Tag Archives: vergeving

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 Jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schudvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501

 

Een tijd om te verzoenen

16 Mrt

De derde middag van de seniorenkring ging over vergeven en verzoenen. De ontwikkelingspsycholoog Erikson onderscheidt een aantal levensfasen in een mensenleven. Bij elke fase horen bepaalde thema’s en taken. In de laatste fase maken mensen de balans op. De verwachting van de tijd die rest is beduidend korter dan de tijd waarop men terug kan kijken. Een belangrijke vraag is of je al terugkijkend tot de conclusie kunt komen dat het leven goed is geweest, zoals het gegaan is. In deze levensfase komt het dus aan op acceptatie en zinvinding.

Niet langer verstoppen

Een eerste waardevolle les is dat het nadenken over vergeven en verzoenen uitnodigt om verborgen verhalen aan het licht te brengen, muren te slechten en maskers los te laten. Het meedragen van geheimen is zwaar. Soms lijken we bepaalde episoden volledig te zijn vergeten, maar juist in de ouderdom kunnen deze verhalen weer naar boven komen.

Opgewekt leven

Een tweede les is de opluchting die je kunt ervaren wanneer je vergeven wordt. Het vraagt om moed om fouten onder ogen zien en te erkennen en vervolgens te adresseren. In psalm 103 wordt vergeving en genezing in een adem genoemd. Een vergeven mens ontdekt levensruimte.

Misbruik 

Een derde les is dat vergeven ook een woord is dat vaak misbruikt is om onrecht te verdoezelen. Het is van belang om te bedenken dat wanneer je gekwetst en beschadigd bent je enerzijds tijd nodig hebt om de gevolgen te verwerken en anderzijds de processen van dader en slachtoffer niet parallel lopen. Vergeving heeft te maken met het erkennen van schuld (het is dus niet bagatelliseren of verdoezelen) en het afzien van wraak.

Wanneer iemand tot vergeven kan komen, kan dit rust en ruimte kan geven. Het loslaten van haat, woede en bitterheid helpt om vrede te vinden.

Gods genade

Wat op deze middag naar voren kwam als een vierde les, is dat het begint met de uitnodiging van God. Zijn genade en vergeving is de dragende grond en aansporing om ook zelf vergevend en verzoenend in het leven te staan. De kracht van frere Roger uit Taizé en van de Waarheid en verzoeningscommissie in Zuid-Afrika tonen de kracht van vergevend leven – terwijl er ruimte is voor de verhalen van onrecht en schuld.

Balans opmaken begint met verzoenen

In de laatste levensfase komt het dus aan op het opmaken van de balans. Het verzoenen met de eigen levensgeschiedenis en het eigen handelen is noodzakelijk om het leven te kunnen aanvaarden. Het verzoenen met de ander helpt om vrede te vinden. Het verzoenen met God (1 Korintiërs 5) helpt om zin en houvast te vinden in het leven.

 

 

 

Seksueel misbruik en vergeving – enkele kanttekeningen bij de visie van Joyce Meyer

17 Mei

Op zaterdag 9 mei 2015 was Joyce Meyer te gast in Nederland. Ze is een Amerikaanse evangeliste die op een toegankelijke manier haar boodschap via televisieprogramma’s en boeken uitdraagt. Meer dan 10.000 belangstellenden reisden af naar Rotterdam om haar in het echt te zien en te horen. Het verslag in het Nederlands Dagblad en een artikel op CIP.nl trokken mijn aandacht, met name door de manier waarop Joyce Meyer haar verleden van misbruik ter sprake brengt.

Betekenisvolle boodschap

Wat ik uit de artikelen en de reacties op de artikelen opmaak, is dat Joyce Meyer voor veel mensen in meer of mindere mate van betekenis is (geweest). Haar boodschap dat een ieder zich door de liefde van God aanvaard en gekend mag weten, heeft in veel levens een positieve verandering gebracht.  Ook maakt haar levensverhaal waar zij openhartig over spreekt, diepe indruk. In haar jeugd heeft zij te maken gehad met seksueel misbruik. Dit misbruik heeft haar langere tijd achtervolgd en bepaald. Op een later moment in haar leven heeft zij echter de liefde van God leren kennen. Deze liefde had een heilzame en herstellende werking voor haar. Zij kon het misbruik een plaats geven, overwon haar schaamte – en schuldgevoelens, en haar gebrek aan eigenwaarde. Ook herstelde ze het contact met haar ouders en kon hen vergeven.

Een overwonnen verleden

Over haar verleden zegt ze: “Mijn vader misbruikte mij ook seksueel. Jarenlang. Dat zorgde voor grote verwondingen in mijn hart. Ik praat hier veel over omdat miljoenen mensen te maken hebben met seksueel misbruik.” Voor Meyer betekende het leren kennen van God en het groeien in deze relatie de weg van herstel. “Mijn identiteit in God is een overwinnende identiteit. Als je een slachtoffer bent, kun je geen overwinnend leven leiden.” Het is de genade van God, het vervuld raken met de liefde van God, die haar genezing bewerkte. “Maar de waarheid maakt ons vrij, altijd. Dat kleine gewonde meisje dat ik was, is gestorven in Jezus. Zij is een nieuwe schepping.”

Het is bijzonder getuigenis dat Meyer steeds opnieuw geeft. Voor velen is haar verhaal waardevol en kostbaar. Er zijn mensen die te maken hebben gehad met huiselijk of seksueel geweld die zich optrekken aan het levensverhaal van Meyer. Het is mooi om deze verhalen te erkennen en recht te doen.

Andere ervaringen

Tegelijkertijd is er ook een andere werkelijkheid. Er zijn ook veel mensen die worstelen met geweldservaringen uit hun verleden, maar tot op de dag van vandaag lijden aan de gevolgen. Het spreken over vergeven roept vaak hevige emoties op. Door de grote stelligheid van Meyer (in ieder geval in de artikelen die ik gelezen heb en in het interview met Larry King) lijkt de ruimte voor andere ervaringen beperkt. Ben ik te weinig gelovig wanneer ik als slachtoffer van misbruik elke dag worstel met minderwaardigheid en het onvermogen om anderen te vertrouwen. Heb ik te weinig vertrouwen in Gods liefde en luister ik niet naar Gods stem wanneer ik de dader(s) niet kan vergeven?

