Tag Archives: vertrouwen

Geloofsbelijdenis: al wankelt de aarde

11 jul

Geloofsbelijdenis van Mirjam, Marinja en Arjan voor het doen van belijdenis op zondag 12 juli 2020

Wij geloven al wankelt de aarde.

Wij geloven al valt het duister op ons

Wij geloven al worden wij in de steek gelaten

Geloven heeft alles te maken met hoop

die groter is dan de omstandigheden

en ons doet opstaan tot het volle leven

met alle rafelranden

maar ook met de vreugde van het besef

dat God met ons mee optrekt

Wij zijn niet alleen!

Wij ontdekten sporen van God

in de mensen om ons heen

in de schoonheid van de schepping

in de fluistering van de stilte

Wij ontdekten sporen van God

in de geloofsgemeenschap

in de oprechte aandacht

in de zorg om elkaar

in het gebed van een medemens

in het verlangen het goede te doen

voor de wereld om ons heen.

We zochten en worstelden

– en soms nog, elke dag –

maar we weten ons (terug)geroepen

in het Licht

Geloven is vertrouwen

kwetsbaar en kostbaar

in God die ons niet in de steek laat

die ons vertrouwen niet beschaamt

die ons door Jezus Christus

op de weg van vrede en rust heeft gezet

ons omarmt en liefheeft

en ons verandert in de mens zoals wij bedoeld zijn

Het is God die met ons meegaat

zodat we niet meer verdwalen

die ons kent en in ons wil zijn.

In zijn vrede en rust komen wij op Adem.

Vijf lessen van Naäman

14 mrt

Het kan iedereen overkomen. Ziekte maakt geen uitzondering. Gezondheid is een kostbaar goed, maar we hebben er maar beperkt invloed op. Dat merkte Naäman aan den lijve.

IMG_20170808_115103(1)

Naäman was een gevreesd en geliefd generaal. Geliefd door zijn soldaten en zijn koning om de vele grote overwinningen die had behaald. Hij ging voor geen vijand aan de kant. Nee, als het spannend werd, ging hij voorop in de strijd. Een generaal om te volgen, een legerleider om op te bouwen. Gevreesd door de buurlanden. Want als Naäman je land binnentrok op strooptocht, kon je je maar beter terugtrekken in de woestijn en hopen dat de schade meeviel.

Een gevreesd generaal. Maar nu was hij machteloos. Hij was ziek geworden. Een gemene huidziekte. Je ging er niet meteen dood aan, maar je raakte verminkt, je kwam in een isolement en langzaam stroomde het leven uit je weg. Geen heldhaftig einde. Niet een heldenepos. Tegen ziekte kun je niet strijden. Er valt niet te vechten. Het gebeurt. Je hebt pech of geluk.

Reken maar dat Naäman alles geprobeerd heeft. Dat hij in het geheim naar alle doktoren en naar alle priesters die maar iets voorstelden in Aram, is geweest. Maar het resultaat was ontluisterend. Het was wachten op het moment dat het bekend zou worden.

Kun je je de spanning voorstellen in huize Naäman? hoe wanhoop, machteloosheid en verdriet zomaar kon omslaan in woede-uitbarstingen bij de generaal? Hoe hij ’s avonds geen hap door zijn keel kon krijgen? Hoe hij ’s nachts geen oog dicht deed en steevast op het dak te vinden was om naar de zonsopgang te kijken?

Dit bijzondere Bijbelverhaal vind je in 2 Koningen 5. Een paar lessen die je van Naäman kunt leren:

1. ziekte is geen gevecht dat je kunt winnen of verliezen

Te vaak menen we dat je tegen ziekte kunt strijden. Dat het een gevecht is die we kunnen winnen of verliezen, als we maar voldoende ons best doen. Maar niets is minder waar. Of we ziek worden en hoe we ziek worden is een kwestie van pech. De strijd die gevoerd moet worden, is het gevecht hoe om te gaan met machteloosheid.

2. luister naar de zachte stemmen

Naäman is een generaal. Hij is gewend om bevelen uit te delen. Reken maar dat hij met stemverheffing kon spreken. Opmerkelijk is dat Naäman twee keer op een nieuw spoor wordt gebracht door ‘zachte’ stemmen. De eerste keer is bij hem thuis. Een Israëlitisch meisje, buitgemaakt op een rooftocht, gegeven aan zijn vrouw als slavin, vertelt van een profeet in Israël. Naäman luistert naar haar en gaat op weg. Een keuze die zijn leven op meerdere manieren zal veranderen.

De tweede keer is in Israël. Als hij het bericht van de profeet Elisa heeft ontvangen, is hij zo boos en teleurgesteld dat hij niet wil luisteren naar Elisa. Zijn knechten praten op hem in en dan doet hij toch wat Elisa aan hem heeft opgedragen: ga zeven keer kopje onder in de Jordaan.

Met name de stem van het meisje, maar ook de stem van de knechten zijn van groot belang in dit verhaal. Durf jij te luisteren naar de zachte stemmen om je heen?

3. God is niet te koop

Als Naäman op weg gaat naar Israël neemt hij een geweldige schat mee. Hij gaat ervan uit dat hij met zijn geld iedereen naar zijn hand kan zetten. Hij is ervan overtuigd dat ook de God van Israël wel oren zal hebben naar het geld van Aram.

Elisa laat echter zien dat God niet te koop is. Naäman mag al zijn geld houden. Wat er van hem gevraagd wordt is om zijn handen te openen voor de genade van God: zijn liefde, aanvaarding, vergeving, zijn gunst. Gratis.

Durf je je handen te openen, durf je toe te geven dat je je leven niet in eigen hand hebt, maar dat je afhankelijk bent van God?

4. stel je verwachtingen bij

Naäman ging naar de profeet Elisa, en hij had zich al een hele voorstelling gemaakt van hoe de genezing eruit zou zien. Het moest schitterend worden en meeslepend. Een goed verhaal voor thuis.

Het blijkt echter heel terloops te gaan. Het optreden van de profeet is geen spektakelstuk. De genezing zelf gaat haast tussen neus en lippen door. Het gaat niet om het spektakel, maar om het vertrouwen op God.

