In herinnering: Chester Bennington

21 Jul

Vandaag werd bekend dat Chester Bennington, zanger van Linkin Park een einde aan zijn leven heeft gemaakt. De muziek van Linkin Park leerde ik enkele jaren geleden via onze zoon. De soms rauwe muziek, de intensiteit van de zanger, en met name de rake teksten raakten en rake mij steeds weer.

In zijn biografie is te lezen dat de zanger in zijn jeugd te maken heeft gehad met seksueel misbruik door een vriend van zijn vader. Het lijkt erop dat zijn problematische jeugd en het misbruik zijn leven hebben getekend. In een interview heeft hij aangegeven vanwege het misbruik ook een suïcidale periode te hebben gekend. Hij worstelde met een drank- en drugsverslaving.

In veel nummers komen volgens mij thema’s terug die herkenbaar zijn voor velen die in hun jeugd beschadigd zijn.  Het zijn nummers die helpen om de gevolgen van een gebroken jeugd te begrijpen, omdat ze de emoties en pijn verbeelden.

Een traumatische jeugd leidt vaak tot een laag zelfbeeld. Het gebrek aan liefde, het moeten ondergaan van geweld of het ervaren van onveiligheid, kunnen doorwerken in de identiteit. Vaak kampen mensen hierdoor met schuld- en schaamtegevoelens, het gevoel slecht te zijn en met interne stemmen die hen steeds naar beneden halen. In Papercut zingt Bennington:

But I know just what it feels like
To have a voice in the back of my head
Like a face that I hold inside
A face that awakes when I close my eyes
A face watches every time I lie
A face that laughs every time I fall
(It watches everything)
So I know now when it’s time to sink or swim
That the face inside is hearing me
Right beneath my skin

In Given up komt de wanhoop ook scherp aan het licht. Het gevecht keert zich tegen hemzelf. ‘I am my own worst enemy’:

Wake in a sweat again
Another day’s been laid to waste
In my disgrace

Stuck in my head again
Feels like I’ll never leave this place
There’s no escape

I’m my own worst enemy

Identiteit heeft alles te maken met leren om grenzen te stellen, om ‘nee’ te mogen zeggen. Misbruik kan dat vermogen beschadigen. Een dader eigent zich de ander toe, waardoor het bewaken en stellen van grenzen niet meer mogelijk is. Dat heeft ook gevolgen voor nieuwe relaties die worden aangegaan, die soms onbewust een herhaling vormen van de misbruikende relatie van vroeger. In Numb wordt dit als volgt verwoord:

I’ve become so numb, I can’t feel you there
Become so tired, so much more aware
I’m becoming this, all I want to do
Is be more like me and be less like you

Het worstelen met schuldgevoelens en met fundamentele onveiligheid brengt een gevoel van ontheemd zijn met zich mee. Het verlangen om ergens thuis te horen, om genezing te ervaren klinkt door in Somewhere I belong 

But all that they can see the words revealed
Is the only real thing that I’ve got left to feel
(Nothing to lose)
Just stuck, hollow and alone
And the fault is my own, and the fault is my own

[Chorus]
I wanna heal, I wanna feel what I thought was never real
I wanna let go of the pain I’ve felt so long
(Erase all the pain till it’s gone)
I wanna heal, I wanna feel like I’m close to something real
I wanna find something I’ve wanted all along
Somewhere I belong

Ook in nummers waarin het verlangen naar geborgenheid naar voren komt, klinkt de zwaarte van het leven door. Zoals in the catalyst: ‘We are a broken people living under loaded guns. 

Misschien verwoordt Castle of glass het gevoel van leegte en onzichtbaarheid nog wel het meest intens.

‘Cause I’m only a crack in this castle of glass
Hardly anything else I need to be

‘Cause I’m only a crack in this castle of glass
Hardly anything there for you to see

De nummers van Linkin Park bezingen enerzijds de zwaarte en de donkere kant van het leven, en anderzijds het verlangen naar genezing, naar rust en aanvaarding. Uiteindelijk waren de wanhoop en de leegte in het leven van Chester Bennington te sterk.

Wat ik hoor in de verhalen van slachtoffers is de moeite om woorden van liefde en bewogenheid te laten landen. Het is net of de bodem ontbreekt en positieve gevoelens niet vast gehouden kunnen worden. In the end it doesn’t matter

I tried so hard
And got so far
But in the end
It doesn’t even matter
I had to fall
To lose it all
But in the end
It doesn’t even matter

Het doet me verdriet om te lezen dat Chester Bennington zelfmoord heeft gepleegd. Het doet me zeer, omdat het hem niet gelukt is om zich te ontworstelen aan de negativiteit en het duister. Misschien is zijn strijd voor jou herkenbaar. Ik wens je toe dat je mensen om je heen hebt die je er steeds weer herinneren dat je wel waardevol bent en niet zomaar gemist kunt worden.

Als je worstelt met suïcidale gevoelens bid ik je toe dat de kracht mag krijgen om het leven te zoeken en te vinden.

Weet dat je niet alleen bent. Zoek hulp,  zoek mensen om mee te praten. Bij http://www.113online.nl kun je altijd terecht: ze zijn er om jou te helpen als je suïcidale gedachten hebt.

Wie zonder zonde is … en andere dooddoeners bij seksueel misbruik in de kerk

11 Jul

Dit artikel is verschenen in De Oud-Katholiek, Tijdschrift voor de Oud-Katholieke Kerk in Nederland, jaargang 133, juli 2017

De Oud-Katholieke Kerk in Nederland is in de achterliggende maanden opgeschrikt door berichten over (beschuldigingen) van seksueel misbruik door priesters. Deze berichten roepen – zoals eerder ook in andere kerken het geval was – veel emotie en veen verschillende reacties op. Wat vertellen deze reacties?

