Secret Santa in Sliedrecht

19 dec

In een van de lokalen van de oude Groen van Prinstererschool stapelen de kerstpakketten zich op. De hele middag komen mensen langs om één of meerdere pakketten af te geven. Vrijwilligers van Secret Santa nemen de dozen in ontvangst. Straks zullen zij zorgen voor de verspreiding van de kerstpakketten. Aan het einde van de dag staan er ongeveer 160 dozen.

Afbeelding kan het volgende bevatten: tafel en binnen

Het concept is even eenvoudig als krachtig. En de impact van deze secret santa’s is van onschatbare waarde.

De organisatie vraagt enkele weken voor kerst of mensen inwoners van Sliedrecht kennen die wel een extraatje kunnen gebruiken. Zo worden de adressen verzameld. Het mooie van deze manier van werven is, dat er geen (protocollaire) voorwaarden zijn waar de adressen aan zouden moeten voldoen.

Vervolgens worden er secret santa’s geworven. Een secret santa maakt een kerstpakket voor een bepaald adres. Het adres is geanonimiseerd doorgegeven met een korte toelichting. Vermeld wordt of het gaat om een gezin of een alleengaande, of en hoe oud de kinderen zijn, of er huisdieren zijn en of er speciale wensen zijn. En vervolgens gaan de secret santa’s erop uit om inkopen te doen. Er is ruimte voor creativiteit en de santa’s maken een eigen en op het geanonimiseerde adres afgestemd kerstpakket.

De volgende stap is dat de mooi versierde pakketten worden ingeleverd bij de organisatie.

Tot slot is daar het prachtige moment dat de vrijwilligers van de organisatie de kerstpakketten die met zoveel liefde zijn samengesteld door dorpsgenoten, op de adressen gaan bezorgen. De aandacht, het gezien worden, dat extraatje – wat doet het de mensen goed die een pakket mogen ontvangen.

Organisatie hartelijk dank!

Waar een dorp groots in kan zijn – #mooisliedrecht

 

Staat er nog een raam open?

12 dec

Deze weken zijn weken van vooruitkijken, van verwachten. Weken van voorbereiden op dat grootste en bijzondere feest: het feest van Gods omzien naar ons. Het feest van Gods bewogenheid met onze gebrokenheid en ons verlangen naar vrijheid en redding.

Het is goed om hier tijd voor te nemen. Tijd te nemen om na te denken over dat verlangen. Is het zo dat we uitkijken naar God? Is het niet vaker zo dat we verstrikt zijn geraakt in ons dagelijks leven. We staan op en gaan naar bed en in de tussentijd doen we onze dagelijkse bezigheden. Staat er nog een raam open? Een open raam om Gods licht binnen te laten vallen? Of leven we ons leven in het vaste ritme, afgesloten van verwondering en verlangen?

Afbeeldingsresultaat voor licht valt door het raam"

Om aan dat verlangen herinnerd te worden, om weer op het spoor van die verwondering te komen, is het van belang om elkaar te ontmoeten. Samen vieren helpt om het vuur brandend te houden.

We beleven en belijden ons geloof niet alleen in onze eigen huizen, in onze eigen levens, maar we delen die verbondenheid in het geloof ook in de kerkelijke gemeenschap. Soms wat meer aan de rand, soms wat meer richting de kern, maar wat ons samenbindt is de gedachte dat het heilzaam is om deel uit te maken van een gemeenschap.

Het is niet verwonderlijk dat de eerste christenen elkaar opzochten om elkaar te bemoedigen en te bekrachtigen. De kerk heeft als Lichaam van Christus zeggingskracht voor ons geloof. De gemeente komt samen rond het Woord. Om de gemeente als vindplaats van heil gaande te houden hebben we elkaar nodig: het onderlinge omzien en het onderlinge bemoedigen zetten de toon van de muziek. Dit onderlinge omzien is niet voorbehouden aan het pastorale team, maar is een opdracht en uitnodiging voor alle gemeenteleden. Laten we elkaar dragen in ontmoetingen en in gebed om zo samen ons verlangen te delen en om samen te verwachten.