Durf jij de regie uit handen te geven en je door God te laten verrassen?

4. geef niet op

De kern van het verhaal van Naäman ligt in het vertrouwen om te doen wat hem gevraagd is. Geloven is vertrouwen. Het gaat vaak niet zoals we gehoopt of verwacht hadden. Het kan voorkomen dat we niet zo goed weten of en zo ja hoe God in ons leven aanwezig is.

Naäman leert ons om niet op te geven. Volhouden. Steeds weer. Vasthouden aan de trouw van God. Vasthouden aan de belofte. We kunnen kopje ondergaan, maar we zullen met God opstaan tot een nieuw leven.

Zeven teksten tegen de angst

30 sep

Angst kan heel bepalend zijn. Soms heb je dingen meegemaakt die je angstig hebben gemaakt. Soms heb je gedachten die je angstig kunnen maken. Gedachten over de eindigheid van ons bestaan, gedachten over de oneindigheid van het heelal, gedachten over wat je niet kunt begrijpen. Soms ben je bang dat je niet goed genoeg bent, bang wat de ander van jou vindt. Vaak verstop je je angst. Anderen hebben geen idee waar je mee worstelt en het overeind houden van de muren kost soms zoveel energie. Juist op momenten dat je alleen bent, kun je je overvallen voelen door je angst. Of je kiest er maar voor om bepaalde activiteiten niet meer te bezoeken.

De Bijbel heeft weet van die existentiële angsten: mag ik er zijn? Doe ik er toe? Ben ik de moeite waard? Ben ik veilig? Wanneer engelen in de evangeliën aan Zacharias, Maria of de herders goed nieuws te vertellen hebben, begint hun boodschap vaak met de mededeling: ‘Wees niet bang’. In dit blog zeven teksten tegen de angst. Wel goed om te weten: soms hebben angsten een psychologische oorzaak. Bijbellezen en bidden kunnen je helpen om rustiger te worden, maar het is ook goed om daarnaast naar de diepere redenen van je angst te leren kijken.

Zondag: Gen. 1, 1-3 “Er moet licht komen”

11 In het begin schiep God de hemel en de aarde.  2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.  3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

Het eerste woord dat God in de Bijbel spreekt is ‘licht’. De wereld ligt er in alle verlatenheid bij. Er heerst chaos. De aarde is woest en doods. Er is duisternis. Er is geen vaste grond. Misschien herken je dat ook wel in je eigen leven. Je hebt het gevoel dat er geen houvast meer is, dat je ten onder gaat door chaos en wanhoop. Dat maakt angstig.

In de chaos van de oervloed spreekt God. De donkerte en duisternis mogen niet het laatste woord krijgen. Er moet licht komen. Het licht is niet de zon, die wordt immers pas later geschapen in het verhaal. Het licht heeft alles te maken met Gods scheppend woord. Het is licht tegen wanhoop en moedeloosheid. De chaos wordt een halt toegeroepen en we ontvangen hoop. Dat dit licht vandaag met je mee mag gaan. Gods scheppend woord als tegenwicht tegen de angst.

Gebed: steek met aandacht een kaarsje of waxinelichtje aan en denk daarbij of spreek hardop uit: ‘Ik ontsteek het licht van Christus. Teken van hoop, teken van opstanding. Dat het licht van Christus mij mag dragen en verlichten, zodat mijn angst niet het laatste woord heeft.

Om te zingen:  

Maandag: Johannes 16, 33 “Ik heb de wereld overwonnen”

33 Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’

De maandag is zo’n dag. Een nieuwe werkweek. Een nieuwe week waarin je misschien klem zit, niet kunt werken en je angst je misschien verlamt. Misschien lukt het je om je taken die voor vandaag gepland staan voor elkaar te boksen, maar wat kan het soms zwaar zijn. Misschien is het goed om even een stapje terug te doen. Soms is het gewoon lastig en zwaar. Soms lukt het gewoon even niet. Probeer dit voor nu maar even te accepteren en luister naar de woorden van Jezus: ‘jullie zullen vrede vinden bij mij’.

Jezus spreekt hier met grote stelligheid over. ‘Ik heb de wereld overwonnen’. Uiteindelijk mag dat ook rust en vrede brengen.

Gebed: Heer Jezus, wanneer het donker zich vastzet in mijn denken en in mijn hart, wanneer mijn onrust mijn dag bezwaard, geef mij dan uw vrede. Dat is rsut mag vinden en thuis mag komen, in het vertrouwen dat U de machten en krachten hebt overwonnen. Amen

Om te zingen: 

Dinsdag: Jeremia 1, 4 – 8 “Kijk eens met de ogen van God”

De HEER richtte zich tot mij: 5 ‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ 6 Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’ 7 Maar de HEER antwoordde: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag. 8 Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.’

Wat kun je soms twijfelen aan jezelf. Ben ik wel goed genoeg? Hoe zullen anderen naar mij kijken? Als Jeremia geroepen wordt, schrikt hij zich een ongeluk. Als hij één ding zeker weet, is het dat hij te jong is. Hij weet zeker dat hij niet geschikt is voor de taak. Maar God zegt: ‘Ik heb je geschapen, al in de moederschoot. Echt, Ik geloof in jou, Ik weet dat jij talenten hebt. Wees maar niet bang, het komt goed’.

En God doet een belofte: “Ik zal je terzijde staan’. Misschien kun je proberen om deze woorden op jouw eigen leven toe te passen. God heeft jou met zorg en liefde geschapen. Hij heeft jou talenten gegeven en Hij zal jou trouw blijven. Zou je iets van dat vertrouwen van God in jou met je mee kunnen nemen?

Gebed: God van genade, Schepper van al het leven, Schepper van mij  leven. Leer mij met uw ogen vol ontferming en genade naar mijzelf te kijken. Wilt U mij helpen om mijn angsten onder ogen te zien en te leren vertrouwen dat ik goed genoeg ben – zoals ik ben. Amen

Om te zingen: 

Woensdag: Jesaja 42, 1 – 3 “Zorg voor de gebrokene”

421 Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen. 2 Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; 3 het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.