Er is schrik en verslagenheid, omdat ook de eigen geloofsgemeenschap niet zo veilig blijkt te zijn als gehoopt. Er is ongeloof en verwarring omdat de aangeklaagde priester ook zoveel goede dingen heeft gedaan. Er is woede omdat mensen door vertegenwoordigers van de kerk beschadigd en gekwetst zijn. Sommige reacties benadrukken het failliet van de kerk, andere reacties zoeken nuance. Sommige slachtoffers, die jarenlang gezwegen hebben, kunnen door deze onthullingen de moed vinden om ook met hun eigen verhaal naar buiten te komen. Deze reacties zijn niet uniek. Het misbruik binnen andere kerkgenootschappen, sportclubs, instellingen en families roepen vergelijkbare reacties op. Ook daar is verlegenheid, verwarring, boosheid en ontkenning te zien. Blijkbaar vallen we terug op bepaalde mechanismen en patronen om met de verhalen van seksueel misbruik om te gaan. In dit artikel wil ik deze mechanismen beschrijven. Wat zijn de achterliggende patronen en wat maakt een reactie heilzaam?

 

Esther Veerman, Afscheidsbrief

 

Een cultuur van zwijgen 

Het valt voor slachtoffers van seksueel misbruik niet mee om met hun verhaal naar buiten te komen. Dit heeft verschillende oorzaken. Allereerst gaat het misbruik hand in hand met schaamte en schuldgevoel bij het slachtoffer. Vaak worstelt het slachtoffer met de vraag waarom haar of hem dit is overkomen. Misbruik brengt een gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid met zich mee. Het zichzelf de schuld geven kan een manier zijn om deze onmacht te hanteren. Als het immers aan het slachtoffer zou liggen dan zou hij of zij het in een andere situatie misschien kunnen voorkomen. Als ik nu eens andere kleren aan had gehad? Als ik nu eens niet naar hem gekeken had?

Daar komt bij dat het zeker voor kinderen nauwelijks mogelijk is om de schuld neer te leggen bij de volwassen vertrouwenspersonen (zoals bijvoorbeeld een ouder, coach of priester). Als de volwassene door zijn of haar rol wordt vrijgepleit, kan het kind of de jongere alleen nog maar de schuld bij zichzelf zoeken.

Deze (onterechte) schuldgevoelens versterken de toch al aanwezige schaamte. Seksueel misbruik is zo schadelijk omdat het mensen aantast in hun lichamelijkheid. Het misbruik verstoort een gezonde ontwikkeling van lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit. Dat het misbruik juist plaatsvindt in het kwetsbare gebied van intimiteit en lichamelijkheid versterkt de schaamtegevoelens. Het is dus niet verwonderlijk dat een slachtoffer in eerste instantie zwijgt over het misbruik.

Zwijgen uit beschadiging

Ook omstanders lijken liever te willen zwijgen over het misbruik. De eerste reden is dat omstanders in meer of mindere mate beschadigd kunnen zijn door het misbruik in de geloofsgemeenschap, de sportvereniging of het gezin. Een geloofsgemeenschap kan door misbruik mede getraumatiseerd raken (1). Net zoals bij de directe slachtoffers is een eerste overlevingsstrategie om het misbruik geheim te houden. Het is een manier om om te gaan met het gekantelde wereldbeeld. De psychologe Janoff-Bulman (2) laat zien dat we in het schrijven van ons levensverhaal steeds uitgaan van drie kernnoties: de wereld is een logisch geordend geheel en dus betrouwbaar, mensen hebben goede bedoelingen en ik ben als persoon de moeite waard. Deze noties komen door het misbruik onder druk te staan. Wanneer mensen in meer of mindere mate beschadigd zijn, kunnen ze soms scherp reageren om de herinneringen aan de schokkende gebeurtenis te vermijden.

Zwijgen vanwege de veiligheid 

De tweede reden om als omstanders te zwijgen, is dat het gevoel van veiligheid op het spel staat. Als priesters al niet te vertrouwen zijn, wie kun je dan nog wel vertrouwen? Als zoveel mensen misbruikt worden, als het echt in elke vereniging of geloofsgemeenschap plaats kan vinden, als het zo dichtbij komt – hoe kan ik me dan ooit nog veilig voelen? In wat voor wereld groeien onze kinderen op? De omstanders, de samenleving, hebben er belang bij dat gezwegen wordt over verhalen van misbruik om de idylle van een veilige gemeenschap in stand te kunnen houden.

Zwijgen uit bezorgheid

De derde reden om te zwijgen is bezorgdheid over de beeldvorming. De schandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk hebben het vertrouwen in en het gezag van de kerk geschonden. Die zorg is niet voorbehouden aan geloofsgemeenschappen. Ook sportverenigingen zwegen lange tijd over seksuele grensoverschrijdingen van coaches uit angst voor een negatief imago.

Ontkennen, generaliseren en bagatelliseren 

Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van slachtoffers om hun verhaal te vertellen. Maar als de geheimhouding eenmaal doorbroken wordt, reageren omstanders vaak met ontkennen, generaliseren of bagatelliseren in een uiterste poging om de confronterende verhalen te kunnen vermijden en de idylle van veiligheid weer te kunnen herstellen.