Wat is vergeven?

Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’.  Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin je ook gevangen. Door te haten blijf je verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam. Vergeven is het erkennen van de schuld en het afzien van wraak.

Het eerste dat bij vergeven hoort is de erkenning van de schuld. Wie is schuldig aan het misbruik? Wat zijn de gevolgen? Wat is er precies gebeurd? Deze vragen moeten gesteld worden en veronderstellen tijd. Er is tijd nodig om te begrijpen wat de gevolgen zijn van het aangedane leed. Er is tijd nodig om de verhalen die soms zo lang en zo onbereikbaar weggestopt zijn weer in de herinnering te laten komen. Bij voorbarige vergeving zijn soms nog niet alle verhalen verteld. Vergeven voelt dan als monddood gemaakt worden. Er is nu immers vergeven, moet je het weer oprakelen?

Het tweede is dat huiselijk en seksueel geweld ook gewoon strafbaar is. Er is sprake van onrecht. Onrecht roept woede op. Dat is volkomen Bijbels. Het is van belang en goed om hier ruimte voor te maken. Mary Fortune, een bekende Amerikaanse theologe die veel geschreven heeft over misbruik, noemt vergeving ‘de laatste stap in het proces van herstel’. Bij verhalen van misbruik hoort ook dat er over gerechtigheid gesproken wordt.

Het derde is dat vergeven misverstanden oproept. Vergeven  betekent niet dat er niet meer over gesproken mag worden. Vergeven is dus niet vergeten. Juist niet, lijkt me. Joyce Meyer vindt dit overigens ook, want nadat zij haar vader en moeder heeft vergeven, blijft zij over haar verleden spreken. Een ander misverstand is de gedachte dat vergeving hetzelfde is als verzoening. Verzoening is echter een stap verder: beide partijen trekken weer samen op en kunnen door één deur. Dat hoeft bij vergeving niet: het is de handeling van de vergevende partij. Vergeving is niet afhankelijk van de vraag om vergeving. Jij maakt je los van de dader.

Het vierde is dat je soms zo beschadigd kunt zijn dat vergeving een brug te ver zal blijken te zijn. Dan is het goed om je vast te houden en op te trekken aan het Bijbels spreken over gerechtigheid. God zal jou recht doen.

Het verlangen van omstanders

Waarom zijn we eigenlijk zo enthousiast wanneer slachtoffers tot vergeving komen? Is dat eigenlijk niet een beetje vreemd? Zijn we ook zo gericht op het regelen van vergeving wanneer het gaat om pedoseksuelen? Moordenaars? Dieven? Waarom wel wanneer de dader(s) uit de familiekring komt?

Soms lijkt het erop dat omstanders baat hebben bij voorbarige vergeving. Door de vergeving wordt het slachtoffer opnieuw het zwijgen opgelegd. Vergeving dient dan ineens het zwijgen. Door vergeving te benadrukken kunnen we snel proberen om de idylle van veiligheid weer te herstellen.

Het grote aantal slachtoffers van misbruik schreeuwt echter om openheid. Het doorbreken van het zwijgen is de weg naar preventie, de weg naar herstel. Vergeving is een krachtig en prachtig instrument op weg naar herstel. Het vraagt echter wel om openheid, gerechtigheid en om ruimte – ook of juist als mensen te beschadigd zijn.

Wit als sneeuw

24 Jan

Vanochtend was Vriezenveen bedekt met een prachtige laag witte sneeuw. Sneeuw maakt de wereld direct anders. Opgewonden stemmen van kinderen. Ouders die voor hun kinderen de mooiste sneeuwpoppen maken. Vaders die de slee aan de auto binden en een stukje gaan rijden met hun slingerende kroost achter de auto (typisch Twents?). Onze hond Flower die zo enthousiast is dat ze per ongeluk zomaar met een  grote hond gaat spelen. Vrolijkheid en uitgelatenheid in de straat. Binnen een paar uur zijn scherpe scheidslijnen vervaagt. Viezigheid en modder verdwijnt onder de sneeuw. Een nieuw landschap ontrolt zich en nodigt uit om voorzichtig de eerste stappen te zetten in een wereld die nog niet is aangeraakt.

UitzichtSneeuwVoetstappen

Jesaja

In Jesaja, een van de profeten uit de Bijbel, lezen we hoe het beeld van de sneeuw gebruikt wordt als een beeld van Gods vergeving. “De HEER zegt: Laten we zien wie er in zijn recht staat. Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.” (Jesaja 1, 18). Dat is het spectaculaire aanbod van God: alles wat je met je meedraagt, al je overtredingen en ongerechtigheid – dat wil Ik vergeven. Een nieuw begin. Een nieuw landschap, ongerept. Een nieuw leven. Dát is Gods uitgestoken hand.

Vergeving en bekering

Deze vergeving vraagt om beweging, om bekering. Om waar het in je vermogen ligt te herstellen waar je anderen beschadigd en tekort gedaan hebt. Als je de liefde van God in je leven hebt ervaren en als de vergeving de dragende grond onder je bestaan is geworden, dan kan het niet anders dan dat je anders in het leven bent komen te staan. De liefde die jouw leven heeft veranderd, geef je door. Bij de vergeving hoort bekering.  In Jesaja lezen we de volgende woorden van God: “Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden, ik kan ze niet meer zien. Vermijd alle kwaad en leer goed te doen. Zoek het recht, houd tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.” (Jesaja 1, 16 en 17)

Sneeuw

Het is goed om het beeld van de sneeuw vast te houden. In de witte sneeuw is nieuwe viezigheid veel zichtbaarder dan voor de sneeuw gevallen was. De sneeuw nodigt uit tot vrolijkheid en uitgelatenheid. Zo biedt Gods vergeving ook vreugde. Het nodigt echter ook uit om te veranderen.

