Donkere wolken boven de geloofsgemeenschap?

24 jan

(Dit artikel is geplaatst in het Ouderlingenblad van januari 2021)

Over de impact van de coronacrisis en een weg naar toekomst

Inleiding

‘Kerst gaat toch wel gewoon door?’ Het is eind oktober. In onze winkelstraat kom ik een van onze oudere gemeenteleden tegen. We hebben elkaar niet meer gezien sinds maart, het begin van de intelligente lockdown. Voor corona waren haar man en zij trouwe kerkgangers die vrijwel wekelijks de erediensten bezochten. Na de dienst bleven zij ook altijd even hangen bij het koffiedrinken. Dat was een belangrijke activiteit voor onze gemeente waar veel gemeenteleden graag gebruik van maakten. Sinds maart zaten zij thuis. Haar man heeft een kwetsbare gezondheid zodat ze ook niet naar de diensten gingen toen het mogelijk was om met een gedeelte van de gemeente aanwezig te zijn. Het koffiedrinken hebben we sinds maart opgeschort.

Onze regio (Zuid-Holland zuid) blijkt een brandhaard te zijn en ook in de gemeente merken we dat de corona dichtbij komt. Dichterbij dan tijdens de eerste golf. We hebben juist als regieteam moeten besluiten dat we fysieke activiteiten gaan beperken en weer meer digitaal gaan doen. Het heeft ook consequenties voor onze kerstvieringen. Dat was geen gemakkelijk besluit. Want juist deze kerstvieringen vertellen iets over onze identiteit. Vanaf vierde advent tot en met de top2000 dienst op de laatste zondag van het jaar staat onze gemeente bol van de activiteiten. In de aanloop naar Kerst is er een gezellige en verwachtingsvolle drukte vanwege alle voorbereidingen. Dit jaar dus niets van dat alles. Geen grootste vieringen met stampvolle kerken. Dit jaar gaat alles anders.

‘Kerst gaat toch wel gewoon door?’ Ik schud van nee en zie de teleurstelling bij mijn gemeentelid. We praten nog een tijdje door op anderhalve meter, in de winkelstraat. Ik vraag haar of het hen lukt om digitaal mee te vieren. ‘Nee’, zegt ze. ‘We kijken gewoon naar de EO’.

Deze ontmoeting schetst in een notendop de machteloosheid, pijn en onzekerheid waar we als geloofsgemeenschap mee worstelen door de coronapandemie. In dit artikel wil ik verkennen wat de impact van de corona is op de geloofsgemeenschap en handvatten aanreiken om met deze crisis om te gaan.

Een traumatiserende periode

Het coronavirus overviel ons. Van de ene op de andere dag kregen we te maken met een intelligente lockdown. De gevolgen van het virus en van de lockdown waren ingrijpend. De anderhalve meter werd ingevoerd als nieuwe standaard. Aanraken was niet langer mogelijk. Gewoon bij elkaar op bezoek gaan, behoorde niet zomaar tot de mogelijkheden.

Met name mensen die zelf ziek werden of wie in deze periode afscheid moesten nemen van geliefden, voelden de zwaarte van deze maatregelen het diepst en hevigst. In de eerste golf was het niet mogelijk om bij partners, ouders, familieleden of vrienden op bezoek te gaan als zij corona kregen. De coronamaatregelen verstoorden het afscheid van naasten. En ook de uitvaarten werden mede bepaald door de maatregelen: er mochten minder mensen aanwezig zijn en er was geen ruimte voor lichamelijke troost. Wat doet dit met het rouwproces?

Ook op andere manieren werden mensen getroffen door de corona(maatregelen). De druk op werknemers in de zorg was en is immens. De zorgmedewerkers werden geconfronteerd met een nauwelijks te behappen toestroom van ernstig zieke mensen. Er werden langere diensten gedraaid om de zorg vol te kunnen houden. De impact van de werkdruk en het leed waar zij mee geconfronteerd zijn, is groot. Wanneer is er voor hen tijd om bij te komen en om te verwerken?

Niet alleen het coronavirus zelf, maar ook de (noodzakelijke) maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen, werkten ontwrichtend door. Ondanks de ruimhartige steunpakketten van het kabinet, vrezen velen voor hun baan of zijn al werkloos geworden.

Mensen met een kwetsbare gezondheid raakten en raken in deze coronaperiode meer geïsoleerd. Elke leeftijdscategorie kende en kent zijn eigen specifieke pijn en zorg.

Lang niet iedereen ervaart in dezelfde mate de impact van corona. Iedereen moet zich echter wel verhouden met onzekerheid over de toekomst en met machteloosheid om eigen regie te kunnen voeren. Wat doet deze onzekerheid en machteloosheid met de samenleving?

De tweede golf

De onzekerheid en machteloosheid worden versterkt, omdat de corona maar niet verdwijnt. Voor de zomer leek het beter te gaan en was er weer meer mogelijk. Vanaf september liepen de besmettingscijfers echter weer snel op. Terwijl ik dit artikel schrijf, zitten we midden in de tweede golf. Opnieuw is het onduidelijk hoelang dit zal duren. Wat we in ieder geval zeker weten, is dat Kerst en Oud en Nieuw door de corona ingekleurd zullen worden.

Deze tweede golf verschilt van de eerste golf. In maart was er in eerste instantie schrik. Maar al snel was er ook een grote saamhorigheid. Massaal gaf de samenleving ruimte op om zo rondom mensen met een kwetsbare gezondheid te staan. Het onderlinge omzien werd via kerken, sociale teams, buurten en wijken georganiseerd. Mensen namen de moeite elkaar een bemoedigend kaartje te sturen of even te bellen.

In de tweede golf is er echter veel minder saamhorigheid. Het leiderschap van het kabinet en de deskundigheid van het OMT worden betwist. Mensen geven aan somberder en gelatener te zijn. Het blijkt veel lastiger om de moed erin te houden.

De geloofsgemeenschap onder druk

De geloofsgemeenschap wordt dus mede gevormd door mensen die direct of indirect te maken hebben met de impact van corona. Naast de individuele impact staat ook de gemeenschap als collectief onder druk. De coronamaatregelen raken het hart van het gemeenteleven.

De geloofsgemeenschap draait voor een belangrijk deel om de zondagse eredienst (het samen zingen, bidden en ontmoeten) en om de onderlinge ontmoetingen of contacten (koffiedrinken na kerktijd, koor, geloofskringen, pastoraat, enz.). Samen vieren en ontmoeten vormen toch het fundament van het gemeente-zijn. Nu dit niet meer vanzelfsprekend is, raakt dit niet alleen de organisatie van de plaatselijke gemeente, maar ook de symboliek van ‘het Lichaam van Christus’.