Ontkennen

Een vorm van ontkennen is de uitspraak: ‘Ik kan me niet voorstellen dat zo’n sympathieke man tot zoiets in staat is.’ Plegers van seksueel misbruik zien er over het algemeen niet uit als monsters. Het zijn vaders, coaches, voorgangers, buurmannen, docentes – mensen die wij vertrouwen geven. De verhalen van misbruik vertellen ons dat mensen verschillende kanten kunnen hebben.

Generaliseren 

Wanneer het misbruik niet langer te ontkennen is, proberen mensen soms het misbruik te generaliseren of te bagatelliseren (3). Generaliseringen zijn de pogingen om de negatieve betekenis van het seksueel misbruik te relativeren door te doen alsof het onderdeel is van het normale leven. Een voorbeeld van generaliseren is: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Het begrip zonde wordt zo breed opgerekt, waardoor er geen ruimte meer is voor het stellen van een ethische grens. Wat opmerkelijk is, is dat een dergelijke uitspraak vaak klinkt in de context van seksueel misbruik, maar zelden wanneer er sprake is van moord of lichamelijk geweld. Wat maakt dat er zo snel vergoelijkend over misbruik gesproken wordt?

Een ander voorbeeld van generaliseren komen we tegen in de uitspraak: ‘Je moet het wel in de tijdgeest of cultuur plaatsen.’ Het is zeker waar dat zowel seksualiteit als misbruik cultureel bepaald zijn. Toch is het de vraag of deze opmerking helpend is om om te gaan met misbruik. Uitgangspunt zou moeten zijn wat slachtoffers ons vertellen. Soms gaat er veel tijd overheen voordat slachtoffers taal vinden om hun ervaringen te kunnen vertellen. De slachtoffers van de Britse BBC-presentator Jimmy Savile en de onthullingen van Engelse voetballers die in hun jeugd misbruikt zijn, laten zien hoe schadelijk het misbruik was. Decennia later hebben sommigen nog dagelijks last van de gevolgen van het misbruik.

Bagatelliseren

Het misbruik kan ook gebagatelliseerd worden: wel het feit erkennen, maar de betekenis ervan minimaliseren. ‘Het komt overal voor, niet alleen in de kerk.’ ‘Als het overal voorkomt, kan het toch niet zo diepingrijpend zijn als wordt beweerd?’ Het is waar dat misbruik in alle geledingen en in alle gemeenschappen kan voorkomen. Dit zou geen reden moeten zijn om het misbruik te bagatelliseren, maar om juist dubbel zo hard te werken aan een veilig klimaat. We zijn geroepen om in onze eigen contexten te werken aan die veiligheid.

Zondebok

Wanneer het misbruik niet langer ontkend kan worden en bagatelliseren of generaliseren niet meer werkt, grijpen mensen soms terug op het zondebokmechanisme. Nu het misbruik bekend en erkend is, wordt er gezocht naar een zondebok. Door de zondebok te offeren wordt getracht de veiligheid te herstellen. Pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten, stuiten op grote weerstand als zij ergens een nieuw leven proberen op te bouwen, zoals zichtbaar werd toen in 2014 voor Benno L. een nieuwe woonplek gezocht werd. Veel mensen vinden dat pedo’s levenslang opgesloten, gecastreerd of zelfs afgemaakt zouden moeten worden.

Deze reacties gaan voorbij aan het pijnlijke gegeven dat het meeste misbruik door heteroseksuele mannen wordt gepleegd die bekenden zijn van het slachtoffer. Onze wereld wordt niet veiliger door pedoseksuelen en pedofielen als zondebokken te offeren. Natuurlijk moet het recht zijn loop hebben, maar een veilige wereld begint met het ruimte maken voor de verhalen van misbruik.

Religieuze taal versterkt het zwijgen

Wanneer het misbruik in een kerkelijke context plaats vindt, kan religieuze taal bijdragen aan het toedekken van het misbruik. Slachtoffers die met hun verhaal aarzelend naar buiten komen, worden vaak opgeroepen om te vergeven. ‘We leven toch van vergeving?’ Voorbarige vergeving maakt het slachtoffer echter monddood. Z/hij wordt immers aangespoord om, nog voordat alle verhalen verteld zijn en de gevolgen van het misbruik aan het licht zijn gekomen, alweer te stoppen met vertellen.

Tot slot is het goed om te bedenken dat kerkelijke taal al gauw ‘dadertaal’ is. Het spreken over ‘zonde’, ‘vergeving’ en ‘verzoening’ is behulpzaam voor mensen die schuld hebben door hun handelen. Voor mensen die iets is aangedaan, is dit spreken niet direct helpend. Een slachtoffer voelt zich vaak slecht en zwart van binnen. Het woord ‘zonde’ haakt aan dit gevoel. Maar er zal geen sprake kunnen zijn van vergeving, omdat het slachtoffer niet de handelingen heeft verricht. Het slachtoffer komt dan slechter de kerk uit: ik ben zo slecht, er is voor mij niet eens vergeving.
Als voorgangers meer zouden spreken over bijvoorbeeld ‘recht doen’, ‘gerechtigheid’ en ‘wraak’, komt er ruimte voor een evenwichtige verkondiging.

Ruimte voor verhalen van misbruik

Wanneer mensen geconfronteerd worden met schokkende gebeurtenissen zoals seksueel misbruik in hun eigen geloofsgemeenschap, zijn zwijgen en vermijden logische reacties. Het geheimhouden van misbruik is echter niet alleen schadelijk voor de directe slachtoffers maar ook voor de geloofsgemeenschap zelf. De geloofsgemeenschap zal in haar reactie de ethische keuze moeten maken om stem te geven aan de kwetsbare en beschadigde mens. De geloofsgemeenschap zal voorbij aan ontkenning en simplificering ruimte moeten geven aan de verhalen van misbruik.