Lotgenotencontact in Sliedrecht

4 nov

Op woensdag 13 november 2019 is de eerste van zes thema-avonden voor mensen die te maken hebben gehad met huiselijk geweld en/of seksueel misbruik. Wat steeds weer blijkt, is dat het delen van pijnlijke levensverhalen heilzaam is. Het doorbreken van het geheim, het ontdekken dat je niet de enige bent die met bepaalde vragen en problemen worstelt en het leggen van verbanden tussen spanningen die je in het dagelijks leven ervaart en de traumatische ervaringen, heeft een helend en herstellend vermogen.

klein meisje

Klein meisje, door Esther Veerman. http://www.kunstuitgeweld.nl

De kunst van het delen

Delen valt niet mee. Vaak heb je alles op alles gezet om te zwijgen over wat je met je meedraagt. Stel dat het bekend wordt? Wat zullen mensen wel niet van mij denken? Moet ik al die pijn opnieuw aangaan?

Delen is een kunst. Mensen die begonnen zijn om over hun ervaringen te vertellen, ervaren dat een last van hun schouders is gevallen. Het delen van de trauma’s en het mogen uitvertellen, zet mensen weer op de benen.

Dat is de reden dat Esther Veerman (initiatiefnemer en coördinator van Stichting Kunst uit geweld met deze lotgenotengroep gaat starten. Zij doet dit in samenwerking met het Sociaal team Sliedrecht en ik zal zelf ook als traumapredikant aanwezig zijn.

Voor wie zijn deze avonden?

Heb je zelf ervaringen met huiselijk geweld en/of  seksueel misbruik en zou je er met andere lotgenoten over willen praten? Dan ben je hier aan het goede adres. Op de zes bijeenkomsten is er veel gelegenheid om ervaringen uit te wisselen. Elke avond staat er een bepaald thema centraal.  Het is fijn als het je lukt om alle avonden aanwezig te zijn. We gaan ervan uit dat je ook in staat bent om te luisteren naar de andere deelnemers.

De groep bestaat uit maximaal 8 deelnemers. Als er meer aanmeldingen komen, kijken we er een mogelijkheid is om een tweede groep te starten.

Goed om te weten: het zijn lotgenotenbijeenkomsten en dus geen groepstherapie. Wel zal iemand van het sociaal team Sliedrecht de bijeenkomsten leiden. Mocht er nazorg nodig zijn dan kunnen zij dat bieden of aangeven welke route te kunt volgen.

geworteld en gegrond in pijn

Esther Veerman ‘Geworteld en gegrond in pijn’

De avonden

De avonden vinden plaats op 15/11; 11/12; 15/1; 12/2; 25/3 en 15/4 van 19.30 – 21.00 uur. De locatie is het Bonkelaarhuis (Bonkelaarplein 7, 3363 EL Sliedrecht).

Het inhoudelijke deel van de avond en het gesprek worden door Esther Veerman of door  mij verzorgd, het sociaal team leidt de avond.

De thema’s

Nog even alle thema’s op een rij:

13 november: als de deuren opengaan -over erkenning en herkenning.

11 december: schuld en schaamte.

15 januari: verdriet en rouw.

12 februari: omgaan met boosheid.

25 maart: omgaan met seksualiteit.

15 april: zingeving – hoe verder?

Voor aanmelden en meer informatie: esther@kunstuitgeweld.nl

 

 

 

 

 

Als de bron bitter is – over misbruik en de kerkelijke gemeente

2 nov

Afgelopen dinsdag 29 oktober 2019 mocht ik een workshop verzorgen op de studiedag van de PthU, SMPR en VPSG: Samen door de woestijn. Pastorale wegen naar heelwording na seksueel misbruik. Het Bijbelverhaal van de tocht van het volk Israël door de woestijn (Exodus) bood het kader van deze studiedag. Zelf had ik gekozen voor het verhaal van Mara, een oase in de woestijn met bitter water (Exodus 15, 22-26).

Te vaak hoor ik verhalen van mensen die te maken hebben (gehad) met seksueel misbruik, maar binnen een kerkelijke gemeente geen ruimte vinden voor hun verhaal. Soms is geen bron beter dan een bittere bron.

Wat is er nodig om als kerkelijke gemeente een levensbrengende bron te kunnen zijn? Het zit hem niet perse in het vermijden van woorden of noemen van situaties. Veel meer heeft het te maken met een nieuwe manier van kijken: met de ogen van het slachtoffer. Daarvoor is het nodig om meer te begrijpen van trauma.