De fysieke samenkomsten hebben nu in zekere zin hun glans verloren: er kan maar een gedeelte van de gemeente aanwezig zijn, en er is steeds die lastige afstand – terwijl er zo’n behoefte is aan een troostend of bemoedigend gebaar. Het niet mogen zingen in de kerk valt niet mee. De impact van ‘het nieuwe normaal’ op de cohesie in de geloofsgemeenschap is fors.

Hoe goed we ook onze best zullen doen, we missen nabijheid en verbondenheid. Dat brengt ook verdriet en zorg met zich mee.

Een collectief trauma?

De coronacrisis werkt ontwrichtend en roept gevoelens van kwetsbaarheid en machteloosheid op. Zoals een individueel trauma de innerlijke structuur van een persoon beschadigt, zo beschadigd een collectief trauma de structuur van de gemeenschap. Het is mijn stelling dat zorg voor de geloofsgemeenschap ondersteunend zal zijn voor mensen die worstelen met de directe gevolgen van corona. De geloofsgemeenschap kan de bedding vormen waar de verhalen gedeeld en verteld kunnen worden. In mijn onderzoek (A.L. Veerman, Ontredderd. Het proces in de kerkenraad als de predikant seksueel misbruik heeft gepleegd. 2005, p. 274vv) laat ik zien dat een collectief trauma de sociale verbondenheid van mensen beschadigt en het gevoel van gemeenschappelijkheid schaadt. Vaak werkt zo’n collectief trauma langzaam en sluipend door.

De identiteit van de geloofsgemeenschap staat op het spel. De identiteit van onze gemeente werd gevormd door de mooie, inspirerende en samenbindende erediensten, en door het kopje koffie na afloop. Die elementen zijn in de coronatijd weggevallen. Onze reflex is om te wachten tot de corona voorbij is en achterom te kijken naar hoe we het altijd gedaan hebben. Het gevolg is dat onze onderlinge band losser wordt en onze geloofsgemeenschap zomaar uit elkaar zou kunnen vallen.

Na de eerste schok en de heroïsche fase waarin we elkaar steunden en bemoedigden, is nu de fase van teleurstelling en desillusie aangebroken. Hoe kunnen we voorbij de teleurstelling komen?

Op weg met een verhaal dat ons draagt

De coronacrisis dwingt ons opnieuw naar gemeente-zijn te gaan kijken. We zullen voorbij onze drukte en onze activiteiten moeten durven kijken. Het gaat niet allereerst om onze activiteiten, ook niet om onze erediensten. Het gaat allereerst om de hoop die op ons toekomt door Jezus Christus. We zijn Zijn gemeente. In Hem leven en bewegen wij. In Hem vinden we onze kracht en worden we op de been gezet.

De Bijbel biedt verschillende verhalen die ons kunnen helpen om als gemeenschap ons te herpakken en op weg te gaan uit verslagenheid. Deze verhalen kunnen ook de bedding vormen waarbinnen de verhalen van gemeenteleden een plek kunnen krijgen. Waar nu behoefte aan is, is aan Bijbelverhalen met transformerende kracht: van teleurstelling naar hoop, van wantrouwen naar liefde, van onzekerheid naar geloof.

Het verhaal van het volk Israël dat door de woestijn naar het Beloofde Land reist, is zo’n verhaal. Het vertelt over een volk dat zich moet verhouden met de lange duur van de reis. Het vertelt over het murmureren en het betwijfelen van gezag. Het vertelt over het worstelen en strijden met God.

Maar het vertelt ook over het loslaten van wat was, en het op reis gaan naar de onbekende toekomst. Het vertelt van de belofte van Gods nabijheid en van een toekomst die vandaag de moeite waard maakt.

Tot slot

In deze coronatijd waarin we op zoveel manieren beperkt worden in onze mogelijkheden, worden we uitgenodigd om ons te verdiepen in de kern van het gemeente-zijn: getuige worden van de hoop van Jezus Christus.

We hebben Bijbelverhalen nodig die ons in deze tijd van een bedding voorzien om de gebeurtenissen te duiden en om ons te wijzen op hoop. Deze Bijbelverhalen hebben een transformerende kracht en zal ons ook uitnodigen om nieuwe wegen te zoeken voor kerk-zijn on coronatijd.

Week van gebed – om eenheid

20 jan

De Katholieke kerk, de Nederlands hervormde gemeente (PKN), de gereformeerde kerk (PKN), de NGKv en Leef! organiseren in Sliedrecht de Week van gebed van 18 tot 22 januari. Meekijken kan hier Hieronder het gebed dat uitgesproken is op dinsdag 19 januari.

Eeuwige, God van Licht en leven, we danken U dat ons leven met U is begonnen. Wij danken U dat U ons het eerst hebt liefgehad, voor alles uit. We danken U dat we in uw liefde op adem mogen komen. Dat we in uw licht ons geborgen mogen weten. Dat niet donkerte en angst ons in hun greep houden, maar wij omarmd worden door uw bewogenheid. Dat uw licht onze duisternis in zich opneemt, opdat wij léven. Hoop houden en uw liefde delen.

O Lord hear my prayer: https://www.youtube.com/watch?v=f51n-yb11dY

God vol liefde en verbondenheid, we danken U voor al die plekken waar eenheid groeit. Voor al die mensen die zich inzetten voor eenheid. We danken U voor kerkelijke eenheid, daar waar geloofsgemeenschappen elkaar vinden. We danken U voor deze week van gebed; voor de verbinding tussen de Nederlands gereformeerde kerk en de gereformeerde kerk vrijgemaakt. Dat deze verbinding ons allen mag inspireren om elkaar te zoeken en vast te houden. Maar we bidden U ook, God die U bekend hebt gemaakt als de Ene, om uw ontferming en om vergeving, omdat we onze eigen agenda volgen en niet uw roepstem om de eenheid te zoeken.

O Lord hear my prayer

God, die groter is dan ons hart, We bidden U voor de synagoge en bidden U om de liefde en de kracht op te staan tegen antisemitisme. We bidden U voor de moskee en bidden U of U ons de moed wilt geven om op te staan tegen moslimhaat. We bidden U voor de kerk wereldwijd dat we als beelddrager van U lichtdragers en hoopbrengers mogen zijn; dat we volhouden om te vertrouwen tegen al het wantrouwen in. Dat we volharden in de hoop tegen al het cynisme in. Dat we uit de levende bron liefde blijven schenken over dorstige grond van tekort en van haat. We bidden U voor onze medechristenen die vervolgd worden om het geloof.

