Zegen over samen

25 aug

Een zegen heeft te maken met iemand goede woorden toewensen die die ander opbouwen en kunnen bemoedigen. We weten dat woorden krachtig kunnen zijn. Negatieve woorden kunnen kwetsen en zich diep van binnen nestelen en zo je kijk op jezelf, anderen en de wereld mee gaan bepalen.

Zegenen is het tegenovergestelde van die negatieve woorden. Een zegen biedt rust, beschutting en richting.

Wat is het mooi om mensen die de liefde hebben gevonden en samen hun leven verder willen leiden, aan het begin van die relatie een zegen mee te geven – als ouders, als vrienden, als … Een zegen over de liefde, een zegen over samen:

Lieve … en …

Jullie hebben elkaar gevonden en jullie levens zijn meer en meer onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt. Nu willen jullie je levens delen in één huis, en jullie levensverhaal in gezamenlijkheid leven.

Moge jullie verbondenheid gezegend zijn

Dat jullie liefde voor elkaar zich verdiept en jullie elkaar op handen dragen

dat jullie liefde ruimte maakt waarin de ander kwetsbaar en krachtig mag zijn

waarin de ander tot rust komt

en meer en meer zichzelf durft te worden

Dat jullie trouw krachtig mag zijn

in tijden van stormen of windstilte

opdat jullie elkaar steeds opnieuw vinden

en jullie liefde aan diepte zal winnen

Dat jullie hoop

richting geeft

vertrouwen wekt

en houvast biedt

Dat jullie beschutting vinden in Gods liefde, rust in Zijn trouw en kracht in Zijn aanwezigheid

Moge jullie verbondenheid tot zegen zijn

zodat anderen in jullie huis op adem komen

en in jullie liefde en trouw

toekomst vol geborgenheid en standvastigheid

mogen openen

Geloofsbelijdenis: al wankelt de aarde

11 jul

Geloofsbelijdenis van Mirjam, Marinja en Arjan voor het doen van belijdenis op zondag 12 juli 2020

Wij geloven al wankelt de aarde.

Wij geloven al valt het duister op ons

Wij geloven al worden wij in de steek gelaten

Geloven heeft alles te maken met hoop

die groter is dan de omstandigheden

en ons doet opstaan tot het volle leven

met alle rafelranden

maar ook met de vreugde van het besef

dat God met ons mee optrekt

Wij zijn niet alleen!

Wij ontdekten sporen van God

in de mensen om ons heen

in de schoonheid van de schepping

in de fluistering van de stilte

Wij ontdekten sporen van God

in de geloofsgemeenschap

in de oprechte aandacht

in de zorg om elkaar

in het gebed van een medemens

in het verlangen het goede te doen

voor de wereld om ons heen.

We zochten en worstelden

– en soms nog, elke dag –

maar we weten ons (terug)geroepen

in het Licht

Geloven is vertrouwen

kwetsbaar en kostbaar

in God die ons niet in de steek laat

die ons vertrouwen niet beschaamt

die ons door Jezus Christus

op de weg van vrede en rust heeft gezet

ons omarmt en liefheeft

en ons verandert in de mens zoals wij bedoeld zijn

Het is God die met ons meegaat

zodat we niet meer verdwalen

die ons kent en in ons wil zijn.

In zijn vrede en rust komen wij op Adem.

In eenvoud en met vreugde

4 jul

Een van onze gemeenteleden stuurde een berichtje door over hun kleinkind, Lotje. Vijf jaar is ze. Lotje lijdt aan een ingrijpende ziekte waardoor zo onder andere aangewezen is op sondevoeding. Ze is erg vatbaar en vaak ziek. Desondanks is ze vrolijk en dapper, maar ook zo kwetsbaar. De ouders waren erg bezorgd toen het coronavirus Nederland bereikte. Wat zou dit voor Lotje betekenen? Wat als zij ziek zou worden?

Er gebeurde echter een wonder. Lotje werd ziek. Corona? Misschien. Maar ze herstelde op een ongekende manier. Ze had weer energie. Ze eet met smaak en heeft geen sondevoeding meer nodig. Als je ziek bent of als geliefden ziek zijn, dan ga je anders tegen het leven aankijken. Dan leer je het kleine, het gewone waarderen. Wat is eigenlijk gewoon?

Stilgezet

De intelligente lockdown zette het leven stil – en op zijn kop. Voor velen was het een hevige en intensieve tijd, die voorlopig nog zal doorwerken. Maar er is ook een andere kant: toen de wereld en ons leven werd stil gezet, was het niet alleen maar kommer en kwel. Zo hoorde ik verhalen over tijd en aandacht voor het gezin. Dat het jachtige, het moeten, het almaar hollen tot stilstand kwam – daar knapten veel mensen van op. Wat werd er veel gedeeld: aandacht, tijd, kaarten, telefoontjes. Er was omzien, meeleven en zorg voor elkaar. Het was een verademing om tot de kern te kunnen komen.

Ook de aarde kwam weer op een beetje op adem. Geen luchtverkeer. Zovele minder woon – werk verkeer. Het nodigt uit om na te denken wat we mee kunnen nemen naar de post-corona tijd. Gaan we zo snel mogelijk weer terug naar hoe het was? Naar al het rennen, naar alle vliegvakanties? Zouden we een beetje eenvoudiger kunnen leven?

De kern van gemeente-zijn: de maaltijd

Daar moest ik aan denken toen ik deze tekst uit Handelingen las. “De volgelingen van Jezus gebruikten hun maaltijden in een geest vol eenvoud en vol vreugde.” Misschien is dat wel de kern van gemeente-zijn: samen aan tafel. In ieder geval zal Lucas, de auteur van Handelingen het zo zien. De maaltijden in de Bijbel waar Jezus aanschuift, vertellen de kern van het Evangelie.

Natuurlijk, over kerk-zijn valt meer te vertellen: het leren, het bidden, het in de gunst staan bij het hele volk. Maar die tafel. Die staat in het midden.

Het breken van het brood

Ze braken het brood. Dat is niet alleen een term voor samen eten, maar het verwijst ook naar het Avondmaal. In de begintijd van het christendom liggen deze beide betekenissen dicht tegen elkaar aan. Die eerste maaltijden werden ‘agapè-maaltijden’ genoemd. Maaltijden waarin de liefde voor en betrokkenheid op elkaar zichtbaar werd: de eerste christenen deelden het goede leven met elkaar. In die context kreeg de gedachtenis aan het lijden, sterven en opstaan van Jezus betekenis.

Wat opvalt, is dat die maaltijd (met blijdschap en eenvoud) genoemd wordt, ná de viering van het breken van het brood, de Avondmaalsviering, en vóór de lofzegging. Dat gewone eten samen staat daartussen, het wordt in één adem genoemd. Blijkbaar was er toen geen kloof tussen het vieren van het Avondmaal en het gebruiken van de gewone maaltijd. Er was geen kloof tussen zondag en de rest van de week. Het christen-zijn omvatte alles, zowel het bijzondere als het gewone.

Hoe deden zij dat? Hoe overbrugden zij die kloof?

Eenvoud en vreugde

Wat is die eenvoud waar Lucas het over heeft? Heeft dat iets te maken met simpel zijn, argeloos, onnozel? Nee, Bijbelse eenvoud is iets anders. Het is het weten, dat één ding nodig is. Het is het leven vanuit één middelpunt, gerichtheid op de ene God, die we hebben leren kennen in Jezus Christus.

Het is het leven in verbondenheid met de ene Heer. Het is het leven in relatie tot Jezus, de goede Herder.

Dat lukt niet altijd. Wij zijn van nature vaak bepaald door onze stemmingen, onze driften, onze pijnen, onze moeheid, al die grote en kleine dingen die ons afleiden, energie kosten. We leven in leven met zoveel rollen, met zoveel maskers, met zoveel muren en vakjes. Wat kan de drukte ons in beslag nemen.

