Tag Archives: wanhoop

Het dunne draadje van de hoop

13 okt

Wonderlijk hoe een Bijbeltekst van richting kan veranderen en je opeens tot tranen toe kan ontroeren. Afgelopen zondag had ik willen preken over 1 Samuël 3, 1 -5

 De jonge Samuel diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. 2 Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. 3 Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp watts bijna uitgedoofd. 4 Toen riep de HEER Samuel.

Afbeeldingsresultaat voor godslamp

Samuël is als jongen in dienst van de tempel getreden. Eli was in die tijd de geestelijk leider. Het was een moeilijke tijd, waarin veel misstanden plaats vonden en waarin Israël met regelmaat bedreigd werd door vijanden. Het was mijn plan om aan de hand van deze tekst iets te zeggen over onze tijd, waarin soms de stemmen van haat en angst het licht lijken te verdringen. ‘In die tijd klonken zelden nog woorden van de HEER. De Godslamp was bijna gedoofd.’ In een andere vertaling staat: nog brandde de Godslamp. Het was een lichtje in de tempel die altijd brandde en Gods aanwezigheid verbeeldde. Maar het was dun geworden. Een deken van duisternis leek het licht te verstikken en de harde stemmen van onrecht leken de woorden van God te overstemmen.

Afgelopen weekend ging het in ons gezin vreselijk fout. Esther belandde in het ziekenhuis en even vreesden we voor haar leven. Overmand door wanhoop had ze een keuze gemaakt. Het was beter om er niet te zijn. De stem van ontkenning, de pijn van jaren, het steeds weer horen: het is beter dat je er niet bent, je bent waardeloos – het overstemde de woorden van licht, woorden van hoop, woorden van haar dierbaren, woorden van God.

Als God spreekt zijn het woorden van mededogen, woorden van hoop. ‘Je bent kostbaar in mijn ogen’. ‘Met zorg heb ik je gemaakt’. Het zijn woorden tegen onrecht. Woorden die mensen weer doen opstaan. Het waren woorden die niet meer gehoord werden door die schreeuwende stemmen in haar hoofd. Dát is wat onrecht kan doen. Het kan ons het zicht op God ontnemen. Het zicht op het leven. Het kan ons doof doen worden voor de woorden die leven geven.

Nog brandde de Godslamp.

Voor mij heeft God alles te maken met hoop. Soms is die hoop flinterdun geworden. Is God nog met ons bezig? Ziet God ons wel? Slaapt Hij? Bestaat Hij überhaupt wel? Wat wij ontdekten, was dat de Godslamp brandde en nog brandt. Het licht van Christus werd zichtbaar in al die grote en kleine handelingen van mensen om ons heen. Bemoedigende kaarten, met zorg geschreven, met zorgvuldig uitgekozen Bijbelteksten. De Godslamp brandde in de praktische hulp van mensen die maaltijden verzorgden, vroegen hoe het ging. Het licht van Christus scheen over ons door al die blijken van meeleven.

En God riep Samuël.

Bij je naam geroepen. Iets daarvan hebben we ervaren. Het dunne draadje van hoop bleek volhardend krachtig, door de liefde die spreekt uit de verbondenheid, door de liefde van God. Het gaf de moed om op te staan, op weg te gaan. Talita koum... Opnieuw op die donkere weg langs de schaduwen van de dood – maar niet alleen. Omgeven door de liefde van de mensen om ons heen, door het licht van Christus, door engelen …