IMG_20170807_192927

De keuze voor de Bijbeltekst

Gisteren was de documentaire ‘Niks aan de hand’ op de televisie. Als deze film één ding duidelijk maakt, is dat seksueel misbruik ingrijpend is en de rest van een leven kan bepalen. Misbruik is ook complex en pijnlijk. Miranda werd vanaf haar vierde levensjaar misbruikt door een negen jaar oudere neef, maar ze durfde niet over het misbruik te praten. Ze had 20 jaar therapie nodig om de traumatische ervaringen tot geschiedenis te maken. Als afsluiting van deze episode zocht ze – met de kijker als getuige – de confrontatie met haar neef.

Haar verhaal is helaas niet uniek. Met haar kampen vele vrouwen en mannen met de gevolgen van seksueel misbruik. Opmerkelijk is dat het misbruik vaak ongemerkt en over langere tijd plaats kan vinden en dat het vaak veel tijd vraagt om een weg te vinden om om te gaan met de traumatische ervaringen.

Uit verhalen van slachtoffers blijkt vaak dat niet alleen het misbruik zelf traumatiserend is, maar ook het proces om het misbruik te overkomen. De belangrijkste redenen zijn een gebrek aan inzicht in de dynamieken van seksueel misbruik en de weerstand om het probleem van misbruik echt onder ogen te willen zien.

De weerstand en het gebrek aan inzicht maken potentiële bronnen bitter.

Het pijnlijke in het Bijbelverhaal (Exodus 15, 22-27) het water van de oase waar zolang en zo dringend naar verlangd werd, bitter was. Die teleurstelling maakt een bittere bron moeilijker te accepteren dan geen bron.

Het opmerkelijke van het verhaal is dat genezing wordt gevonden in wat voorhanden is: een stuk hout. Het nodigt uit om naar onze geloofsgemeenschappen te kijken: waar verlangen slachtoffers naar? Wat maakt dat wij als bron bitter zijn? Wat hebben we voorhanden om tot een dorstlessende bron te worden?

Wat is een trauma?

Niet elke ingrijpende gebeurtenis wordt een trauma. Er is sprake van een trauma als het levensverhaal niet meer uitverteld kan worden. Er is als het ware sprake van een breukervaring. Voor de traumatische ervaringen zijn geen woorden of de ervaringen zijn losgeweekt van emoties. Vermijden is dan ook één van de kenmerken van trauma. Een trigger kan het slachtoffer echter zomaar weer terug brengen in de tijd van de traumatische ervaringen, met alle sensaties van toen, met de beleving van toen.

In haar traumatheorie beschrijft psychologe Janoff-Bulman hoe mensen hun leven leiden en verstaan. Voor de betekenisverlening maken ze gebruik van drie fundamentele uitgangspunten of kernnoties: de betekenisvolle samenhang van de wereld, de goedwillendheid van de ander en de waarde van de eigen persoon. Ons verhaal moet ongeveer overeenkomen met deze uitgangspunten om leefbaar te zijn.

Bij traumatisering is dit niet langer het geval waardoor de existentiële grond onder de voeten wegvalt en we geen woorden meer hebben om de betekenis en zin van ons bestaan uit te drukken.

Wat belangrijk is om in het achterhoofd te houden, is dat deze drie uitgangspunten ook een rol spelen in het nadenken over religie en het lijden: de betekenisvolle samenhang vinden we bijvoorbeeld terug in het spreken over leiding en almacht, de goedwillendheid in het spreken over de liefde (het toevertrouwen aan God en aan een ander), en de waarde van de eigen persoon geldt ook in het religieuze spreken.

Traumatisering verstoort deze uitgangspunten: het raakt aan God, het concept van liefde en aan eigenwaarde (zondig, of beter: hulpeloos maar schuldig).

Zonder bedding geen verhaal

Wie te maken heeft gekregen met seksueel misbruik heeft dus te maken met een krachtige interne dynamiek. Omdat het kader om het levensverhaal te vertellen is weggevallen, is het gewone van het leven ineens ingewikkeld geworden – zowel psychologisch als spiritueel. Die dynamiek (die niet aan de buitenkant af te lezen is) bepaalt mede wat de getraumatiseerde persoon hoort, ziet en ervaart.

In WOI leden veel soldaten aan shellshock. Die term werd echter pas later gangbaar. De soldaten hadden paniekaanvallen, verstijfden of vluchten. De legerleiding zag deze soldaten als lafaards en deserteurs. Ze werden gestraft en moesten dit soms met de dood betalen. Het gangbare verhaal in de samenleving was: soldaten zijn dapper en geven hun leven voor het vaderland. Voor het posttraumatische stresssyndroom was geen verhaal, geen taal en dus geen erkenning.

