Tag Archives: vergeving

Slachtoffer misbruik heeft nauwelijks stem

12 jul
(Dit is een interview uit 2005 nav mijn proefschrift (Ontredderd) in het Nederlands Dagblad)
Wat moet een gemeente doen als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd? Geef de onderdrukten – in de meeste gevallen vrouwen – een stem én versterk de positie van de kerkenraad. Dat is de boodschap van de protestantse predikant Alexander Veerman.
Het bericht dat de predikant jarenlang een aantal vrouwen heeft misbruikt, treft de gemeente tot in het diepst van haar ziel. De kerkenraad, als eerste op de hoogte gesteld van een officiële aanklacht, reageert geschokt. De predikant is immers voor velen een grote zegen, ook in het geloof. Hoe moet de gemeente hier nu mee omgaan?
ontredderd

Alexander Veerman, predikant van de Protestantse Kerk in ’t Harde, onderzocht drie van dergelijke ‘gevallen’ van misbruik, twee in een protestantse en één in een reformatorische gemeente. Op zijn bevindingen, gevat in een proefschrift onder de titel Ontredderd (Boekencentrum, Zoetermeer), hoopt hij woensdag te promoveren aan de Theologische Universiteit (PKN) in Kampen.

Veerman is zeer strikt in zijn opvatting over dominees ‘in het ambt’ die seksuele handelingen met gemeenteleden verrichten. Waar een van de dader-predikanten uit zijn onderzoek sprak over een relatie met wederzijds goedvinden – overspel dus – noemt Veerman het seksueel misbruik. ,,Iemand die met een hulpvraag bij de dominee komt, stapt in een veilige ruimte, die intimiteit oproept. De predikant moet de grenzen van die veiligheid bewaken. Als hij over de schreef gaat, is hij bezig met zijn eigen behoeften, en niet met het probleem van het gemeentelid.”

Slachtoffers 
Het viel Veerman op dat in de drie gemeenten de stem van de misbruikte vrouwen nauwelijks werd gehoord. De reformatorische kerkenraad nam de klachten wel serieus, maar onderhandelde zolang met de dominee over vergeving – het leek meer een juridische strijd – dat de vrouwen alsnog naar de rechter stapten. Zelfs in de kerkelijke taal is er weinig ruimte voor de slachtoffers, vindt hij. ,,De begrippen schuld, zonde en vergeving zijn op de dader gericht. De dominee heeft zonde begaan, kan zijn schuld belijden en vergeving krijgen. Maar het slachtoffer heeft vanuit gekwetstheid veel meer behoefte aan gerechtigheid.”

Hij wil niet afrekenen met een begrip als vergeving. ,,Vergeving brengt de ruimte om dingen los te laten, om verder te kunnen, een belangrijk bijbels gegeven.” Toch moet de kerkenraad daar niet te snel naar toewerken. ,,Laat eerst de hele zaak maar eens boven tafel komen. Je moet alert zijn op het zogeheten dadermechanisme. Een van de predikanten uit mijn onderzoek beweerde dat hij alles had opgebiecht. Toen kwam er nog een derde geval van misbruik. Een andere predikant wilde direct zijn schuld belijden. Toen het proces langer duurde, zag hij er vanaf en voelde hij zich opeens slachtoffer.”
Veerman kiest onverkort voor het perspectief van het slachtoffer. Sterker nog, hij pleit voor het ontwikkelen van een ecclesiologie, een leer van de kerk, waarin de stem van ‘gemarginaliseerden’ wordt gehoord. Daarvoor put hij uit de bronnen van de bevrijdingstheologie, die opkomt voor de armen en onderdrukten. Zij reikt volgens hem instrumenten aan om het verschijnsel macht en de cultuur waarin hij functioneert onder kritiek te stellen.

Deze theologie, die werd ontwikkeld in Afrika en Zuid-Amerika, is op de verhouding tussen mensen gericht. Hoe ziet Veerman de relatie met God? ,,Die kan niet los worden gezien van de relatie met de medemens. Daar vraagt de bevrijdingstheologie juist aandacht voor. Als je vroom praat, terwijl er mensen worden misbruikt, klopt er iets niet. Jezus is wat dat betreft een inspirerend voorbeeld. Hij klaagde de orthodoxe farizeeërs – zeg maar de dominees van die tijd – aan vanwege het misbruik, maar de inhoud van het orthodoxe geloof verdedigde hij.”