Het bagatelliseren van misbruik leidt niet tot een veilig klimaat. Juist de erkenning van de verhalen maakt preventie mogelijk. Alleen wanneer aan slachtoffers stem wordt gegeven en er aandacht is voor de risico’s binnen de eigen context, kan aan een veilige kerk gebouwd worden.

Dr. Alexander Veerman is predikant van de Ontmoetingskerk te Vriezenveen (PKN) en is in 2005 gepromoveerd op het proefschrift ‘Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd’.


(1) A.L. Veerman, Ontredderd: het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. Zoetermeer: Boekencentrum, 2005.
(2) R. Janoff-Bulman, Shattered Assumptions: Towards a New Psychology of Trauma. New York: Free Press, 1992.
(3) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman, Geschonden lichaam: pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld. Zoetermeer: Boekencentrum, 2000.

Verwarrend, schadelijk en heilzaam – vergeving na misbruik

7 Jul

Dit artikel is verschenen in het themanummer van Speling (2017/2) over vergeving. 

Spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik is een hachelijke onderneming. Voor mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het zelden ondersteunend of heilzaam wanneer een gesprekspartner over vergeving begint. Vaak is er een verwarrende kluwen van gedachten, emoties en verwachtingen. Verschillende recente onderzoeken (1) laten zien dat vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik grote moeite hebben met vergeving. Enerzijds ervaren zij van omstanders een sterke claim te moeten vergeven, terwijl zij anderzijds niet in staat zijn of om welke reden dan ook niet bereid zijn om te vergeven.
Vergeving is echter een van de belangrijkste thema’s in het christelijk geloof. In de liturgie, het onze Vader en in de geloofsleer worden we bepaald bij de vergeving van God en worden we opgeroepen zelf ook tot vergeving te komen. Diverse auteurs (2) zijn ervan overtuigd dat vergeving heilzaam en noodzakelijk is, ook in situaties van seksueel misbruik.
In dit artikel wil ik allereerst de spagaat die slachtoffers van seksueel misbruik kunnen ervaren in het spreken over seksueel misbruik verkennen. Waardoor wordt het spreken over vergeving schadelijk en kwetsend? Vervolgens wil ik beschrijven onder welke voorwaarden vergeving heilzaam kan zijn voor mensen die verhalen van seksueel misbruik met zich meedragen.

e715d-kaars2bbrand

In wiens belang?
‘Het eerste dat me gevraagd werd, was of ik de dader al vergeven had’. Mijn gesprekspartner is in een christelijke omgeving grootgebracht. Helaas bleek deze omgeving voor haar niet veilig. Als jonge tiener werd zij door twee familieleden misbruikt. Toen zij hulp zocht bij de jongerenwerker, maakte ook hij zich schuldig aan seksueel misbruik. Voor haar was duidelijk dat niemand te vertrouwen was. Ze had geen andere keuze dan de verhalen van misbruik diep in haar zelf weg te stoppen.
Jaren later, als zij haar leven op orde lijkt te hebben, stort ze in. Haar voortdurende onzekerheid, haar minderwaardigheidsgevoelens en haar perfectionisme eisen hun tol. In therapie komen de verhalen van misbruik aarzelend aan het licht. De oorzaak van haar psychische problemen blijkt in het misbruik te liggen. Voorzichtig begint ze mensen in haar omgeving te vertellen over het misbruik dat in haar jeugd heeft plaatsgevonden. ‘Het deed me zeer dat er gelijk naar vergeving werd gevraagd. Het vergrootte mijn eenzaamheid.’ Deze vraag naar vergeving ervaart mijn gesprekspartner als een poging om haar het zwijgen op te leggen. Zand erover. Er is geen ruimte meer voor haarzelf, om haar verhaal te vertellen. Het gesprek is verschoven van de erkenning van de pijn en gekwetstheid in haar levensverhaal naar vergeving. Omdat zij hier moeite mee heeft, voelt zij zich aangevallen, waardoor zij zich opnieuw terugtrekt in zichzelf.

Zeker binnen een christelijke context blijkt het verhaal van mijn gesprekspartner geen uitzondering. Het roept de vraag op waarom zo snel vergeving ter sprake wordt gebracht. Zou het niet meer voor de hand liggen om schrik, verbijstering en woede te delen? Zou het logischer zijn om te zoeken hoe slachtoffers gesteund kunnen worden in het onder woorden brengen en herstellen van het aangedane onrecht. Een eerste stap op de weg van herstel is het doorbreken van het geheim. Wanneer derden in vertrouwen worden genomen en aan het verhaal woorden worden gegeven, kan een begin gemaakt worden met het toe-eigenen van het verhaal. Vaak valt er een last van de schouders.
Tegelijkertijd ontstaat er nieuwe dynamiek bij de omstanders. Zij horen het verhaal voor het eerst. Misschien waren er vermoedens, maar hoe dan ook, nu het verhaal is uitgesproken, kunnen de omstanders geschokt en verbijsterd zijn. Het verhaal van seksueel misbruik dat zo dichtbij plaatsvindt, verbrijzelt de illusie van de veilige familie of gemeenschap. Voor de omstanders ontstaat er een dilemma: het uithouden bij de verhalen van het slachtoffer vergroot immers ook het besef van verscheurde relaties en van onveiligheid in de eigen families en geloofsgemeenschappen. Vergeving lijkt een uitweg te bieden. Als het slachtoffer tot vergeven kan komen, kan de harmonie in de gemeenschap hersteld worden. Het betekent echter dat de pijn van het slachtoffer niet onder ogen wordt gezien en zij dus wordt ontkend.