En toch, als de Heer ons leven en ons hart binnenkomt, verandert de spil, de kern. Als Jezus ons leven binnenkomt, draait ons leven niet meer rennen, drukte, rijkdom, macht of wat dan ook –

Als Jezus ons leven binnenkomt, dan vinden we rust en vrede. Dan mogen we de maskers afdoen en komen we thuis. Aan tafel. Eenvoud betekent hier zoiets als: ongedeeld, uit één stuk, niet versnipperd. Het maakt nogal verschil of je eet met iemand. Die een heel deel van zijn/haar hart afschermt. Zich niet laat kennen, misschien wel een oordeel heeft over van alles en nog wat. Dat is niet ‘eenvoudig’, dat is knap ingewikkeld. Lukas ziet daar in Jeruzalem mensen aan tafel die hun oordeel, hun reserves, hun bedenkingen afleggen omdat er iets veel sterkers is dat hen verbindt. De liefde van Christus, de band door de Heilige Geest.

Die terugkeer tot ware eenvoud, tot het niet langer verscheurd leven maakt ons blij. En omgekeerd kan de blijdschap van het evangelie ons in staat stellen om met eenvoud te leven. Blijdschap en eenvoud veronderstellen en bevorderen elkaar.

Over grenzen heen

Aan tafel is plaats voor iedereen. Dat is hét kenmerk van de tafelgemeenschap aan het begin van het christendom. Die gemeenschap overstijgt verschillen en grenzen. De tafelgemeenschap bestaat uit vrijen en slaven, uit vrouwen en mannen, uit kinderen en volwassen, uit joden en heidenen.

We breken het brood en worden herinnerd aan de eenvoud van het leven. In dat licht mogen we opstaan en léven.

Gespreksvragen

  1. Hoe heb jij de afgelopen maanden beleefd? Heeft de coronatijd je ook iets gebracht?
  2. Wat is voor jou de kern van je leven?
  3. Wat betekent het vieren van het Avondmaal voor jou?
  4. Ervaar je jouw leven als gecompliceerd of herken je de eenvoud waar Lucas over spreekt? Waar ligt jouw verlangen als het gaat over eenvoud?

Gebed

Hemelse Vader, God van licht, we bidden U om de vreugde van het geloof. We bidden U om een leven in eenvoud: dat wij weet hebben van de kern van ons bestaan. Dat het ons rust en vrede geeft om te weten dat ons leven zijn vervulling en bestemming vindt in U.

Geef ons rust waar we vermoeid en belast zijn geraakt. Help ons waar we delen van ons bestaan afschermen voor anderen, voor onszelf of voor u, opdat we mens uit één stuk mogen worden.

We bidden om uw zegen over het breken van het brood, over onze maaltijden. Zegen ons met vreugde en eenvoud, in de naam van Jezus, amen.

Om te zingen:

Nog één rivier …

27 jun

Nog één rivier. Nog één rivier scheidt het volk Israël van het Beloofde Land. Wat is er in de achterliggende jaren veel gebeurd. Veertig jaar lang zijn ze onderweg geweest. Woestijntijd. Het waren soms prachtige tijden waarin ze hoop hielden en God dichtbij wisten. Het waren soms radeloze tijden. Tijden waarin ze zich verloren en verlaten hadden gevoeld. Bedreigd, opgejaagd – en van God geen spoor. Ze trokken verder. Steeds weer. Van oase naar oase. Ze hadden te maken met honger en dorst, met vijanden en met uitzichtloosheid. De generaties die de bevrijding in Egypte hadden meegemaakt, hadden ze in de woestijn moeten begraven. Ze verloren hun geloof, maar wisten zich door God gevonden. De verhalen van bevrijding en redding droegen ze kostbaar met zich mee.

Een kist vol hoop

De priesters droegen een kist (of: ark van het verbond) met zich mee. Daarin zaten voorwerpen die herinnerden aan de weg die Israël gegaan was. De bloeiende staf van Aäron als herinnering dat zijn familie de HEER mag dienen. Een kruikje met manna, het brood uit de hemel, als herinnering dat God voor het volk zorgt. De twee stenen tafels met de Wet die Mozes van God had ontvangen, als herinnering aan hoe Isra:el hoorde te leven. En die kist, die ark, vertelde ook: God gaat mee. Vergeet dat niet!

Aan de oever van de Jordaan

Daar staat het volk. Aan de oever van de Jordaan. Aan de overkant ligt de belofte, de toekomst. Een nieuw begin. Durven ze de stap te zetten? Daar staat Jozua. De nieuwe leider van het volk. Zou het kunnen? Zou hij het durven? Mozes opvolgen, en het volk van God leiden? ‘Wees dapper’, zegt God. ‘Ik ga met je mee.’

Misschien moet ik nog iets vertellen over de Jordaan. Het heeft een grotere en diepere betekenis dan alleen de rivier die tussen Israël en Kanaän instaat. Drie dingen wijzen op die diepere betekenis: allereerst kent het land Israël, zoals we dat in het Oude Testament leren kennen, ook een Over-Jordaanse. De Jordaan is dus niet de grens van het Beloofde Land. Daarnaast wordt in het eerste hoofdstuk van het boekje Jozua het Beloofde Land geschetst. Het geschetste gebied is echter nooit in handen van Israël geweest. Wel is hier een link te leggen met de hof van Eden uit Genesis 2. Tot slot is in de theologie van het Oude Testament de Jordaan ook de ‘doodsrivier’ die uitmondt in de Dode Zee. Het staat voor zonde en schuld, het staat voor de grens tussen woestenij en belofte.

De Jordaan is de rivier waarin Johannes doopte – kopje onder in dood en schuld, en opstaan tot een nieuw leven.

Die grensrivier loopt ook door ons eigen leven. We staan aan de oever als we klaar zijn met de basisschool en aan een hele nieuwe school gaan beginnen. We staan aan de oever als we als ouders en verzorgers onze kinderen los moeten gaan laten. We staan aan de oever als we met pensioen gaan en ons leven opnieuw vorm moeten geven. We staan aan de oever als we iemand verloren hebben en niet weten of dat Beloofde Land nog met ons te maken heeft. We staan aan de oever …. Hoe moeten we verder?

Bouw een monument – herinner!

Israël moet stenen verzamelen. Stenen die op de bodem van de grensrivier lagen. Stenen die normaal gesproken bedekt werden door het soms kolkende en verstikkende water van zorgen, angsten en schuld. Maar nu moest het volk Israël de stap zetten. ‘Zet je voet op het water en er zal een pad komen’ beloofde God. ‘Ga maar, want Ik ga met je mee’.

Daar waar geen weg leek te zijn, waar toekomst, verlangen en hoop buiten bereik leek te zijn, kwam er met Gods hulp een weg. Dwars door de rivier.

De stenen die de Israëlieten opstapelen vormen een monument. Vergeet dit niet. Herinner. Vertel het verhaal van Gods bewogen en betrokken zorg. Vertel het verhaal van Gods bevrijdend handelen.

Monumenten vertellen verhalen. De struikelstenen in Sliedrecht vertellen het verhaal van onze Joodse inwoners. Monumenten vertellen ons de verhalen van het verleden en verbinden die met ons handelen nu.

Zo kunnen gewone stenen tot stenen van hoop worden, zoals we die hier in de kerk verzameld hebben. Zo’n steen kan je helpen herinneren dat je niet alleen bent. Zo’n steen kan je eraan herinneren dat God je misschien eerder geholpen heeft. Of aan de belofte dat Hij nabij is.

Herinner en ga met God!

Het volk Israël ging op weg. Ze gingen, richtten stenen op en verlegden de loop van hun leven. Ze gingen met God de toekomst tegemoet. Dat is wat Jozua ons te vertellen heeft. ‘Ga maar’ zegt God. ‘Zet die stap naar de toekomst maar. Met alle vreugde en uitdaging. Met alle plezier en verlangen. Met alle zorg en verdriet. Ga maar. Je bent niet alleen. Kijk maar naar die stenen – weet je nog?’