Dreigt de dader niet buiten beeld te raken, bij een keuze voor het perspectief van het slachtoffer? ,,Alleen”, beaamt Veerman, ,,als de predikant als zondebok wordt afgeschilderd. Dat is ten onrechte, want het gaat om het klimaat waarin het misbruik kon plaatsvinden. En ook de dader heeft recht op professionele begeleiding. Het is verkeerd als een kerkenraad, om de gemoederen tot bedaren te brengen, zo snel mogelijk van de predikant af wil.”

Episoden 
Hoewel het vertrouwen is geschonden – ook het geloof van de ouderlingen krijgt een douw – wordt de kerkenraad geacht leiding te geven. Dat is moeilijk als de ontwikkelingen over elkaar heen buitelen. Daarom beschreef Veerman de processen binnen de drie gemeenten. Hij ontdekte zes episoden, die tegelijk kunnen plaatsvinden.

Wat is misbruik? Dat is de vraag die in de eerste episode centraal staat. ,,De kerkenraad moet voor zichzelf helder krijgen wat er is gebeurd, waarbij rekening wordt gehouden met de eigen geschokte gevoelens.”

De tweede episode draait om de volgende vraag: onthullen en informatie verstrekken of terughoudendheid betrachten? Bij een landelijk onderzoek door een klachtencommissie die nog loopt, moet de kerkenraad voorzichtig zijn, zowel tegenover de gemeente als de pers. Zelfs de reden voor het op non-actief stellen van de predikant moet volgens hem niet worden genoemd. ,,Dat kan de aangeklaagde tegen je gebruiken bij een rechtszaak. Een gereguleerde informatievoorziening is beter. Toon aan dat je als kerkenraad het proces beheerst, dat je het overwicht houdt. Vraag om begrip voor de situatie.”

Maar wat als de geruchtenstroom op gang komt en de media de zaak oppakken? Veerman aarzelt even. ,,Elke nieuwe situatie vraagt om een nieuwe afweging. Het gaat om het vertrouwen van de gemeente. Dût moet je vasthouden.”

Episode drie behelst de kerkelijke procedures. Veerman pleit ervoor zo snel mogelijk hulp van buiten – van de classis of de synode – in te roepen. ,,Een crisisteam formeren is prima. In ieder geval moet er één persoon van buiten komen die het complexe proces begeleidt.”

Het woord schuld is het centrale begrip in de vierde episode. ,,Veel ouderlingen voelen zich schuldig. Hadden ze niet eerder moeten ingrijpen? Er waren vaak al geruchten. Dat de kerkenraad er ook niets aan kon doen, is een dooddoener. Er moet ruimte komen om deze schuldgevoelens te uiten.” Deze vierde episode treedt volgens hem in de praktijk nogal eens gelijk op met eerste episode, waarin de vraag naar de schuld van de dominee aan de orde komt.

Een dreigende desintegratie of een toenemende saamhorigheid, daar draait het om in episode vijf. Als de kerkenraad ruimte geeft voor de gevoelens die in de gemeente leven en werkt aan een goede communicatie, kan de gemeente er sterker uit komen. Daarbij kunnen geestelijke middelen als bidden en zingen – mits juist ingezet – volgens hem van onschatbare waarde zijn.

Bij de laatste episode die Veerman ontdekte gaat het om de vraag of de kerkenraad zich laat verrassen en achteraf op de ontwikkelingen reageert (re-actief) of er vooraf op inspeelt (pro-actief). Veerman is een voorstander van dat laatste. ,,Een kerkenraad kan alvast nadenken over wat zij moet doen als de dominee misbruik pleegt. Mijn boek kan daarbij behulpzaam zijn.”

In zijn proefschrift pleit hij voor ,,een zelfbewuste kerkenraad die de gekwetste gemeente leidt van ontreddering naar hoop”. Is dat niet te veel gevraagd? ,,De kerkenraad kûn ook iets. Ik realiseer me dat het moeilijk is, maar ze heeft de macht om bij seksueel misbruik het verschil te maken. Als ze maar authentiek handelt.’

