. Dat de woorden van deze dichter ook de jouwe moge worden, meer en meer.

Gebed: God van Licht en Leven, we roepen U aan in de stormen van ons leven, in de gebeurtenissen die de grond onder onze voeten kan doen trillen. We roepen U aan in tijden van angst, in het verlangen naar rust en veiligheid. Dat we mogen schuilen onder uw vleugels. Dat U voor ons een veilige schuilplaats bent. Dat U een betrouwbare hulp bent – voor mij, voor wie naar U verlangt. Amen.

Om te zingen: 

Zaterdag: Johannes 8, 12

12 Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ 

Er kunnen vele oorzaken zijn waarom je worstelt met angst. Wat ik weet dat angsten niet zomaar weg gebeden kunnen worden. Soms is gebed toereikend. Soms zijn gesprekken nodig. Soms moet je dingen onder ogen zien die al zo lang met je meegaan. Mag in de weg die je gaat het licht van Christus met je meegaan. Ik wens je toe dat je mag lopen met je gezicht naar de zon; dat het licht van Christus met je meegaat; dat je van tijd tot tijd kunt schuilen bij God; dat je zo je weg mag vervolgen – niet alleen, maar gedragen door Gods vrede.

Gebed: Heer Jezus, licht voor de wereld. Wees mijn licht, dat uw licht mijn weg mag beschijnen, opdat ik veilig kan gaan, gedragen door uw vrede. Amen

Om te zingen:

Waar hebben mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld behoefte aan – deel II

8 feb

(Dit artikel, dat is verschenen in Praktische Theologie 2000/3, heb ik in twee delen geplaatst. Het eerste deel vind je hier. )

Vijf fundamentele pastorale behoeften

1. Veiligheid

In het verhaal van Els valt op hoe angstig zij is. Deze angst komt voort uit een voortdurend aanwezig gevoel van onveiligheid. De onveiligheid in hun leven heeft betrekking op verschillende dimensies van mens-zijn. In de eerste plaats is de lichamelijke integriteit en veiligheid aangetast door het geweld. Het slachtoffer is door het geweld de controle over haar / zijn lichaam kwijt. De onmacht die tijdens het misbruik wordt ervaren, blijft het slachtoffer achtervolgen, ook wanneer de misbruikende relaties beëindigd zijn. Door de ervaren onmacht en door het verlies van controle over de eigen lichamelijke integriteit, ontstaat een blijvend gevoel van angst dat voortkomt uit het gevoel van onveiligheid.

In de tweede plaats hebben slachtoffers het vertrouwen in de medemens verloren. In 80% van de gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer, iemand die door (de ouders/verzorgers van) het slachtoffer wordt vertrouwd. De gevolgen van dit verraden vertrouwen kunnen ernstig zijn. Ook kan het zijn dat het slachtoffer nooit de kans heeft gehad om vertrouwen te krijgen in anderen, omdat zij/hij al vroeg in de kindertijd te maken heeft gehad met seksueel geweld. De onmogelijkheid om anderen te vertrouwen levert een voortdurende dreiging op. Angst is de emotie die hoort bij het gevoel van onveiligheid.

In de derde plaats kan het seksueel geweld gevolgen hebben voor het geloofsleven. De interpretatie en het gebruik van religieuze teksten kunnen ten dienste hebben gestaan van de legitimatie van het geweld. Het misbruik van de Bijbel en de traditie laat overigens een ongemakkelijke kant zien. Sommige Bijbelgedeelten weerspiegelen immers de culturele waarden en normen van een tijd waarin door patriarchale opvattingen een klimaat heerst waarbinnen zwakkeren en machtelozen gemakkelijk tot slachtoffer kunnen worden gemaakt.

