Religie: ballast of bagage? De rol van religie op de weg van heelwording na trauma

23 Okt

In dit artikel ga ik in op de rol van religie op de weg van heelwording na een trauma door een seksuele grensoverschrijding. Dit is een belangrijke vraag, omdat religie, seksualiteit en traumatisering op een fundamentele manier met elkaar verbonden zijn. Daardoor kan een seksuele grensoverschrijding in een religieuze context dieper ingrijpen dan in een seculiere context. Tegelijkertijd biedt religie positieve bronnen die kunnen ondersteunen op de weg naar heelwording. Dit artikel leunt sterk op enkele artikelen van Ruard Ganzevoort. 

Inleiding

Is religie op de weg van heelwording na een trauma met name ballast of levert het ook bagage op die behulpzaam is om traumatische ervaringen te kunnen hanteren en transformeren? Het is een belangrijke vraag, omdat in verhalen van slachtoffers vaak naar voren komt dat het religieuze klimaat een verzwarend element was ten tijde van het geweld en op de weg van herstel. Religie raakt aan het heilige, aan een diepe dimensie van mens-zijn. Wanneer mensen in een religieuze context misbruikt worden, kan dit leiden tot een dubbele traumatisering: het slachtoffer moet niet alleen een weg vinden in de psychische gevolgen van het misbruik, maar ondervindt ook beschadiging in de religieuze dimensie. Aan welke kant staat God eigenlijk? Hoe oordeelt God over mij?

Daarnaast ervaren mensen die door geweldservaringen getraumatiseerd zijn, vaak een zekere mate van eenzaamheid in hun eigen religieuze context. Waar kan men met deze ervaringen terecht?  Het is voor mensen die getraumatiseerd zijn door geweldservaringen niet gemakkelijk om hun plek in een geloofsgemeenschap te hervinden. De religieuze taal die gesproken wordt, sluit meestal meer aan bij daders dan bij slachtoffers van geweld. Het spreken over zonde, schuld, vergeving en genade benadrukt het opnieuw mogen beginnen na schuldig handelen. Ruimte voor recht, verlossing en gerechtvaardigde woede over onrecht komen niet of veel minder aan de orde, terwijl deze thema’s heilzaam kunnen zijn voor slachtoffers.

De vraag naar de rol van religie is ook een actuele vraag. Op basis van onderzoek naar prevalentie van seksueel misbruik kan gesteld worden dat in elke gemeenschap misbruik voor zal komen. Uit kleinschaliger onderzoeken (Bakker & Felten, 2012) en uit autobiografische verhalen blijkt dat misbruik niet alleen voorkomt in religieuze contexten, maar ook invloed heeft op het al dan niet onthullen van het misbruik en op de ernst van de gevolgen.

Toch blijkt het lastig om in een religieuze context aandacht te vragen voor seksueel misbruik of huiselijk geweld. Vaak zijn geloofsgemeenschappen bezorgd over de beeldvorming. Een zorg die niet geheel onterecht is. De meningen over de rol van kerken in situaties van misbruik zijn immers vaak scherp veroordelend. De vele misbruikschandalen in de verschillende kerken die in de afgelopen decennia aan het licht zijn gekomen, hebben de geloofwaardigheid van geloofsgemeenschappen geen goed gedaan en het vertrouwen ernstig beschadigd. Misstanden in een religieuze context kunnen op veel meer media-aandacht rekenen dan misstanden in een seculiere context. Zo riepen de onderzoeken naar misbruikschandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk ((o.a. Deetman et al, 2011) veel meer weerstand en woede op dan onderzoek naar seksueel misbruik in niet-religieuze instellingen (zoals Samson-Geerlings et al, 2012). In die zin is het goed te begrijpen dat geloofsgemeenschappen liever geen aandacht besteden aan misbruik binnen de eigen gelederen.