O Lord hear my prayer

Liefdevolle Vader in de hemel, U die ons zoekt en aan elkaar schenkt. We danken U voor relaties en vriendschappen en bidden U voor relaties die onder druk staan: om uitzicht, om liefde en moed, om koppige trouw. Dat we verbondenheid en eenheid durven zoeken. Dat onze relaties oefenplaatsen mogen zijn van trouw, liefde en van recht. Voor verbroken relaties bidden we, voor verloren vriendschappen. We bidden om vergeving, waar we de liefde voor de ander hebben opgegeven; waar we de ander ontmenselijkt hebben; waar we ruimte geven aan minachting en haat; waar we wegkijken, onverschillig zijn; of alleen met onszelf bezig zijn

O Lord hear my prayer

God van recht en gerechtigheid, we bidden U voor ons land, voor onze wereld. Een wereld in nood, waarin zulke diepe afgronden tussen mensen zijn ontstaan. Om mensen die bruggen bouwen en de liefde hebben om de ander in de ogen te blijven kijken. Dat we niet meegaan in polariserende bewegingen, maar steeds weer opstaan in geloof, hoop en liefde. Zegen de zachte krachten; zegen ons dat we in ons eigen leven en met onze eigen mogelijkheden getuigen van de kracht van uw liefde.

O Lord hear my prayer

Kijk hier het Avondgebed terug

Praxis denkt alles te kunnen maken

28 dec

Het is 3 december. Na ampel beraad zijn we eruit. We gaan voor een kunstkerstboom. Uiteindelijk duurzamer (en goedkoper) dan de blauwspar. De liefste doet zorgvuldig onderzoek en komt uit bij de Praxis. Op 3 december wordt de bestelling geplaatst. Normaal zou Praxis leveren binnen 24 uur, maar vanwege de drukte zou het misschien 48 uur duren.

Praxis - Actieplan Leerbanen

Nu zijn wij niet zo van die haast. Geen druk. Het mag best even duren. Maar de dagen regen zich aaneen en na een week besloten we toch de telefoon te pakken om te informeren hoe het met onze kerstboom ging. De vrouw van klantenservice was uitermate behulpzaam. “We zijn overgestapt naar een andere bezorgservice nu Postnl het te druk heeft en het aanbod niet aan kan. Overigens adviseer ik u wel om elders een andere kerstboom te kopen.”

Nu ben ik een beetje van consuminderen. Als je al een boom hebt besteld, en het duurt nog twee en een halve week tot kerst, dan ga je natuurlijk niet nog een boom kopen. We gaven aan dat we ervan uit gingen dat Praxis klanten belangrijk vindt en dat ze er alles aan zouden doen dat de boom bezorgd zou worden.

Na een week nog geen boom. We besloten nogmaals te bellen. De liefste kreeg een vriendelijke man aan de lijn, die met ‘het magazijn’ contact opnam. Verheugd meldde hij dat het pakket getraceerd was in het magazijn. Hij zou een mail sturen met de vraag wanneer het getraceerde pakket bezorgd zou worden.

Na een dag nog geen reactie. Dus besloot ik een mail te sturen met de vraag om een tegemoetkoming van de kant van Praxis. Binnen enkele uren een reactie: NEE. NATUURLIJK NIET! De toon van de reactie maakte toch wel wat in mij los en ik besloot de consumentenbond te bellen. Hebben consumenten dan helemaal geen rechten meer en zijn we overgeleverd aan de Makers? De consumentenbond kon me niet echt geruststellen. Binnen veertien dagen zou ik de koop mogen ontbinden, maar ja, die termijn leek toch verstreken. Er bleek echter nog een mogelijk. “Stel een laatste redelijke termijn” zei de consumentenbond. “Als zij zich daar niet aan houden, is de koop ontbonden.”

Dit advies volgende we op. We stelden als laatste redelijke termijn 22 december. Via verschillende kanalen maakten we dit kenbaar aan Praxis. We kregen geen reactie. Wel kregen we de de vraag om via een enquête te vertellen hoe tevreden we waren over klantenservice …

Natuurlijk werd ons pakket niet bezorgd voor 22 december. We meldden aan Praxis dat we de koop als ontbonden beschouwden nu zij zo in gebreke waren gebleven. Praxis had hier natuurlijk geen boodschap aan. “Het pakket is te ver in het proces om te annuleren. Weiger het pakket aan de deur, dan krijgt u het geld retour.”

Dat is een raar antwoord. Stel dat we niet thuis zijn en het pakket wordt (wanneer?!) bij de buren afgeleverd? Of we moeten de retourkosten voor onze rekening nemen? Wat we in ieder geval heel vervelend vinden, is om het probleem van Praxis straks met de bezorger te gaan regelen.

Nee, Praxis moet nu het geld terug storten. De koop is ontbonden. Het is nu echt het probleem van Praxis. Dat vindt de consumentenbond ook. Praxis zwijgt.

We hopen dat we ons geld terugkrijgen. Maar we gaan daar zeker niet meer bestellen. Best een risico.

Hoop!

28 dec

Meditatie voor de Top2000 dienst op zondag 27 december om 19.00 uur met de band 4Tune. Je kunt de dienst hier terugkijken.

In de film Shawshank Redemption zit een aangrijpend moment. De film gaat over het leven in een Amerikaanse gevangenis waar corruptie bij bewakers en directie een grote rol speelt. Het fragment speelt aan het begin van de film. Andy, de hoofdrolspeler, vertelt over de kracht en waarde van verbeelding. Verbeelding werkt in het hart en in het hoofd: daar bewaar je herinneringen, muziek, verhalen en beelden die voorbij de gevangenis gaan. Dat geeft ook moed en energie om door te gaan, om niet moedeloos te worden. De gedachte aan een wereld buiten de gevangenis, helpt om het in de gevangenis vol te houden.

Red, de andere hoofdrolspeler vraagt waar Andy het over heeft. ‘Hoop’, zegt Andy. Red antwoordt: ‘Hope is a dangerous thing’. Hoop is gevaarlijk, want het kan iemand tot waanzin drijven. Je hebt niets aan hoop als je in de gevangenis zit. Het is wat het is, wen daar maar aan. (Je kunt het fragment hier zien).

Daarmee zitten we gelijk midden in de thematiek. Is hoop een houvast die je door moeilijke tijden heen helpt of een last die je uiteindelijk slechter achterlaat? Als hoop alleen maar te maken heeft met onze werkelijkheid hier en nu, heeft Red gelijk. Dan is hoop niet meer dan uitgestelde teleurstelling. Je hoopt dat je vrij komt, maar dat gaat dus niet gebeuren. Je hoopt dat de behandeling het gewenste effect heeft, maar je krijgt te horen dat er geen mogelijkheden meer zijn. Je hoopt, maar …

Maar dat is niet de hoop waar Andy het over heeft. Hij spreekt over de kracht van verbeelding. Over de kracht van die andere werkelijkheid die je kunt oproepen. Victor Frankl en Edith Eger, die beiden overlevenden zijn van vernietigingskampen in WOII spreken ook over de kracht van hoop. Het helpt om in de chaos en duisternis overeind te blijven. Het helpt om perspectief te houden en toch op te staan, ook als de dag opnieuw inkt- en inktzwart is. . Het is opmerkelijk dat juist in de beklemming, juist in de gevangenis hoop zijn weg vindt.