Vragen om over na te denken:

  1. Wanneer stond jij ‘aan de oever van de Jordaan’? Voor welke nieuwe fase stond je toen? Wil je daar iets over vertellen?
  2. Wat heeft je geholpen om de stap te zetten?
  3. Heb jij momenten in je leven meegemaakt die een monument verdienen, zodat je er steeds aan herinnerd wordt?
  4. Opdracht: zoek een mooie steen of kei. Schilder, teken of schrijf daar een boodschap op en geef deze kei aan iemand die je graag wilt steunen.

Gebed

Hemelse Vader,

Wat is het soms spannend om aan iets nieuws te beginnen. Wat is soms ingewikkeld om afscheid te moeten nemen van een hele periode. Van school, van vriend(inn)en, van meesters en juffen. We willen U danken voor al het goede dat er was, voor de mooie dingen – dat dat ook tot zegen mag zijn in de komende tijd. Waar dingen niet goed waren, wilt U ons helpen om daar een weg in te vinden?

Wilt U met ons meegaan op de nieuwe en onbekende weg, opdat we weten dat we nooit alleen zullen zijn. Zo bidden we U in Jezus’ naam. Amen

Gewenst en geliefd

14 jun

Vorige week kreeg ik een brief van een verontruste moeder in Sliedrecht. Zij vertelde dat een van haar kinderen met regelmaat te maken krijgt met racisme vanwege haar huidskleur. Het zijn met name (christelijke) kinderen en jongeren die het leven van haar dochter zo zuur maken.

Geen geïsoleerd probleem

Dit staat niet op zichzelf. Het televisieprogramma ‘Ook hier’ laat op indringende wijze zien hoe de racistische bejegening tot in de haarvaten van onze samenleving zit. In onze taal, in onze grappen, in onze tradities, in ons kijken, in ons zwijgen. “Ik denk niet dat die mensen racistisch zijn. Ze zijn vooral onwetend. Ze hebben geen idee wat hun woorden uitwerken”, merkt een van de geïnterviewden in de documentaire op. Tegelijkertijd doen die bejegening, de woorden en het kijken pijn. “Ja, ik ben boos en teleurgesteld als dat gebeurt. En ik moet vechten om niet bitter te worden en te gaan haten.”

De wereldwijde protesten na de dood van George Floyd laten zien dat racisme geen geïsoleerd probleem is van een enkeling die over de schreef gaat. Nee, er is iets goed mis met hoe we met elkaar omgaan. Discriminatie betekent onderscheid maken: je verheft jezelf boven die ander. Er is een ‘wij’ en een ‘zij’. Die ‘zij’ vormt een bedreiging. Discriminatie ontmenselijkt. Grapjes en woorden zijn niet onschuldig. Dragen de grapjes bij aan het klimaat waarin anderen de adem wordt ontnomen? Hebben wij onze knie in de nek gezet van vrouwen, mensen met een andere huidskleur, lhtbi-ers, Joden, Moslims – in de nek van die ander? Om haar, om hem klein te maken en klein te houden?

Misschien niet door de woorden die ik spreek. Maar misschien wel door mijn zwijgen. Daarom mogen we niet zwijgen als we getuige worden of zijn van onrecht.

Niet langer slaven…

We lezen zondag 14 juni 2020 Romeinen 8, 12-17, met als kernvers: “U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.”

Het is een tekst die haakt, juist in deze tijd waarin ook veel aandacht uitgaat naar het slavernijverleden van Nederland.

Misschien is het goed om eerst iets over de achtergrond van de tekst te vertellen. Paulus vertelt in de brief aan de Romeinen over de staat van de mensheid. We leven met een schuld, met een onvermogen waardoor we onze bestemming uit het oog verliezen en ons doel missen. We hebben te maken met een krachtenveld en met machten die ons naar beneden halen en het goede leven onmogelijk maken.

We zijn gaan geloven dat we koste wat het kost onszelf moeten handhaven. We zijn gaan geloven dat de ander een bedreiging vormt. Ons leven is gericht geraakt op prestatie en macht. Dat is wat Paulus in de Romeinenbrief onder ‘eigen wil’ of ‘natuur’ schaart. Die weg loopt dood. Dat is geen straf, maar een consequentie van die weg.

Maar Paulus vertelt ook van de ongedachte redding door Jezus, de Messias. Die redding heeft een nieuwe weg geopend: de heilige Geest wil in ons wonen. Zo hebben we toegang tot het volle leven.

In de woorden van Paulus komen allerlei verhalen en gedachten uit het Oude Testament mee. Daar lezen we hoe God Israël uit Egypte, uit het land van de slavernij heeft gered om naar het Beloofde Land te gaan. God ging mee op die tocht door de woestijn: zijn nabijheid was zichtbaar in een wolkkolom.

Tijdens die reis waren er geregeld momenten dat het volk Israël terug verlangde naar Egypte. De weg van de vrijheid is soms een zware gang die om volharding vraagt.

Deze context klinkt mee in Romeinen 8. Ook in ons leven kan het woestijntijd zijn. Een tijd waarin we belaagd worden en er aan ons getrokken wordt – zijn we niet beter af als we ons overgeven aan de machten en de krachten die in ons huizen? Maar zoals in de tijd van Israël God zichtbaar was in die wolkkolom, zo is de heilige Geest in ons de persoonlijke aanwezigheid van de levende God.

Nieuwe identiteit

Door de heilige Geest vinden we onze nieuwe identiteit. Het betekent allereerst dat we moeten volharden en volhouden om te strijden tegen wat ons neerhaalt en wegtrekt van onze bestemming. Bij het dragen van Christus’ naam hoort ook levensheiliging. Ik kom daar zo op terug.

Het tweede is dat de heilige Geest ons ‘Abba, Vader’ leert zeggen. We mogen geloven dat we aangenomen zijn als Gods kinderen: gewenst en geliefd. Gods liefde is in al zijn volheid in ons hart uitgegoten. Dát is onze nieuwe identiteit.

Wat betekent dat concreet?

Deze identiteit heeft allereerst invloed op ons Godsbeeld. God is niet de God van dreiging, maar de God die ons zoekt, schraagt en draagt. Deze onvoorwaardelijke liefde verandert ons leven: het vraagt om levensheiliging die zich uit in het grote gebod: heb God lief, en je medemens als jezelf.

In de tweede plaats heeft deze identiteit invloed op ons zelfbeeld. God blijft het herhalen: jij bent mijn geliefd kind. Je bent gewenst en geliefd. In ons kunnen anderen stemmen klinken. Stemmen die zeggen dat je pas wat voorstelt als je iets hebt gepresteerd. Stemmen die je neerhalen en zeggen dat je nietswaard bent. Stemmen die zeggen dat je niet goed genoeg bent en die raken aan je angst voor afwijzing en voor in de steek gelaten worden. Die stemmen zorgen ervoor dat je jezelf afwijst of dat je anderen kleiner maakt om jezelf te positioneren. Deze stemmen bouwen het fundament voor racisme. Deze stemmen zijn ‘de eigen wil’ waar Paulus het over heeft.

Maar onze identiteit ligt dus in het gegeven dat we kind van God zijn.

Tot slot heeft die identiteit ook invloed op ons beeld van de ander. De ander is niet langer een bedreiging, maar ook kind van God. We mogen met Gods ogen naar onze medemensen kijken. We mogen uitdelen van de liefde die we van God ontvangen hebben.

In onze relatie met anderen gaat veel mis. De laatste woorden van George Floyd waren: ‘Ik krijg geen lucht’. In een kerkdienst haalde Rev. Al Sharpton deze woorden aan. Hij verhaalde hoe de zwarte gemeenschap in haar mogelijkheden wordt beknot, omdat er een knie op de nek gezet is. Dat is wat racisme doet. Wat antisemitisme doet. Wat discriminatie van vrouwen en lhtbi-ers doet. Wat huiselijk en seksueel geweld doet. ‘Ik krijg geen adem’.