Verzoening: ruimte of beklemming

1 apr

Dit artikel is gepubliceerd in het  Christelijk Weekblad 2013

Tegenover me zit een oudere man. Hij kijkt me aan met vriendelijke, maar droevige ogen. De groeven in zijn gezicht verraden niet alleen een leven van hard werken, maar ook van verdriet. Met zachte stem vertelt hij over zijn zoon die hij zo lang al niet gezien heeft. Enige jaren geleden overleed zijn eerste vrouw en toen hij een nieuwe relatie kreeg, begonnen de verwijten. Zijn zoon vond dat zijn vader te snel aan een nieuwe relatie begon en te weinig ruimte liet om te rouwen om het verlies van zijn moeder. De man had vol onbegrip en boosheid gereageerd – mocht hij dan niet meer gelukkig worden? Door de onverzoenlijke houding van vader en zoon verdiepte het conflict zich, zodat zij elkaar al twee jaar niet meer hebben gezien. Het pijnlijke is dat zijn kleinzoon over enkele weken zal trouwen. Zijn vraag aan mij: ‘Wat moet ik nu?’ eenzaamherid

 Weerbarstige praktijk

Het is een verhaal dat niet op zichzelf staat. In de pastorale praktijk stuit ik geregeld op de weerbarstige verhalen van conflicten, van onvergeeflijke schuld, van gekwetste en beschadigde mensen vanwege onomkeerbare verwijdering. Opvallend is dat de pijn die opgelopen wordt gedurende het proces van geruzie en het zoeken naar het eigen gelijk soms vele malen groter is dan de eigenlijke oorzaak van het conflict.

Het roept de vraag op waarom dit gebeurt. Hoe komt het dat conflicten zo gemakkelijk lijken te ontaarden en onoplosbaar blijken? Wat maakt dat we eerder geneigd zijn de ander te kwetsen dan te zoeken naar een opbouwend gesprek dat ruimte biedt?

Voor een deel hangt dit samen met de behoefte aan genoegdoening en wraak. Wanneer je tekort bent gekomen of gekwetst bent, groeit de terechte behoefte om recht gedaan te worden. Erkenning van de pijn, ruimte voor herstel en berouw zijn voorwaarden om eventueel afstand te kunnen nemen van die genoegdoening.

Daarnaast raken deze conflicten aan een diepe laag: doe ik er toe? Het raakt aan de existentiële angst geen ruimte te hebben om te leven, geen bestaansgrond te ervaren. Het verlangen om geliefd te zijn, een verschil te maken en gekend te zijn, maakt ook kwetsbaar. Juist in nabije relaties in gezinnen of tussen (ex)partners kunnen de conflicten door de onverzoenlijke opstelling van beide partijen enorm oplopen.

Er is dus sprake van een wonderlijke tegenstelling: het verlangen naar ruimte en eigenwaarde verandert door conflicten in een beklemmende situatie waarin angst en wantrouwen leidend zijn geworden. Hoe kan deze situatie ooit veranderen?

 Gods antwoord op schuld

Het lijkt erop dat de stem van Lamech in ons eigen leven en in onze wereld de beslissende stem is geworden: “Kaïn wordt zeven maal gewroken, Lamech zevenenzeventig maal” (Gen. 4, 24). Zorg voor jezelf, want wie zou het anders doen? Het is dit patroon dat doorbroken is door Gods liefdevolle omzien naar de mens. In de hele Bijbel is deze beweging zichtbaar, van de eerste tot de laatste bladzijde: God zoekt de mens en laat niet los wat zijn hand is begonnen. Gods reddende liefde centreert zich in het lijden en sterven én in de opstanding van Jezus Christus. Aan het kruis hield Jezus tot in de diepte van de dood zowel God als ons mensen vast. Zo toonde Hij dat Hij onze Middelaar is. In de opstanding klinkt Gods onvoorwaardelijke ja-woord. Hoewel wij Gods nabijheid in Jezus niet wilden en konden verdragen, wekte God Jezus op als eersteling van de nieuwe schepping. Kruis en opstanding horen onlosmakelijk bij elkaar. De weg die Jezus gegaan is, is onderdeel van de redding van Godswege.

Diettrich Bonhoeffer spreekt in zijn boek Navolging over de consequentie van deze ‘dure genade’. De onverwachte en diepe liefde van God doorbreekt onze angst en onze schadelijke  mechanismen tot zelfbehoud. In het licht van deze God mogen we op adem komen en vinden we grond onder de voeten: we zijn gekend en geliefd. Deze verrassende hoop biedt bevrijding uit onze beklemming en ruimte om in vrijheid opnieuw ons leven vorm te geven.