Angst kan diep zitten. Doordat je beschadigd bent, doordat de energie letterlijk helemaal op, doordat je niet meer kunt. Je kunt angstig worden, omdat je bang bent dat je het niet redt. Of dat je in een gesprek bedoeld of onbedoeld net dat laatste zetje krijgt waardoor je helemaal dreigt in te storten. Misschien is het dan goed om deze tekst uit Jesaja in herinnering te roepen.

Het is een profetie over de Knecht van de  Heer, een beeld waar wij Jezus in mogen herkennen. Deze profetieën gaan over de Redder die God zal sturen. Deze redder komt niet met geweld en met veel lawaai. Nee, het is juist tegenovergesteld. Zonder schreeuwen, zonder stemverheffing, maar mét zoveel aandacht. Juist voor het gebrokene. Het geknakte breekt Hij niet af. In al je gebrokenheid draagt Hij jou. Het vlammetje dat bijna gedoofd is, wakkert Hij weer aan. Misschien dat deze tekst je mag bemoedigen vandaag.

Gebed: Lieve God, U ziet het gebrokene, U ziet het gekwetste, U ziet mij wanneer mijn vlammetje uit dreigt te gaan. Wilt U mij op handen dragen, opdat ik iets van energie mag ervaren, zodat ik de angst dat het allemaal niet meer lukt in uw hand mag leggen. Amen

Om te zingen: 

Donderdag: Jesaja 9, 1  “Ik zie een schitterend licht” 

91 Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.

Het hoort bij onze realiteit dat het duister kan zijn. We kunnen niet voorkomen dat we zelf of dat onze geliefden op enig moment door donkere dalen gaan. Wij kunnen onszelf niet voor het kwaad behoeden, ondanks alle protocollen en evaluaties. Soms gaat het nog een spade dieper. ‘Zij die wonen in het donker’ schrijft Jesaja. Zo kan het ook zijn. Door wat je mee hebt gemaakt, is het donker je eigen geworden. Misschien versterkt dat donker ook je angst. In de Bijbel staat het donker voor wanhoop, voor leven zonder toekomst.

Maar Jesaja zegt dat het daar niet bij blijft. Degene die ronddoolt, de draad kwijt is, degene die in het donker stil is gevallen, zal een schitterend licht zien. Het duister zal doorbroken worden door een helder licht. Johannes spreekt over Christus als het licht van wereld. Moge dat je ook rust geven dat het licht schijnt tot in de diepste duisternis.

Gebed: Hemelse Vader, dank U wel voor sporen van licht, voor het schitterende licht, Jezus Christus, die tot in de diepste duisternis schijnt. Geef dat dit licht mij mag helpen om angsten onder ogen te zien en bij U neer te leggen. Amen

Om te zingen: 

Vrijdag: psalm 46, 2 – 4 “Een veilige plaats”

2 God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. 3 Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. 4 Laat de watervloed maar kolken en koken, de hoge golven de bergen doen beven. 

Wat ik je toewens dat je momenten mag kennen waar deze psalm over zingt. Dat ondanks alles waar je doorheen moet en waar je mee te kampen hebt, je God leert kennen als een veilige schuilplaats en een betrouwbare hulp. De omstandigheden waar de dichter mee te maken heeft, doen denken aan Genesis 1, aan het begin van de schepping. De golven die over elkaar heen slaan, het gemis van vast grond. Wat kan dat angstig maken en wat kun je dan verlangen naar veiligheid en hulp. Dat de woorden van deze dichter ook de jouwe moge worden, meer en meer.

Gebed: God van Licht en Leven, we roepen U aan in de stormen van ons leven, in de gebeurtenissen die de grond onder onze voeten kan doen trillen. We roepen U aan in tijden van angst, in het verlangen naar rust en veiligheid. Dat we mogen schuilen onder uw vleugels. Dat U voor ons een veilige schuilplaats bent. Dat U een betrouwbare hulp bent – voor mij, voor wie naar U verlangt. Amen.

Om te zingen: 

Zaterdag: Johannes 8, 12

12 Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ 

Er kunnen vele oorzaken zijn waarom je worstelt met angst. Wat ik weet dat angsten niet zomaar weg gebeden kunnen worden. Soms is gebed toereikend. Soms zijn gesprekken nodig. Soms moet je dingen onder ogen zien die al zo lang met je meegaan. Mag in de weg die je gaat het licht van Christus met je meegaan. Ik wens je toe dat je mag lopen met je gezicht naar de zon; dat het licht van Christus met je meegaat; dat je van tijd tot tijd kunt schuilen bij God; dat je zo je weg mag vervolgen – niet alleen, maar gedragen door Gods vrede.

Gebed: Heer Jezus, licht voor de wereld. Wees mijn licht, dat uw licht mijn weg mag beschijnen, opdat ik veilig kan gaan, gedragen door uw vrede. Amen

Om te zingen:

Ten strijde? Over de wapenrusting van God

18 okt

Soms bekruipt me een gevoel van onmacht. Er is zoveel in beweging in onze samenleving, in onze wereld, in mijzelf – het trekt aan me, het vraagt om een antwoord, maar ik overzie het niet meer. De haat van fundamentalisten tegen alles en iedereen, maar ook de verontrustende doorwerking in ons eigen land tegen moslims. Hele volken die op drift lijken te zijn door oorlogen, slechte leefomstandigheden en  de hoop op economische verbeteringen, maar ook de toenemende haat in ons eigen land tegen buitenlanders. De zorgen van zoveel mensen door de politieke veranderingen, maar ook de afnemende solidariteit en loyaliteit. Hoe kun je nog overleven als je niet vecht voor zelfbehoud? Het komt uiteindelijk alleen nog aan op zelfhandhaving….