“Ik was bang dat ik gestraft zou worden, dat ik in de hel zou komen. Dat werd me ook heel vaak verteld. Altijd dat bestraffende vingertje. Zo zag ik God. Denk erom dat je niet je mond opentrekt, want dat mag niet. Daar zorgde mijn vader ook wel voor: want God straft. En: eer je vader en je moeder.” (Dorcas)

 “God was ook heel eng. Hij heeft ook alles gezien. Dus ik heb alles verkeerd gedaan. Ik dacht toen niet: mijn vader heeft het verkeerd gedaan. Mijn moeder heeft het verkeerd gedaan.”(Rianne)

 “Dat God alles ziet, en dat God dus ook verkeerde dingen straft. Dus al zag je vader of moeder het niet, dan zag God het wel. En dat was geen aardig iemand. Hij gaf ook nooit complimenten. Die kreeg ik trouwens ook nooit van mijn ouders – in feite was God een verlengstuk van mijn ouders. Mijn vader met name. Want als mijn vader dingen zag die verkeerd waren, dan werd ik gestraft. Nou, als God dingen zag die verkeerd waren, dan werd ik ook gestraft. “(Mieke)

Het gevoel van onveiligheid lijkt sterk bepalend, waardoor de behoefte aan veiligheid groot is. Wanneer een pastor een pastorale relatie aangaat met een beschadigd en bedreigd mens, zal (het werken aan) het herstellen van veiligheid prioriteit hebben. Het gevoel van onveiligheid komt voort uit de ervaring en de dreiging dat mensen onbetrouwbaar zijn. Het terugwinnen van het vermogen om te vertrouwen is uiteindelijk het middel om veiligheid te kunnen ervaren. De pastor zal in zijn/haar afspraken betrouwbaar moeten zijn: zeg niets toe wat je niet waar kunt maken, en maak waar wat je toezegt. Daarnaast zal het gesprek plaats dienen te vinden in een ruimte waarin dreiging afwezig is. Verheule (1997 Angst en bevrijding. p.372-274) spreekt van ‘pastoraat als ontmoeting zonder terreur’, of: ‘pastoraat als terreurvrije ruimte. ‘Hij omschrijft als een begrensde ruimte, waarbinnen veel mogelijk is. De pastor beschermt de pastorant(e) en is verantwoordelijk voor het bewaken van de grenzen van haar/hemzelf alsmede de grenzen van de gesprekpartner.

Een terreurvrije ruimte betekent ook dat de pastor werkelijke aandacht geeft aan de pastorante, waardoor het gesprek niet verstrikt zal raken in verborgen verwachtingen of vrijblijvendheid. Deze aandacht houdt in dat de pastor zowel naast als tegenover de pastorant(e) wil staan. Deze terreurvrije ruimte betreft al het handelen van de pastor: het gaat zowel over het pastorale gesprek als over de invulling van de eredienst.

geborgenheid

2. Ruimte

In het verhaal van Els werd zichtbaar haar herstel en  groeien samenhing met het krijgen van ruimte. Het was voor haar van wezenlijk belang dat zij ‘toestemming’ van haar predikant kreeg om de ruimte van (on)geloof te ontdekken. De behoefte aan ruimte (waardoor de autonomie van het slachtoffer een plek kan krijgen) is afgeleid van de ervaringen van afhankelijkheid aan autoriteiten en meer-machtigen. De afhankelijkheid en machteloosheid werd vooral binnen het gezin beleefd, waar de verzorgers absolute macht konden uitoefenen.

Gedeeltelijk werd deze uiterste afhankelijkheid ook op het religieuze vlak beleefd. Met andere woorden: binnen de religie is het zeer goed denkbaar dat slachtoffers zich opnieuw uitleveren aan een ander of Ander. Hierdoor worden zij in hun passiviteit gestimuleerd en bevestigd in hun slachtofferrol.

‘Kinderen zijn afhankelijk van hun ouders. Die moet je kunnen vertrouwen. Maar seksueel misbruik heeft alles te maken met niets waard zijn, maar doén met kinderen. Heel erg afhankelijk zijn, overgeleverd zijn, daar heeft het mee te maken. En er niets tegenin kunnen brengen. Dus als je het hebt over overgave, of dat nu aan een vriend of vriendin is, of aan God, dan geeft dat problemen.’ (Yvonne)

Een slachtoffer was tijdens de traumatische ervaring machteloos. Deze ervaring van onmacht kan in het verdere leven van het slachtoffer een beklemmende en belemmerende werking hebben. In een pastoraal contact zal de pastor voortdurend erop gericht moeten zijn om de autonomie van de pastorant(e) te bevestigen, te ondersteunen en op te bouwen. Ook wanneer de gesprekken gaan over zelfdoding, is het van belang om te blijven geloven in de autonomie van de ander.