Als we dit tot ons laten doordringen, kan het niet anders dan dat we met liefde en overtuiging werk maken van onze roeping tot navolging. De Bijbel geeft hoog op van de mens: in Johannes lezen we dat “de grootheid van de Vader zichtbaar zal worden wanneer jullie veel vrucht dragen”(Joh. 15, 8). Door Gods verzoenende liefde opent zich een weg die ruimte en toekomst biedt. In de brieven in het Nieuwe Testament vinden we allerlei oproepen om op een andere manier vorm te geven aan ons leven: geen kwaad met kwaad vergelden. En: als we worden uitgescholden, moeten we niet terugschelden, maar zegenen. We worden opgeroepen niet alleen het goede te doen voor onze vrienden, maar juist voor hen die onze ruimte willen inperken. Daar maakt navolging een verschil. Het is een weg die lijkt in te gaan tegen onze natuur en onze reflexen, maar die uiteindelijk ruimte maakt. Deze weg van navolging, van zoeken naar verzoening in ons eigen dagelijks leven leidt ons weg uit de beklemming van angst, en brengt ons in de ruimte van Gods liefdevolle aanvaarding.

Valkuilen: verzoening als toedekken van onrecht

Is verzoening dus hét antwoord op weerbarstige conflicten? Dat antwoord is te kort door de bocht. Het is van belang om goed te kijken naar de onderliggende oorzaak van het conflict. Wanneer er sprake is van geweld of van andere vormen van onrecht, kan de nadruk op verzoening tot extra spanning en tot meer pijn leiden.

In situaties van onrecht zal er eerst recht gedaan moeten worden. Dat betekent tenminste dat degene die slachtoffer is geworden van onrecht de ruimte moet krijgen om het verhaal te vertellen, en de emoties die het verhaal met zich meebrengt te mogen voelen. Het roepen om recht is een voluit Bijbels roepen.

In deze context betekent liefde: het aan het licht brengen van het onrecht. Ruimte maken voor de pijn en het verdriet. Voorbarige verzoening veroorzaakt beklemming en benauwdheid, omdat het ontbreekt aan ruimte voor het verhaal. Waar verzoening wordt opgedrongen, zullen slachtoffers beschadigd raken. Waar mensen worstelen met schuldgevoelens en schaamte, zal eerst gewerkt moeten worden aan herstel van eigenwaarde. Het is van belang om te bedenken dat de processen van daders en slachtoffers ongelijktijdig verlopen. Wanneer een dader tot inzicht komt, kan er relatief snel een proces van berouw en verlangen naar vergeving en verzoening ontstaan. Voor slachtoffers kan het echter jaren duren om de traumatische gebeurtenissen achter zich te laten – als het al zo ver komt. Soms zijn mensen gewoon te beschadigd.

vrijheid

Tot slot

Verzoening is een stap verder dan vergeving. Vergeving kan de laatste stap in een helingsproces zijn: het loslaten van de gevolgen van het beschadigd en gekwetst zijn. Tot vergeving komen kan een eenzijdige handeling van de gekwetste zijn. Voor verzoening zijn beide partijen nodig. Verzoening is altijd een geschenk, omdat er een weg wordt gezocht in het erkennen van de schuld, en in het verlangen om samen de weg te kunnen vervolgen. Gods liefde opent de ruimte om de minste te durven zijn om de eerste stap te zetten.

Misbruikt in een kerkelijke context

11 feb

Onlangs werd ik deelgenoot van een verdrietig en pijnlijk levensverhaal. Een vrouw zocht contact met mij, omdat zij in haar jeugd misbruikt was in een ‘goed’ christelijk gezin. Al langere tijd volgde ze therapie om de verschrikkelijke ervaringen en de gevolgen van het misbruik  een plaats te kunnen geven in haar levensverhaal. Binnen de therapie liep ze tegen grenzen aan. De gelovige context waarbinnen het misbruik plaats had, werkte door in de trauma’s. De kerkelijke stemmen, de Bijbelteksten en de taal van het geloof werken tot op de dag van vandaag door in haar kwetsbaar bestaan. Al jaren geleden had ze zich bevrijd uit haar kerk. Ze had geprobeerd om God ook achter zich te laten – God die aan de kant van de daders stond, die haar klein en afhankelijk had gehouden. Maar gaandeweg in de therapie begon de context van geloof en kerk meer en meer een hardnekkige en negatieve rol te spelen. Hoe kun je bevrijd worden van een kerk die je de rug hebt toegekeerd en van een God in wie je niet meer gelooft? Jammer genoeg is het niet een op zichzelf staand verhaal en dragen velen trauma’s met zich mee, opgedaan in een kerkelijke context. En daarmee heb je soms een probleem erbij…