Als symbool voor hoop wordt vaak een anker gebruikt. Dat is een mooi beeld. Een anker maak je nooit vast aan jezelf, altijd aan iets of iemand buiten jou. Een schipper gooit het anker niet in het ruim, een bergbeklimmer maakt een zekeringspunt niet vast aan zijn of haar eigen riem eigen riem. Wie of wat buiten jou helpt jou in tijden van chaos, teleurstelling en tegenslagen? Wie of wat biedt jou zekerheid? Het anker bewijst zijn waarde als jij los moet laten.

Hoop is niet eenvoudig, het moet bevochten worden. Hoop is niet vanzelfsprekend. Hoop gaat voorbij aan vanzelfsprekende antwoorden, lichtvaardige en goedbedoelde adviezen. Hoop verzet zich tegen onverschilligheid. Hoop verzet zich tegen cynisme. Hoop verzet zich tegen gelatenheid. Hoop verzet zich tegen zelfhandhaving.

Hoop is in de christelijke traditie Gods genade en liefde die op ons toekomt, dwars door lijden en dood heen in onze levensverhalen. Christelijke hoop vindt haar bedding in het visioen van het Rijk van God. Daarom leggen we ons niet neer bij onrecht en strijden we voor gerechtigheid. Daarom ervaren we vrijheid, ook al is ons leven tot een gevangenis geworden. Daarom kunnen we op de drempel van de dood, op de rand van de eeuwigheid, het leven en de liefde omarmen.

Dat is het wonder van Kerst. God die afgedaald is in onze levensverhalen. Hij liet zich vinden in de baby van Bethlehem, in alle kwetsbaarheid. Hij ging de weg van lijden, sterven en opstanding. There is a crack in everything, that is how the light comes in – zingt Leonard Cohen. Die hoop helpt ons om voorbij de angst te leven. Er is een nieuw, een ander perspectief.

Hebe Kohlbrugge, een verzetsstrijdster in de oorlog, vond haar drijfveren in het Johannesevangelie. Zij vond haar hoop en kracht in het zinnetje dat de waarheid je vrij maakt en dat Jezus de waarheid is. En dat, wie uit de waarheid is, naar Zijn stem luistert. Het evangelie maakt je vrij van alles wat vanzelfsprekend is. Wat je zo op het oog niet ziet. Het helpt je om verder te kijken en te zien wat je als onder “een verstikkende deken houdt”. Wie vrij is, is niet bang. En wie niet bang is, ziet scherp. Hebe Kohlbrugge zei: “Wij moeten op onze plek gaatjes in de deken prikken. En soms kan jij het enige gaatje in die deken zijn”

Hoop houdt je staande. Hoop leert je leven voorbij de angst. Dat maakt dat je werkelijk vrij leeft – ook als je omstandigheden verstikkend zijn. Wie of wat is jouw anker?

Love shine a light

26 dec

Meditatie voor de kerstsing-in op 20 december 2020

Er is iets geks aan de hand.Iedereen wordt blij van iets aardigs doen. Even tijd maken om een ander te helpen. Even iets delen. Het kopje soep voor de buren. Een kaartje. De buurvrouw naar het ziekenhuis rijden. We weten allemaal dat een klein gebaar van vriendelijkheid een verkild hart kan ontdooien. We weten allemaal dat als we iets delen van wat we hebben, dat dat niet alleen een ander zo kan opbeuren, maar dat je er ook zelf van opknapt.

Love shine a light.

We delen liefde uit in omzien naar elkaar,  in zorg voor de aarde en de dieren en zo ontsteken we het licht. Hoe eenvoudig kan het zijn? Maar nu is er dus iets geks aan de hand. Er is genoeg liefde om uit te delen, maar er blijft een onoplosbare eenzaamheid. Er is genoeg eten om te delen, maar een deel van de mensen leeft in overvloed, een ander deel in armoede. Er is een groot verlangen naar vrede, maar we kunnen oorlogen niet stoppen. We steken lichtjes aan, maar in sommige levens neemt de duisternis alleen maar toe.

We kunnen kijken naar de mensen die vastzitten in vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden of op andere plekken langs de grens van Europa. Soms al jarenlang, zonder uitzicht, zonder hoop. Maar we hoeven niet eens de randen van Europa op te zoeken. Zitten de rafelranden ook niet in onszelf? We zien toch ook in ons eigen land, in onze eigen plaats, in onze eigen straat, in ons eigen leven, het tekort? De Bijbel heeft daar een woord voor: zonde. Dat is waar we aan onze bestemming voorbij leven. Waar we ons doel missen. Waar we tevergeefs leven. Waar we cynisch zijn geworden. Waar we onverschillig leven. Waar we ten koste van anderen leven.

Wat weerhoudt ons er toch van om onbekommerd lief te hebben en te delen? Om het licht te laten schijnen? Nelson Mandela zei al: niemand is geboren om te haten. We kunnen dus ook leren om lief te hebben. Waarom dan dat haten? In deze tijd van polarisatie en populisme is het aan de orde van de dag. Je moet voor jezelf zorgen. Je duwt anderen naar beneden om zelf beter voor de dag te komen. Op het schoolplein worden de posities bepaald. Love shine a light – dat mag zo zijn, maar pesten begint al op de basisschool en stopt niet in verzorgingshuizen.

Is het niet met name angst die ons de das om doet? Angst om tekort te komen? Angst om privileges te verliezen? Angst voor ..

En wat ook gewoon een gegeven is: misschien doe jij geweldig je best, maar raak je opgebrand.  Je kunt niet maar blijven geven als je ook niet ergens kunt bijtanken.

We herkennen het verlangen om te leven vanuit liefde, en tegelijkertijd lopen we ook aan tegen onze onmacht en onze weerstand. Dit is waarom Kerst zo belangrijk is. Wij kunnen niet onszelf uit het moeras omhoog trekken Wij kunnen niet zelf die krachten die onze wereld in een ijzeren greep houden doorbreken. Wij kunnen niet zelf onze zonden ongedaan maken.

Maar God, God is nooit opgehouden ons lief te hebben. God heeft vanaf het allereerste begin geroepen: er moet licht zijn En ook toen wij als mens een andere weg gingen, riep God ons terug in het licht. Uiteindelijk zond Hij zijn eigen zoon, gaf Hij zichzelf. Hij kwam op aarde kwetsbaar en weerloos. Hij gaf zichzelf omdat Hij gelooft in jou.