Een knie in de nek

Als je slachtoffer bent van onrecht dan vraag ik je hoe wij je kunnen helpen om stem te geven aan het onrecht. Maar ik stel ook de vraag aan mijzelf en aan jou: wie ontneem jij de adem? Wie krijgt geen lucht door wat je zegt of doet, door je grapjes en pesterijtjes, door je zwijgen?

Tegen de moeder in Sliedrecht zeg ik: het spijt me waar ik mijn knie in de nek van je dochter heb gezet. Door te zwijgen of door niet het goede voorbeeld te geven.

Aan ons is de keuze: we hebben de Geest van God gekregen om als Gods kinderen Hem aan te roepen als ‘Vader’. Of keren we liever terug naar het leven waarin we in de ban zijn van angst en beklemming?

Vragen

  1. Wat betekent het voor je dat je kind van God genoemd wordt? Kun je die gedachte toelaten? Wat helpt je daarin of wat roept weerstand op?
  2. Herken je de strijd waar Paulus over spreekt? hoe ga je hiermee om?
  3. Heb jij wel eens te maken met discriminatie of ander onrecht? Wil je hier iets over vertellen? Wat heb je nu van de ander nodig?
  4. Heb jij je wel eens schuldig gemaakt aan discriminatie of ander onrecht? Wil je hier iets over vertellen? Hoe zou je dit kunnen herstellen?
  5. Wat kun jij persoonlijk en wat kunnen wij als kerkelijke gemeenschap doen voor de strijd tegen racisme?

Gebed

Hemelse Vader, God van licht en leven, dank U wel dat ik uw kind mag zijn. Help mij om te volharden in de strijd tegen alles wat mij van mijn bestemming wegvoert. Help mij om stil te worden en uw stem, uw heilige Geest in mij te leren verstaan. Wilt U met uw wereld zijn dat uw Rijk mag komen. Zegen wie zich sterk maakt voor de strijd tegen onrecht, zegen brengers van hoop en dragers van licht, Wees met wie ik meedraag in mijn hart, in de naam van Jezus, amen

Kunnen we nog wel terug naar de kerk van voor de coronacrisis?

8 jun

De coronacrisis grijpt diep in in het kerkelijk leven. De beperkingen om verspreiding van het virus te voorkomen, raakten en raken aan de kern van het gemeente- en geloofsleven. De geloofsgemeenschap draait voor een belangrijk deel om de zondagse eredienst (het samen zingen, bidden en ontmoeten) en om de onderlinge ontmoetingen of contacten (koffiedrinken na kerktijd, koor, geloofskringen, pastoraat, enz.). Samen vieren en ontmoeten vormen toch het fundament van het gemeente-zijn. Nu dit niet meer vanzelfsprekend is, raakt dit niet alleen de organisatie van de plaatselijke gemeente, maar ook de symboliek van ‘het Lichaam van Christus’. Het Lichaam van Christus heeft alles te maken met nabijheid en het aanraken van de uitgestotenen van de samenleving.

Voor veel gemeenteleden is het een lastige tijd. De onderlinge ontmoeting(en), de samenkomsten en de gezelligheid worden enorm gemist. De digitale vieringen worden weliswaar gewaardeerd, maar ze halen het niet bij de ‘echte’ vieringen. Sommigen zien de digitale vieringen als surrogaat. Met reikhalzend verlangen wordt dan ook uitgekeken naar het moment dat het weer was als voor de coronacrisis.

Het nieuwe normaal

Inmiddels biedt de overheid een weg om van de ‘intellectuele lockdown’ naar ‘het nieuwe normaal’ te gaan. Er is nog geen structurele oplossing tegen het virus, dus de maatregelen zijn en blijven erop gericht om besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen. Die maatregelen hebben betrekking op hygiëne, afstand houden en het mijden van grote groepen.

De impact van ‘het nieuwe normaal’ op de cohesie in de samenleving is fors. Ook nu er voorzichtig ruimte komt voor meer activiteiten blijft de nadruk nog steeds liggen op hygiëne maatregelen, het houden van afstand, het beperken van drukte enz. Om dit in goede banen te leiden, moet er over van alles worden nagedacht, wat voorheen nog vanzelfsprekend was. Het sociale leven wordt in protocollen samengevat.

Waar de één kan uitkijken naar een bioscoopbezoek of een terrasje, moeten anderen nog wachten op versoepeling van bezoekregelingen. De overheid mikt op beheersbaarheid van het aantal besmettingen en daardoor kan de samenleving heel geleidelijk aan, dus in etappes, weer naar meer ruimte gaan.

Een stappenplan voor de kerk

Voor de kerk komt er ook weer meer ruimte. Per 1 juni zijn bijeenkomsten tot 30 mensen mogelijk en vanaf 1 juli tot 100 personen, waarbij steeds de voorwaarden van 1,5 meter, geen gezondheidsklachten, een goede hygiëne enz. blijven gelden. De landelijke kerk (PKN) heeft een protocol opgesteld om binnen deze mogelijkheden toch tot gemeenschapsbeoefening te kunnen komen. Het protocol biedt echter door de gegeven mogelijkheden een sterk verdunde oplossing.

Wat betekent het protocol voor onze vieringen? Het eerste dat opvalt, is dat de 1,5 meter maatregel veel doet met de sfeer in de kerkzaal. De extra ruimte tussen de zitplaatsen gaat ten koste van de warmte en gezelligheid. Wij hebben in onze kerkzaal losse stoelen. Doordat de stoelen op 1,5 meter afstand staan, oogt de kerkzaal als een examenlokaal.

We zijn er nu op gericht om niet in elkaars ruimte te komen. Er zijn afgesproken looproutes. En zo ontstaat er een stille dans waarin we niet gericht kunnen zijn op verbondenheid, maar op het mijden van de ander.

Het tweede dat opvalt, is dat het gezamenlijk zingen zeer waarschijnlijk niet mogelijk zal zijn, terwijl dat zingen juist zo verbindend is en voor velen zo nodig is als uitlaatklep van emoties.

In de derde plaats moet er vooraf gereserveerd gaan worden; er zijn in de meeste kerken immers meer kerkgangers dan 1,5 meter plaatsen beschikbaar. Mogen mensen elke zondag komen of moeten we een beperking opleggen? Hebben bepaalde personen voorrang? Wat doen we met mensen die niet snel bellen of digitaal niet vaardig zijn? Hoe halen we ‘gunners’ (gemeenteleden die op zich graag zouden willen, maar het anderen meer gunnen) over de streep? Wat betekent het dat we bij voorbaat selecteren: immers mensen met een kwetsbare gezondheid en ouderen zijn nu nog niet welkom? Kortom: allemaal punten die voortvloeien uit het protocol en die te denken geven omdat het ook raakt aan het Lichaam van Christus.

Eerste ervaringen

Is dit niet te somber? Vertellen de eerste ervaringen van kerkgangers die binnen de nieuwe mogelijkheden weer meevieren niet een ander verhaal? In onze eigen kerk laten we vanaf juni een zevental gemeenteleden toe als versterking van de gemeentezang. Sommigen zijn blij en opgelucht dat ze weer in de kerk mogen komen. Het zijn ook de geluiden die uit interviews op televisie of in de kranten te horen zijn.

Er is echter ook een andere kant. De weg naar meer ruimte en mogelijkheden komt immers juist niet tegemoet aan het verlangen naar verbondenheid en fysieke nabijheid. Hoe goed we ook onze best zullen doen, op deze manier de kerkdienst vormgeven is slechts een aftreksel van hoe een kerkdienst voor de coronacrisis gevierd en beleefd werd.

Ramen open en wandelschoenen aan?

Het effect van de coronacrisis op het samenkomen nodigt uit tot een nadere doordenking. Als kerk hebben we al snel de neiging om ons op onszelf terug te trekken in ivoren torens. Het blijkt lastig om onze blik naar buiten te richten en onze ramen en deuren te openen.