Het zijn die momenten dat ik me realiseer hoezeer ik het nodig heb om gedragen te worden in geloof. Om te leren volharden. In dat kader – het volhouden, het volharden – schreef Paulus het stuk over de wapenrusting van God (Efeze 6, 10 – 17). Die wapenrusting is niet militant bedoeld. Wij worden juist ontwapend en opgeroepen om ons te kleden met Gods wapenrusting. Om ons te kleden met de nieuwe mens. Het is eerder een kleed dan een draagbaar fort. Zoals David zich niet kon bewegen in de wapenrusting van Saul, en juist gekleed in vertrouwen de kracht vond om het kwaad te weerstaan. De wapenrusting van God is niet gericht zozeer gericht op de strijd tegen anderen, maar op de strijd in onszelf.

wapenrusting304

We strijden tegen de duivel schrijft Paulus. De duivel is degene die tweedracht zaait, die mensen bewapent met bitterheid en haat. Met wantrouwen en ongeloof. De duivel is de aanklager die in ons klinkt. De stem die niet kan en wil vergeven, de stem van bitterheid zonder genade. We strijden tegen wereldheersers van de duisternis: tegen ideeën met zuigkracht. ‘Je moet met je ellebogen werken als je iets wilt bereiken’. ‘Je kunt niemand vertrouwen’. ‘Je bent niets waard als je niet presteert en opvalt’.

Daarom roept Paulus ons op om ons te kleden met die wapenrusting van God. Om onze kracht in de Heer te zoeken. Deze wapenrusting zegt alles over God – wij worden kwetsbaar. Deze wapenrusting is niet een plek om ons te verschansen, maar een uitnodiging om het verschil te maken. We kleden ons met de waarheid: een eenduidig en betrouwbaar leven. Gerechtigheid als pantser en sandalen van vrede. We worden uitgenodigd om getuigend te leven, vanuit onze bestemming en stappen te zetten op de weg van het Evangelie.

Ja, ik zoek mijn kracht in de Heer, in zijn sterkte. Zo hervind ik mijn hoop en adem op. Laten we opstaan om gekleed met deze wapenrusting het verschil te maken. Leven vanuit liefde, gerechtigheid en barmhartigheid.

 

De regenboog – Noach vertelt

3 okt

(Bij mijn afscheid van de Protestantse Gemeente ‘t Harde mochten de kinderen hun lievelingsverhaal uit de Bijbel kiezen. Dit is de keuze van Rick, Joost, Juul en Ruben)

Beste Rick, Joost, Juul en Ruben, wat gaaf dat jullie het verhaal van Noach zo mooi vinden. Als Noach zijn verhaal vertelt, ben ik altijd een en al oor. Maar ja, Noach is dan ook mijn opa. Mijn naam is Tubal. Ik ben de kleinzoon van Noach. We zitten in de tent en kijken uit over de vallei. Het is maar goed dat we binnen zitten, want de regen valt met bakken uit de hemel. Bliksemschichten doorklieven de donkere lucht.

Mijn opa is stil. Ik zie hem peinzen. Met zijn handen ondersteunt hij zijn hoofd, terwijl hij naar de kleine stroompjes kijkt die naar beneden kolken en gaandeweg de helling veranderen in snelstromende beekjes. Noach kijkt omhoog, naar de lucht. Ik kijk naar zijn ogen. Naar zijn vriendelijke en rustige oogopslag, naar het vertrouwen dat zijn ogen uitstralen.

Noach staat op en stapt de regen in. Hij wenkt mij om naast hem te komen staan. Met zijn stok wijst hij naar het westen, waar de wolken openbreken. De zon breekt door en zonnestralen vallen de vallei binnen. De zon schijnt op de regen en een prachtige regenboog omspant het dal. Boven de heldere regenboog wordt nog een tweede boog zichtbaar.

dubbele regenboog

‘Mooi, he’ fluistert mijn opa. ‘Een dubbele regenboog!’ We staan samen in de regen. Mijn opa pakt mijn hand en hij opent zijn andere hand naar de hemel. ‘Dank U wel’, hoor ik Noach zeggen.

We stappen de tent weer in, onze haren nat van de regen. Ik kijk mijn opa vragend aan. Noach begint te vertellen.

‘Als ik de regenboog zie, denk ik aan God. Aan zijn zorg voor ons, aan zijn trouw en liefde. Je weet dat er een hele grote overstroming is geweest, he. God heeft mij van tevoren gewaarschuwd. Hij vertelde mij dat ik een hele grote boot moest bouwen, een ark. Het ging namelijk helemaal niet goed met de mensen en met de aarde. De mensen zorgden heel slecht voor de dieren en deden ook elkaar kwaad. Niemand was meer veilig.

God wilde voor zijn schepping zorgen en het kwaad stoppen. De boot die ik ging maken, moest zo groot worden dat van alle dieren er twee mee konden in de ark.

Ik was uitermate verbaasd. Waarom kwam God naar mij toe? Hoe kon ik ooit een zo grote boot bouwen? Hoe zouden die dieren in de ark komen? Ik liet de vragen maar en begon aan mijn opdracht. Jouw vader en ooms hielpen vaak mee. Sem, Cham en Jafet waren fijne zoons. De mensen in de omgeving verklaarden ons voor gek. Wie bouwt er nu een boot op het droge? En nog wel een zo grote boot?

We werkten weken, maanden en jaren aan de boot. Telkens waarschuwde ik de mensen die kwamen kijken voor wat komen ging. Niemand nam mij serieus.

Op een ochtend toen de zon nog maar net de eerste stralen op de boot liet vallen, die nog maar net klaar was, voelden we de aarde beven. We sprongen uit ons bed en keken naar buiten. Een grote stofwolk hing boven de vlakte. Door het stof heen zagen we silhouetten bewegen. Eerst konden we het niet zo goed zien, maar opeens zagen we wat die stofwolken veroorzaakten.

Dieren. Honderden dieren. Twee giraffen staken met hun lange nekken boven alles uit. Twee olifanten liepen voorop. Twee stokstaartjes renden rondjes om twee runderen. Allerlei soorten vogels vlogen tjilpend en kwetterend rond de gazelles en zebra’s. We keken onze ogen uit. Er kwamen allemaal mensen op het geluid af en met verbazing zagen we hoe de dieren vanzelf de ark inliepen.

Ondertussen begon het te regenen. Eerst sloegen we er geen acht op, maar het begon steeds harder te regenen. Het water kwam met bakken uit de lucht. Ik riep tegen mijn vrouw en mijn zonen en schoondochters dat ze snel hun spullen moesten pakken en in de boot moesten stappen.

Ik ging als laatste naar binnen. Ik kon nog net voorkomen dat een schildpad klem kwam te zitten tussen de deur.