De behoefte aan ruimte betekent dat het slachtoffer op zoek gaat naar haar/zijn eigen interpretatie van betekenisverlening of eventueel van geloof – de ruimte om dit zelf te mogen onderzoeken en te bepalen ondersteunt in belangrijke mate de autonomie.

3. Erkenning

De vraag of haar herinneringen op waarheid berustten, heeft Els voortdurend beziggehouden. Haar hele bestaan lijkt gecentreerd rond de vraag: geloof je mij? De behoefte aan erkenning is bij slachtoffers groot, omdat hun bestaan van deze behoefte lijkt af te hangen. Serieus genomen worden, geloofwaardig geacht worden, helpt om het verleden onder ogen te zien en om aan herstel en eigenwaarde te werken.

Soms kan er sprake zijn van een dilemma, omdat een pastor niet weet of het waar is wat een pastorant(e) vertelt. Dit kan samenhangen met een inconsistent verhaal van het slachtoffer, een tegenovergesteld verhaal van de vermeende dader, of ongeloof van de pastor. Dat een verhaal van een slachtoffer inconsistenties kan bevatten, is niet verwonderlijk. Door dissociatie en verdringing worden ervaringen eerst door triggers en nachtmerries teruggegeven. Het toe-eigenen van het levensverhaal is vaak een lange weg.

De erkenning van het slachtoffer van seksueel geweld heeft .een politieke dimensie. Wanneer een pastor oog heeft voor de grote omvang van seksueel geweld en daarin de maatschappelijke en politieke structuren herkent die dit mogelijk maken, herkent en benoemt, kan dit een slachtoffer helpen haar eigen verhaal als betrouwbaar te ervaren. Dat betekent dat een pastor ook kritisch is op de eigen traditie, oog heeft voor gendervraagstukken en machtsverhoudingen.

Een logische consequentie van het tegemoet komen aan de behoefte aan erkenning is dat nadrukkelijk gekozen wordt voor het slachtoffer en de daden van de pleger als onrecht aan de orde worden gesteld. Erkenning vraagt dus om geloof te hechten aan het slachtoffer en te streven naar gerechtigheid.

‘Want als je je mond dichthoudt en er niks over zegt, is er toch ook niks aan de hand. Dan zijn wij één grote gelukkige familie. Terwijl dat één grote leugen is.’ (Yvonne)

De nadruk op gerechtigheid lijkt op gespannen voet te staan met het spreken over vergeving. Voor velen ligt juist bij vergeving het zwaartepunt van de christelijke traditie. De vraag dient zich aan wie er belang heeft bij vergeving. Wanneer er in een situatie van seksueel geweld gesproken wordt over vergeving, is dit eerder de wens van de omgeving of van de dader dan van het slachtoffer. In dat geval heeft het er alle schijn van dat alleen de dader iets te winnen heeft bij vergeving.

Vergeving kan echter ook beschreven worden van het slachtoffer en betrokken worden  op het genezingsproces. Vergeving is dan het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma (M.M. Fortune, 1995, The transformation of suffering: a biblical and theological perspective. In: Adam and Fortune Violence against women and children) De voortdurende en directe herinneringen aan het geweld houden de angst in stand en beperken de mogelijkheden. Feitelijk gaat het seksueel geweld door zolang de herinneringen aan het misbruik de overhand hebben. Door haat en bitterheid blijft het slachtoffer verbonden met de dader. Vergeving kan een manier zijn om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol, zodat het slachtoffer verder kan met haar leven. Vergeving is een bevrijdende actie van en voor het slachtoffer, waardoor zij/hij de autonomie herstelt. Het is voor een slachtoffer van belang om het trauma los te kunnen laten en de verbondenheid met de dader (haat en bitterheid creëert een ongewilde verbondenheid) door te snijden. Vergeving kan hiervoor een middel zijn, maar is zeker niet de enige mogelijkheid. Soms is het slachtoffer zo beschadigd en gekwetst dat spreken over vergeving altijd een brug te ver zal blijken.