Daar komt bij dat allerlei onderzoeken naar prevalentie aantonen dat seksueel misbruik opmerkelijk veel voorkomt (3). Hoewel inmiddels bekend is dat de gevolgen van seksueel misbruik diep ingrijpend kunnen zijn (4), blijft het moeilijk voor slachtoffers om hun verhaal te kunnen vertellen. Dit betekent dat het geweld diep in onze samenleving verankerd is. Als er zoveel mensen te maken hebben gehad met seksueel geweld, moeten we ook constateren dat veel mensen zich schuldig maken aan geweld. Het betekent dat we vragen moeten stellen aan onze cultuur, onze taal en onze gewoonten. Waar faciliteert onze manier van leven seksueel misbruik? Waar worden in onze families en geloofsgemeenschappen slachtoffers hun stem ontnomen?
Een veel voorkomende reactie op de bedreigende impact van verhalen van misbruik is om deze verhalen zo snel mogelijk van hun aanklacht te ontdoen en om het evenwicht weer te herstellen.

Wanneer vergeving ter sprake komt, is het noodzakelijk om eerst de vraag te stellen in wiens belang vergeving is op dit moment? Hebben we allereerst het belang van het slachtoffer op het oog of proberen we zo snel mogelijk om de harmonie in de familie of geloofsgemeenschap te herstellen?.

Interne verwarring
Het eerste dat het spreken over vergeving in de context van seksueel misbruik dus lastig maakt, zijn de soms tegenovergestelde belangen die achter de vraag naar vergeving schuil kunnen gaan. Het tweede dat het spreken over vergeving moeilijk maakt, is het verwarren van schuld, schuldgevoel, minderwaardigheid en zonde met elkaar (5).
Schuld veronderstelt verantwoordelijkheid. Er liggen concrete handelingen aan ten grondslag: iemand heeft een ander iets aangedaan. Schuld dient onderscheiden te worden van schuldgevoel. Schuldgevoel kan een overlevingsstrategie zijn om de illusie in stand te houden dat de ongewenste situatie of gebeurtenis anders zou kunnen zijn geweest of voorkomen had kunnen worden als het slachtoffer anders had gehandeld. Het schuldig voelen is een copingmechanisme om om te gaan met de machteloosheid en hulpeloosheid die horen bij het ondergaan van geweld. De gedachte schuldig te zijn herstelt het gevoel van veiligheid omdat het lijkt alsof je toch controle hebt over de situatie. ‘Als ik nu toch niet in mijn eentje over straat was gegaan?’ ‘Als ik nu eens een broek in plaats van een rok had aangedaan?’
De prijs is echter hoog. Het schuldgevoel bevestigt de gevoelens van minderwaardigheid en van slecht zijn, die een direct gevolg zijn van het seksueel misbruik. Het woord ‘zonde’ haakt aan bij dit gevoel, waardoor het theologische begrip ‘zonde’ verward wordt met het psychologische begrip ‘schuldgevoel’. De schuldgevoelens gaan echter niet terug op concrete schuldige handelingen, waardoor het kerkelijk spreken over Gods vergeving geen verlichting brengt, maar slachtoffers nog meer bij hun gevoel van minderwaardigheid en slechtheid kan bepalen.

Wat de verwarring rond vergeving voor slachtoffers van seksueel misbruik vergroot, is dat het kerkelijk spreken over schuld, zonde en vergeving meer aansluit bij de behoefte van daders dan van slachtoffers.

Het ‘vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ is door veel slachtoffers niet of nog niet mee te bidden, en versterkt het gevoel dat ze tegenover God tekort schieten. Voor daders daarentegen is de voortdurende aanzegging van Gods genade, zegen en vergeving een te gemakkelijke weg om voor hun schuldbesef (indien al aanwezig) een oplossing te vinden. Dit effect van gangbare godsdienstige taal levert bij veel slachtoffers ernstige frustratie op (6).

Slachtoffers zoeken naar erkenning van wat hen is aangedaan en ruimte voor hun levensverhaal. Een belangrijk gespreksthema is het ontwarren van de schudvraag. Wie is verantwoordelijk voor het misbruik? Slachtoffers kunnen de ervaring met zich meedragen klem te zitten in de gevolgen van het seksueel misbruik. Waar zij bij gebaat zijn, is om te horen over gerechtigheid, het oog hebben voor de gekwetste en kwetsbare mens, oordeel en recht doen.