De coronacrisis dwingt ons opnieuw naar gemeente-zijn te gaan kijken. Binnen is niet langer de veilige en warme plek, en het aantal leden werkt in het nadeel. Hoe meer leden een kerk heeft, hoe lastiger het is om samen te komen.

Misschien is het tijd om de ramen te openen en onze schoenen aan te trekken om ons naar buiten te begeven. Juist nu, met Pinksteren in de rug, is het tijd om op weg te gaan.

Hoe dan?

Laat ik voorop stellen dat het coronavirus een uitermate besmettelijk en ernstig virus is. ‘Gewoon teruggaan’ naar vroeger zonder regels is dus beslist géén optie. De protocollen en afspraken zijn noodzakelijk en binnen de strijd tegen corona, ook nuttig.

Als kerkelijke gemeenschap hebben we echter juist nu alle creativiteit nodig om te groeien in geloof en onderlinge verbondenheid. Het vraagt om geestkracht om opnieuw ‘het Lichaam van Christus’ te beleven en te vieren.

Blijven inzetten op digitale vieringen

Mijn voorstel is daarom om in de komende maanden vol in te zetten op de digitale vieringen. We blijven communiceren dat de diensten digitaal doorgaan. Alleen bij speciale vieringen (bijvoorbeeld doop- of belijdenisvieringen), kunnen gasten aanschuiven. Het is goed uit te leggen dat deze gasten zich vooraf aanmelden en dat voor hen plaatsen worden gereserveerd.

Digitale vieringen zijn géén surrogaatvieringen. De gemeente van Christus is ook digitaal verbonden. Juist omdat we nu nog intenser verbonden zijn met onze ouderen, chronisch zieken en mensen die om andere redenen altijd al thuis meeluisterden, maar wel het verlangen kenden om echt onderdeel van de gemeente te zijn. Nu we allemaal digitaal verbonden zijn, komen we dichter bij deze groep gemeenteleden.

We hoeven nu geen mensen de deur te wijzen omdat de kerk ‘vol’ is of omdat ze niet gereserveerd hebben. We hoeven niet te zeggen dat ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid eigenlijk niet welkom zijn. We kunnen digitaal naar nabijheid en verbondenheid zoeken. Wel zal er geïnvesteerd moeten worden in meer interactie tijdens de vieringen. Daarnaast zullen we blijvend moeten investeren in de kwaliteit van de digitale vieringen.

Ook worden we uitgenodigd om andere mogelijkheden van het internet te onderzoeken. Hoe kunnen we in gesprek komen met gemeenteleden, zoekers en toevallige voorbijgangers?

Inzetten op groepsvorming

Naast de digitale vieringen is de uitdaging om krachtig in te zetten op groepen. De digitale viering kan als start werken, waarna op interactieve wijze de tekst van de preek als startpunt voor het gesprek of meditatieve verwerking in kleine groepen zou kunnen werken.

Naast het inhoudelijke gesprek in kleine groepen, kunnen we ook investeren in gezellige ontmoetingen. De kerk zou bijvoorbeeld een aantal dagdelen open kunnen zijn voor een kopje koffie.

In die kleine groepen wordt mijn inziens wel gevonden wat gemeenteleden zoeken: aandacht, verbondenheid en gesprek.

We kunnen ook aansluiten bij Missie Nederland die voor de kerken een ontwikkeling in groepen voorziet.

Straal vreugde en creativiteit uit

Overigens is het van belang om in de inrichting van onze gebouwen en in onze activiteiten vreugde uit te stralen en ruimte te laten voor creativiteit. Wat is er mogelijk binnen de ruimte die de overheid geeft? Waar moeten we de grens opzoeken of de gestelde grens bevragen en waar moeten we juist voor andere wegen kiezen?

De vreugde en creativiteit moeten we ook vertalen naar de nieuwe inrichting van de kerk. Nu we minder zitplaatsen nodig hebben, zou ik voor de inrichting van de kerkzaal niet willen streven naar de maximaal 100 stoelen, maar zou ik veel liever zoeken naar een meer gezellige uitstraling. Liever 40 stoelen rond een tiental tafels dan 100 stoelen in examenklas-opstelling.

Tot slot

Het zou mij heel wat waard zijn als we deze tijd gebruiken om enerzijds rustig en weloverwogen na te denken over de wijze waarop wij ‘de teruggekregen ruimte’ innemen en anderzijds om actief een forse stap vooruit te zetten naar de digitale kerk en de kerk in groepen. Of wel: gaan we (provisorisch) terug naar hoe het was of is dit de kans om een sprong vooruit te wagen?

Waar ben je thuis?

25 mei

17 mei jl. was het de internationale dag tegen homofobie, bifobie, transfobie en interseksefobie. Op deze dag wordt aandacht gevraagd voor de soms zo belaagde positie van lhtbi-ers ten gevolge van homohaat. Het is noodzakelijk dat er blijvende aandacht is voor de sociale positie van deze groep. Pas in 1990 werd homoseksualiteit door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO geschrapt van de lijst van geestesziekten. In Nederland kwam er vanaf de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw meer ruimte voor emancipatie van lhtbi-ers. Een mijlpaal was de openstelling van het burgerlijk huwelijk in 2001 voor mensen van hetzelfde geslacht.

Er is veel positiefs te vertellen over toenemende acceptatie in de samenleving en de groeiende bewustwording van lhtbi-ers. Tegelijkertijd blijft hier in ons eigen land, in onze eigen buurten aandacht nodig. Dat blijkt uit het filmpje dat Rob Jetten op Twitter zette. Het blijkt uit het verhaal van activist Saïd Zankoua (1990-2020). Het blijkt uit de verhalen van stellen die op dit moment te maken hebben met dreiging of geweld. Het blijkt uit al die verhalen van jongeren die leven met angst om uit de kast te durven komen.

Homohaat is niet het geïsoleerde probleem van een ontspoorde enkeling, maar kan alleen ontstaan en gedijen in een bepaalde context. Als op een sportvereniging ‘homo’ een geaccepteerd scheldwoord is, als op verjaardagen en partijen denigrerende homograppen niet weersproken blijven, als in geloofsgemeenschappen negatief en onzorgvuldig gesproken wordt over lhtbi-ers dan groeit er een schadelijk klimaat. Binnen dat klimaat zullen jongeren en ouderen zich wel tien keer bedenken voor ze uit de kast durven komen en het gesprek over hun identiteit aan durven gaan. Homofobie zal onderdeel uitmaken van dat klimaat (ook als individuen er zelf anders over denken) en het zaad voor homovijandige handelingen kan ontkiemen en groeien. Homofobie wordt ook niet gestopt door een bepaalde partij als zondebok aan te wijzen om niet naar de eigen context te hoeven kijken. Nu wordt bijvoorbeeld op de sociale media naar Marokkanen gewezen. Morgen kan het de kerk zijn. Homofobie is niet alleen een Marokkanenprobleem of alleen een kerkelijk probleem. Elke gemeenschap, vereniging, buurt of kerk heeft zijn sterke en zwakke kanten. De Marokkaanse gemeenschap mag aangesproken worden op het klimaat waarbinnen homohaat kan groeien. Maar niet elke Marokkaan is een homohater en de homofobie is niet opgelost door het in de schoenen te schuiven van de Marokkaanse gemeenschap. Wat is jouw eigen rol hierin? Zwijg je op je sportvereniging en kijk je weg? Hoe spreek jij over lhtbi-ers?

Iedereen heeft behoefte aan een veilige plaats om over identiteit, verbondenheid en betekenis na te denken. Een plek waar je thuis komt. Thuis wordt gekenmerkt door veiligheid en geborgenheid. Een ruimte om te groeien, een ruimte waarbinnen ook kritische vragen gesteld mogen worden.