De kerk staat al snel aan de kant van de dader

20 Jul

Een vrouw die in haar jeugd te maken heeft gehad met ernstig seksueel misbruik zoekt wanhopig naar houvast, naar mogelijkheden om haar hoofd boven water te houden. Een gelovige kennis ontfermt zich over haar. Deze kennis is niet in staat om naar het verhaal te luisteren, maar wil wel steeds voor de vrouw bidden en dringt er vervolgens op aan om de dader te vergeven.

Een ouder echtpaar zoekt met mij contact. Hij wordt door zijn zoon beschuldigd van het misbruiken van zijn kleinkind. De predikant van de zoon zit met de situatie in zijn maag, maar wil niet met de grootouders spreken, omdat dat alles alleen maar complexer maakt. 

Een vrouw die als tiener is misbruikt door een leider van een gebedsgroepje komt na jaren kennissen uit die periode tegen. Na een hartelijke begroeting volgt al snel de vraag waarom ze zich opeens had teruggetrokken en volkomen uit beeld is verdwenen. Voorzichtig probeert de vrouw woorden te zoeken om iets van het misbruik dat haar leven op zoveel manieren beïnvloed en beschadigd heeft te vertellen. De kennissen reageren met de vraag: ‘Heb je je zonden al wel beleden?’ 

Een gemeentelid vertelt aan zijn predikant dat hij als kind slachtoffer is geweest van incest. De predikant is hier zichtbaar verlegen mee en zegt dat hij hem hier niet om veroordeelt. De predikant komt er verder niet meer op terug.

 

 

misbruik in de kerk

Verlegenheid en gebrek aan kennis

Een greep uit de verhalen uit de afgelopen maanden van mensen die binnen een gelovige context te maken hebben gekregen met misbruik. Wat deze verhalen gemeenschappelijk hebben, zijn verlegenheid om verhalen van misbruik aan te horen en onbekendheid met de dynamiek en mechanismen van misbruik, zodat veel goedbedoelde adviezen het tegendeel uitwerken. Het lijkt erop dat voorgangers en gemeenteleden (waarschijnlijk met de beste bedoelingen) kiezen voor een strategie van vermijden. Zodra in de context van geloofsgemeenschappen seksueel misbruik ter sprake komt, lijkt het verhaal niet aan het licht te mogen komen. Het spreken over zonde, het wijzen op vergeving, het zonder verder uitleg vermijden en het benadrukken van het ‘eren van de ouders’ of het respecteren van de geloofsgemeenschap zijn ten diepste mechanismen om het slachtoffer te laten zwijgen. Terwijl slachtoffers juist zo een grote behoefte hebben om hun verhaal te mogen vertellen en erkenning krijgen voor hun levensverhaal.

Een dubbel trauma

Mensen die in een gelovige context te maken hebben gekregen met seksueel misbruik kunnen aan een dubbel trauma lijden. Wat we uit levensverhalen en uit de literatuur weten, is dat misbruik in meer of mindere mate gevolgen heeft voor (onder andere) het gevoel van eigenwaarde, het vermogen om anderen te vertrouwen en het vermogen om intimiteit toe te kunnen laten. De gelovige context kan deze gevolgen verdiepen. Als gevolg van het misbruik worstelen slachtoffers met schaamte en met schuldgevoelens. Vaak voelen ze zich zwart en slecht van binnen. In een kerkelijke context zal een slachtoffer deze gevoelens vertalen als dat zij/hij zondig is. In de kerk wordt aan zondige mensen vergeving verkondigd. Mensen die lijden onder echte schuld vanwege eigen handelingen kunnen door deze verkondigde vergeving opnieuw beginnen. Slachtoffers worstelen echter met een schuldgevoel. Zij voelen zich schuldig over het misbruik omdat ze loyaal zijn naar de daders en omdat het vele malen zwaarder is om de onmacht van misbruik onder ogen te zien. Wanneer het slachtoffer schuld zou hebben, dan zou er nog iets zijn wat zij/hij kan doen om het misbruik een volgende keer te voorkomen. Het schrijnende is dat het slachtoffer juist niet het misbruik kon stoppen en tijdens het misbruik juist machteloos was. In de kerkelijke context betekent het dat het slachtoffer zich zondig voelt, maar niet de ruimte van vergeving ervaart. Zij/hij ís immers niet echt schuldig…. Het slachtoffer zal nog eenzamer en zwarter de kerkdienst verlaten. Het kan niet anders – in het gevoel van het slachtoffer – dat God aan de kant van de dader staat. Ook in de dood is geen verlossing te vinden, want dan komt men immers God tegen. Het slachtoffer kan niet leven en kan niet sterven. Dat is het dubbele trauma waar het slachtoffer van seksueel misbruik in stilte aan kan lijden.

Vermijden

Verhalen van seksueel misbruik zijn bedreigend. Dat is ten diepste de reden waarom mensen over het algemeen geneigd zijn om deze verhalen te vermijden. Uit alle onderzoeken naar prevalentie van seksueel misbruik blijkt het nooit mee te vallen. Recent onderzoek spreekt van 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 10 mannen die slachtoffer worden van een vorm van seksueel misbruik. Tegelijkertijd weten we ook dat de gevolgen van misbruik ernstig kunnen zijn. Waarom zwijgen we dan over misbruik? Waarom vermijden we deze thematiek? In het overgrote deel van de verhalen gaat het niet over de onbekende pedoseksueel, maar over familieleden, bekenden uit de geloofsgemeenschap, over mensen met aanzien. Slachtoffers zwijgen vaak uit schaamte en angst. Daders zwijgen omdat ze te veel te verliezen hebben. Omstanders zwijgen omdat het serieus nemen van de verhalen van slachtoffers de illusie van veiligheid en van de goede orde wordt doorbroken. Ook in de kerk is het voor slachtoffers buitengewoon moeilijk om hun verhaal te kunnen vertellen. Geloofsgemeenschappen vrezen imagoschade of proberen vóór alles om de idylle van veiligheid in stand te houden. Het pijnlijke is dat vermijden de daders in de kaart speelt. Het blijkt dat slachtoffers vrijwel altijd hun plaats in de geloofsgemeenschap verliezen.