Willen slachtoffers hun ervaringen leren delen en ruimte maken voor de gevolgen van het misbruik in hun leven, hebben zij in de samenleving én in de geloofsgemeenschap verhalen nodig die hen helpen om hun eigen verhaal te vertellen. Dat is een van de belangrijkste winstpunten van de #metoocampagne.

Er moeten verhalen zijn om aan te spiegelen – zoals de negrospirituals de slaven hielpen om hun verstaan te begrijpen. Slachtoffers zijn soms zelf zo gewend aan de gevolgen dat ze dit niet meer opmerken als problematisch.

Zonder bedding ontbreekt het aan begrip en taal en zal elke geloofsgemeenschap op den duur als bitter water worden ervaren.

Het voordeel van zwijgen

Nu is niet elke geloofsgemeenschap bereid om die bedding te vormen. Het vraagt namelijk om kritisch naar het eigen klimaat en de eigen cultuur te kijken. Omstanders zwijgen omdat de prijs van erkenning is het doorbreken van de idylle van de veilige geloofsgemeenschap. Die idylle kan worden hersteld om een geïdentificeerde dader als zondebok uit te stoten of – en dat gebeurt meestal – door het verwijderen van het slachtoffer uit de gemeente. De omstanders zwijgen ook uit angst voor de beeldvorming: wat betekent dit verhaal voor de familie, de school, de sportvereniging, de kerk?

Wat daar bijkomt, is dat slachtoffers zelf ook zwijgen. Zij zwijgen uit (onterechte!) schaamte en vanwege de beschadiging die ze opgelopen hebben. Spreken doet zeer. Het raakt aan de pijn die ze proberen te vermijden.

Dat maakt het niet eenvoudig om slachtoffers aan het licht te brengen. Het onderstreept wel dat omstanders (de geloofsgemeenschap) de eerste stappen zal moeten zetten om de veilige ruimte te creëren waarbinnen verteld kan worden.

Waar hebben slachtoffers van seksueel misbruik behoefte aan?

Een klein onderzoek van een tijd geleden beschrijft een vijftal punten die bepalend zijn of het water van een bron bitter of zoet is. Om op adem te kunnen komen is veiligheid een eerste vereiste. Een tweede is erkenning: mag het verhaal er zijn? De documentairemaakster van Niks aan de hand was de eerste die aan Miranda vroeg hoe oud ze was, wat er gebeurde en wat het voor haar betekende. Luisteren is ook vragen durven stellen en aanwezig blijven. Een derde is het hervinden van de ruimte om de regie weer in eigen hand te nemen. Een vierde punt is verbondenheid. Slachtoffers leven vaak in een isolement (in ieder geval als het gaat om de episode van het misbruik). Medemenselijkheid, gemeenschappelijke taal en bewogenheid helpen om de verbondenheid vorm te geven. Tot slot is er de behoefte aan heelheid. De episoden moeten met elkaar verbonden worden tot één levensverhaal, voorbij het slachtofferschap naar menswording.

Wat zijn de mogelijkheden van de kerkelijke gemeente?

Creëer een bedding

Met het bovenstaande in het achterhoofd, is het allereerst van belang om te werken aan de bedding waarin verhalen van seksueel misbruik verteld kunnen worden. Aandacht voor misbruik kan nooit beperkt blijven tot het afvinken van voorwaarden: vertrouwenspersonen, een protocol, of een aanpassing in taalgebruik. Het gaat om het bespreekbaar maken van seksueel misbruik, om een verandering van het kerkelijk klimaat.

Het helpt om te vertellen dat je als voorganger en/of kerkenraad betrokken bent op dit thema. Schrijf een verslag van deze studiedag in het kerkblad en vertel wat je is opgevallen. Laat merken dat je oog hebt voor verhalen van geweld.

Maak ruimte opdat de ander iets zou kunnen zeggen. Doopgesprekken en huwelijkscatechese zijn bij uitstek geschikt om in te gaan op de vraag hoe je omgaat met teleurstellingen in en moeiten met elkaar. Huiselijk geweld vindt soms zijn oorsprong in machteloosheid. Seksueel misbruik kan binnen een gezin ontstaan door perverse compensatie van gemiste liefde.

Aandacht voor seksueel misbruik in gebed en in de preek helpt mensen om met hun verhaal naar voren te durven komen.