Omdat Hij jou liefheeft – daarom, daarom heeft het zin om lief te hebben. Om een licht te ontsteken, om te strijden voor recht en gerechtigheid, om je te bekommeren om je medemens – omdat God ons het eerst heeft liefgehad

Waarom zou je je bemoeien met iemand die gepest wordt – omdat God jou het eerst heeft liefgehad.

Waarom zou je je bekommeren om mensen die geen stem hebben – omdat God jou het eerst heeft lief gehad.

Waarom zou je je bekommeren om vluchtelingen in een ander land – omdat God jou het eerst heeft liefgehad.

Waarom zou je mild over jezelf denken, en zorgvuldig met je lichaam omgaan – omdat God jou het eerst heeft liefgehad.

Dat is het grote verhaal van Kerst. Wij zijn geen kaarsjes die langzaam maar zeker opbranden. Wij zijn olielampen gevuld met de liefde van God. Hij heeft ons liefgehad en daarom kunnen wij liefhebben. Dat licht, die aangename geur, die liefde mogen wij doorgeven. 

Love shine a light.

De kerst sing-in terugkijken? Dat kan hier

Geef licht door!

25 dec

Eindejaarsbijdrage voor Sliedrecht24

Het afgelopen jaar was en is een vreemd, verwarrend en ingrijpend jaar geweest. Nog niet eerder is het voorgekomen dat de wereld letterlijk tot stilstand kwam. Van de ene op de andere dag in maart zaten ook wij in Nederland in een Lock down. Corona of COVID-19 was niet langer iets van ver weg, maar drong ons eigen dagelijkse leven binnen.

Ik vond het aangrijpend om de volle ziekenhuizen te zien en om de verhalen van de verpleegkundigen te horen. Het maakte me machteloos om te zien dat verpleegtehuizen en instellingen op slot gingen en bezoek niet meer mogelijk was. Wat een impact had dat op de bewoners. En wat een impact op partners, ouders, kinderen, familie en vrienden die niet meer op bezoek konden gaan.

De onzekerheid bij ondernemers en werkgevers die noodgedwongen hun zaken moesten sluiten was groot. Het was ook verdrietig voor kinderen en jongeren die vrolijke en samenbindende activiteiten zagen wegvallen: sport, clubkampen, afsluitende musicals, eindexamenfeestjes of ontmoetingen met leeftijdsgenoten. Opeens kon dat niet meer.

Maar wat mij het meeste aangreep, dat waren de verhalen over mensen die alleen stierven, omdat er geen familie bij aanwezig mocht zijn. Of van mensen die corona hadden gekregen en nu nog dagelijks de gevolgen van dit virus ondervinden.

Het was een heftige tijd, maar er gebeurden ook verrassende en mooie dingen. Het meeleven met elkaar, was in die eerste maanden ongekend. Al die kaartjes die werden verstuurd, de telefoontjes, app-groepen enz. We keken naar elkaar om!

Het was ook hartverwarmend om te zien dat vrijwel iedereen zich probeerde te houden aan de ingrijpende coronamaatregelen om zo de ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid te beschermen en het was, weliswaar op een vreemde manier ook een goede tijd, omdat er meer gelegenheid was om tijd door te brengen met het gezin. Wat viel er veel drukte en stress weg.

En wat ook opmerkelijk was: omdat het vliegverkeer sterk verminderde, er minder mensen op de weg waren en de industrie minder produceerde, ademde de aarde weer op. De luchtverontreiniging daalde sterk, zelfs het stikstofprobleem verminderde.

Voor onze geloofsgemeenschap was het ook een moeilijke tijd. We misten (en missen nog steeds) de ontmoeting, het samen zingen, het samen koffiedrinken na de kerkdienst. Wat we in die fase hoopten, was dat het tijdelijk zou zijn. Met een beetje pech misschien tot de zomer…. in september zouden we toch wel weer naar het ‘oude normaal’ terug kunnen, toch?

Het liep echter anders. Het virus is er en gaat niet meer weg. We kijken uit naar het moment dat we gevaccineerd kunnen worden, maar tot die tijd is afstand houden noodzakelijk – en daarna misschien ook nog wel. Opnieuw zitten we in een Lock down. Maar deze is echt anders dan in maart. Er is minder eensgezindheid. Het blijkt lastiger om zelfdiscipline op te brengen. Er is meer somberheid. En het einde is nog niet in zicht.

Wat kun je meegeven naar het nieuwe jaar? Misschien wel dat het voor ons meer dan ooit aankomt op volhouden en volharden. We zijn dit verplicht aan de mensen in de zorg, de mensen met een kwetsbare gezondheid, de ouderen, de ondernemers.

Misschien is het ook goed om op een nieuwe manier naar ons eigen leven te kijken: hoe kunnen we de rust en aandacht vasthouden? Hoe kunnen wij het milieu beschermen? Hoe kunnen we de economie anders inrichten: niet de economie van altijd maar meer, maar die van genoeg? Hoe kunnen we zorgen voor de meest kwetsbare medemensen op onze aarde?

Volhouden en volharden. Maar wel sámen. We staan er niet alleen voor. Kerst is het feest van het Licht. Met Kerst denken we eraan terug dat God zelf mens is geworden. Dat is het geheim van de geboorte van Jezus. Gods hart gaat uit naar onze kwetsbare en gebutste levensverhalen. Chaos, duisternis en zinloosheid hebben niet het laatste woord, maar Gods licht en liefde.

Daar waar wij liefde doorgeven, geven wij het licht door: in het omzien naar elkaar en de aandacht voor elkaar.

Graag wens ik een ieder dat geloof en die liefde, voor jezelf en voor de ander.

Wat is dat toch met die katten in Sliedrecht?

15 nov

Aan de overkant van de Merwede ligt een prachtig stukje natuur. Je kunt er alleen met de boot komen. Een smal pad door het hoge gras voert langs de oever van de Merwede en via een dijk naar de rand van de Biesbosch. Omdat er weinig verstoring is, is er van alles te zien. Een reebokje springt traag weg als we langs lopen. Watervogels verzamelen zich in grote getale op het natte grasland. Beversporen doorkruisen het pad. Als je niet beter wist, waande je je in het paradijs.

Inderdaad. Als je niet beter wist. Maar er zijn geruchten. Verhalen doen de ronde. Niet voor niets heette dit land ‘de stort van Troost’. Ooit – voordat het land aan de natuur was teruggegeven en de dijken waren doorgestoken – nam de toenmalige eigenaar het niet zo nauw met de regels. De polder lag beschut, dus wie wist wat er gebeurde?

Er zijn geruchten. Verhalen doen de ronde. Er zou nogal wat chemisch afval gestort zijn. Een lucratieve bezigheid. Maar alles heeft een prijs. De illegale stort werd ontdekt. Troost verdween. Maar de verhalen bleven. Wat deed die illegale stort met de natuur? Met de eenden en de bevers? Er gaan geruchten over vreemde mutaties … Met name als de maan hoog aan de hemel staat.