Kan de kerk zo’n veilige plek zijn? ‘Kerk’ is een breed begrip en er is een grote diversiteit in opvattingen over homoseksualiteit. In veel kerken zijn lhtbi-ers van harte welkom, maar in veel kerken ook niet. Hoewel vrijwel geen geloofsgemeenschap hardop zal zeggen dat lhtbi-ers niet welkom zijn, zullen verharde discussies over wat ‘de Bijbel zegt’ of over wat wel of niet mag binnen die gemeenschappen wel dat gevoel geven. Het doet veel met je als je object wordt van een discussie. Laten we elkaar in de ogen blijven kijken en laten we met ons hart spreken, ook als er verschil van mening is. Ik ben blij met het initiatief Wijdekerk waar je kunt zien welke ruimte er in welke kerk is voor lhtbi-ers.

Hoe is het in onze kerk? In het nieuwe beleidsplan omschrijven we onze gemeente als een plaats waar ieder thuis kan komen. Wat we voorstaan is dat we verscheidenheid waarderen en uitgaan van verbondenheid. Wie lid is van onze gemeente, is ook volwaardig lid. Enkele jaren geleden hebben we als kerkenraad, na raadpleging van de gemeente, besloten dat ook homoseksuelen die gaan trouwen een zegen over hun huwelijk kunnen ontvangen.

We hechten er waarde aan dat ieder in onze gemeente een thuis mag vinden. We staan voor een inclusieve gemeente waar een ieder volwaardig lid van kan worden en mee kan doen.

De Bijbel in de oorspronkelijke taal begint met de Hebreeuwse letter Beth. De letter betekent ‘huis’.  Het is een open vierkantje: en biedt een fundament om op te staan, een steun in de rug en beschutting boven het hoofd. De rest van de Bijbel komt uit de open zijde. Rabbijnen zien in deze letter terugkomen wie God is.

Beth | Radio Israel

Als geloofsgemeenschap dragen we die gedachte met ons doen en laten, met ons zwijgen en spreken uit. Een huis voor ieder hart. Welkom thuis.

Als het ondenkbare gebeurt

24 mei

In mijn pastorale praktijk heb ik verschillende malen gesproken met ouders van wie hun kind seksueel misbruikt was. De ontreddering was vaak groot. Ouders worstelden met ongeloof, schaamte en schuld. Heeft het misbruik echt plaatsgevonden? Hoe hadden ze het niet kunnen zien? Waar waren ze tekort geschoten? Hoe moet het verder? De grond onder de voeten is weggeslagen.

Maatschappelijk probleem

Onderzoeken naar prevalentie van seksueel misbruik laten schrikbarende cijfers zien. Een op de drie kinderen in Nederland heeft ooit een vorm van seksueel geweld meegemaakt en de impact kan ingrijpend zijn. Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen worden jaarlijks ongeveer 62.000 (!) kinderen voor het eerst slachtoffer van een vorm van seksueel geweld (Op goede grond. 2014). In het overgrote deel van deze situaties (85%) is de dader een bekende: een familielid, huisvriend, leerkracht, coach, vertrouwenspersoon, etc. Dat maakt de dynamiek rond misbruik nog scherper.

Toegankelijk boek

Iva Bicanic (klinisch psycholoog en landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld) en Richard Korver (advocaat, gespecialiseerd in zedenzaken) hebben in hun werk te maken met misbruikte kinderen en hun ouders of verzorgers. Vanuit hun praktijkervaringen is het boek Dicht bij huis. Hoe steun je een kind na seksueel misbruik? tot stand gekomen.

Het is een goed leesbaar boek, met een toegankelijk overzicht van de dynamiek en processen die een rol spelen bij seksueel misbruik. Voor ouders die in een rollercoaster belanden op het moment dat ze horen of merken dat hun kind misschien misbruikt wordt, is dit boek een aanrader. Korver en Bicanic gaan op een rustige en evenwichtige manier in gesprek over allerlei thema’s en vragen. De boodschap van het boek: “ouders kunnen hun kind meer helpen dan ze zelf vaak denken.”

Normale reactie op abnormale gebeurtenissen

Het uitkomen van het misbruik van een kind is voor ouders zelf ook vaak het begin van een heftige en zware tijd. Ouders kampen met name met schuldgevoelens, machteloosheid, boosheid, verwarring en verdriet. Zorgen over de toekomst van hun kind leveren stress en spanning op.

Het zijn vaak normale reacties op abnormale gebeurtenissen. Het is goed om dit steeds in het achterhoofd te houden. Het is van belang om een uitlaatklep te vinden voor de emoties, zodat er ruimte ontstaat om met kalmte en rust te kunnen reageren op de verhalen van het kind. “De belangrijkste die je kind wilt geven, is dat je onvoorwaardelijk van hem of haar houdt en dat het goed komt. Dat kun je zeggen of laten blijken door je kind te knuffelen en begrip te tonen als het boos of verdrietig is.” (25)

Kinderen zwijgen

Misbruik gaat gepaard met macht, dreiging, manipulatie en verleiding. De concrete handelingen spelen zich af in het geheim, waardoor kinderen instinctief ‘op slot gaan’ en niet over die ervaringen spreken. Vaak ontbreekt het ook aan taal voor die ervaringen, omdat de handelingen niet passen binnen de belevingswereld van het kind. Daar komt nog iets bij: in meer dan 80% van situaties van misbruik is de dader een bekende. Het kind verkeert in een afhankelijkheidspositie en kan dus niet anders dan loyaal zijn. Het is dan ook goed te begrijpen dat een derde van de jonge kinderen die misbruik hebben meegemaakt, hier geen signalen van afgeven. Kinderen kunnen leren in twee werelden leven: de overweldigende werkelijkheid van het misbruik en de werkelijkheid van het ‘normale’ leven.

Aangifte of niet?

Korver en Bicanic gaan uitvoerig en op een eerlijke manier in op het juridische traject. Waar moet je rekening mee houden als je overweegt om aangifte te doen? Het is allereerst goed om te beseffen dat elke vorm van seksueel misbruik een strafbaar feit is. In de tweede plaats is het van belang om een zorgvuldige afweging te maken tussen de voors en tegens van een aangifte. Inzicht in het proces van aangifte tot rechtszaak helpt om tot een beslissing te komen.

Mensen kunnen azien van een aangifte door de stress vanwege de rechtszaak, de onzekere uitkomst (bewijslast blijft ingewikkeld) en de lange duur van het proces. Motieven om wel tot aangifte over te gaan, kunnen verlangen naar gerechtigheid, erkenning of het stoppen van de pleger zijn.

Hoopgevend boek

Het boek kan ouders en betrokkenen een hoopvol houvast bieden. Een belangrijke boodschap is dat kinderen veerkrachtig zijn. Met een goede ondersteuning van belangrijke volwassenen en de juiste professionele hulp, is de weg naar toekomst weer open.

“Over kinderen die (langdurig) zijn misbruikt, wordt wel eens gezegd dat ze ‘levenslang’ hebben. Inderdaad, kinderen zullen hier een gevoelige plek aan overhouden. Het is iets wat je je hele leven meeneemt en wat vooral het vertrouwen en het plezier in intimiteit in de weg kan staan. Toch kan een kind hier goed mee (leren) leven. Zeker als er iemand is (geweest) die het meisje of de jongen wel veiligheid heeft geboden, die het verhaal geloofd en serieus genomen heeft. Ook de behandeling van traumagerelateerde symptomen inclusief ouderbegeleiding kan bijdragen aan een goede toekomst voor een kind dat misbruik heeft meegemaakt.” (116)

Aanrader

Het boek eindigt met tips van ouders voor ouders om weer grip terug te krijgen op het leven. Het aansprekende van Dicht bij huis is dat door de verhalen uit de praktijk van Bicanic en van Korver de lastige en ingewikkelde thematiek toegankelijk en begrijpelijk wordt uitgewerkt.

Het is een informatief boek, een aanrader voor iedereen die meer wil weten over wat misbruik is en hoe dit ingrijpt in het leven van kinderen. Maar met name voor ouders en andere betrokkenen is dit boek een aanrader, omdat het helpt te begrijpen wat er gebeurd is, welke processen en dynamiek er gaan spelen en voor welke vragen je komt te staan. De erkenning en herkenning die uit dit boek spreekt zal voor velen bemoedigend en helend zijn.