We voelden de ark loskomen van de grond. Hij begon te drijven. Het bleef regenen. Alles stond onder water en wij dreven op de golven, in weer en wind. Het duurde lang. De regen hield wel 40 dagen aan. Maandenlang bleef het land overstroomd. Wat duurde het lang en wat was het moeilijk om niet moedeloos te worden.

Maar opeens voelden we de ark vastlopen. Het water was aan het zakken! Het werd droog en wij, wij mochten eindelijk naar buiten en de grond weer onder onze voeten voelen. Heerlijk! We dankten God op onze knieën.

Toen we omhoog keken, zagen we een regenboog. De helderste en mooiste die we ooit gezien hadden. Zulke mooie en hartverwarmende kleuren. God zei: “Dit is een teken van mijn liefde en trouw aan jullie en aan de hele schepping. Ik zal het nooit meer zo hard laten regenen, en ik zal altijd goed voor jullie zorgen”.’

‘Dus, Tubal’, besluit mijn opa, ‘als ik die regenboog zie, dan denk ik aan hoe God ons gered heeft. Dan herinner ik me hoeveel God van de schepping houdt. Dan weet ik dat God altijd trouw zal zijn.’

Opa wil nog meer vertellen. Maar het is inmiddels droog geworden. Ik roep ‘dag opa’ want ik wil nu eerst rennen.

Bang in het donker

30 apr

Er was eens een kleine mol die een groot probleem had. Hij was bang in het donker. Barend was de kleinste mol van het weiland, en kon ook niet zo goed graven. Hij hield ook helemaal niet van graven, want als hij met een nieuwe tunnel begon, werd hij altijd al heel snel bang. Want hoe dieper hij groef, hoe donkerder het werd.

Op een dag besloot Barend dat het genoeg was. Hij zou het aan zijn broers en zussen gaan vertellen, dat hij niet langer in gangen wilde rond schuifelen en in het donkere hol wilde wonen. Hij was wel bang wat zijn vader en moeder ervan zouden vinden, maar hij was banger voor het donker. Hij trok zijn stoute schoenen aan, en ging naar de eetkamer, waar de familie juist om de tafel was gaan zitten. Moeder diende net een prachtige worm op, met weidekruidensaus. Het lievelingseten van Barend.

Zodra hij binnen kwam, voelde iedereen dat er wat was. Met een zucht zei Barend:  “Ik wíl niet meer onder de grond wonen. Ik houd niet van het donker en ik ben bang. Ik pak mijn spulletjes en ga in de wei kijken.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Ach”, zei moeder en keek haar zoontje vriendelijk aan. “Ben je al die tijd al bang geweest?” Nog voordat Barend kon antwoorden, schoof vader Mol met een geïrriteerd gebaar zijn bord opzij en stond op. Hij keek zijn zoon aan en zei: “Opa was de beste graver van de hele weide. Nog steeds spreekt iedereen vol bewondering over hem. Ik wou dat je iets meer van hem had.” Hij draaide zich om en liep weg. “Nou dat helpt”, zei moeder. “Weet je, vader was vroeger ook vaak bang in het donker. Maar hij mocht er nooit over praten opa. Hij heeft zich altijd heel eenzaam gevoeld. Weet je wat, ik ga straks even met hem praten, en dan biedt hij zijn excuses wel aan.”

‘Is Barend clausrofi- claustrofro – he, hoe heet dat ook al weer?’ Vroeg Barends kleine zusje. “Claustrofobisch? Ben je bang voor de tunnels, Barend”. “Nee”, zei Barend, “nee, het is meer dat ik niet alleen durf te zijn. En juist in het donker voel ik me zo eenzaam.”

“Maar daar kunnen we je mee helpen”, zei moeder. “Weet je, je vader en ik houden heel veel van je. We willen niet dat je je zo eenzaam voelt. Verken de gangen maar, en vertrouw er maar op dat als je roept, dat we er direct aankomen. Je bent niet alleen.”  Barend haalde opgelucht adem. Het was fijn om zo te kunnen vertellen wat er in hem omging. Toch was hij er niet helemaal gerust op. Het was nog steeds donker in de tunnels. “Weet je wat”, zei moeder. “Je mag vandaag met Willie de vuurvlieg spelen in de grote zaal. Dan voel je je niet alleen, en is het ook lang zo donker niet meer.”

 

Gods wil en de mazelen – preek over Matt. 6, 10

8 jul

(Preek gehouden op 7 juli 2013)

Enkele jaren geleden zijn we in onze gemeente aan de slag gegaan met het boek van Robert Warren ‘Handboek Gezonde gemeente’. De schrijver reikt op basis van een aantal onderzoeken in kerkelijke gemeenten thema’s aan die kenmerkend bleken te zijn voor gezonde gemeenten. Een van deze thema’s is ‘op zoek naar de wil van God’. Juist met dit thema – de wil van God, voelden we ons wat verlegen. Hoe doe je dat – afstemmen op de wil van God? Wie bepaalt wat de wil van God is? De meningen blijken daar immers nogal over te verschillen. En als je je in je leven steeds beroept op Gods wil – waar is je eigen verantwoordelijkheid dan? Verlegen met de wil van God.

De wil van God. Opnieuw actueel door de mazelenepidemie. Een vader van acht kinderen noemde bij een actualiteitenprogramma dat dit voor hem een reden was om zijn kinderen niet te laten inenten. Hij sprak over zijn vertrouwen op God, over het luisteren naar de wil van God en over het leven van hemzelf en zijn gezin in handen durven leggen van Gods voorzienigheid.  Hier geen terughoudendheid of verlegenheid. Het geloof als richtingwijzer voor keuzes in het leven. Het al dan niet inenten raakt voor deze gelovige aan grotere en diepere vragen. Het heeft alles te maken met Gods macht. Of misschien beter: aan Gods almacht. Zoals het ook verwoord is in zondag 10 – een geroemd, maar ook hevig bekritiseerd en berucht artikel uit de Heidelbergse Catechismus over Gods voorzienigheid. Het feit dat God alles in zijn hand houdt, dat er niets is dat buiten Hem omgaat, maakt dat deze ouder zijn kinderen niet inent.