De terughoudende reactie is hoe dan ook betreurenswaardig en schadelijk. Slachtoffers, geloofsgemeenschappen en daders hebben belang bij het verhelderen van de valkuilen en de mogelijke heilzame bronnen van religie. Wat is de invloed van de religie op het seksueel misbruik? De onderzoeken lijken niet aan te tonen dat religie een beslissende factor is in de prevalentie van seksueel misbruik. Op basis van onderzoek kan niet gesteld worden dat het misbruik meer of juist minder voorkomt in een religieuze context. De relatie tussen misbruik en religie is eerder procesmatig en kwalitatief van aard dan causaal en kwantificeerbaar (Ganzevoort 2013).

De invloed van het religieuze klimaat is zo groot, omdat religie, seksualiteit en traumatisering op een fundamentele manier op elkaar inwerken. In dit artikel wil ik nader in gaan op die verwevenheid. Religie, seksualiteit, macht en traumatisering vormen een risicovolle combinatie die een kritische doordenking vereist. Na het beschrijven van de fundamentele relaties, ga ik in op de vraag hoe religie een positieve bijdrage kan leveren aan de weg van heelwording na een trauma door seksueel misbruik.

Fundamentele relaties tussen traumatisering, religie en seksualiteit

Een eerste fundamentele relatie is die tussen traumatisering en religie. Religie wordt hier gedefinieerd als een op het transcendente georiënteerde betekenisverlening in relatie met wat in een bepaalde context als heilig wordt geduid, op zo’n wijze dat overtuigingen, ervaringen en gedrag erdoor worden bepaald (Veerman, 2005).

Van betekenisverlening of zingeving is sprake wanneer iemand een gebeurtenis of een situatie plaatst in een breder referentiekader, zodat deze gebeurtenissen een plaats krijgen in of leiden tot een coherent verhaal. Een referentiekader kan zowel normatief als verklarend zijn en geeft zin aan de sociale orde. Religie heeft in die zin een belangrijke functie, omdat het samenhang biedt en betekenis geeft, zowel op individueel als op collectief niveau. Religie heeft betrekking op vragen die raken aan ‘ultimate concerns’ – aan het heilige. Kenmerkend voor het heilige is dat het in de kern ambiguïteit in zich draagt (Ganzevoort, 2013). Het heilige nodigt enerzijds uit tot aanbidding, anderzijds tot vrees, omdat het heilige ook altijd een donkere kant in zich bergt. Het heilige kan omschreven worden als een existentiële dimensie van de menselijke ervaringen of als symbolisering van het collectieve. Het is een centrale dimensie in het bestaan en wordt gekenmerkt door ambiguïteit (Ganzevoort 2006).

De relatie tussen religie en trauma

Ganzevoort (2013) wijst op een opvallende verbondenheid van de bronnen van religieuze wijsheidstradities met trauma’s en de daaruit voortvloeiende existentiële vragen. Allereerst helpen religieuze verhalen om bedreigende gebeurtenissen te transformeren. Zo kan de levensbedreigende, maar tegelijkertijd ook vruchtbaarmakende uitbarsting van een vulkaan leiden tot mythische of religieuze reacties bij de mensen die rond de vulkaan wonen. Het helpt om de dreiging te kanaliseren. In de tweede plaats is het opvallend dat kernverhalen en kernsymbolen uit religieuze tradities in hun ontstaansgeschiedenis zelf ook nauw verbonden zijn met traumatische ervaringen.

In het christendom zijn de bepalende verhalen verweven met een context van bedreigende en beschadigende gebeurtenissen. Het verhaal van de ark van Noach bijvoorbeeld, is het kernverhaal van de hoop. De context is een wereldwijde vernietigende overstroming. Het verhaal van de uittocht van het volk Israël uit Egypte geldt  als het kernverhaal van bevrijding. Het speelt tegen de achtergrond van onderdrukking en uitbuiting en er zijn tien verwoestende plagen nodig voordat de weg naar bevrijding kan worden ingeslagen.