Wie is God? Pinksterpreek 2019

20 mei

Wie is God? Heeft ons leven met God te maken?

Het is een bijzondere reis die jullie als belijdenisgroep gegaan zijn

Een reis die ons steeds een beetje dichter bij het pinkstervuur bracht,

totdat we iets, of misschien iets meer gingen begrijpen

van wat het betekent om te zeggen ‘ik geloof’.

Om ergens te ontdekken dat Gods werkelijkheid ons leven raakt,

ons levensverhaal bevraagt,

omvat en toekomst opent.

 

Met dat ik dit zo zeg,

realiseer ik me hoe vaag woorden kunnen zijn en ook weer vragen oproepen.

Wat bedoel je met God?

Wat is Gods werkelijkheid?

Het is lastig om daar de goede woorden voor te vinden.

Gaat het niet met name om ruimte om je te verhouden met God?

 

Als één ding duidelijk is geworden in de reis die we zijn begonnen,

is dat elke ontdekking over God nieuw vragen oproept.

Groei van geloof kan ook zomaar een pijnlijk proces zijn.

Wat ik merk in gesprekken,

wat ik merkte op de catechese dat we geneigd zijn

om ons leven op te delen in rollen en taken.

Als God al in beeld is,

reserveren we Hem vaak voor een bepaald deel van ons leven.

Geloven hoort bij een bepaald deel of een bepaalde rol van je leven.

Oude hutkoffer, scheepskist reiskoffer antique trunk

Soms is geloven in God: de hutkoffer op zolder.

Je kunt er op jouw tijd naar toe gaan en de koffer openen.

Misschien als je te maken krijgt met tegenslagen

Of als de dood inbreekt in het leven

Je zoekt en vindt troost op de zolder.

Soms is geloven de woonkamer van je levenshuis.

In de woonkamer spreek je je vrienden,

heb je ontmoetingen en daar kan God zomaar onderdeel van uitmaken.

In de andere kamers speelt God geen enkele rol.

Soms staat God al bij de spullen die opgeruimd moeten worden.

Je aarzelt nog.

Het zou immers ook niet misstaan in de kast met nostalgische spullen uit je jeugd.

 

Wat we tijdens de belijdeniscatechese gaandeweg ontdekten,

is dat God niet een kamer is in ons levenshuis,

maar dat God ons levenshuis omvat.

Op de een of andere manier verhoudt God zich met al onze fragmenten,

met al onze rollen.

Maar als dat zo is, dan komen er nieuwe en misschien wel diepere vragen.

Geloven vraagt om naar jezelf te kijken, naar de wereld, naar God.

In alle openheid en eerlijkheid.

 

Heeft God ook te maken met mijn binnenkant?

Met mijn twijfels over mijzelf?

Met mijn kwetsbaarheid?

Heeft God te maken met het verlies dat ik geleden heb?

Waar was Hij dan in die tijd dat ik me eenzaam en verlaten voelde?

Die vragen aangaan kost wat.

Het is een risico.

God kan nooit meer terug in die hutkoffer.

Die vragen kunnen betekenen dat het laatste draadje met God wordt doorgeknipt.

Als God liefde zou zijn ….

 

Maar de andere kant is dat je oog kunt krijgen voor die andere werkelijkheid.

Dat je leert kijken met andere, met nieuwe ogen.

Dat je iets ervaart van rust.

Dat je op adem komt.

Dat je leven een bedding heeft: houvast, richting, hoop.

Dáár gaat het geloof in God over.

Over die worsteling, over die twijfel, en over dat vergezicht.

Soms. Even.

Over die zekerheid. Gods liefde voor jou.

 

Wie is God?

Ik weet het niet. Niet zeker.

En ik denk dat dat goed is.

God is een mysterie. Een geheimenis.

Ik bedoel daarmee dat God groter is dan we ooit hadden kunnen bedenken.

Dat de grootheid van God ons verstand te boven gaat.

We proberen over God te spreken,

Ze laten hun licht schijnen op een deel van Gods glorie.

 

De Tsjechische rooms-katholieke theoloog Thomas Halik

benadrukt het belang van geduld.

Geduld met God.

Soms verwarren gelovigen verliefdheid met liefde

Geloven lijkt samen te vallen met een roes, een fijn gevoel

Soms verwarren gelovigen het uitspreken van de juiste dogma’s met geloof

Ik heb meerdere mensen gesproken die zichzelf zijn kwijtgeraakt,

beschadigd zijn geraakt door de stelligheid van christenen over God.

God is niet te herleiden tot een gevoel.

God valt niet te vangen in dogma’s.

Kennis maken met God vraagt om tijd.

Tijd en ruimte voor vragen, voor ontmoeting.

Te snel spreken we oppervlakkig over God

Te vaak peilen we de diepte van levensverhalen niet

Ons verlangen naar vluchtig kloppende antwoorden

doet geen recht aan de reikwijdte van God.

Oppervlakkige antwoorden leiden uiteindelijk tot teleurstelling in God.

 

Als we geduld hebben met God

Als we het uithouden in de stilte

Als we durven volharden

Kan soms iets van het geheimenis van God zich aan ons openbaren.

Er hoorden woorden bij als ‘gedragen worden’, ‘vrede vinden’.

 

In de Bijbel wordt er ook gewacht.

De leerlingen van Jezus wachtten gezamenlijk op wat komen zou.

Wat ze hadden was de belofte dat de heilige Geest over hen zou komen.

Wat ze in handen hadden was een belofte.

Een belofte van nabijheid.

We lazen erover uit het boekje Handelingen.

Als de Geest over de wachtende groep komt, gebeurt er van alles.

Wat misschien het meest in het oog springt,

is dat iedereen de leerlingen kan verstaan.

De taal van ieder mens – zou dat niet de taal van de liefde kunnen zijn?

Wat vertellen de leerlingen?

 

Of misschien beter: wat vertelt de heilige Geest?

Het eerste dat Petrus, een van de leiders van de volgelingen van Jezus doet,

nadat hij de heilige Geest heeft ontvangen, is speechen.

Of in kerktaal: hij houdt een preek.

Hij legt uit de Geest God dichtbij is, God die in ons wil zijn.

Waarom?

Om ons te bepalen bij Jezus de gekruisigde

Om ons op het spoor van Jezus te brengen en in dat spoor ons leven te vervolgen.

Om ons te vertellen dat Jezus de Messias is – Redder. Verlosser.

Verlossing gaat over het verleden en over de toekomst.

Verlossing is verandering.

 

Verlossing is de verandering of transformatie van ons verleden

van een last in een geschenk,

van een plek van verdriet en dood

in een erfenis van wijsheid en vreugde.

Het verleden kan wurgend aanwezig zijn.

We kunnen lijden aan gemiste kansen, aan verkeerde keuzes.

Opgebrand.

We kunnen de last van het verleden meedragen –

levenslessen die ons klein en machteloos maken.

Levenslessen die ons leren om hard en onkwetsbaar te zijn.

Verlossing gaat over dat verleden.

Als we een ding weten, is dat het verleden niet veranderd kan worden.

Hoe we de gebeurtenissen en herinneringen ook omwentelen en omwentelen.

Verlossing is dat onze kijk op het verleden verandert.

Dat we het verleden ook mogen zien als een geschenk.

Als een bron van levenswijsheid.

En verlossing heeft te maken met de verandering,

de transformatie van onze toekomst.

Van een plek van vloek in zegen.

Van een plek van angst en dood in een bestemming van hoop en glorie.

Als we het hebben over de verlossing van het verleden,

dan noemen we dat vergeving van zonden,

als we het hebben over verlossing van de toekomst,

noemen we dat het eeuwige leven.

 

Dat zijn de geschenken die Jezus ons gebracht heeft met zijn leven,

zijn dood en zijn opstanding.

Het herstel van het verleden, en de belofte van de toekomst.

Dat is verlossing.