inenting

Alles komt immers uit Gods hand. Zouden wij in de weg willen staan van deze God? Als God ons ziekte zendt, kan Hij ook genezing schenken.Daar gaat het om: durven vertrouwen op God. De Almachtige God. Het is een Godsbeeld die in de christelijke traditie lange tijd gemeengoed was. Deze visie op God geeft een zekere rust. We mogen erop vertrouwen dat God zijn schepping in stand houdt. Dat er niets is dat buiten zijn wil om gaat. Lezen we niet in de Bijbel dat er geen mus dood neervalt zonder dat God dat wil? Dat is de ene kant van de almachtige God: rust en overgave. Als ons iets overkomt, zal het uiteindelijk meewerken ons ten goede. De andere kant is dat het spreken over de almacht van God ook krachtige vragen oproept. Zou het echt zo kunnen zijn dat God ons leed toebedeelt? Dat Hij het op de een of andere manier het goeddunkt dat wij onze geliefden moeten missen? Dat wij ziek worden, chronisch ziek zijn? Dat we lijden aan en door onrecht? Wil ik wel in zo’n God geloven? Het roept een andere scherpe vraag op: als God ons dat toebedeelt, hoe kunnen we dan nog ooit bij Hem schuilen om troost?

Even terug naar de reformatorische vader. Uitgangspunt is dus dat het vertrouwen op God voortkomt uit het geloof dat niets gebeurt zonder dat God het wil. De wil van God tekent zijn voorzienigheid (= zijn zorg voor ons) en vraagt dan ook om een gelovige overgave.

Tegelijkertijd roept deze overgave in de publieke opinie veel weerstand en soms ook agressie op. Een begrijpelijke reactie, omdat het gaat om de vraag hoe we met onze kinderen omgaan, hoe we onze verantwoordelijk voor de samenleving vorm geven. Hoe zit het met onze eigen verantwoordelijkheid? Hoe kan het dat je wel achteraf een behandeling mag ondergaan, maar niet preventief mag handelen? Is dat niet hypocriet? Overigens denken niet alle reformatorische christenen hier hetzelfde over, maar is de groepsdruk soms zo krachtig dat moeders in het geheim toch overgaan tot inenten. Dat vind ik verdrietig en pijnlijk dat gelovigen, kerken elkaar zo de maat nemen dat er geen ruimte meer ervaren wordt.

***

Op zich staat deze hele discussie, over het al dan niet inenten, deze thematiek best ver van onze gemeente af. Ik heb niet de indruk dat het al dan niet inenten op zich een issue is. Waarom het erover hebben? Allereerst is het wel een discussie die zich afspeelt in onze achtertuin, waarbij geput lijkt te worden uit dezelfde bron – de Bijbel. In de tweede plaats: het is onze verlegenheid met de wil van God enerzijds en het overtuigd spreken van anderen hierover  waardoor er een hypotheek lijkt te liggen op ons spreken over Gods wil. Op hoe wij ons verhouden met Gods wil. En dat maakt het gesprek over de mazelen verwarrend. Het raakt ook aan thema’s en overtuigingen die in ons eigen geloof van belang zijn – of waar we mee worstelen. En dan is het misschien ook wel weer bijzonder. Het is bijzonder om te zien hoe mensen in hun gewone dagelijkse bezigheden zoeken naar de wil van God. Hoe is dat voor ons?

Misschien is het goed om te beginnen bij de vraag wat Gods wil eigenlijk is. Het antwoord op deze vraag zal ook ons beeld van God beïnvloeden. In het gebed dat Jezus ons geleerd heeft, is de derde bede: ‘uw wil geschiede’. Waar doelt Jezus dan op?

Het spreken over Gods wil is niet zonder risico en vraagt dan ook om zorgvuldigheid. ‘Gods wil’ is in de geschiedenis op verschrikkelijke manieren misbruikt. Zo beriep Hitler zich op de wil van God om de totstandkoming van het Derde Rijk te verdedigen. Daar waar Gods wil los wordt geweekt van de Bijbelse betekenis, waar ik van mijn verantwoordelijkheid en  betrokkenheid ontslagen word, kan een beroep op Gods wil zomaar betekenen om passief gebeurtenissen en lijden te aanvaarden. Stil maar, wacht maar. Of kan onrecht zelfs  gelegitimeerd worden. Laten we daarom zorgvuldig spreken over Gods wil.  Want een massief beroep op Gods wil, betekent het einde van het gesprek.

***

Maar hoe spreekt de Bijbel dan over de wil van God? De tekst uit Micha 6 verheldert wat God van ons wil, wat God aan ons vraagt. God voert een rechtsgeding tegen zijn volk. God herinnert zijn volk aan het verbond dat Hij met hen gesloten heeft. De hele geschiedenis van Israël is heilsgeschiedenis: verhalen van redding, verhalen van uittocht uit het land van slavernij, van bevrijding, zo ongedacht. Daar in die geschiedenis krijgt de wil van God betekenis. Daar in die geschiedenis van bevrijding, van redding uit slavernij en beklemming wordt de inhoud van Gods wil zichtbaar. Gods wil heeft alles te maken met Gods welbehagen, met Gods bewogen vaderhart. De stem van de profeten verwoordt de hele Bijbel door hoe de wil van God verzet tegen onrecht en lijden betekent. Met Gods wil is bedoeld wat God in zijn bewogenheid met ons voorheeft. Gods wil is dat zijn verbond met ons wordt doorgezet in de relaties om ons heen.

Gods wil is niet – is nooit – verwoesting of verstrooiing. Is nooit een opgelegd slavenjuk, een last waaraan we ten onder dreigen te gaan. Gods wil is niet het onrecht dat mij in mijn leven is overkomen. Gods wil is niet de ziekte die mij belemmerd. Gods wil is niet de depressie waar ik mee worstel. Gods wil is niet het misbruik dat ik heb mee gemaakt. Het geweld dat ik nu nog steeds onderga. Integendeel. Gods wil is dat wij in de ruimte worden gezet, dat we als bevrijde mensen aan onze bestemming komen. Niet langer vreemdeling en ontheemd. Maar thuiskomen bij God. De wereld als een bewoonbaar huis. Als Gods wil in de Bijbel ter sprake komt, dan opent zich het perspectief van Gods heerlijkheid op aarde. Van het nieuwe  Jeruzalem.