Ook de sacramentele dimensie van het christendom is verweven met traumatiserende ervaringen. Zowel doop als eucharistie verwijzen in existentiële betekenis naar de dood. Bij de doop gaat het om het onder gaan in de doodsrivier en het laten sterven van de oude mens, om op te staan in een nieuw leven. Bij de eucharistie leidt het offer van Jezus tot het ontstaan van een leven brengende gemeenschap.

De oerervaringen en de kernverhalen van traumatisering worden in de religieuze traditie gesymboliseerd en getransformeerd tot levensgevende perspectieven.

De relatie tussen seksualiteit en religie

Voordat we de vraag beantwoorden hoe religie mensen kan helpen om tot een heilzame transformatie van traumatiserende gebeurtenissen te komen, is het goed om een tweede fundamentele relatie te verkennen, namelijk tussen religie en seksualiteit.

In dit artikel richt ik me op seksuele traumatisering. Traumatisering heeft betrekking op een overweldigende ervaring die niet of slechts ten dele in het levensverhaal kan worden geïntegreerd. Het is een breukervaring. Dit roept een gevoel van machteloosheid of hulpeloosheid op ten opzichte van datgene wat het trauma heeft veroorzaakt. Traumatisering kan doorwerken in de relationele dimensie (het vermogen om anderen te kunnen vertrouwen)  en in het vermogen vast te kunnen houden aan een samenhangend wereldbeeld.

Seksuele traumatisering kent een hoge prevalentie en kan ingrijpende gevolgen met zich meebrengen, ook op de langere termijn. Wanneer we spreken over seksuele traumatisering is het van belang om mee te wegen dat er vele gradaties zijn van seksuele grensoverschrijdingen. Ook lichtere voren van seksuele grensoverschrijding kunnen tot ernstige klachten leiden. Doordat de seksuele grensoverschrijding de lichamelijke integriteit van het lichaam schendt, kan deze traumatisering diepe wonden slaan met fysieke, psychische en existentiële gevolgen.

Juist seksuele grensoverschrijdingen kunnen worden beleefd als ultieme overweldiging, omdat het zo diep ingrijpt in de persoonlijke integriteit. Hoewel de motieven om tot seksuele grensoverschrijdingen kunnen verschillen (seksuele bevrediging, verlangen naar intimiteit, uitoefenen van macht) is de grensoverschrijding schadelijk, omdat niet het belang van de ander, maar de eigen behoeftebevrediging sturend is. De verschillende motieven maken duidelijk dat er soms sprake is van kwaadaardigheid en soms van tragiek. Bij kwaadaardigheid ligt de nadruk op de negatieve intentie van de pleger, bij tragiek ligt de nadruk op een gebrek aan bewustzijn of zelfbeheersing bij de pleger. Het is geen excuus voor het overschrijden van grenzen, maar het weegt wel mee in het beoordelen van de situatie.

Een gezonde omgang met seksualiteit vraagt om een positief en dialectisch evenwicht tussen lust en eerbied, als de twee grondhoudingen ten opzichte van seksualiteit (Ganzevoort et al 2010). Lust zonder eerbied leidt tot overweldiging en misbruik, eerbied zonder lust leidt tot afwachtende afstandelijkheid.

Religie en seksualiteit zijn op een fundamenteel niveau met elkaar verbonden. Zowel religie als seksualiteit bieden een vitaliteitsbron waar levenskracht vanuit gaat. Ze bieden het vermogen om ons boven onszelf uit te tillen, of anders gezegd, om te transcenderen. In bijvoorbeeld het verlangen naar eenwording, overgave of overweldiging, extase en tederheid raken het veld van seksualiteit en het veld van religie elkaar.

De nauwe verbondenheid van religie en seksualiteit betekent enerzijds dat deze fundamentele relatie al snel gekenmerkt zal worden door een zekere spanning en anderzijds dat een seksuele traumatisering scherper kan doorwerken dan een niet-seksuele traumatisering, omdat het raakt aan de existentiële dimensie.