Benut de veelzijdige taal van de Bijbel

De kerkelijke taal maakt veel uit. Toch helpt het niet om bepaalde woorden maar niet meer te gebruiken of te vervangen. Wat voor de een een veilig woord is, is voor de ander bijzonder onveilig. Het gaat dus verder en dieper dan dat.

In veel kerken is de liturgische taal en de gebruikte theologie voor slachtoffers verwarrend en soms zelfs schadelijk, omdat het met name op daders gericht is. Een veel gebruikte orde is: verootmoedigingsgebed, genadeverkondiging en leefregel. Het is gericht op zondebesef, vergeving van schuld en het aanzeggen van de genade. Voor daders kan deze liturgische taal vergoelijkend werken: God heeft mij vergeven, ik kan verder met mijn leven.

Slachtoffers daarentegen voelen zich als gevolg van het misbruik minderwaardig en lijden onder het gebrek aan eigenwaarde. Vaak geven zij zichzelf de schuld van het misbruik, schamen zich voor wat gebeurd is en hebben een hekel aan zichzelf. De kerkelijke taal die hun wordt aangereikt is die van schuld en zonde. Het is een taal die past bij hoe zij zich voelen: zwart en slecht. De vergeving kan echter niet landen, omdat er geen sprake is van schuld. Binnen dit taalveld kunnen zij dit dus alleen maar vertalen naar meer schuld. Zij zijn zo zondig, dat zelfs Gods vergeving geen uitkomst biedt.

In zichzelf zijn ‘schuld’, ‘zonde’ en ‘vergeving’ waardevolle geloofswoorden, maar voor slachtoffers moet er een ander taalveld aangeboden worden: die van recht en gerechtigheid, van wraak en woede. Dit discours helpt om de ervaring van machteloosheid in een ander licht te plaatsen.

Bijbelverhalen als transformerende kracht

Bijbelverhalen kunnen binnen de eredienst en in het pastoraat helpen om levensverhalen opnieuw te vertellen en te zoeken naar hoe het verhaal ten goede gekeerd kan worden. Bijbelse grondmotieven zijn onder andere: het motief van (her)schepping, het exodusmotief, het exielmotief, het motief van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

‘God wees op een stuk hout’

Wat de bron zoet kon maken was allang aanwezig. Een stuk hout, maar bovenal de Geest van God. We hebben in onze gemeente de benodigdheden voorhanden om een dorstlessende bron te zijn. Het gaat in de eerste plaats om zien, luisteren, om erkennen. En ook in de tweede tot en met de achtste plaats. Erkennen. Het proces van een slachtoffer loopt niet synchroon met het proces van een dader of van de gemeente. Volg het proces van het slachtoffer. Leg uit aan omstanders wat misbruik met een mens doet.

Geef erkenning. Durf te vragen, durf jezelf ook te geven in het gesprek.

Dan komt er nieuwe existentiële grond.

Onze eigen Don Quichot

19 aug

Wat zou er in zijn kop omgaan? Wat gebéúrt er?

Het is zo’n rustige dag. Het kan een zaterdag zijn. Een vrije dag. Vakantie. Geen gekkigheid. De honden mooi op tijd uitgelaten, lekker stukje gelopen. Kopje koffie. Nog even wat lezen. De honden zijn rustig en liggen in hun manden.

Een vredige sfeer.  Tot dat ene moment.

Tot dat moment dat ik opsta en de stofzuiger pak. Of de bezem. Of de dweil. Of de stoffer en blik. Het maakt niet zoveel uit waar ik me op dat ene moment in huis bevind. Het kan boven zijn. In de keuken. De gang. De woonkamer. Ik kan vlakbij Charly beginnen of aan de andere kant van het huis.

Maakt niet uit.

Met dat ik de stofzuiger aanzet, wordt Charly wakker. Of nee, er ontwaakt iets in Charly. Zo snel als zijn poten hem kunnen dragen, komt hij al slippend, grauwend en blaffend aangerend. ‘Doe die stofzuiger uit!’ ‘Stop met vegen. Nu.’ ‘Hou op met dweilen, mafklapper.’

Natuurlijk hebben we al onze hondenopvoedtalenten ingezet om dit best wel onwenselijk gedrag af te leren. Nu ben ik niet direct de grootste fan van schoonmaken, maar van tijd tot tijd stofzuigen zou toch moeten mogen.