Uw wil geschiede – moge uw wil worde gedaan In de hemel zoals ook op de aarde. In de hemel – daar begint het. Van de kant van God. Dat is ons gebed: God, laat uw wil gebeuren. Doorbreek alles wat in strijd is met uw wil. God, maak uw bewogenheid met ons waar. Deze derde bede is een verzuchting, een roep uit onze levensverhalen. Het gebed betekent niet dat we ons maar moeten neerleggen bij de feiten. Een roep om berusting. Aanvaarding van het lot. De profeten gaan ons voor in hun roep: laat uw wil toch zien in deze wereld die tegen U getuigt. De geschiedenis is in de Bijbel niet de spiegel van Gods wil. De geschiedenis is eerder het veld van Gods opgeschorte wil: Gods geduld, Gods lankmoedigheid. God houdt zich in verdraagzaamheid in: geduld kost moeite, het is een dulden. God lijdt aan onze geschiedenis. Het gaat Hem aan het hart. In het geloof wordt God gekend als de God die zijn Rijk, zijn vrede en zijn gerechtigheid wil, de God die ingaat tegen de loop van de dingen, de God die de geschiedenis doet keren ten goede.

De wil van God. Dat is zichtbaar geworden in Jezus Christus. In Jezus raken hemel en aarde elkaar. Laat uw wil geschieden, bad Hij in Getsemané. Liever zag Hij de drinkbeker aan zich voorbij gaan. Jezus verheerlijkte het geweld niet. Hij heeft het lijden van de mensen altijd verworpen. Hij heeft zich ertegen verzet, heeft zich er woedend over gemaakt. Hij heeft zieken genezen, boze geesten uitgedreven, lammen op de benen gezet, blinden het zicht weergegeven. Zondaars vergeving geschonken. Hij heeft een nieuw begin gemaakt, steeds weer. Jezus is de mens naar Gods hart, Zoon van God, in verzet tegen het lijden. Hij nam het lijden op zich. Dienende liefde Hij hield ons vast voor Gods aangezicht en bleef God trouw tot aan de dood aan het kruis. En zo verbindt Hij hemel en aarde, ons mensen en God. Met Christus heeft God een begin gemaakt met de nieuwe schepping – dat is Gods wil. Dat is Gods voorzienigheid – dat Hij alles over heeft om ons te redden. Gods voorzienigheid krijgt gestalte in Christus.

Deze wil van God: zijn omzien naar ons, zijn uitredding en bevrijding, zijn verzet tegen lijden en onrecht, kleurt vervolgens Gods voorzienigheid. God zal erin voorzien. God zal mij niet alleen laten. Al gaat mijn weg door een dal van diepe duisternis, al vertoef ik in de schaduwen van de dood – Gij zijt bij mij. Omdat ik weet heb van Gods wil, durf ik met Paulus die verrassende hoop uit te spreken dat niets mij scheiden kan van de liefde van God in Jezus Christus.

Laat uw wil worden gedaan. En in navolging van Jezus mogen wij zelf handen en voeten geven aan die wil van God. Ons leven in dienst stellen als een levend, heilig en God welgevallig offer. Het zijn woorden die Micha 6 in herinnering roepen In Micha 6 klinkt die vraag: wat God van ons wil. Het zit hem niet in vrome handelingen, niet in religieuze opofferingen, niet in fraai verwoorde en prachtige gebeden, maar in zorg voor de schepping. De wil van God is niet het lot dat ons treft, maar is de weg die we moeten gaan. Is wat gedaan moet worden.

Wanneer we voor een keuze staan, is de beslissende vraag: wordt Gods naam hiermee verheerlijkt? Doe ik recht en blijf ik trouw aan Gods weg? Strijden we in onze keuze mee tegen lijden, ziekte en onrecht?

De Bijbelse visie op de wil van God laat niet een God zien die goede en kwade dingen uit zijn hand ons doet toekomen, maar een God die zich verzet tegen het kwaad, die liefdevol omziet naar ons, en ons oproept om recht te doen en alles in het werk te stellen om voor de schepping en voor elkaar te zorgen.  Aan deze God wil ik mij toevertrouwen. Hij laat niet los wat zijn hand is begonnen. Hij blijft trouw tot in eeuwigheid. Wat de toekomst ook brengen moge.  Amen

 

“Ook al redt God ons niet…” – meditatie

16 jun

(Bij Daniël 3, 8 – 18)

Het is een bijzonder moment. Het plein is vol mensen. De spanning is om te snijden. Koning Nebukadnessar, op het toppunt van zijn macht, wil dat iedereen hem en zijn goden zal aanbidden. Het mag duidelijk zijn. De goden van Nebukadnessar zijn winnaars. De omringende volken zijn verslagen en geen enkele macht of kracht heeft dit kunnen tegengaan. Laten we buigen, al was het alleen maar om je eigen hachje te  redden.

Maar dan staan daar die drie mannen. Succesvol geïntegreerd in Babel. Goede banen, gerespecteerde burgers. Ok, ze zijn trouw gebleven aan hun Joodse tradities, maar beslist geen fanatiekelingen met bekeringsdrift. Je kunt ze prima hebben, die Joodse vrienden. Daar staan ze. ‘Sorry. Wij doen niet mee… Wij kunnen niet voor uw goden knielen, noch voor u.’ En met die weigering zetten ze hun eigen leven op het spel. Waarom?

vuur

Het is iets om over na te denken. Waarom geloof je? Wat is je diepere motivatie, je hoop, je verlangen? Opvallend is dat veel mensen in tijden van nood tot God roepen – een schreeuw om redding.  Dat is één kant van geloof: bevrijding ervaren en in de ruimte worden gezet. Maar er is ook een andere kant: een grens. Tot hier en niet verder. Ook al raak ik alles kwijt, ook al kijk ik de dood in de ogen, ook al moet ik me verhouden met mijn eigen doodsangsten, voor mij geldt: ‘Hoor Israël, hoor, uw God is de Enige’.