Transformatie van traumatisering

Zoals hierboven beschreven is religie niet alleen nauw verbonden met seksualiteit, maar ook met traumatisering. Religie kent immers een traumadimensie in de ontstaansgeschiedenis van de kernverhalen en door de betekenis verlenende dimensie bij traumatiserende gebeurtenissen. De vraag is hoe mensen tot een heilzame identificatie komen met religieuze beelden en verhalen. Hoe wordt de traumadimensie van kernverhalen en symbolen van de  religieuze traditie vertegenwoordigd, zodat mensen met traumatische ervaringen tot transformatie kunnen komen?

Kernnoties

Onderzoek op het gebied van trauma en religie laat een spanningsvolle dialectiek zien. Aan de ene kant kunnen traumatische ervaringen een aantasting betekenen van het fundamentele voorwaarden die nodig zijn voor een spirituele levenshouding: vertrouwen, overgave en hoop. Aan de andere kant activeren deze ervaringen het zoeken naar (ultieme) betekenisverlening. Deze dialectiek is op een verhelderende manier uiteengezet in de traumatheorie van Janoff-Bulman (1992). Bij het schrijven van ons levensverhaal gaan wij steeds uit van drie kernnoties of fundamentele assumpties. De eerste hiervan is de notie dat de wereld waarin we leven logisch geordend en daardoor betrouwbaar is. Het is deze vanzelfsprekend in de ordening van de wereld die er toe leidt dat we vol vertrouwen onze weg door de wereld durven gaan. De tweede notie is die van de goedwillendheid van de mensen. In ons levensverhaal gaan we ervan uit dat onze medemensen te vertrouwen zijn, en er niet op uit zijn om ons te beschadigen. Natuurlijk is de een ons beter gezind dan de ander, maar over het geheel genomen rekenen we op dat anderen ons goed willen doen. Deze kernnotie helpt ons om verbondenheid en vertrouwen te ervaren. De derde en laatste notie betreft de overtuiging dat ik als persoon de moeite waard ben. Dit is de basis van eigenwaarde, zelfwaardering en autonomie.

We interpreteren gebeurtenissen in overeenstemming met deze kernnoties. Bij traumatisering is dit niet langer mogelijk en komen de fundamentele assumpties zelf onder druk te staan. Traumatische ervaringen werken door in eigenwaarde. Slachtoffers worstelen met schuldgevoelens en schaamte, en hebben vaak het gevoel dat zij slecht zijn en de traumatische ervaring blijkbaar verdienen. Deze ervaringen kunnen ook de mogelijkheid om anderen te vertrouwen beschadigen. Tot slot ontbreekt het door de traumatische ervaringen vaak aan samenhang en orde in de wereld waarin we leven.

Theodicee

Opvallend is dat deze kernnoties aansluiten bij de structuur van de theodicee-vraag: de vraag hoe God en het lijden zich met elkaar verhouden. Ook daarin vinden we drie kernnoties. De eerste is die van Gods almacht, wat inhoudt dat God deze werkelijkheid maakt en in stand houdt. Als Schepper staat Hij garant voor de ordening en samenhang van de werkelijkheid, zodat we daar op kunnen vertrouwen. De tweede is die van Gods liefde, die inhoudt dat Hij ons welgezind is en er op uit is dat we een goed leven kunnen leiden. De derde is dat wij als individuen voor Hem van belang zijn, en bestaan in genade. Deze drie vormen een sterke parallel met de drie kernnoties van Janoff-Bulman.

De spanning tussen de kernnoties loopt op in de confrontatie met het lijden. Dat wijst op een intrinsieke samenhang van trauma en religie: de kernvragen van het trauma zijn ook in de religie aan de orde. Door een traumatische ervaring kunnen er vragen worden gesteld over Gods macht en over de vraag of God ons wel welgezind is. Is God op ons betrokken? In de kern van de religieuze traditie draait het om de transformatie van traumatische ervaringen.

Heilzame transformatie

De vraag dient wanneer een religieuze transformatie van een traumatische ervaring als heilzaam gekwalificeerd kan worden. Er zijn immers ook talloze verhalen bekend van slachtoffers van seksuele grensoverschrijdingen die hinder ondervinden van een religieuze betekenisverlening, ook als zij afscheid hebben genomen van religieuze tradities.