Geloofstaal in kerken is meer gericht op daders

De meeste geloofsgemeenschappen leggen de meeste nadruk op de zondigheid van mensen, de verlossing door Christus en de vergeving van zonden door Gods genade. Hoewel dit stuk voor stuk belangrijke en waardevolle geloofsbegrippen zijn, is het goed om te beseffen dat deze taal vooral toegankelijk is voor mensen die worstelen met schuld. Vooral wanneer de vergeving van zonden zonder inkeer, erkenning van schuld naar de medemensen en verandering van gedrag wordt verkondigd, zullen daders van seksueel geweld zich hier thuis bij voelen. Mensen die slachtoffer zijn geworden van misbruik zoeken naar recht en gerechtigheid. Het is een Bijbelse lijn die in veel geloofsgemeenschappen in meer of mindere mate verwaarloosd lijkt te zijn.

Het lijkt dan ook niet vreemd dat gelovigen beginnen over vergeving – dat zijn immers de lessen die zij leren in hun geloofsgemeenschap. Toch is het wonderlijk. Wanneer mijn fiets wordt gestolen, zal geen gelovige beginnen over het vergeven van de dader – waarom dan wel wanneer het gaat over misbruik?

Geloofsgemeenschappen hebben behoefte aan kennis 

In veel geloofsgemeenschappen is er weinig kennis van de dynamiek en de mechanismen rond misbruik. Het is dan ook van groot belang dat kerken gaan investeren in de preventie van seksueel misbruik en in het adequaat kunnen reageren op situaties binnen geloofsgemeenschappen. Een belangrijk gegeven is, is dat seksueel misbruik vooral gaat over macht, en dat seksualiteit gebruikt wordt om die macht uit te oefenen.  In de Protestantse Kerk kende men tot voor enkele jaren geleden werkgroepen ‘Godsdienst en incest’ en ‘Seksueel geweld en geloof’. Door bezuinigingen zijn de meeste van deze kenniscentra verloren gegaan. Het is van groot belang dat de kerken opnieuw investeren in kennis rond misbruik zodat zij adequaat slachtoffers, daders en omstanders kunnen bijstaan.

Waar hebben mensen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld behoefte aan – deel II

8 Feb

(Dit artikel, dat is verschenen in Praktische Theologie 2000/3, heb ik in twee delen geplaatst. Het eerste deel vind je hier. )

Vijf fundamentele pastorale behoeften

1. Veiligheid

In het verhaal van Els valt op hoe angstig zij is. Deze angst komt voort uit een voortdurend aanwezig gevoel van onveiligheid. De onveiligheid in hun leven heeft betrekking op verschillende dimensies van mens-zijn. In de eerste plaats is de lichamelijke integriteit en veiligheid aangetast door het geweld. Het slachtoffer is door het geweld de controle over haar / zijn lichaam kwijt. De onmacht die tijdens het misbruik wordt ervaren, blijft het slachtoffer achtervolgen, ook wanneer de misbruikende relaties beëindigd zijn. Door de ervaren onmacht en door het verlies van controle over de eigen lichamelijke integriteit, ontstaat een blijvend gevoel van angst dat voortkomt uit het gevoel van onveiligheid.

In de tweede plaats hebben slachtoffers het vertrouwen in de medemens verloren. In 80% van de gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer, iemand die door (de ouders/verzorgers van) het slachtoffer wordt vertrouwd. De gevolgen van dit verraden vertrouwen kunnen ernstig zijn. Ook kan het zijn dat het slachtoffer nooit de kans heeft gehad om vertrouwen te krijgen in anderen, omdat zij/hij al vroeg in de kindertijd te maken heeft gehad met seksueel geweld. De onmogelijkheid om anderen te vertrouwen levert een voortdurende dreiging op. Angst is de emotie die hoort bij het gevoel van onveiligheid.

In de derde plaats kan het seksueel geweld gevolgen hebben voor het geloofsleven. De interpretatie en het gebruik van religieuze teksten kunnen ten dienste hebben gestaan van de legitimatie van het geweld. Het misbruik van de Bijbel en de traditie laat overigens een ongemakkelijke kant zien. Sommige Bijbelgedeelten weerspiegelen immers de culturele waarden en normen van een tijd waarin door patriarchale opvattingen een klimaat heerst waarbinnen zwakkeren en machtelozen gemakkelijk tot slachtoffer kunnen worden gemaakt.

“Ik was bang dat ik gestraft zou worden, dat ik in de hel zou komen. Dat werd me ook heel vaak verteld. Altijd dat bestraffende vingertje. Zo zag ik God. Denk erom dat je niet je mond opentrekt, want dat mag niet. Daar zorgde mijn vader ook wel voor: want God straft. En: eer je vader en je moeder.” (Dorcas)

 “God was ook heel eng. Hij heeft ook alles gezien. Dus ik heb alles verkeerd gedaan. Ik dacht toen niet: mijn vader heeft het verkeerd gedaan. Mijn moeder heeft het verkeerd gedaan.”(Rianne)

 “Dat God alles ziet, en dat God dus ook verkeerde dingen straft. Dus al zag je vader of moeder het niet, dan zag God het wel. En dat was geen aardig iemand. Hij gaf ook nooit complimenten. Die kreeg ik trouwens ook nooit van mijn ouders – in feite was God een verlengstuk van mijn ouders. Mijn vader met name. Want als mijn vader dingen zag die verkeerd waren, dan werd ik gestraft. Nou, als God dingen zag die verkeerd waren, dan werd ik ook gestraft. “(Mieke)