‘Ja, ik wil wel vergeven, maar ik kan het eenvoudig niet. Ik bedoel: ik herbeleef nog regelmatig die dingen die toen met mij gebeurd zijn. En dan beleef je dat gewoon lichamelijk. Als ik dat beleef – ja, sorry, hoor, maar dan ik niet – … dan ben ik niet vergevingsgezind op dat moment. Ik kan dan niet vergeven.’ (Ans) 

Vergeving is niet gelijk aan vergeten. Vergeving gaat samen op met gerechtigheid. Vergeving betekent erkenning van het aangedane leed, daar heeft het slachtoffer recht op. Tegelijkertijd betekent het dat het slachtoffer het recht heeft om af te zien van wraak of vergelding. (R.R. Ganzevoort, 1999, Verzoening na conflicten). Omdat voor gerechtigheid, vergeving en genezing het zwijgen doorbroken dient te worden, is dit niet alleen de verantwoordelijkheid van het slachtoffer of de dader, maar ook van de omstanders.

4. Warmte

Els leidde als kind een teruggetrokken en geïsoleerd bestaan. Door het geschonden en verraden vertrouwen was het voor haar lange tijd niet mogelijk om geborgenheid of troost te vinden of te ontvangen, terwijl ze dit juist zo hard nodig had. Veel slachtoffers ervaren eenzaamheid. Wanneer een kerkelijke gemeente als een betrokken gemeenschap functioneert, kan zij een belangrijke rol spelen op verschillende momenten in het proces van herstel van slachtoffers.

‘Ik denk toch dat ik een stukje steun, een stukje erkenning zocht. Ergens bij willen horen, of kunnen horen. Want op dat moment had ik gewoon bijna niemand. Daarom ging ik naar de kerk. Maar niemand zocht contact met mij. Toen voelde ik me dus veel eenzamer dan dat ik in mijn eentje was. Ik kwam gewoon steeds heel teleurgesteld thuis. En dan vanuit de kerk – dat zijn toch mensen die hart hebben voor de ander, die meer open staan. Tenminste dat denk je dan. En dat is gewoon niet gebeurd.’(Mieke)

Het isolement van een slachtoffer is het gevolg van verschillende processen. In de eerste plaats kan het isolement een gevolg zijn van loyaliteit aan de dader. Vaak is de dader een bekende van het slachtoffer, en is er sprake van een vertrouwensband. De prijs voor het verbreken van die vertrouwensrelatie is hoog: verlies van contacten, een onzekere toekomst. In de tweede plaats hebben omstanders (zowel in de kerk als in de samenleving) er belang bij om het verhaal niet te horen. Wanneer verhalen over seksueel geweld waar blijken te zijn, wordt de illusie van een veilige gemeenschap doorgeprikt. In de derde plaats is het isolement een gevolg van het overheersende wantrouwen van slachtoffers in medemensen. Door het geschonden en verraden vertrouwen door  mensen die dichtbij stonden, kan wantrouwen een tweede natuur worden. Het belangrijkste instrument om het isolement in stand te houden is het zwijgen: van de omstanders, de plegers en de slachtoffers.

Het doorbreken van het isolement en het bieden van geborgenheid (gezien en gehoord worden, er mogen zijn, troost ervaren) komen tegemoet aan de behoefte aan warmte. Hierin kan een kerkelijke gemeente een belangrijk verschil maken door slachtoffers met hun verhaal en hun pijn in haar midden op te nemen. De warmte van nabijheid en het vuur van verzet tegen onrecht kunnen de koude uit een eenzaam hart verdrijven. Het is belangrijk dat slachtoffers een taal aangereikt krijgen, waarin z/hij uitdrukking kan geven aan de ervaringen van geweld.