Verwond in de ziel

Wanneer misbruik in een kerkelijke setting plaatsvindt, komt er een dimensie bij – een dimensie die om zorgvuldige aandacht vraagt. Het is soms niet voldoende om de kerk vaarwel te zeggen of om niet langer in God te geloven. Deze stap getuigt van de innerlijke kracht van een slachtoffer en daarnaast kan de afstand noodzakelijk zijn om terug te kunnen kijken. Maar soms is er meer nodig. De woorden die in de gelovige context gesproken zijn, raken aan de ziel. ‘God’ gaat over goed en kwaad. Over chaos en schepping. Over oordeel, einde en begin. In een gelovige context omvat ‘God’ het hele leven. Een goddelijke legitimatie van de handelingen van de dader verzwaart de trauma’s en kan het slachtoffer op een diep innerlijk niveau verwarren. Hoewel je kunt besluiten om kerk en God de rug toe te keren, maar de geloofstaal, de religieuze angsten en twijfels kunnen zich al diep van binnen hebben vastgezet.  Een lastig probleem dat erbij kan komen, is dat veel mensen wel behoefte hebben aan een religieus kader. Niets is ook een beetje weinig.  Het kan dan belangrijk zijn om de kluwen te ontwarren, zodat er eventueel ook ruimte kan komen voor wat er goed was in de relatie van het slachtoffer met God.

Schuld en schuldgevoel

De taal van de kerk sluit vaak beter aan bij de behoeften van de dader dan bij die van het slachtoffer. In de kerk ligt vaak de nadruk op genade, vergeving, verzoening, schuld en zonde. Wanneer iemand concrete fouten of misdaden heeft begaan, past deze taal binnen die ervaringen. Vergeving past bij concrete schuld, en de belofte van een nieuw begin (in de kerk soms zo naïef en ondoordacht verkondigd) is voor de dader goed nieuws wanneer vergeven toedekken in plaats van onthullen betekent. Het slachtoffer kan door de nadruk op vergeving in een kramp terecht komen. Vrijwel alle slachtoffers lijden aan gevoelens van minderwaardigheid en worstelen met schuldgevoel. Het ligt voor de hand om in een kerkelijke setting deze gevoelens (ik ben slecht en ik voel me schuldig) te vertalen als: ik ben zondig. Alleen is de vergeving vervolgens onbereikbaar, omdat het schuldgevoel en de minderwaardigheid niet weggenomen worden door het verkondigen van genade. Voor het slachtoffer zou het heilzaam zijn wanneer in de kerk gesproken wordt over recht en gerechtigheid. Wanneer duidelijk wordt gemaakt dat God aan de kant van de kwetsbare en machteloze staat. Maar dit betekent allereerst dat de kerk moet erkennen dat het kwaad van misbruik ook binnen de eigen kring voorkomt.

Demonen

Wat vaak schokkend is in verhalen van mensen die in een kerkelijke setting te maken hebben gekregen met misbruik, is het totale gebrek aan steun, begrip en betrokkenheid van de kerkelijke gemeente voor slachtoffers.Een van de manieren om niet te hoeven zien, om de werkelijke mechanismen van geweld in de eigen gemeente onder ogen te zien, is het herbenoemen van gebeurtenissen. Zo kan het voorkomen dat slachtoffers vanwege ernstig misbruik (vaak als kind in het  ‘veilige’  gezin)  als overlevingsstrategie al op jonge leeftijd een dissociatieve stoornis ontwikkelen. Om de overweldigende gebeurtenissen het hoofd te kunnen bieden, ontstaan er meerdere ‘delen’ die het misbruik ondergaan en later de trauma’s of emoties bewaren. Deze verschillende delen communiceren met elkaar. Met andere woorden: mensen die slachtoffer zijn geworden van misbruik kunnen  stemmen horen. Het komt voor, wanneer slachtoffers de moed hebben dit te vertellen aan ouderlingen, voorgangers of familieleden, deze stemmen worden geïnterpreteerd als ‘demonen’. Binnen bevrijdingspastoraat een actueel risico. Er zijn verhalen bekend dat slachtoffers onderworpen werden aan een duivelsuitdrijving. De stemmen werden geïnterpreteerd als demonen, dus als vertegenwoordiging van het kwaad. Er werden geen vragen gesteld, en er werd niet onderzocht of er psychische oorzaken zouden kunnen zijn voor de stemmen. Het zal geen verrassing zijn dat dergelijke uitdrijving uitermate traumatisch doorwerken. Het roept de vraag op waarom sommige kerkelijke gemeenten zo schadelijk handelen naar slachtoffers; en waarom er zo weinig aandacht is voor mogelijk psychische problemen of voor de mogelijkheid van misbruik.