Na enkele maanden geduldig oefenen, is er wel het een en ander bereikt. Charly is gestopt met blaffen. Zijn obsessie is gebleven, alleen zijn tactiek is veranderd.

Charly ligt te slapen.

De stofzuiger gaat aan.

Charly springt op en begint als een razende te zoeken naar een speeltje. Wat dan ook maar. Gewoon. Om in te bijten.

Met in zijn bek één, twee of meer speeltjes rent hij naar de stofzuiger.

Zwijgend, maar met een gedreven doelmatigheid, loopt hij in de stofzuigerslang. Fanatiek kauwt hij op zijn speeltje, draait vast in de slang en het snoer en terloops komt zijn bek tegen de slang. Geheel per ongeluk en nauwelijks zichtbaar, valt het speeltje uit zijn bek, maar gaat het ritmisch kauwen verder. Op de stofzuigerslang.

Het is een gevecht dat hij uiteindelijk niet kan winnen. De vloer wordt gezogen. Steeds opnieuw. Of geveegd. Of gedweild. Maar of hij zich er ooit echt bij neerlegt?

 

 

 

De moeizame strijd tegen misbruik

18 aug

Dit artikel is geplaatst in Woord & Dienst, jaargang 68, nummer 8 (augustus 2019) p. 9-11

Twintig jaar geleden zinderde het op de gezamenlijke synode van de toenmalige hervormde kerk, de gereformeerde kerken en de Lutherse kerk. Er was veel tijd ingeruimd om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel misbruik en de rol van de kerk, aan de hand van de nota’s Schuilplaats in de wildernis? en Godsdienst en incest. Een beladen thema.

klein meisje

Klein meisje, door Esther Veerman. http://www.kunstuitgeweld.nl

In de voorgaande decennia werd steeds onweerlegbaarder duidelijk dat misbruik veel vaker voorkwam dan gedacht en de gevolgen vaak ernstig waren. De verhalen van misbruik binnen de Rooms katholieke kerk maakten veel indruk. Werkgroepen en onderzoeken maakten duidelijk dat ook in de eigen kerken mensen leden onder seksueel misbruik. De gezamenlijke synode hechtte er veel waarde aan om deze thematiek te agenderen. Na een emotioneel en intensief gesprek werden de aanbevelingen uit de nota’s met algemene stemmen overgenomen.

‘De kerk kiest onomwonden voor het slachtoffer’

Wat het meest in het oog sprong was de uitspraak ‘de kerk kiest onomwonden voor het slachtoffer’. Het was een uitspraak waar mensen die te maken hadden gehad met seksueel misbruik hoop uit putten. De keuze voor het slachtoffer was immers niet vanzelfsprekend. Te vaak werden mensen niet geloofd als ze met hun verhaal naar buiten kwamen. Te vaak ondervonden slachtoffers dat er binnen de kerk geen ruimte was voor hun ervaringen. Het betekende een extra trauma: niet alleen moest het slachtoffer een weg vinden in de gevolgen van het misbruik, maar ook in de ontkenning en afwijzing van de omstanders. Het belang van de uitspraak van de synode kan dan ook niet genoeg worden benadrukt.

Ontwikkelingen in de kerk

Hoe is de stand van zaken in de Protestantse Kerk in Nederland twintig jaar na deze hoopgevende uitspraak? Mijn antwoord is tweeledig. Aan de ene kant ben ik onder de indruk van het werk dat verzet is door een kleine groep bevlogen mensen om aan slachtoffers recht te doen en deze thematiek op de agenda van de kerk te houden. Aan de andere kant moet ik constateren dat er geen paradigmaverschuiving binnen de kerk heeft plaatsgevonden en dat het voor slachtoffers niet perse veiliger is geworden in plaatselijke gemeenten.

Beide inzichten wil ik hieronder nader uitwerken.

In de achterliggende periode is met name op het gebied van seksueel misbruik in pastorale relaties veel bereikt. Er is een protocol opgesteld en naar alle kerkelijke gemeenten toegestuurd. Voor slachtoffers van misbruik in pastorale relaties zijn vertrouwenspersonen beschikbaar en voor getroffen gemeenten gemeentebegeleiders. Er is materiaal beschikbaar voor het begeleiden van slachtoffers en van daders. De stichting SMPR heeft een vaste plek gekregen in de organisatie van de PKN en heeft deskundigheid opgebouwd. Ook is er meer aandacht in de opleiding op de theologische universiteit voor de dynamiek rond seksueel misbruik.