De kracht van vergeven
Voordat over de helende werking van vergeving gesproken kan worden, is het dus noodzakelijk om eerst bovengenoemde thema’s te ontwarren. Tegelijkertijd is het ook van belang om oog te hebben en te houden voor de heilzame werking van vergeving (7).
Fortune (8) betrekt vergeving op het genezingsproces van het slachtoffer. Volgens haar is vergeving het loslaten van de voortdurende aanwezigheid van het trauma. Vergeving is volgens haar een manier om afstand te nemen van de passieve slachtofferrol. Deze visie past bij de omschrijving van vergeving door Ganzevoort (9): ‘vergeven is het erkennen van de schuld van de dader en het afzien van recht op wraak of vergelding’. Het Griekse woord voor vergeven betekent ‘losmaken’. Door te vergeven wordt de band tussen dader en slachtoffer doorgesneden. Woede, haat en bitterheid zijn logische reacties op onrecht, maar houden in zekere zin het slachtoffer ook gevangen. Door te haten blijft het slachtoffer verbonden met de dader. In die zin is leren vergeven uiteindelijk heilzaam.
Vergeven is in deze benadering de laatste stap in het genezingsproces. Het vraagt om ruimte het hele verhaal uit te mogen vertellen. Het vraagt om tijd om te kunnen erkennen hoe het seksueel misbruik het slachtoffer beschadigd en gekwetst heeft, ook op de lange termijn. Het vraagt om het besef dat de processen van slachtoffer, dader en omstanders niet gelijktijdig verlopen en dat als het om vergeving gaat, altijd het tempo van het slachtoffer gevolgd moet worden. Het vraagt om het herstel van autonomie van het slachtoffer en het herstel van gelijkwaardigheid in de machtsverhoudingen (10).

Vergeven moet?
Toch blijft de vraag of de weg van vergeving voor slachtoffers de meest zinvolle en genezende weg is. Uit praktijkverhalen blijkt dat slachtoffers vaak het losmaken van de band met de dader als heilzaam herkennen, maar tegelijkertijd dit niet als vergeven benoemen. Het afzien van het recht op vergelding roept ook vragen op. Seksueel misbruik is een misdaad. Hoe verhoudt deze visie op vergeven zich tot recht doen? Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Balk-van Rossum (11) dat er geen significante veranderingen optreden als gevolg van het proces van vergeven. De theorie over vergeven in situaties van seksueel misbruik lijkt dus problematischer dan verondersteld wordt.

Wat betekent dit voor slachtoffers van seksueel misbruik en vergeven? Allereerst is het goed om te beseffen dat slachtoffers van seksueel misbruik het gevoel kunnen hebben dat zij in een spagaat raken wanneer vergeven ter sprake komt. Aan de ene kant is er de kennis dat vergeven in psychologische zin helend kan zijn, versterkt door het besef dat in de christelijke traditie de weg van vergeving min of meer de norm is. Aan de andere kant is het vergeven van de daders alleen aan de slachtoffers voorbehouden, op hun eigen tijd, volgens hun eigen regie.
Daarnaast is het de vraag of vergeving de enige Bijbelse weg is om bevrijd te worden van de beklemming van de dader. Juist in het gesprek met mensen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik is het van belang om meer pastorale bagage mee te nemen dan alleen de weg van vergeven.

Alexander Veerman (1970), dr. Praktische Theologie, predikant te Vriezenveen (PKN), trauma-dominee.

————

(1) A.W. Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden in de levensverhalen van vrouwen met een incestervaring Ede, 2017; C. Van den Berg-Seiffert Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken Zoetermeer, 2015
(2) Zie bijvoorbeeld: R.R. Ganzevoort ‘Vergeving moet. Maar het maakt wel uit hoe.’ In: in: R.R. Ganzevoort e.a., Vergeving als opgave. Psychologische realiteit of onmogelijk ideaal? Tilburg 2003, 17-33; K. Demasure Als de draad gebroken is. Zingeving en pastorale zorg na seksueel misbruik. Leuven 2005; M.M. Fortune ‘Forgiveness the last step’ In C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 201-207
(3) Inmiddels zijn er veel onderzoeken gedaan naar prevalentie van misbruik in het algemeen en onderzoeken naar specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld: misbruik in instellingen en jeugdzorg, misbruik door hulpverleners, misbruik van mensen met een beperking, misbruik binnen de sport). Wat al deze onderzoeken gemeenschappelijk hebben, is dat het nooit meevalt. De cijfers verschillen van 1 op de 3 ondervraagden tot 1 op de 10 die in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik.
(4) Zie bijvoorbeeld: J. Herman Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld Amsterdam 1995; B. Van der Kolk Traumasporen. Het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen Eeserveen 2016
(5) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 491                                                                      (6) R.R. Ganzevoort en A.L. Veerman Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld Zoetermeer 2000 p. 79
(7) Zie bijvoorbeeld: H. Stoorvogel en J. Lasonder: Jane. Kampen 2013
(8) Fortune ‘Forgiveness the last step’ p. 201
(9) R.R. Ganzevoort ‘Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer’. (10) In Houtman, C. e.a. (Red.) Ruimte voor vergeving. Kampen 1998, pp. 147-158. (p. 156)
Vergelijk: F.W. Greene ‘Structures of forgiveness in the New Testament’ In: C.J. Adams and M.M. Fortune eds Violence against women and children New York 1995 pp. 121-135 (11) Balk-van Rossum, De rol van godsbeelden p. 501

 

Gastvrijheid: een onverwacht uitzicht

1 Jul

Camara de Lobos. Het dorp ziet er net zo idyllisch uit als de naam doet vermoeden. We stappen uit de bus die ons uit Funchal naar de haven van Camara de Lobos heeft gebracht. Een reis van een nog geen half uur over een weg die tegen een steile bergwand lijkt te zijn geplakt. Waar de berg het maar enigszins mogelijk maakt, zijn er huizen gebouwd of bananenplantages aangelegd.

bootjes de lobos

Het eerste wat we zien, is de prachtige haven. De karakteristieke blauwe bootjes liggen op het strand. Een visser is bezig om de pas gevangen zwarte zwaardvissen schoon te maken. In de beschutting van de haven dobberen enkele tientallen blauwe visserbootjes. We wandelen langs de haven en de oude vuurtoren.

bootjes de lobos 2.jpg

Camara de Lobos is tegen de berg aan gebouwd. Rond de haven is het oude centrum, maar boven het dorp is een kale top te zien met een uitzichtspunt. ‘Zullen we proberen naar dat punt te lopen?’, vraag ik aan Esther. ‘Het uitzicht is daar vast schitterend!’. Nu is deze vraag wel een beetje gewaagd. Enkele maanden geleden kon Esther nauwelijks meer lopen en was zij aangewezen op een scootmobiel. Door een dokter die bleef zoeken en door de juiste medicijnen was er een wondertje gebeurd. En hier liepen we dan. Samen. Zou zo’n klim …

We komen bij een wijk met kleine huisjes. Een trap loopt steil naar boven en verdwijnt om de bocht. We besluiten hier naar boven te klimmen.