Waarvoor ga je door het vuur? Wat is voor jou zo heilig, dat je er alles voor opzij zet? Sommige ondernemers kunnen hun hoofd bijna niet meer boven water houden in deze tijden van crises. Juist in deze moeilijke tijden blijken handelspartners niet meer betrouwbaar, worden afspraken niet nagekomen, wordt er soms gelogen en bedrogen. Het kan je bedrijf kosten, wat moet je doen? Hoeveel mensen staan niet samen met die vrienden van Daniël voor de vurige oven. Een angstige en afschuwelijke plek. Je kunt alleen maar verliezen. Knielen betekent jezelf geweld aan doen; alles waar je voor staat en datgene waar je in gelooft. In wie je gelooft. Niet knielen betekent verlies – van geld, mogelijkheden, aanzien, je leven.

Voor wie ga jij door het vuur?

Is de kerk nog te vertrouwen?

1 jan

Het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceerde enige tijd geleden (nov. 2011) het rapport De sociale staat van Nederland.Een opvallende uitkomst van het onderzoek is dat twee derde van de Nederlanders geen vertrouwen blijkt te hebben in het instituut kerk. Onder andere dagblad Trouw besteedde hier aandacht aan. (http://www.trouw.nl/tr/nl/5091/Religie/article/detail/3036745/2011/11/16/Tweederde-van-de-Nederlanders-vertrouwt-de-kerk-niet.dhtml )

moraalridder

Vertrouwen in de kerk op dieptepunt

Het is een opvallende en schokkende uitkomst dat maar 35% van de ondervraagden aangeeft vertrouwen te hebben in de kerk. Overigens blijkt dat de kerk altijd al laag scoorde in dergelijke onderzoeken, maar het in het oog springende punt is dat de kerk nu de laatste plaats bezet. Politieke partijen, de regering en de Tweede Kamer bleken meer vertrouwenwekkend dan de kerk.

Het pijnlijke is dat de kerk juist de plek zou moeten zijn waar trouw, vertrouwen (geloof!), heil en heling te vinden zou moeten zijn. Theologisch gezien is de kerk verweven met Jezus Christus, en ook dat roept vragen op. Hoe kan het dat de kerk niet méér gezien wordt als beelddrager van Jezus? Waarom ‘scoort’ de kerk zo slecht?

Aan de respondenten is een algemene vraag gesteld: “Ik wil u een vraag stellen over het vertrouwen dat u heeft in bepaalde instellingen. Zegt u mij voor de volgende instellingen of u er eerder wel of eerder geen vertrouwen in heeft.”

‘De radio’ scoort bij de beantwoording vervolgens het hoogst.

Redenen voor wantrouwen

Nu zou het kunnen zijn dat mensen bij ‘de kerk’ al snel denken aan een moralistische betweter. De  negatieve opmerkingen over homoseksualiteit, de grote nadruk op wat niet mag of wat moet, ruzie over wel of geen uitvaart bij euthanasie, en het oordeel over niet-gelovigen worden in de media breed uitgemeten. Lange tijd heeft ‘de kerk’ voor een belangrijk deel de moraal in Nederland beïnvloed. Nu velen de kerk de rug toe hebben gekeerd, wordt een moralistische boodschap over het algemeen gewantrouwd.

Daarnaast is de cultuur in hoog tempo veranderd. Mensen hebben wel behoefte aan informatie, maar niet aan instanties die vertellen wat je moet geloven of moet nazeggen. Ook is in de huidige samenleving een tendens zichtbaar waarin logge structuren worden gewantrouwd, terwijl persoonlijke relaties worden gewaardeerd. Binnen kerkgenootschappen is deze tendens ook zichtbaar. Jongeren denken niet meer in kerkverbanden, maar zoeken aansprekende geloofsgemeenschappen.

Verschillen tussen kerken en de houding van kerkgangers

Een bijkomend probleem is dat ‘de kerk’ eigenlijk niet bestaat. Er zijn vele kerkgenootschappen die soms ook op voet van oorlog met elkaar lijken te leven. Voor niet-gelovigen is dit soms een reden om niet alleen de kerk, maar ook  het christelijk geloof te wantrouwen. De ondoorzichtige verschillen en de conflicten tussen kerkgenootschappen werken wantrouwen in de hand. De verschillen tussen kerkgenootschappen dragen er toe bij dat er niet met één mond gesproken kan worden. De verschillen in opvattingen zijn gewoon te groot.

Tot slot speelt de levenshouding van kerkgangers een belangrijke rol. Wanneer voorgangers en/of kerkgangers onbetrouwbaar blijken te zijn, roept dit bijzonder veel verontwaardiging op. Zo is het opvallend dat het rapport over misbruik van gehandicapten veel minder stof heeft doen opwaaien dan het misbruik binnen de Katholieke Kerk. http://www.movisie.nl/138142/def/home_/nieuws/nieuws/persbericht_beperking_maakt_kwetsbaar_voor_seksueel_misbruik/ Ook mag de commissie Deetman voortdurend op meer media aandacht rekenen dan de commissie Samson. En dit is goed nieuws! De buitenwacht neemt de kerk de maat met een hoge verwachting: dat zouden wij ook moeten doen! Het wordt pas dramatisch wanneer misstanden in de kerk geen verontwaardiging in de media oproepen: dan is het wantrouwen compleet.

Geen moraalridder, maar gesprekspartner

Is dat het? Valt er niet meer over te zeggen? Zeker wel. De constatering dat het instituut aan betrouwbaarheid heeft ingeboet roept op tot bezinning en hernieuwde inzet. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat kerkgangers meer vrijwilligerswerk verrichten en gullere gevers zijn. Die kerkgangers zijn uiteindelijk de ambassadeurs van de kerk als lichaam van Christus. De kerk als schuilplaats in de wildernis.

Ook zullen we als plaatselijke kerken hard moeten werken om de beeldvorming bij te stellen: we hebben ontzettend veel in huis. Als het gaat om zingeving, onze visie op liefde en trouw, recht en gerechtigheid. Alleen: we moeten leren beseffen dat we niet meer de leermeesters zijn, maar gesprekspartners. Laten we oprecht geïnteresseerd zijn in wat er in de samenleving speelt, opdat het vertrouwen in de kerk weer kan groeien.