Een andere positieve ontwikkeling is meer recent. Onder meer op initiatief van JOP en van SMPR is er groeiende aandacht voor de veiligheid in de geloofsgemeenschap. Onlangs is de website http://www.protestantsekerk.nl/veiligegemeente gelanceerd waar informatie te vinden is over stappen die gezet kunnen worden om de gemeente een veiliger plaats te laten zijn. De website besteedt nadrukkelijk aandacht aan het jeugdwerk en aan veilig pionieren.

Deze initiatieven worden gedragen door betrokken mensen met hart voor de strijd tegen misbruik. Hun inzet waardeer ik dan ook bijzonder.

Slachtoffers blijven in de kou staan

Tegelijkertijd is er een andere kant waardoor ik somber ben over wat de Protestantse Kerk in de afgelopen jaren bereikt heeft. Met regelmaat spreek ik mensen die in een kerkelijke setting te maken hebben gehad met seksueel misbruik. De rode draad in de verschillende verhalen is eenzaamheid. Slachtoffers durven nauwelijks met hun verhaal naar buiten te komen. Binnen de kerkelijke gemeente ervaren ze onbegrip. Deze ervaringen worden bevestigd door verschillende onderzoeken die in de laatste jaren zijn uitgevoerd. Het onderzoek van Christiane van den Berg-Seiffert (Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken, 2015) beschrijft de verhalen van 17 mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik in pastorale relaties. Een weerkerend refrein in deze verhalen is dat zij hun positie in de gemeente niet of met moeite kunnen behouden. In 2018 publiceerde Tear de resultaten van een onderzoek naar geweldservaringen onder christelijke vrouwen (Geweld tegen vrouwen in beeld: een peiling onder christenen in Nederland). Een van de meest in het oog springende uitkomsten is dat bijna driekwart van de vrouwen ten minste een keer in hun leven te maken heeft gehad met een vorm van psychisch, fysiek of seksueel geweld.

In 2012 verscheen het rapport van Movisie De mantel der liefde. Quickscan naar huiselijk geweld in orthodox-protestantse gezinnen. Wat in deze rapportage opvalt, is de geringe aandacht voor huiselijk geweld in de geloofsgemeenschappen en de eenzaamheid van de slachtoffers.

Gekozen spits

Er zijn verschillende redenen aan te wijzen waarom de strijd tegen misbruik in de kerk lijkt te stagneren. De eerste reden is dat de Protestantse Kerk zich om begrijpelijke overwegingen met name gericht heeft één specifieke vorm van misbruik: seksueel misbruik in pastorale relaties. In eerste instantie waren er op regionaal niveau nog werkgroepen Seksueel Geweld en Geloof actief die met name door vrijwilligers werden gedragen. Door bezuinigingen verdwenen met de regionale dienstencentra ook vrijwel alle werkgroepen. Daarmee raakte de brede thematiek van huiselijk en seksueel geweld buiten beeld. De vraag is of een website over de veilige gemeente deze leemte voldoende kan opvullen. Zou er daarnaast niet in menskracht geïnvesteerd moeten worden? Mijns inziens zou een deskundige beschikbaar moeten zijn voor advies en voor pastorale vragen.

Het gebrek aan een bedding om te vertellen

De tweede reden is dat mensen die te maken hebben (gehad) met huiselijk of seksueel geweld een discours nodig hebben om hun verhaal te kunnen doen. Omstanders maken het verschil of verhalen verteld kunnen worden of niet. Het klimaat en de cultuur van de samenleving bepalen mede of er een ruimte is. In de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld leden veel soldaten aan zogenaamde shellshock. De voortdurende bombardementen op de loopgraven en de altijd aanwezige dreiging maakten dat soldaten geestelijk instorten. Dit werd echter niet erkend door de legerleiding. Soldaten die leden aan een shellshock werden gezien als laf of als deserteurs. Sommige van hen zijn ook terechtgesteld tijdens de oorlog.

Pas jaren later was er de ruimte om opnieuw naar deze slachtoffers van de oorlog te kijken. Toen werden de symptomen in een ander perspectief geplaatst. Het werd niet langer gezien als lafheid, maar als een posttraumatische stressstoornis ten gevolge van de voortdurende blootstelling aan levensgevaar. Pas toen ontstond er de ruimte voor de soldaten om te herstellen.