De trap blijkt eindeloos. Een soort stairway to heaven. Voor Esther bijna letterlijk. De klim ontneemt haar de adem. Halverwege (of aan het begin, of aan het einde – we weten het niet) besluiten we even te gaan zitten op de trap. Enkele zwerfkatten kijken ons nieuwsgierig aan. Een man met een enorme bananentros loopt met rustige tred naar beneden en groet ons met een vriendelijke Bom dia. Twee jongemannen komen luidruchtig langslopen en gebaren dat we er nog lang niet zijn. Een oude vrouw komt uit haar huis en kijkt naar ons.

We besluiten weer verder te klimmen. Maar na een twintigtal treden is het helemaal op voor Esther. Twee jonge vrouwen passeren ons puffend en naar adem happend.

We overleggen. Toch maar proberen naar boven te gaan? Of weer naar beneden? Het steegje met de steile trap gunt ons geen uitzicht. We aarzelen.

Dan komt er een vrouw aanlopen met een tas vol boodschappen. Ze groet vriendelijk en kijkt ons aan. Als ze ons gepasseerd is, houdt ze in. Ze wenkt ons. In het Portugees begint ze tegen ons te praten. We begrijpen dat ze ons uitnodigt om met haar mee te gaan. We volgen haar een portiek in. Door een wirwar van waslijnen komen we bij een binnenplaatsje. Ze gebaart ons dat we een stalen steil trappetje op moeten klimmen. Dan staan we opeens op haar dakterras. Een schitterend uitzicht onthult zich. De baai, de blauwe bootjes, het oude centrum. De oceaan.

De vrouw pakt snel twee stoelen zodat we kunnen gaan zitten. Ze maakt duidelijk dat ze bezorgd is om Esther en dat de weg naar boven voor haar niet goed is, maar het uitzicht hier niet minder.

We zijn er verlegen van. We zitten en kijken rond. Onze gastvrouw verdwijnt in haar huis. Na enige tijd besluiten we om weer terug te gaan en we willen onze vriendelijke redder bedanken.

Dan komt ze haar keuken uit lopen. In haar handen 2 glaasjes en een fles zelfgemaakte koffielikeur. Kom, drink. Ze pakt een schaaltje met olijven. Kom, gebaart ze. Eet.

We zijn ontroert door deze onverwachte gastvrijheid. We kunnen elkaar niet verstaan, maar we spreken dezelfde taal. Wat een onverwacht uitzicht.

gastvrij

 

 

Gebeden in de nacht

29 Jun

Waarom God, waarom? Mijn levenskracht stroomt weg. De hoop glipt me door de vingers. Ik weet niet hoe ik de moed moet vinden om vol te houden om door te gaan. Soms, God, lijkt het duister van de nacht tastbaar te worden. Ik roep tot U, ik roep met al mijn kracht – maar mijn keel is schor, mijn mond is droog. Ik ben bang, God, omdat ik vrees dat U mij verlaten hebt. Ik ben bang, omdat ik U zo nodig hebt, maar U zo ver bent. U hebt beloofd dat U niet alleen laat, dat U troont op de lofzangen van Israël – waar bent U dan? Ziet u mij?

U antwoordt mij – help mij U te horen. Amen.

Naar psalm 22.

 

++++++++++++++++

Uit de diepte, God, roep ik tot U. Er komt geen geluid over mijn lippen, maar in mijn binnenste schreeuw ik het uit. Het is te diep – mijn last is te zwaar. Het donker trekt aan me, trekt me naar beneden.

Ik word gekweld door schaamte. Ik ga gebukt onder schuld. Ik durf mijzelf niet onder ogen te zien en verstop mij in mijn duister. Ik kleed mij in de nacht, maar ik verlies mijzelf.

In de diepte, God, speur ik naar hoop. Met heel mijn hart verlang ik naar het ochtendgloren. Naar licht.

God, bij U is vergeving, bij U mag ik opnieuw beginnen. God van bevrijding – om uw vrede bid ik, om aanvaarding en rust. Dat ik in uw licht opnieuw mag beginnen. Amen

Naar psalm 130

 

+++++++++++++++

Ik ben U kwijt God. Wat er met mij gebeurt, wat er om mij heen gebeurt, kan ik niet rijmen met uw Naam. Het breekt me bij mijn handen af. Mensen om mij heen vertellen dat U een God van dichtbij bent. Mensen om mij heen roemen uw trouw. Maar God, ik zie het niet. Ik zie U niet. De ellende ontneemt me de adem. En U God, U slaapt.