Het gevoel van onveiligheid lijkt sterk bepalend, waardoor de behoefte aan veiligheid groot is. Wanneer een pastor een pastorale relatie aangaat met een beschadigd en bedreigd mens, zal (het werken aan) het herstellen van veiligheid prioriteit hebben. Het gevoel van onveiligheid komt voort uit de ervaring en de dreiging dat mensen onbetrouwbaar zijn. Het terugwinnen van het vermogen om te vertrouwen is uiteindelijk het middel om veiligheid te kunnen ervaren. De pastor zal in zijn/haar afspraken betrouwbaar moeten zijn: zeg niets toe wat je niet waar kunt maken, en maak waar wat je toezegt. Daarnaast zal het gesprek plaats dienen te vinden in een ruimte waarin dreiging afwezig is. Verheule (1997 Angst en bevrijding. p.372-274) spreekt van ‘pastoraat als ontmoeting zonder terreur’, of: ‘pastoraat als terreurvrije ruimte. ‘Hij omschrijft als een begrensde ruimte, waarbinnen veel mogelijk is. De pastor beschermt de pastorant(e) en is verantwoordelijk voor het bewaken van de grenzen van haar/hemzelf alsmede de grenzen van de gesprekpartner.

Een terreurvrije ruimte betekent ook dat de pastor werkelijke aandacht geeft aan de pastorante, waardoor het gesprek niet verstrikt zal raken in verborgen verwachtingen of vrijblijvendheid. Deze aandacht houdt in dat de pastor zowel naast als tegenover de pastorant(e) wil staan. Deze terreurvrije ruimte betreft al het handelen van de pastor: het gaat zowel over het pastorale gesprek als over de invulling van de eredienst.

geborgenheid

2. Ruimte

In het verhaal van Els werd zichtbaar haar herstel en  groeien samenhing met het krijgen van ruimte. Het was voor haar van wezenlijk belang dat zij ‘toestemming’ van haar predikant kreeg om de ruimte van (on)geloof te ontdekken. De behoefte aan ruimte (waardoor de autonomie van het slachtoffer een plek kan krijgen) is afgeleid van de ervaringen van afhankelijkheid aan autoriteiten en meer-machtigen. De afhankelijkheid en machteloosheid werd vooral binnen het gezin beleefd, waar de verzorgers absolute macht konden uitoefenen.

Gedeeltelijk werd deze uiterste afhankelijkheid ook op het religieuze vlak beleefd. Met andere woorden: binnen de religie is het zeer goed denkbaar dat slachtoffers zich opnieuw uitleveren aan een ander of Ander. Hierdoor worden zij in hun passiviteit gestimuleerd en bevestigd in hun slachtofferrol.

‘Kinderen zijn afhankelijk van hun ouders. Die moet je kunnen vertrouwen. Maar seksueel misbruik heeft alles te maken met niets waard zijn, maar doén met kinderen. Heel erg afhankelijk zijn, overgeleverd zijn, daar heeft het mee te maken. En er niets tegenin kunnen brengen. Dus als je het hebt over overgave, of dat nu aan een vriend of vriendin is, of aan God, dan geeft dat problemen.’ (Yvonne)

Een slachtoffer was tijdens de traumatische ervaring machteloos. Deze ervaring van onmacht kan in het verdere leven van het slachtoffer een beklemmende en belemmerende werking hebben. In een pastoraal contact zal de pastor voortdurend erop gericht moeten zijn om de autonomie van de pastorant(e) te bevestigen, te ondersteunen en op te bouwen. Ook wanneer de gesprekken gaan over zelfdoding, is het van belang om te blijven geloven in de autonomie van de ander.

De behoefte aan ruimte betekent dat het slachtoffer op zoek gaat naar haar/zijn eigen interpretatie van betekenisverlening of eventueel van geloof – de ruimte om dit zelf te mogen onderzoeken en te bepalen ondersteunt in belangrijke mate de autonomie.

3. Erkenning

De vraag of haar herinneringen op waarheid berustten, heeft Els voortdurend beziggehouden. Haar hele bestaan lijkt gecentreerd rond de vraag: geloof je mij? De behoefte aan erkenning is bij slachtoffers groot, omdat hun bestaan van deze behoefte lijkt af te hangen. Serieus genomen worden, geloofwaardig geacht worden, helpt om het verleden onder ogen te zien en om aan herstel en eigenwaarde te werken.

Soms kan er sprake zijn van een dilemma, omdat een pastor niet weet of het waar is wat een pastorant(e) vertelt. Dit kan samenhangen met een inconsistent verhaal van het slachtoffer, een tegenovergesteld verhaal van de vermeende dader, of ongeloof van de pastor. Dat een verhaal van een slachtoffer inconsistenties kan bevatten, is niet verwonderlijk. Door dissociatie en verdringing worden ervaringen eerst door triggers en nachtmerries teruggegeven. Het toe-eigenen van het levensverhaal is vaak een lange weg.

De erkenning van het slachtoffer van seksueel geweld heeft .een politieke dimensie. Wanneer een pastor oog heeft voor de grote omvang van seksueel geweld en daarin de maatschappelijke en politieke structuren herkent die dit mogelijk maken, herkent en benoemt, kan dit een slachtoffer helpen haar eigen verhaal als betrouwbaar te ervaren. Dat betekent dat een pastor ook kritisch is op de eigen traditie, oog heeft voor gendervraagstukken en machtsverhoudingen.

Een logische consequentie van het tegemoet komen aan de behoefte aan erkenning is dat nadrukkelijk gekozen wordt voor het slachtoffer en de daden van de pleger als onrecht aan de orde worden gesteld. Erkenning vraagt dus om geloof te hechten aan het slachtoffer en te streven naar gerechtigheid.

‘Want als je je mond dichthoudt en er niks over zegt, is er toch ook niks aan de hand. Dan zijn wij één grote gelukkige familie. Terwijl dat één grote leugen is.’ (Yvonne)

De nadruk op gerechtigheid lijkt op gespannen voet te staan met het spreken over vergeving. Voor velen ligt juist bij vergeving het zwaartepunt van de christelijke traditie. De vraag dient zich aan wie er belang heeft bij vergeving. Wanneer er in een situatie van seksueel geweld gesproken wordt over vergeving, is dit eerder de wens van de omgeving of van de dader dan van het slachtoffer. In dat geval heeft het er alle schijn van dat alleen de dader iets te winnen heeft bij vergeving.

Vergeving kan echter ook beschreven worden van het slachtoffer en betrokken worden  op het genezingsproces. Vergeving is dan het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma (M.M. Fortune, 1995, The transformation of suffering: a biblical and theological perspective. In: Adam and Fortune Violence against women and children) De voortdurende en directe herinneringen aan het geweld houden de angst in stand en beperken de mogelijkheden. Feitelijk gaat het seksueel geweld door zolang de herinneringen aan het misbruik de overhand hebben. Door haat en bitterheid blijft het slachtoffer verbonden met de dader. Vergeving kan een manier zijn om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol, zodat het slachtoffer verder kan met haar leven. Vergeving is een bevrijdende actie van en voor het slachtoffer, waardoor zij/hij de autonomie herstelt. Het is voor een slachtoffer van belang om het trauma los te kunnen laten en de verbondenheid met de dader (haat en bitterheid creëert een ongewilde verbondenheid) door te snijden. Vergeving kan hiervoor een middel zijn, maar is zeker niet de enige mogelijkheid. Soms is het slachtoffer zo beschadigd en gekwetst dat spreken over vergeving altijd een brug te ver zal blijken.

‘Ja, ik wil wel vergeven, maar ik kan het eenvoudig niet. Ik bedoel: ik herbeleef nog regelmatig die dingen die toen met mij gebeurd zijn. En dan beleef je dat gewoon lichamelijk. Als ik dat beleef – ja, sorry, hoor, maar dan ik niet – … dan ben ik niet vergevingsgezind op dat moment. Ik kan dan niet vergeven.’ (Ans) 

Vergeving is niet gelijk aan vergeten. Vergeving gaat samen op met gerechtigheid. Vergeving betekent erkenning van het aangedane leed, daar heeft het slachtoffer recht op. Tegelijkertijd betekent het dat het slachtoffer het recht heeft om af te zien van wraak of vergelding. (R.R. Ganzevoort, 1999, Verzoening na conflicten). Omdat voor gerechtigheid, vergeving en genezing het zwijgen doorbroken dient te worden, is dit niet alleen de verantwoordelijkheid van het slachtoffer of de dader, maar ook van de omstanders.

4. Warmte

Els leidde als kind een teruggetrokken en geïsoleerd bestaan. Door het geschonden en verraden vertrouwen was het voor haar lange tijd niet mogelijk om geborgenheid of troost te vinden of te ontvangen, terwijl ze dit juist zo hard nodig had. Veel slachtoffers ervaren eenzaamheid. Wanneer een kerkelijke gemeente als een betrokken gemeenschap functioneert, kan zij een belangrijke rol spelen op verschillende momenten in het proces van herstel van slachtoffers.

‘Ik denk toch dat ik een stukje steun, een stukje erkenning zocht. Ergens bij willen horen, of kunnen horen. Want op dat moment had ik gewoon bijna niemand. Daarom ging ik naar de kerk. Maar niemand zocht contact met mij. Toen voelde ik me dus veel eenzamer dan dat ik in mijn eentje was. Ik kwam gewoon steeds heel teleurgesteld thuis. En dan vanuit de kerk – dat zijn toch mensen die hart hebben voor de ander, die meer open staan. Tenminste dat denk je dan. En dat is gewoon niet gebeurd.’(Mieke)

Het isolement van een slachtoffer is het gevolg van verschillende processen. In de eerste plaats kan het isolement een gevolg zijn van loyaliteit aan de dader. Vaak is de dader een bekende van het slachtoffer, en is er sprake van een vertrouwensband. De prijs voor het verbreken van die vertrouwensrelatie is hoog: verlies van contacten, een onzekere toekomst. In de tweede plaats hebben omstanders (zowel in de kerk als in de samenleving) er belang bij om het verhaal niet te horen. Wanneer verhalen over seksueel geweld waar blijken te zijn, wordt de illusie van een veilige gemeenschap doorgeprikt. In de derde plaats is het isolement een gevolg van het overheersende wantrouwen van slachtoffers in medemensen. Door het geschonden en verraden vertrouwen door  mensen die dichtbij stonden, kan wantrouwen een tweede natuur worden. Het belangrijkste instrument om het isolement in stand te houden is het zwijgen: van de omstanders, de plegers en de slachtoffers.

Het doorbreken van het isolement en het bieden van geborgenheid (gezien en gehoord worden, er mogen zijn, troost ervaren) komen tegemoet aan de behoefte aan warmte. Hierin kan een kerkelijke gemeente een belangrijk verschil maken door slachtoffers met hun verhaal en hun pijn in haar midden op te nemen. De warmte van nabijheid en het vuur van verzet tegen onrecht kunnen de koude uit een eenzaam hart verdrijven. Het is belangrijk dat slachtoffers een taal aangereikt krijgen, waarin z/hij uitdrukking kan geven aan de ervaringen van geweld.

5. Heelheid

Het seksueel geweld heeft bij Els diepe sporen nagelaten. Ook na jaren van intensieve therapie weet zij dat bepaalde gevolgen altijd met haar mee zullen gaan. Toch pakt zij de draad van haar leven weer op, met haar man en kinderen. Het verlangen naar totale genezing, naar heelheid, zal altijd aanwezig zijn. De behoefte aan heelheid is dus ontleend aan de ervaringen van gebrokenheid . Doordat iemand de lichamelijke integriteit van een ander geweld aan doet, wordt niet alleen het lichaam, maar ook de ziel van een mens beschadigd. De gevolgen zijn dan ook terug te vinden op het lichamelijke, psychische, sociale en religieuze vlak.

‘Het misbruik heeft mijn eigenwaarde totaal verkreukeld. Ik was niks en werken kon ik niet. Eigenlijk kon ik niks. Het heeft jaren geduurd. En er over praten kon ook niet, want dan zou ik kapot gemaakt worden. Hij heeft mijn leven gewoon verknoeid. Het heeft mijn leven gewoon verknoeid.’ (Ans)

Om tegemoet te kunnen komen aan de behoefte aan heelheid, is het van belang om niet stil te blijven staan bij het slachtofferschap, maar de pastorale ontmoeting te plaatsen in het perspectief van menswording. H.Luther (Religion und Alltag. Bausteine zu einer Theologie des Subjekts, 1994, p. 170) spreekt in dit verband van een ‘fragmentarische identiteit’. Met dit begrip doelt hij op het verwijzende karakter van identiteit. Fragmenten ontlenen hun kracht aan de verwijzing naar heelheid en eenheid.

Het serieus nemen van de behoefte aan heelheid houdt in dat ook de gebrokenheid een plaats wordt gegeven. De fragmentarische identiteit biedt ruimte voor rouw, hoop en liefde. Dit in tegenstelling tot een identiteitsconcept dat uitgaat van een afgeronde of volle identiteit. De ontwikkeling van identiteit gaat immers niet alleen gepaard met groei en winst, maar ook met breuken en verlies. Fragmenten bieden ruimte aan rouw en verdriet. Vooral in crises wordt dit gegeven ervaren. Daarnaast is er in elk stadium van de identiteitsontwikkeling sprake van ‘steigers van de toekomst’. Er is het besef dat het proces nog niet af is. Tegenover verstarring staat het verlangen naar verdere groei. In die zin biedt het spreken over fragmenten ruimte aan hoop. Tot slot is er in elk stadium van de ontwikkeling van de eigen identiteit een dynamische wisselwerking met de ander. Door elke ontmoeting met de ander wordt de eigen identiteit opnieuw uitgedaagd vanwege de ervaring van verschil met die ander. Met dit gegeven biedt een fragmentarische identiteit ruimte aan liefde.

In deze betekenis transcendeert ‘fragment’ dus op drie vlakken: naar het verleden, naar de toekomst en naar de ander. Naast het transcenderende aspect is ook in het verlangen naar heelheid zelf de religieuze dimensie van identiteit gelegen.

Eén geheel

Deze vijf behoeften vormen samen één geheel. Elk van de behoeften veronderstelt de andere behoeften. Een kerkelijke gemeente die de ervaringen van geweld van gekwetste mensen niet accepteert, kan niet voldoen aan de behoefte aan warmte. Als er niet voldaan wordt aan de behoefte aan veiligheid, kan niet gewerkt worden aan de behoefte aan heelheid. Met andere woorden: de behoeften vormen een ‘totaalpakket’. Als één van de behoeften niet wordt gehoord, kan ook niet optimaal voldaan worden aan de andere behoeften.

Tegelijkertijd zijn het behoeften die binnen onze mogelijkheden liggen: de mogelijkheden van de kerkelijke gemeente en van ons als medestanders. Het vraagt om een open houding en het uithouden bij de verhalen die gekwetste mensen met zich meedragen. Veiligheid, erkenning, ruimte, warmte en heelheid. Als de gekwetste medemens er mag zijn met haar/zijn verhaal, is dat een wereld van verschil – een opening naar nieuwe ervaringen.

Slachtoffer misbruik heeft nauwelijks stem

12 Jul
(Dit is een interview uit 2005 nav mijn proefschrift (Ontredderd) in het Nederlands Dagblad)
Wat moet een gemeente doen als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd? Geef de onderdrukten – in de meeste gevallen vrouwen – een stem én versterk de positie van de kerkenraad. Dat is de boodschap van de protestantse predikant Alexander Veerman.
Het bericht dat de predikant jarenlang een aantal vrouwen heeft misbruikt, treft de gemeente tot in het diepst van haar ziel. De kerkenraad, als eerste op de hoogte gesteld van een officiële aanklacht, reageert geschokt. De predikant is immers voor velen een grote zegen, ook in het geloof. Hoe moet de gemeente hier nu mee omgaan?
ontredderd

Alexander Veerman, predikant van de Protestantse Kerk in ’t Harde, onderzocht drie van dergelijke ‘gevallen’ van misbruik, twee in een protestantse en één in een reformatorische gemeente. Op zijn bevindingen, gevat in een proefschrift onder de titel Ontredderd (Boekencentrum, Zoetermeer), hoopt hij woensdag te promoveren aan de Theologische Universiteit (PKN) in Kampen.

Veerman is zeer strikt in zijn opvatting over dominees ‘in het ambt’ die seksuele handelingen met gemeenteleden verrichten. Waar een van de dader-predikanten uit zijn onderzoek sprak over een relatie met wederzijds goedvinden – overspel dus – noemt Veerman het seksueel misbruik. ,,Iemand die met een hulpvraag bij de dominee komt, stapt in een veilige ruimte, die intimiteit oproept. De predikant moet de grenzen van die veiligheid bewaken. Als hij over de schreef gaat, is hij bezig met zijn eigen behoeften, en niet met het probleem van het gemeentelid.”

Slachtoffers 
Het viel Veerman op dat in de drie gemeenten de stem van de misbruikte vrouwen nauwelijks werd gehoord. De reformatorische kerkenraad nam de klachten wel serieus, maar onderhandelde zolang met de dominee over vergeving – het leek meer een juridische strijd – dat de vrouwen alsnog naar de rechter stapten. Zelfs in de kerkelijke taal is er weinig ruimte voor de slachtoffers, vindt hij. ,,De begrippen schuld, zonde en vergeving zijn op de dader gericht. De dominee heeft zonde begaan, kan zijn schuld belijden en vergeving krijgen. Maar het slachtoffer heeft vanuit gekwetstheid veel meer behoefte aan gerechtigheid.”