Slachtoffers van seksueel misbruik binnen de kerk zwijgen. Ze zwijgen uit angst, uit schaamte of uit schuldgevoelens. Het kost veel om over de drempel te stappen en met het verhaal naar buiten te komen. Daarom is het onomwonden kiezen voor het slachtoffer zo belangrijk: zonder terughoudendheid, zonder twijfel en reserve. Dat vraagt echter veel van de ontvanger van het verhaal. Het vraagt om openheid voor de pijn. Het vraagt om de bereidheid de idylle van veiligheid los te laten. Het vraagt om een lange adem om met het slachtoffer mee op te lopen. Erkenning kost veel en vraagt om een verandering van de cultuur in de plaatselijke gemeente. Kan er een bedding gecreëerd worden waarbinnen verhalen van misbruik verteld mogen worden? Op de synodevergadering zijn meerdere aanbevelingen aangenomen die helpend hadden kunnen zijn, maar nooit zijn uitgevoerd. Speciale aandacht in het doopformulier, bijvoorbeeld. Ruimte in de voorbeden. Structurele aandacht. Een vaste vraag op de kerkenraadsvergadering: hoe veilig zijn wij als gemeente?

Verschillende belangen

De derde reden die ik hier tenslotte wil benoemen, is dat er verschillende belangen blijken mee te spelen. In 2014 was een interkerkelijke werkgroep op initiatief van Movisie bezig om een vervolg te geven aan het rapport Herder op zijn hoede. Vlak voordat de Raad van Kerken in 2014 met de verklaring kwam over het bestrijden van seksueel misbruik binnen de kerken, was er een onbegrijpelijke confrontatie tussen de Raad van Kerken en de werkgroep van Movisie. Het directe gevolg was dat de werkgroep stopte en deskundigheid verloren is gegaan.

Concluderend

Het is goed om na 20 jaar de balans op te maken. Hoe staat de Protestantse Kerk er vandaag voor als het gaat om de strijd tegen misbruik? Er is in de afgelopen jaren door betrokken mensen hard gewerkt en veel bereikt, met name als het gaat om seksueel misbruik in pastorale relaties. In de plaatselijke gemeenten is er echter nog nauwelijks sprake van een cultuuromslag. Dit vraagt om meer sturend beleid, investering in menskracht en om pastorale en liturgische handreikingen.

Preekvoorbereidingsappgroep positief ontvangen

27 jul

Zondag 7 juli was de primeur: in de voorbereiding hadden verschillende gemeenteleden meegedacht over de Bijbelteksten die die zondag centraal zouden staan. Het recept is eenvoudig. In een appgroepje plaats ik de tekst en iedereen is vrij om gedachten, vragen en inzichten over de tekst te delen (of om alleen maar mee te lezen).

Wat ik van de deelnemers (inmiddels 19) terug hoor, is dat deze appgroep helpt om meer bewust naar de zondag toe te leven. Ook brengt het meer betrokkenheid in het luisteren naar de preek. De teksten zijn immers al gelezen en doordacht. En het is boeiend om te mee te maken of en hoe de gedachten uit de appgroep mee komen in de uiteindelijke overdenking.

Als ik voor mijzelf spreek, moet ik zeggen dat ik erg blij mee ben met deze manier van voorbereiden. De reacties helpen me op verschillende manieren: het maakt de vragen inzichtelijk die de tekst (of mijn tekstkeuze) oproept. Het maakt mij ervan bewust dat ik soms even iets meer moet uitleggen, zodat de luisteraars beter mee kunnen komen in de verkondiging. Daarnaast werkt de tekst vaak in mensen op verschillende manieren door. Om daar getuige van te mogen zijn, is erg inspirerend en brengt de tekst ook dichter bij het dagelijks leven. Tot slot is het een geschenk om deelgenoot te mogen worden van persoonlijke ervaringen en verhalen rond Bijbelteksten.

Wat ik misschien nog wel het mooiste vind, is dat er nu al een hele bijzondere diversiteit zichtbaar wordt: ouderen en jongeren, mensen die onderlegd zijn en mensen met minder woorden, gemeenteleden en mensen van ‘buiten’, thuisluisteraars en kerkzaalluisteraars. Een prachtige doorsnee van onze gemeente – mooi om op deze manier elkaar rond het geheimenis te ontmoeten.

Zin om mee te doen? App me even met je naam en dat je mee wilt doen: 06-83663420