Geloven gaat over ons héle leven!

En dat, dat is waar de heilige Geest ons aan herinnert, ons bij bepaalt.

 

Maar waar is het heden dan?

Wat betekent het geloof voor vandaag?

 

Paulus, de auteur van de brief aan de gemeente in Korinthe

schrijft over de liefde.

Dit mooie en bijzondere hoofdstuk staat in een betoog

over hoe de heilige Geest in ons dagelijks leven werkzaam is.

Paulus noemt in het voorgaande hoofdstuk allerlei bijzondere talenten

die met de Geest te maken hebben.

Maar dan sluit Paulus dat hoofdstuk af met de opmerking:

zoek de belangrijkste talenten,

maar ik wijs jullie een nog voortreffelijke weg.

Die weg, die weg is de liefde.

De liefde als het grootste geschenk van de heilige Geest.

Waarom?

Geloof, hoop en liefde, maar het meeste daarvan is de liefde.

Paulus spreekt over de toekomende tijd.

De tijd dat we oog in oog leven met God.

Dan hoeven we niet meer te geloven – want we zien

Dan hoeven we niet meer te hopen – want we leven in Gods aanwezigheid

Maar wat blijft is de liefde

De liefde is hét kenmerk, hét teken van Gods toekomst

Waar we de liefde leven, opent zich het Koninkrijk van God.

Hier en nu.

Liefde geeft kleur aan het leven, aan geloven, aan onze hoop.

Liefde is de weg van dienstbaarheid, van oog hebben voor onze medemens

 

Wie is God?

God is de liefde die ons verleden heelt

God is de liefde die toekomst opent

God is de liefde die vandaag kleurt

God is de vreemdeling op mijn weg

God is de dakloze op Zuidplein

God is mijn medemens

God wordt zichtbaar in de barsten van mijn bestaan

God – wie bent U? Amen

 

Huiselijk geweld, depressie en eenzaamheid: taak voor de kerk

8 mei

Na zes, zeven weken komt er nu enig zicht op een verlichting van de intellectuele lockdown waar Nederland sinds het uitbreken van de coroancrisis mee te maken heeft. Deze tijd is ongekend. Onze wereld is van de ene op de andere dag tot stilstand gekomen. De dagelijkse invulling van ons leven stond en staat volledig op zijn kop: bezoeken, werk, school, sport en ontspanning, niets is meer vanzelfsprekend.

Dit is waarom we drastische maatregelen nemen tegen corona | Punt.

Onzekerheid, rouw en machteloosheid

Het is een tijd waarin allerlei bestaanszekerheden onder druk zijn komen te staan. Het blijkt dat we ons leven veel minder in eigen hand en onder controle hebben dan we dachten. Belangrijke waarden als onafhankelijkheid en eigen regie blijken kwetsbaar.

We hebben te maken met het verdriet en het leed van mensen die geliefden hebben verloren of die familieleden of vrienden op de IC zagen terechtkomen. We hebben gezien hoe haast vanuit het niets onze zorg overspoeld werd met mensen die besmet waren met Covid-19, zodat het uiterste werd gevraagd van het medisch personeel.

We probeerden onze kwetsbare medemensen te beschermen. Ontroerend om te zien welke positieve kracht dit losmaakte in de samenleving. Tegelijkertijd konden we niet voorkomen dat ook in verpleeghuizen het coronavirus kon toeslaan. Ook de noodzakelijke afspraak om bezoek voorlopig niet toe te laten in instellingen trok een zware wissel op bewoners en op partners, familie en  vrienden.

Voor veel werkgevers, ondernemers en werknemers is er financiële onzekerheid en zorg.

Stress

Verlies, onzekerheid, angst en machteloosheid hebben ook effect op onze geestelijke gezondheid. Het kan stress met zich meebrengen. Nu is dat op zich gezond en normaal. Stress is een gezonde reactie op abnormale gebeurtenissen. Tegelijkertijd is het wel van belang om die stress te reguleren door het bijvoorbeeld in gesprek te brengen.

Daar komt nog iets bij: de maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen, treffen een kwetsbare groep die in de nieuwsberichten en in de planning van het kabinet nauwelijks aandacht krijgt. Mensen met een psychiatrische problematiek, mensen die een therapeutisch traject volgen of ambulant begeleid worden en kinderen en jongeren die gebruik maken van jeugdzorg lijken niet in beeld te zijn.

Kracht van geloofsgemeenschappen

Voor de geloofsgemeenschappen ligt hier mijn inziens een belangrijke taak. De meeste geloofsgemeenschappen hebben immers een waardevol netwerk van bezoekers. Vrijwel alle geloofsgemeenschappen hebben één of meerdere professionals in dienst die goed in staat zijn om gesprekken te voeren over betekenisverlening, zingeving, omgaan met rouw en verlies en je weg vinden in eenzaamheid.

Geloofsgemeenschappen zouden in deze fase alert moeten zijn op drie thema’s: huiselijk geweld, eenzaamheid en neerslachtigheid en suïcidale gevoelens.

Eenzaamheid

In veel geloofsgemeenschappen is het bezoekwerk ingrijpend veranderd. Huisbezoek zit er even niet in, dus er is nu veel telefonisch en digitaal contact. Ook deze contacten bieden weer nieuwe mogelijkheden. Geloofsgemeenschappen hebben appgroepen en belcirkels opgezet waardoor er ook weer een hernieuwd contact mogelijk was. In deze contacten was de eerste focus: hoe gaat de gesprekspartner om met de (praktische) gevolgen van de lockdown. Er is aandacht voor eenzaamheid en met name met verschillende (kaarten)acties wordt geprobeerd om eenzame mensen duidelijk te maken dat ze niet vergeten worden.

Neerslachtigheid en suïcidale gedachten

Zouden we niet ook een stapje verder kunnen gaan? Daar waar bezoekers trouw met een zekere regelmaat hun gesprekspartners bellen, ontstaat een vertrouwen waarbinnen zorgen en moeiten gedeeld kunnen worden. Het bezoekteam kan toegerust worden om signalen van neerslachtigheid en suïcidale gevoelens op het spoor te komen om het door te geven aan de professionals. Een ingrijpende gebeurtenis hoeft niet tot een traumatische ervaring te leiden, als er aandacht en goede zorg is. Een tijd terug schreef ik dit over omgaan met moeilijke verhalen.

Bezoekers kunnen een verschil maken door hun trouw en betrokkenheid. Als mensen neerslachtig en somber worden, kunnen suïcidale gedachten meer ruimte krijgen. Deze gedachten krijgen de ruimte om terrein te winnen als niemand het gesprek over suïcidaliteit durft aan te gaan of er naar durft te vragen. Je kunt altijd verwijzen naar 113: zijn bieden ondersteuning als je je zorgen maakt om iemand en je kunt ook zelf naar deze organisatie doorverwijzen. Meer info vind je hier op hun website. Eerder schreef ik dit artikel over de dynamiek rond suïcide en geloof.

Huiselijk geweld

Tot slot wordt er in de lockdown-tijd meer huiselijk geweld gemeld. Daar waar al sprake was van misbruik en geweld in een gezin, zijn de veilige momenten van de dag verdwenen omdat iedereen op elkaars lip zit. Daarnaast kunnen stress en spanningen ten gevolge van machteloosheid leiden tot gewelddadige uitingen in woorden of gebaren. We zullen als geloofsgemeenschappen ook hier onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Durven we het gesprek te voeren over het omgaan met machteloosheid, ook als het ongemakkelijk wordt? De slachtoffers van geweld verdienen het dat we niet wegkijken.

Deze maanden nodigen uit om met spoed werk te maken van een blijvend toegankelijk beleid rond huiselijk geweld en seksueel misbruik. Maak werk van preventie: benoem de thematiek en de mechanismen, zorg voor vertrouwenspersonen en werk met protocollen die voor iedereen terug te vinden zijn.

Deze tijd laat zien wat de waarde van een geloofsgemeenschap kan zijn.