Deze verhalen komen bij mij boven na een aantal wonderlijke ervaringen in Sliedrecht zelf. Nou ja, ik zeg ‘wonderlijk’ maar bevreemdend en beangstigend omschrijft het misschien beter. En ik vraag me af: waarom hoor je niemand hierover? Toeval? Ik denk het niet.

Wat is er aan de hand? We wonen nu ruim twee jaar in Sliedrecht, maar er gebeuren vreemde dingen. Ik herinner me een avondwandeling, een jaar geleden. Ik liet onze honden, Charly en Flower uit. We liepen door de Middeldiepstraat. Een rustige, vriendelijke straat. Opeens schoot Charly, onze labrador onder een auto. Zijn haren recht overeind, diep grommend. Zijn uithaal was onverwachts, dus ik verloor bijna mijn evenwicht. Op dat moment zag ik hem zitten. Een kat. Hij week niet. Sterker nog, toen ik Charly meetrok (en Flower, maar die doet wat Charly doet) volgde die kat ons. We sloegen de hoek om richting de Merwede, maar de kat volgde ons. Hoge rug. Priemende ogen. Pas op de Singel raakten we hem kwijt. We schonken er verder geen aandacht aan. En de herinnering vervaagt.

Maar een paar maanden later gebeurde iets vergelijkbaars. Een kat – echt een ándere kat – zat op een muurtje waar we langs moesten. Charly sprong, maar de kat bleef zitten. Onverstoorbaar. Uitdagend. Waarom vlucht die kat niet? Vreemd, maar misschien was het toeval.

Niet lang daarna werden we opnieuw onaangenaam verrast. Ik stond op straat even te praten met iemand. Charly en Flower gedroegen zich voorbeeldig, ik kan niet anders zeggen. Ze zaten rustig naast me, terwijl ik de dingen van het leven besprak. Aan de overkant van de straat kwam een kat aanlopen. hij (of zij?) keek ons aan. Doordringend ongemakkelijk. De kat besloot de straat over te steken. Charly werd onrustig en begon te grommen. De kat liep nu recht op ons af en bleef op een hondenriemlengte afstand staan. Wat. Is. Hier. Aan. De. Hand?

En vorige week gebeurde het weer. Nu bij de Singel. Opnieuw een andere kat. Niet eens verscholen in het gras. Hij (of zij?) wachtte ons op. Niks wegrennen. Niks oei-ik-ben-een-kat-en-jij-een-hond. Gewoon blijven zitten – op die hondenriemlengte afstand!

Dit kan geen toeval zijn. Echt niet. Er is iets aan de hand met de katten van Sliedrecht. Heeft het te maken met alle lozingen van Chemours? Zijn dit de gevolgen van de stort van Troost?

Het uitlaten van de honden is nu een avontuur geworden in Sliedrecht. We laten ons niet uit het veld slaan – maar het puzzelt ons. Wat is er toch aan de hand met de katten van Sliedrecht?

“Ga niet in de wachtstand staan” Gemeente zijn in tijden van corona

29 okt

‘Het is logisch om plannen te maken hoe we straks weer terug kunnen keren naar de tijd van voor de corona’, betoogde ds. Annette Driebergen in de viering van afgelopen zondag (25 oktober 2020). ‘Maar vraagt deze coronatijd niet om bezinning en om een nieuw antwoord op de roeping van de gemeente’.

Esther Veerman - niet kunnen opstaan | Kunstwerk
Esther Veerman, Niet kunnen opstaan

Er zijn van die kerkdiensten die me raken en met mij meegaan. De dienst van afgelopen zondag was zo’n viering. We hadden ons thuis op de bank genesteld, kopje koffie erbij, kaarsje aan en de laptop aan op de stream van onze gereformeerde kerk (PKN) Sliedrecht. Annette Driebergen, predikante in Noordeloos stond stil bij de rede van Jezus waarin Hij zijn leerlingen erop uit stuurt. Leerlingen worden apostelen. (Het begin van Mattheüs 10).

Een aantal lessen neem ik mee uit deze inspirerende viering (de dienst is voorlopig terug te luisteren via kerkdienst gemist)

Het eerste is dat deze coronatijd een tijd van bezinning is. Die bezinning vindt overal plaats en leidt tot vernieuwingen en veranderingen. Dat is terug te zien in hoe we onze arbeid inrichten, hoe we nadenken over gezondheidszorg en in hoe we met onze vrije tijd omgaan. Die bezinning is ook in de kerk nodig. We zijn niet geroepen om in de wachtstand te gaan staan om ons voor te bereiden om terug te keren naar de tijd van voor de corona. Maar wat dan wel?

Dat is het tweede. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit om het goede nieuws van het Koninkrijk door te vertellen. De drijfveer is de bewogenheid van Jezus met de mensen om hen heen. Die ontferming, die bewogenheid of die compassie zet in beweging. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit. We zijn niet geroepen om stil te staan en achterom te kijken. Er is beweging naar Gods toekomst. Leerling van Jezus zijn betekent ook gezonden worden.

Het derde is dat de leerlingen bij name worden genoemd. Ze zijn gezien en gekend. En ze krijgen vertrouwen: nog zo kort geleden begonnen ze Jezus te volgen, maar hier worden ze al ‘apostel’ of ‘uitgezondene’ genoemd. Dat bij name genoemd worden en dat vertrouwen was niet alleen weggelegd voor de leerlingen van die tijd, maar mogen ook voor ons gelden.

Het vierde is dat de instructies over de weg die de leerlingen moeten gaan niet direct heel concreet en praktisch zijn. Het gaat meer over een levenshouding, een mindset. Die levenshouding komt voort uit het meeleven en bewogenheid met de ander. Dat leidt tot een houding ban openheid. Het gaat niet om dwang en overspannen actie of om overredingskracht. Nee, wat de leerlingen meenemen is ‘de vrede van Christus’. Dat gaat over een diepe rust, over houvast en vertrouwen. Dat gaat over aanvaarding, over gezien en gekend zijn door God. Het gaat over je bevrijd weten door Jezus Christus.

Van daaruit mag je gaan naar wie het horen wil en naar wie de deur voor je opent. Op die manier mogen we ambassadeurs van het Koninkrijk zijn.

Dat brengt me bij het vijfde punt. Als we zo onze identiteit durven verbinden met gezonden zijn, zullen we minder verlangen naar terugkeer naar wat we kenden (hoe terecht dat verlangen ook is en hoe waardevol die tijd ook geweest is), maar het aandurven om onbevreesd over onbekende paden te gaan om daar te zijn waar dat nodig is. Om mensen te vertellen van het goede nieuws, van de hoop dat het anders zal zijn, van de vreugde. Om stil te staan en stil te zijn bij wie verdriet heeft. Om vanuit bewogenheid naast en met de ander te zijn.