5. Heelheid

Het seksueel geweld heeft bij Els diepe sporen nagelaten. Ook na jaren van intensieve therapie weet zij dat bepaalde gevolgen altijd met haar mee zullen gaan. Toch pakt zij de draad van haar leven weer op, met haar man en kinderen. Het verlangen naar totale genezing, naar heelheid, zal altijd aanwezig zijn. De behoefte aan heelheid is dus ontleend aan de ervaringen van gebrokenheid . Doordat iemand de lichamelijke integriteit van een ander geweld aan doet, wordt niet alleen het lichaam, maar ook de ziel van een mens beschadigd. De gevolgen zijn dan ook terug te vinden op het lichamelijke, psychische, sociale en religieuze vlak.

‘Het misbruik heeft mijn eigenwaarde totaal verkreukeld. Ik was niks en werken kon ik niet. Eigenlijk kon ik niks. Het heeft jaren geduurd. En er over praten kon ook niet, want dan zou ik kapot gemaakt worden. Hij heeft mijn leven gewoon verknoeid. Het heeft mijn leven gewoon verknoeid.’ (Ans)

Om tegemoet te kunnen komen aan de behoefte aan heelheid, is het van belang om niet stil te blijven staan bij het slachtofferschap, maar de pastorale ontmoeting te plaatsen in het perspectief van menswording. H.Luther (Religion und Alltag. Bausteine zu einer Theologie des Subjekts, 1994, p. 170) spreekt in dit verband van een ‘fragmentarische identiteit’. Met dit begrip doelt hij op het verwijzende karakter van identiteit. Fragmenten ontlenen hun kracht aan de verwijzing naar heelheid en eenheid.

Het serieus nemen van de behoefte aan heelheid houdt in dat ook de gebrokenheid een plaats wordt gegeven. De fragmentarische identiteit biedt ruimte voor rouw, hoop en liefde. Dit in tegenstelling tot een identiteitsconcept dat uitgaat van een afgeronde of volle identiteit. De ontwikkeling van identiteit gaat immers niet alleen gepaard met groei en winst, maar ook met breuken en verlies. Fragmenten bieden ruimte aan rouw en verdriet. Vooral in crises wordt dit gegeven ervaren. Daarnaast is er in elk stadium van de identiteitsontwikkeling sprake van ‘steigers van de toekomst’. Er is het besef dat het proces nog niet af is. Tegenover verstarring staat het verlangen naar verdere groei. In die zin biedt het spreken over fragmenten ruimte aan hoop. Tot slot is er in elk stadium van de ontwikkeling van de eigen identiteit een dynamische wisselwerking met de ander. Door elke ontmoeting met de ander wordt de eigen identiteit opnieuw uitgedaagd vanwege de ervaring van verschil met die ander. Met dit gegeven biedt een fragmentarische identiteit ruimte aan liefde.

In deze betekenis transcendeert ‘fragment’ dus op drie vlakken: naar het verleden, naar de toekomst en naar de ander. Naast het transcenderende aspect is ook in het verlangen naar heelheid zelf de religieuze dimensie van identiteit gelegen.

Eén geheel

Deze vijf behoeften vormen samen één geheel. Elk van de behoeften veronderstelt de andere behoeften. Een kerkelijke gemeente die de ervaringen van geweld van gekwetste mensen niet accepteert, kan niet voldoen aan de behoefte aan warmte. Als er niet voldaan wordt aan de behoefte aan veiligheid, kan niet gewerkt worden aan de behoefte aan heelheid. Met andere woorden: de behoeften vormen een ‘totaalpakket’. Als één van de behoeften niet wordt gehoord, kan ook niet optimaal voldaan worden aan de andere behoeften.

Tegelijkertijd zijn het behoeften die binnen onze mogelijkheden liggen: de mogelijkheden van de kerkelijke gemeente en van ons als medestanders. Het vraagt om een open houding en het uithouden bij de verhalen die gekwetste mensen met zich meedragen. Veiligheid, erkenning, ruimte, warmte en heelheid. Als de gekwetste medemens er mag zijn met haar/zijn verhaal, is dat een wereld van verschil – een opening naar nieuwe ervaringen.