Wordt toch wakker. Bekommer U toch om mij. God – omwille van uw Naam! Amen

Naar psalm 44

 

 

 

Samenloop van hoop: heilzame verbondenheid

26 Jun

Afgelopen vrijdag en zaterdag (23 en 24 juni 2017) was het terrein van de Vjenneruiters in Vriezenveen het decor van de indrukwekkende Samenloop voor hoop in Twenterand. 1200 deelnemers, verdeeld over 57 teams deden mee aan de 24-uurs estafette voor de strijd tegen kanker. De voorlopige opbrengst van dit bijzondere evenement is €102.000,- voor het KWF.

Het was een bijzondere ervaring om deel te nemen aan deze Samenloop. Zoveel mensen uit zoveel verschillende verbanden, jongeren en ouderen, die samen met elkaar stil stonden bij de strijd tegen kanker – het gaf me kippenvel. Er was aandacht voor het verdriet en de zwaarte van kanker, maar er was ook alle ruimte voor hoop, voor levenskracht.

Gedurende deze 24 uur sprak ik met meerdere eregasten – mensen die te maken hebben (gehad) met kanker. Zij gaven aan dat de Samenloop hen bemoedigde en kracht gaf. Dit maakt de Samenloop voor hoop alleen al bijzonder geslaagd.

In onze samenleving is het niet altijd gemakkelijk om aandacht en ruimte te vragen voor ziek zijn. Zeker als de ziekte chronische vormen aanneemt of als na genezing er chronische klachten blijven, blijkt het ingewikkeld om meeleven te geven. In die zin helpt de Samenloop ook om kanker bespreekbaar te maken en te houden.

De Samenloop voor hoop had alle ruimte voor emoties. Met name de kaarsenceremonie was indrukwekkend. Langs het parcours stonden honderden lichtjes – elk lichtje vertelde een eigen verhaal. Een verhaal van gemis, van hoop, van liefde – sterker dan de dood.

Toch was het beslist geen somber evenement. De saamhorigheid, het delen van verhalen en de bijzondere ontmoetingen, maakten de Samenloop ook tot een vreugdevolle happening. Met uitstekende muziek. Dat moet gezegd worden. Wat was het prettig om de rondjes te lopen en steeds weer langs het podium te komen waar artiesten met zoveel energie de lopers én de eregasten een hart onder de riem staken.

24 uur lopen. Om 2.00 gingen we naar huis om uit te rusten, om 8.00 was ik weer terug. Het ontroerde me dat er nog steeds meer dan 100 lopers hun rondes liepen. Wat een mooi en bemoedigend gezicht.

Wat heeft de organisatie veel werk verzet, en wat hebben vrijwilligers met elkaar een fantastisch evenement neergezet. Veel respect en waardering!

Tijdens deze Samenloop was er een klein team dat als geestelijke verzorging aanwezig was.  We hadden de zorg voor de ‘Vjennekerk’, een klein houten kapelletje waar mensen een lichtje konden aansteken of een gedachte konden opschrijven. In de loop van de 24 uur zijn er meer dan 100 kaarsjes aangestoken en hebben velen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om iets aan het papier toe te vertrouwen.

De Samenloop heeft als doel mensen hoop te geven, mensen te bemoedigen. Die hoop wordt gevonden in de saamhorigheid, in die diepe verbondenheid door het delen van levensverhalen. Kostbare hoop. Tegelijkertijd is er soms de behoefte om ook een verticale verbinding te zoeken. Omdat lastige vragen dwars zitten – vragen naar het waarom, vragen naar betekenis. Omdat soms kracht en rust gevonden wordt onder de beschutting van Gods vleugels. Omdat het licht sterker is dan het donker.

 

fjennekerkje 5fjennekerkje 4

 

 

 

 

 

 

 

Samenloop voor hoop Twenterand

22 Jun

Morgen (vrijdag 23 juni) begint om 16.00 uur de Samenloop voor hoop Twenterand op het  terrein van de Vjenneruiters te Vriezenveen. Meer dan 1000 lopers, verdeeld over meer dan 50 teams doen mee aan de 24-uurs estafette voor de strijd tegen kanker. Tot zaterdag 24 juni 16.00 uur zullen mensen in beweging zijn om aandacht te vragen voor deze ingrijpende ziekte.

Respect!

Ik ben onder de indruk van al het werk dat verzet is door de organisatie. Het evenement staat als een huis. Gisteren en vandaag kregen de voorbereidingen hun definitieve vorm. Het parcours is uitgezet, de kraampjes klaargemaakt en de tenten voor de eregasten opgezet. Nu al geeft het kippenvel om de saamhorigheid te ervaren en de energie van de vrijwilligers te voelen. Ik kijk uit naar de start van de Samenloop!

Hoogtepunten

De hoogtepunten van de Samenloop zijn de openingsceremonie (16.00), de kaarsenceremonie (23.00) en de afsluitende ceremonie (16.00, op zaterdag).

Stiltekerkje

Op het terrein komt ook een stiltekerkje te staan. Deze is eerder gebruikt bij de Samenloop in Gieten:

kerk gieten

Vanmiddag hebben we een begin gemaakt met het inrichten van het stiltekerkje:

 

stiltekerkstiltekerk 2

Het stiltekerkje biedt een mogelijkheid om even de rust te zoeken, een gedachte op te schrijven of een kaarsje aan te steken. Het licht is sterker dan de duisternis.

Geestelijke verzorging

Op een aantal momenten is er een geestelijk verzorger aanwezig bij het kerkje. Daarnaast is het gedurende de hele Samenloop mogelijk om een beroep te doen op de geestelijke verzorging. Via de tent van het KWF is de geestelijk verzorger te bereiken.

Dat het een bemoedigende en troostende Samenloop mag worden, met ruimte om te vieren, met ruimte om te gedenken.