Tot slot. Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat ze niets mee hoeven te nemen. Je neemt alleen jezelf mee en dat is genoeg. We hoeven niet eerst allerlei protocollen, plannen en schema’s te maken. We mogen gaan. Ga maar.

Dat vraagt moed en vertrouwen. We vinden onze moed in het gegeven dat we ons aangesproken weten door de liefde van Jezus. We vinden ons vertrouwen in het gegeven dat de Geest van God in ieder mensenleven werkt.

Hoe vinden we de weg op die onbekende paden? Het is Christus zelf die ons baken is.

Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen

18 okt

De eredienst van vandaag (18 oktober 2020) wordt gekleurd door het einde van een stuk geschiedenis van onze gemeente. Zeventig jaar geleden werd het Gereformeerd Kerkkoor opgericht. Vandaag markeren we dat het koor dit jaar zichzelf heeft opgeheven. Het was de laatste jaren al lastiger geworden, maar de coronatijd gaf het laatste zetje.

Betekent het dat het een verdrietige en sombere viering wordt? Er mag ruimte zijn voor verdriet om wat verloren is gegaan. Tegelijkertijd is er in deze viering juist ook aandacht voor de vreugde en de troost die het koor heeft geschonken in de liederen die het zong. Het is waardevol en goed om de warme herinneringen te bewaren aan de repetities en de uitvoeringen. Aan de onderlinge verbondenheid. Aan de vreugde om in het zingen Gods Naam groot te maken.

Want uiteindelijk was dat het doel van het Gereformeerd kerkkoor. Het prijzen van de naam van de allerhoogste God. Bij de oprichting was het de tekst uit psalm 72,11 dat aan het koor verbonden werd: ‘Uw Naam moet eeuwig eer ontvangen’.

Die tekst roept in deze tijd ook vragen op. Hoe kunnen we in deze coronatijd de lofzang gaande houden? Het niet mogen zingen raakt voor veel kerkgangers het hart van de geloofsbeleving. Uw Naam moet eeuwig eer ontvangen – maar hoe dan toch? Op die vraag kom ik straks terug.

Maar eerst moet ik ingaan op een andere vraag. De slogan van het koor komt uit psalm 72. Vandaar dat deze psalm vandaag gelezen is en de uitleg en verkondiging over deze psalm gaat. Psalm 72 is een zogenaamde koningspsalm. De koning wordt toegezongen en er wordt voor hem gebeden. Heeft zo’n psalm ons in deze tijd nog iets te vertellen? De eerste associatie met koning is voor mij toch koning Willem Alexander. En zijn onderbroken vakantie. Daarover valt veel te vertellen, maar dat moet een andere keer. Maar de eerste vraag is dus: wat heeft een psalm over de koning ons nog te zeggen?

Toch is het nadenken over ‘koning’ spannender en aansprekender dan het in eerste instantie lijkt. Vergeet Willem Alexander en stel jezelf de vraag: wie of wat maakt de dienst uit in mijn leven? Op grond waarvan maak ik mijn keuzes? Misschien denk je: rare vraag. Dat ben ik toch gewoon zelf?

Laten we even teruggaan naar het oude Israël. Als de ‘gewone Israëliet’ van één ding doordrongen was, was het wel dat het leven niet maakbaar is. Laat staan dat je de regie hebt over je eigen leven. Voor vrede, veiligheid, inkomen, recht, geborgenheid en beschutting was de gewone Israëliet afhankelijk van de koning. Trof de gewone man of vrouw een koning die uit was op het vergroten van eigen macht en ego, dan kon het land zomaar meegesleurd worden in een oorlog. Trof het een koning die onverschillig was over invallen van vijandelijke bendes, dan leefden de Israëlieten in de grensstreek voortdurend in onzekerheid en angst. Trof het een koning die het recht aan zijn laars lapte en vooral luisterde naar de mensen met het meeste geld, dan kon je als gewone Israëliet misbruikt en uitgebuit worden. En nergens kon je dit aan de orde stellen. De manier waarop de koning zijn rol en taak invulde was dus van levensbelang voor de Israëlieten.

Maar er is nog iets meer over te vertellen. Volgens het Oude of Eerste Testament was de koning nooit zomaar een koning. De koning was een afspiegeling van de God van Israël, van Jahwe zelf. De koning liet dus als het ware zien wie God is. Dát horen we terug in de lofzang op de koning: het gaat over recht en gerechtigheid, het gaat over het neerslaan van wie macht misbruikt en anderen onderdrukt.

De goede koning zorgt ervoor dat een ieder tot zijn recht komt. Juist de meest verachte en vernederde mens wordt door de koning gezien en weer op de been geholpen. De lofzang van deze psalm gaat niet alleen over de koning van Israël, maar over God zelf als Heer en Koning over het leven.

Wie of wat maakt de dienst uit in jouw leven? Ik spreek mensen die geleefd worden door een stemmetje in hun hoofd dat zegt dat ze niets voorstellen. Ik ken mensen die geleefd worden door de angst dat een ander meer heeft dan zij. Ik ken mensen die geleefd worden door de gedachte dat zij zelf de regie hebben over hun eigen leven en dat zij zelf de architect zijn van hun levensverhaal. Tot het noodlot toeslaat.

Wie of wat maakt de dienst uit in jouw leven nu de wereld opnieuw tot stilstand komt? Als onzekerheid en angst de huiskamer binnensluipen? Als de zekerheid van werk op het spel staat? Als er teveel tijd is om te malen?

Israëls antwoord is: God is Koning. En de Bijbel vertelt het verhaal verder. Degene die tot in het diepste diepte heeft laten zien wat dat koningschap inhoudt, is Jezus Christus. Dat koningschap van God in Jezus heeft alles te maken met je durven verbinden aan wie niets meer te geven heeft. Aan wie de hoop verloren is. Aan wie kwetsbaar en gekwetst is. Deze koning legt zijn kroon af en krijgt een doornenkroon. Deze koning legt zijn gode gelijk zijn af en wast zijn leerlingen de voeten. Dat is ook het beeld dat doorschemert in psalm 72: een koning die de gebutste en gekwetste mens ziet. Een koning die recht doet, ook of beter: juist aan de arme.

Deze koning maakt het verschil. Deze koning geeft troost en biedt geborgenheid. Deze koning vraagt toegang tot ons hart.

Dat is nog zo’n lastige Joodse gedachte. Wij denken bij ‘hart’ aan emotie en gevoel. In de Joodse traditie staat het hart voor ons oriëntatiecentrum. In het hart worden onze keuzes gemaakt en onze beslissingen genomen. Het hart is ons moreel kompas. ‘God in je hart’ betekent dus dat deze God, die recht doet aan wie arm is, die strijdt tegen onrecht, die pesters haat, die de minste wil zijn en die vergeving is, jouw keuzes en beslissingen bepaalt.