Wanneer we de vraag naar een heilzame transformatie stellen, normeert deze term de beoordeling van de werking van religie. Het gaat om wat gericht is op het dienen van de humaniteit: van leniging van nood en opheffing van leed en gericht is op de vernieuwing van menselijke relaties. Een principiële keuze is om in het streven naar heelwording, primair solidair te zijn met de kwetsbare en gekwetste mens en gericht te zijn op bevrijding uit (structuren van) onrecht.

Deze principiële keuze is van belang, omdat de westerse christelijke traditie met haar nadruk op schuld en vergeving het risico in zich heeft een religie voor plegers te worden. Het is niet moeilijk voor plegers om gebruik te maken van religieuze taal en middelen om iemand te misbruiken, en om de verantwoordelijkheid te ontlopen (Hegger, 1997). De klassieke uitleg van Bijbelpassages biedt vaak vooral identificatiemogelijkheden voor plegers van seksuele grensoverschrijdingen en minder voor slachtoffers.

Religie wordt als last ervaren wanneer het het klimaat bevestigt dat misbruik mogelijk maakt en vergoelijkt. Dat vraagt om een actieve opstelling van  geloofsgemeenschappen. Recht doen aan mensen die lijden onder de gevolgen van seksuele traumatisering betekent voor een geloofsgemeenschap zelfkritisch kijken naar het gevaarlijke mengsel van macht, religie, seksualiteit en de risico’s van traumatisering. Is er ruimte om zich te bezinnen op het religieuze klimaat waardoor er aandacht komt voor patriarchaat, geweld, discriminatie en seksuele repressie? Ook is het nodig om te beseffen dat seksueel misbruik niet een incidenteel gegeven is, maar structureel en gefaciliteerd wordt door bepaalde aspecten van de traditie.

Om te kunnen zoeken naar positieve bronnen van religie om tot een heilzame transformatie te komen, is het dus allereerst van belang om een principiële keuze te maken voor de gekwetste mens. Uit onderzoek (Veerman, 2005) komt naar voren dat momenten als heilzaam worden ervaren wanneer er zicht wordt geboden op de toekomst, zodat er ruimte ontstaat voor hoop. Zicht op de toekomende tijd kan pas heilzaam worden, wanneer er ruimte is voor het verleden en het heden. In een heilzaam levensverhaal zullen dus deze drie tijden verdisconteerd zijn. Dat betekent dat heil eerder verwijst naar heelwording dan naar genezing.

Positieve bronnen

Zoals gezegd is religie in de kern een manier om traumatiserende gebeurtenissen te transformeren. Wanneer er oog is voor de context waarbinnen religie functioneert, kan er ruimte komen voor de transformerende werking. In de Bijbel zijn verschillende verhalen of verhaallijnen terug te vinden die kunnen helpen om de traumatische ervaringen te transformeren, zodat die ervaringen geïntegreerd kunnen worden in het levensverhaal. De Bijbelverhalen bieden de mogelijkheid om eigen levensverhalen op de een of andere manier te verbinden met het verhaal van God. Hieronder bespreek ik drie verhaallijnen, die naast elkaar kunnen bestaan. Afhankelijk van het levensverhaal, de draagkracht en het netwerk kan een van deze kernverhalen als ondersteunend worden ervaren.

Herschepping

Een eerste positieve bron is het Scheppingsmotief of herschepping. Het is de grote ouverture waarmee de Bijbel begint. Het scheppingsverhaal is niet alleen het verhaal over oorsprong, betekenis en doel van de mensheid en de aarde, maar vertelt ook over de herschepping van ieder mens. Schepping is een voortdurende handeling van God (Barnard, 1983). Hij vertaalt het Hebreeuwse woord beresjiet niet met het gebruikelijke ‘in het begin’, maar met ‘in beginsel’, ‘van hoofde aan’. In het Hebreeuws ontbreekt namelijk het lidwoord.  Dit is ook terug te vinden in de Naardense Bijbelvertaling. In de uitgave van 2004 vertaalt Van Oussoren de eerste zin als volgt: ‘Sinds het begin is God schepper’. In de herziene vertaling van 2014 is de openingszin als volgt weergegeven: ‘Bij begin is God gaan scheppen’.