Hij wil niet afrekenen met een begrip als vergeving. ,,Vergeving brengt de ruimte om dingen los te laten, om verder te kunnen, een belangrijk bijbels gegeven.” Toch moet de kerkenraad daar niet te snel naar toewerken. ,,Laat eerst de hele zaak maar eens boven tafel komen. Je moet alert zijn op het zogeheten dadermechanisme. Een van de predikanten uit mijn onderzoek beweerde dat hij alles had opgebiecht. Toen kwam er nog een derde geval van misbruik. Een andere predikant wilde direct zijn schuld belijden. Toen het proces langer duurde, zag hij er vanaf en voelde hij zich opeens slachtoffer.”
Veerman kiest onverkort voor het perspectief van het slachtoffer. Sterker nog, hij pleit voor het ontwikkelen van een ecclesiologie, een leer van de kerk, waarin de stem van ‘gemarginaliseerden’ wordt gehoord. Daarvoor put hij uit de bronnen van de bevrijdingstheologie, die opkomt voor de armen en onderdrukten. Zij reikt volgens hem instrumenten aan om het verschijnsel macht en de cultuur waarin hij functioneert onder kritiek te stellen.

Deze theologie, die werd ontwikkeld in Afrika en Zuid-Amerika, is op de verhouding tussen mensen gericht. Hoe ziet Veerman de relatie met God? ,,Die kan niet los worden gezien van de relatie met de medemens. Daar vraagt de bevrijdingstheologie juist aandacht voor. Als je vroom praat, terwijl er mensen worden misbruikt, klopt er iets niet. Jezus is wat dat betreft een inspirerend voorbeeld. Hij klaagde de orthodoxe farizeeërs – zeg maar de dominees van die tijd – aan vanwege het misbruik, maar de inhoud van het orthodoxe geloof verdedigde hij.”

Dreigt de dader niet buiten beeld te raken, bij een keuze voor het perspectief van het slachtoffer? ,,Alleen”, beaamt Veerman, ,,als de predikant als zondebok wordt afgeschilderd. Dat is ten onrechte, want het gaat om het klimaat waarin het misbruik kon plaatsvinden. En ook de dader heeft recht op professionele begeleiding. Het is verkeerd als een kerkenraad, om de gemoederen tot bedaren te brengen, zo snel mogelijk van de predikant af wil.”

Episoden 
Hoewel het vertrouwen is geschonden – ook het geloof van de ouderlingen krijgt een douw – wordt de kerkenraad geacht leiding te geven. Dat is moeilijk als de ontwikkelingen over elkaar heen buitelen. Daarom beschreef Veerman de processen binnen de drie gemeenten. Hij ontdekte zes episoden, die tegelijk kunnen plaatsvinden.

Wat is misbruik? Dat is de vraag die in de eerste episode centraal staat. ,,De kerkenraad moet voor zichzelf helder krijgen wat er is gebeurd, waarbij rekening wordt gehouden met de eigen geschokte gevoelens.”

De tweede episode draait om de volgende vraag: onthullen en informatie verstrekken of terughoudendheid betrachten? Bij een landelijk onderzoek door een klachtencommissie die nog loopt, moet de kerkenraad voorzichtig zijn, zowel tegenover de gemeente als de pers. Zelfs de reden voor het op non-actief stellen van de predikant moet volgens hem niet worden genoemd. ,,Dat kan de aangeklaagde tegen je gebruiken bij een rechtszaak. Een gereguleerde informatievoorziening is beter. Toon aan dat je als kerkenraad het proces beheerst, dat je het overwicht houdt. Vraag om begrip voor de situatie.”

Maar wat als de geruchtenstroom op gang komt en de media de zaak oppakken? Veerman aarzelt even. ,,Elke nieuwe situatie vraagt om een nieuwe afweging. Het gaat om het vertrouwen van de gemeente. Dût moet je vasthouden.”

Episode drie behelst de kerkelijke procedures. Veerman pleit ervoor zo snel mogelijk hulp van buiten – van de classis of de synode – in te roepen. ,,Een crisisteam formeren is prima. In ieder geval moet er één persoon van buiten komen die het complexe proces begeleidt.”

Het woord schuld is het centrale begrip in de vierde episode. ,,Veel ouderlingen voelen zich schuldig. Hadden ze niet eerder moeten ingrijpen? Er waren vaak al geruchten. Dat de kerkenraad er ook niets aan kon doen, is een dooddoener. Er moet ruimte komen om deze schuldgevoelens te uiten.” Deze vierde episode treedt volgens hem in de praktijk nogal eens gelijk op met eerste episode, waarin de vraag naar de schuld van de dominee aan de orde komt.

Een dreigende desintegratie of een toenemende saamhorigheid, daar draait het om in episode vijf. Als de kerkenraad ruimte geeft voor de gevoelens die in de gemeente leven en werkt aan een goede communicatie, kan de gemeente er sterker uit komen. Daarbij kunnen geestelijke middelen als bidden en zingen – mits juist ingezet – volgens hem van onschatbare waarde zijn.

Bij de laatste episode die Veerman ontdekte gaat het om de vraag of de kerkenraad zich laat verrassen en achteraf op de ontwikkelingen reageert (re-actief) of er vooraf op inspeelt (pro-actief). Veerman is een voorstander van dat laatste. ,,Een kerkenraad kan alvast nadenken over wat zij moet doen als de dominee misbruik pleegt. Mijn boek kan daarbij behulpzaam zijn.”

In zijn proefschrift pleit hij voor ,,een zelfbewuste kerkenraad die de gekwetste gemeente leidt van ontreddering naar hoop”. Is dat niet te veel gevraagd? ,,De kerkenraad kûn ook iets. Ik realiseer me dat het moeilijk is, maar ze heeft de macht om bij seksueel misbruik het verschil te maken. Als ze maar authentiek handelt.’