Jij moet vergeven!

Een ander weerkerende reflex in kerkelijke kringen is de grote nadruk op moeten vergeven. Een vrouw vertelde dat zij de moed had gevonden om na jaren van misbruik naar de politie te stappen. Het had effect: de dader werd gearresteerd en veroordeeld. Wonderlijk genoeg werd de vrouw verweten niet de kerkelijke weg gevolgd te hebben, maar de vuile was aan de wereld had getoond. Problemen, conflicten en zonden dienen in de eigen kerkelijke gemeenschap te worden opgelost. Toen deze dader na twee jaar weer ‘berouwvol’ in de kerkelijke gemeente zijn plaats terugvond, werd de vrouw gedwongen om hem te vergeven. Toen zij dit weigerde, werd zij als haatdragend en zondig aan de kant gezet.

Niet willen zien, niet willen weten

De rode draad in dergelijke verhalen is dat de kerk grote moeite heeft  om het seksueel misbruik onder ogen te zien. De kerkelijke taal sluit aan bij de behoefte om het misbruik bagatelliseren of te ontkennen. Een radicale keuze voor slachtoffers (wat in zou houden dat de idylle van een veilige gemeenschap moet worden opgegeven) blijkt voor velen veel te ingewikkeld.  Omstanders willen liever neutraal blijven.  Maar het zijn juist de omstanders (familie, hulpverleners, kerkelijke gemeenschappen, samenleving) die het verschil kunnen maken. Bij de gratie van omstanders kan misbruik blijven voortbestaan. Judith Herman schreef in Trauma en herstel. De gevolgen van geweld. dat neutraliteit niet bestaat als het om geweld gaat. Neutraliteit betekent kiezen voor de dader. Hij/zij heeft er belang bij dat mensen niet zien, niet willen horen en niet willen weten. Het slachtoffer vraagt om betrokkenheid, om steun en om erkenning. Kerkelijke gemeenten neigen naar neutraliteit, of geven in ieder geval er blijk van niet te (willen?) begrijpen welke mechanismen en welke pijn schuil gaan achter de verhalen van slachtoffers. De nadruk op vergeving, het zoeken naar een andere uitweg dan het onder ogen zien van seksueel misbruik en het in de kou laten staan van het slachtoffer komt helaas vaker voor dan gedacht. Opnieuw: het begint bij de bewustwording van de problematiek van seksueel misbruik, ook in onze eigen kerken.

Kansen voor de kerk

Valt er niets meer over te zeggen? Heeft de kerk geen antwoord op seksueel misbruik? In mijn beleving biedt de Bijbel heldere aanknopingspunten om misbruik aan de kaak te stellen. Een belangrijke Bijbelse lijn is de strijd tegen onrecht en de solidariteit met de gekwetsten en met mensen in de kantlijn van de samenleving. De Bijbel spreekt over kwaad – het is goed om misbruik ook als kwaad te benoemen, en duidelijk te maken aan welke kant God staat. Vanuit deze keuze om te strijden tegen onrecht, erkenning te geven aan slachtoffers en te werken aan plek om op adem te komen, kan ruimte ontstaan voor heling. Vanuit die veiligheid kan de kluwen ontward worden: welke rol heeft ‘God’ gespeeld in het misbruik? Misschien is het heilzamer om op adem te komen, vrij van kerk en geloof, dan te vrezen voor een god in wie je niet meer gelooft.