Er zijn opvallende parallellen te signaleren tussen een getraumatiseerd mens en de beschrijving van de schepping. In Genesis 1, 2 lezen we ‘De aarde was woest en doods, en duisternis lag over de oervloed.’ Woestenij en eenzaamheid, doodsheid en afgesneden zijn van het leven, duisternis en chaos zijn woorden die soms goed kunnen passen om de ervaringen van seksuele traumatisering en de gevolgen daarvan te beschrijven. Er is geen einde en begin. Wat overheerst, is de chaos. ‘De watervloed die kolkt en kookt’(psalm 46). Wat opvalt in het scheppingsverhaal, is dat God er vanaf het begin bij is. ‘De Geest van God zweefde over het water’. Er is geen geborgenheid of troost, maar er is wel de aankondiging dat God er ook in de chaos bij is. In vers 3 begint de schepping met het spreken van God. Woorden die leven mogelijk maken. Het eerste dat geschapen wordt is licht. Dit licht gaat vóór alles uit. Het is niet het licht van de zon, omdat de hemellichamen pas op de vierde dag genoemd worden. Herschepping begint met hoop ondanks de chaos. De volgende stap is scheiden en ordenen. Op de tweede dag wordt er scheiding gemaakt tussen aarde en hemel: er komt beschutting in de vorm van een hemelgewelf. Op de derde dag wordt aarde en water van elkaar gescheiden: vaste grond om op te staan. Om kort te gaan: het scheppingsverhaal biedt een verhaallijn die behulpzaam kan zijn voor mensen om traumatische ervaringen te aanvaarden, te ordenen en ruimte te vinden om opnieuw te beginnen.

Exodusmotief

Een tweede positieve bron is het exodusmotief of verzet. Een belangrijke verhaallijn in de Bijbel is de bevrijding van het volk Israël uit Egypte (te lezen in de eerste hoofdstukken van het Bijbelboek Exodus). Het volk Israël wordt door Egypte op een ernstige manier uitgebuit en in het bestaan bedreigd door Egypte. Egypte staat voor het land van slavernij, gevangenschap, angst en vervreemding. Het wegtrekken uit dit land van angst en onvrijheid ging niet zonder slag of stoot. Er kwamen tien plagen aan te pas voordat de ruimte om weg te kunnen gaan werd bevochten. Het weggaan was een daad van verzet, van ongehoorzaamheid aan de machthebbers (in het verhaal de Farao). Een belangrijke episode in het exodusverhaal is het moment dat het volk opnieuw klem komt te zitten. Het lijkt erop dat ze de verkeerde route hebben genomen, waardoor de Rode Zee het verder optrekken verhindert. Wanneer de Egyptenaren hen achtervolgen, zitten de Israëlieten in de val: voor hen ligt de zee als een niet te nemen hindernis, en achter hen doemen de angsten, spoken en bedreigingen van het zo recente verleden op. Het is een herkenbaar proces waar mensen die worstelen met traumatische ervaringen ook mee te maken kunnen krijgen. Een positieve ervaring van bevrijding, hoop of verzet kan soms zo snel al gevolgd worden door het gevoel opnieuw klem te zitten. In het Exodusverhaal ontstaat een weg waar geen weg was: dwars door het water heen. De diepte moet getrotseerd worden, maar het is God die die weg wijst en het vertrouwen vraagt om door de zee te trekken. Deze Bijbelse bron biedt een verrassende overeenkomst met het therapeutisch proces om ervaringen van schaamte, onmacht en dreiging een plek te geven in het levensverhaal.