God aanvaarden als jouw koning, God toelaten in je hart is een waagstuk. Het maakt je een ánder mens. Een nieuw mens, zegt de Bijbel. Je perspectief gaat verschuiven. Je bent vanaf dat moment allereerst en vooral burger van het Koninkrijk van God. Dat Rijk van God is niet de hemel straks. Het is de hemel op aarde – en dat Koninkrijk is gekomen met het sterven en opstaan van Jezus Christus. Het Koninkrijk is onder ons. In onze gebaren van liefde, mededogen en solidariteit komt het Rijk aan het licht.

Wat je omstandigheden ook zijn, hoe de stormen in ons leven kunnen woeden, hoe de corona ook onze toekomst onzeker en angstig maakt, het is God zelf in Jezus Christus die uiteindelijk ons leven bepaalt. In Hem hervinden we hoop en troost, zichtbaar in onze medeburgers van het Rijk van God. Zichtbaar in de bewogenheid en het mededogen van mensen om ons heen. Zo, en alleen zo, wordt Zijn Naam gespeld.

Die Naam – Ik ben – biedt troost, biedt geborgenheid en beschutting. die Naam biedt richting en houvast. Die Naam is onze hoop – in die Naam vinden we de moed om op te staan, te volharden en te strijden voor recht en gerechtigheid. die Naam moet eeuwig eer ontvangen. Daarom zingen we, daarom heffen we de lofzang aan.

Dat brengt me bij de tweede vraag. Hoe kunnen we Gods Naam prijzen nu de lofzang is verstomd? Het koor is opgeheven. En in de kerken zwijgt de gemeente. Drie antwoorden. Een gemeentelid uit een van mijn vorige gemeenten had veel meegemaakt. Ze had moeite met de kerkgang, en sprak zelden over het geloof. Te ingewikkeld. Maar elke maandag, als ze de ramen lapte en de strijk deed, zong ze uit volle borst en met de tranen over haar wangen psalmen en gezangen. Thuis kan de lofzang doorgaan. Het tweede antwoord is dat het prijzen van Gods Naam in deze tijd misschien nog meer dan anders, niet zozeer gevonden wordt in de massaal aangeheven lofzang, maar in de zorg voor de eenzame buurvrouw of buurman. We prijzen God door onze handelingen, ons spreken, ons luisteren en ons bidden.

Het derde antwoord vind ik in Openbaring waar we lezen dat de vier wezens voor Gods troon een loflied aanheffen. Dag en nacht zingen ze: heilig, heilig, heilig. Als hier op aarde door moeite en verdriet ons zicht belemmerd is, ons hart zwaar is geworden en ons hoofd moe, weet dan dat in de hemel het loflied al is aangeheven.

Waarom? Omdat Jezus in het evangelie van Johannes zegt: houd moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Moge dat tot troost en zegen zijn.

Vragen om over door te praten:

  1. Wie of wat drijft jou, inspireert je of – negatiever geformuleerd – maakt de dienst uit in je leven?
  2. Wat roept het woord ‘koning’ bij je op? En wat roept de zin: ‘God is mijn koning’ bij je op?
  3. Wat neem je mee van de uitleg van het Joodse denken over het koningschap als afspiegeling van God zelf? Is dat helpend voor je geloofsleven?
  4. Waar zie jij iets van Gods koninkrijk? Waar bouw jij op dit moment mee aan het Rijk van God?

Gebed

God van Licht en leven, God van óns leven, we danken U dat U ons hele leven in uw liefde heeft omvat. We danken U dat U in ons leven regeert en wij zo ook burgers van uw Koninkrijk mogen zijn. We bidden U dat ons verlangen meer en meer groeit om Jezus toe te laten als Heer van ons leven. We bidden U dat ons verlangen mag groeien om onderdeel te zijn van uw Koninkrijk in ons doen en laten, in ons spreken en luisteren, in ons bidden en zegenen. We bidden U dat wij tot zegen mogen zijn, in de naam van Jezus, Amen

Om lekker luidop mee te zingen

Terug naar 30. Verdrietig, maar noodzakelijk

11 okt

Het was een bewogen en tumultueuze week in kerkelijk Nederland. Afgelopen maandag (5 oktober 2020) kwam het Ministerie van Justitie en Veiligheid (na overleg met de kerken) met het dringende advies om niet meer dan 30 kerkgangers per viering toe te laten.

Ik was van plan om een heel evenwichtige blog te schrijven over hoe we als kerken toch steeds geprobeerd hebben om zorgvuldig en gewetensvol om te gaan met de coronamaatregelen. En dat we ook iets kunnen leren van Staphorst, zoals Rosanne Hertzberger schrijft in haar column Staphorst is jaloersmakend. Maar ik ga het niet doen.

Het gaat in deze dagen niet over vrijheid van godsdienst. Het gaat vandaag niet over de vraag of we God meer gehoorzaam moeten zijn dan de overheid.

Vandaag gaat het over de vraag hoe ver we willen gaan om het aantal besmettingen terug te dringen. Onze regio, Zuid-Holland zuid, kleurt donkerrood. We zitten op het risiconiveau ‘ernstig’. Op dit moment zijn kerken (nog) geen clusters van uitbraken. Maar áls in een kerk een superspreader aanwezig is, gaat het gelijk serieus mis.

Het gaat niet om vrijheid van godsdienst, maar om de volksgezondheid. Hoe kunnen we samen bijdragen aan zorg voor wie leeft met een kwetsbare gezondheid? Als kerkgangers hebben we een verantwoordelijkheid naar elkaar en naar de samenleving. We leven niet in een bubbel, maar in gezinnen, families, buurten en werkkringen.

Op dit moment loopt het aantal besmettingen dramatisch op. De reguliere zorg loopt vast. De ziekenhuizen raken vol. We weten dat wie serieus COVID-19 krijgt (ook als je jong bent) er lang last van kan houden. We weten ook dat voor mensen met een kwetsbare gezondheid het zomaar het laatste zetje naar sterven kan zijn.

Ik kan niet voor anderen spreken en ik kan niet voor andere kerken (of theatermakers, feestjesplanners, etc.) spreken. Wel maak ik voor mijzelf de volgende afweging: in deze tijd van corona laat God zich misschien niet zozeer vinden in het massaal aangeheven loflied, maar juist in de breekbare solidariteit met die buurvrouw met een kwetsbare gezondheid.

Hoe we onze zondag ook besluiten in te vullen, laat het vol liefde zijn. Laten we God liefhebben en onze medemens – alsof het om onszelf ging.