Exielmotief

Een derde en laatste positieve bron die ik hier wil noemen, is het exielmotief of aanvaarding. Het exiel-motief is een aanvulling op het exodusmotief. Het gaat uit van de ervaring van ballingschap van het volk Israël (Dingemans, 1991; Jonker, 1998). In het Bijbelboek Jeremia (hoofdstuk 29) krijgt de profeet Jeremia de opdracht om aan de Israëlieten die in ballingschap zijn weggevoerd, mee te delen dat zij huizen moeten bouwen, moeten trouwen en kinderen krijgen. Met andere woorden: het volk Israël krijgt het bericht te horen dat het zich moet vestigen in een vreemd land. Misschien hoopten ze op de boodschap van God dat zij weer thuis zouden komen, maar het de boodschap van Jeremia is een andere. Het volk Israël zal niet thuis komen, maar de ballingschap als een blijvend gegeven moeten accepteren. Het exielmotief vraagt aandacht voor de machten van het kwaad en voor het gegeven dat er soms geen weg naar genezing is. Heelwording betekent dan het aanvaarden van de ballingschap.

Conclusie

Religie is op een fundamentele manier verweven met traumatisering en seksualiteit. Hierdoor kan religie enerzijds ervaren worden als een ballast, omdat de traumatisering in de religieuze context tot een scherpere en intensere beschadiging kan leiden. Daarnaast kan religie ook als ballast ervaren worden wanneer het gebruikt wordt om misbruikende structuren te ondersteunen en slachtoffers van geweld te laten zwijgen. Anderzijds kan religie ook als broodnodige bagage worden ervaren om traumatiserende ervaringen te kunnen transformeren. In de kern is religie immers transformerend. De Bijbel biedt verschillende modellen die in gesprek met slachtoffers kunnen worden verkend. Daarnaast is het van belang om binnen het religieuze klimaat aandacht te vragen voor de schadelijke kanten van religie, zodat het zwijgen wordt doorbroken, structuren van onrecht worden ontmaskerd, en er meer ruimte komt voor de behoeften van slachtoffers.

Literatuurlijst

Bakker, H. en Felten, H. (2012) ‘De mantel der liefde’ Quickscan naar huiselijk geweld in orthodox-protestantse gezinnen. Utrecht

Barnard, W. (1983) Bezig met Genesis. Van hoofde aan. Baarn: Ten Have

Deetman, W., N. Draijer, P. Kalbfleisch, H. Merckelbach, M. Monteiro & G. de Vries (2011) Seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk. Amsterdam: Balans

Dingemans, G.D.J. (1991), Als hoorder onder de hoorders. Een hermeneutische homiletiek. Kampen

Ganzevoort, R.R. (2006) De hand van God en andere verhalen. Over veelkleurige vroomheid en botsende beelden. Zoetermeer: Meinema.

Ganzevoort, R.R. (2013) Ultieme breuken – ultieme bronnen. De fundamentele relaties tussen seksualiteit, trauma en religie. In: R.R. Ganzevoort et al., Geschonden vertrouwen. Seksueel misbruik in een religieuze context. Tilburg: KSGV 2013, 17-37.

Ganzevoort, R.R., van der Laan, M. & Olsman, E (2010)., Adam en Evert. Spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Kampen: Ten Have

Hegger, A.T. (1997) Gebruik van godsdienstige opvattingen door daders van seksueel misbruik. Psyche en Geloof 8, 65-74.

Janoff-Bulman, R. (1992) Shattered assumptions. Towards a new psychology of trauma. New York: Free Press.

Jonker, E. (1998) Van verstaan naar vertolken. Een praktisch-theologische analyse van de voorbereiding van een preek of catechese over de Openbaring van Johannes. Groningen

Samson-Geerlings, H.W., H.E.M. Baartman, C.C.J.H., Bijleveld, S. Dijkstra & G.D. Minderman (2012) Omringd door zorg, toch niet veilig. Seksueel misbruik van door de overheid uit huis geplaatste kinderen, 1945 tot heden. Amsterdam: Boom

Veerman, A. L., (2005). Ontredderd. Het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer, Boekencentrum

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: