Welkom op mijn blog!

2 apr

Van harte welkom op mijn blog. Waarschijnlijk ben je hier via een leesplan op YouVersion terecht gekomen. Misschien ben je benieuwd wie ik ben of zoek je meer informatie over bepaalde thema’s.

Iets meer over mijzelf

Misschien is het goed om eerst iets meer over mijzelf te vertellen. Mijn naam is Alexander Veerman. Op dit moment ben ik predikant van de gereformeerde kerk te Sliedrecht. We zijn onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. Dit is mijn derde gemeente. Hiervoor stond ik in de Ontmoetingskerk Vriezenveen (PKN) en ik ben als predikant begonnen in de Protestantse Gemeente ’t Harde.

Voordat ik predikant werd, heb ik als AiO gewerkt aan de Protestantse Theologische Universiteit. In 2005 ben ik gepromoveerd op het proefschrift Ontredderd. Het proces in de kerkenraad als de predikant zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik. Ook heb ik samen met Ruard Ganzevoort een boekje geschreven over misbruik in de kerkelijke gemeente: Geschonden lichaam. Pastorale Gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld.

Als trauma-dominee gaat mijn hart uit naar mensen die te maken hebben (gehad) huiselijk geweld en/of seksueel misbruik, met name als dat plaats vindt of heeft gevonden in een religieuze context. Waar en hoe werkt religie beschadigend door en waar blijkt religie heilzaam in levensverhalen?

Worstelend geloven

Geloven was voor mij altijd vanzelfsprekend, totdat ik in mijn studententijd te maken kreeg met onrecht, ziekte en hypocrisie. Ik kon en wilde niet meer in God geloven door de pijn die ik opliep in mijn leven, door de pijn die ik in de ogen van anderen zag en door mijn teleurstelling in de kerk. Achteraf voelt het echter alsof God mij toch heeft vastgehouden, ondanks mijn twijfels en mijn strijd. De trouw van mensen om mij heen was belangrijk om opnieuw te leren kijken. Gesprekken met mensen die mij vertelden over hún weg met God hielpen mij om mijn bitterheid los te laten. In het zoeken naar recht en in het geven en ontvangen van barmhartigheid lichtte iets op van het Koninkrijk van God.

Uit die ervaringen is de overtuiging gegroeid dat God voor mij vaste grond betekent. Gemotiveerd door dit geloof voel ik me aangespoord om te strijden tegen onrecht en te leven vanuit betrokkenheid en bewogenheid. Je zult het terugzien in mijn leesplannen en mijn meditaties: geloven is niet een gemakkelijk antwoord op lastige vragen. Wel vertelt het geloof twee dingen: het verhaalt van hoop – dwars door de dood heen. En daarnaast geeft het geloof richting. Geloven betekent de weg van opstaan gaan. Opstaan uit schuld, schaamte en doodsheid. Opstaan tegen onrecht. Opstaan met de ander in bewogenheid.

Het leven kan schuren en pijn doet. Dat neemt geloven niet weg. Wel wijst het geloof in de drie-enige God ons richting en biedt het beschutting.

Over dit blog

Dit blog bestaat uit een verzameling schrijfsels, artikel en meditaties die raken aan de thema’s die mij bezighouden. De belangrijkste thema’s zijn: meditaties, leesroosters en Bijbelverhalen, seksueel misbruik, gedachten over de kerk, en gedachten bij ontwikkelingen in de samenleving.

Contact

Je kunt me volgen op Twitter, Facebook, Instagram of YouTube.

Heb je vragen of behoefte om over iets door te praten? Stuur even een mailtje: al.veerman [at] gmail.com

Stille Week 2021: tot in de diepte ben Ik er voor jou

31 mrt

De kern van het christelijk geloof cirkelt rond het mysterie van het lijden en sterven van Jezus Christus voor ons. Waarom moest Jezus sterven? Wat is de betekenis van zijn lijden en dood? Op Goede Vrijdag staan we hierbij stil. Om zicht te krijgen op de diepere betekenis van Goede Vrijdag, is het van belang om vanuit het licht van de opstanding naar het lijden en sterven van Jezus te kijken. En dat geldt ook andersom: als we iets van het geheim van Pasen willen ontdekken, zullen we langs Golgotha (de plaats waar Jezus gekruisigd werd) moeten gaan.

Al in de oude kerk was er de traditie om op de drie dagen voor Pasen (triduum sacrum) stil te staan bij het geheimenis van lijden, sterven en opstanding. Ook in onze gereformeerde kerk (PKN) sluiten we dit jaar weer bij deze traditie aan en vieren we Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag op 1, 2 en 3 april. Vanwege de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, worden deze vieringen digitaal uitgezonden en begint de livestream om 19.00 uur om de mensen die een taak hebben in de diensten de gelegenheid te geven om voor de avondklok weer thuis te zijn. De livestream vindt u hier en hier vindt u de liturgie van deze drie dagen.

Witte donderdag 1 april om 19.00 uur

De laatste donderdag voor Pasen wordt in de kerkelijke traditie Witte Donderdag genoemd. We denken terug aan de laatste maaltijd die Jezus gebruikt heeft. Deze maaltijd stond in het teken van het Pesachfeest. Op dit feest werd de wonderlijke bevrijding van het volk Israël uit Egypte opnieuw in herinnering geroepen: vergeet Gods grote daden van bevrijding niet. De bevrijding toen bleef betekenis houden voor het Joodse volk: zoals God toentertijd ons gered heeft uit beklemming, doem, doodsheid en slavernij, zo kan Hij dat ook nu nog. Het feest hielp ook om het verlangen naar Gods toekomst levend te houden: eens zal Israël in alle vrijheid wonen in het Beloofde Land en God zal onder hen wonen.

Jezus weet dat deze maaltijd voor Hem de laatste zal zijn. Hij voegt enkele handelingen en woorden toe, die voor onze christelijke traditie van blijvende betekenis zijn. Jezus wast de voeten van de leerlingen. Hiermee zet Hij een ferme streep door ons onderscheid van hoog en laag, van meester en slaaf. Hij toont ons een weg uit de wedloop van macht en status: als je macht hebt, gebruik die dan om te dienen.

Daarnaast doet Jezus nog iets anders. Hij deelt uit van het brood – Hij breekt het en geeft het rond – en zegt daarbij: ‘Kijk, als je weer nadenkt tijdens de maaltijd over Gods bevrijding, bedenk dan dat Ik het brood ben dat gebroken wordt om jullie te redden. Telkens als je zo van dit brood eet, mag je bedenken dat Ik mijn leven geef om jou te redden’. Hetzelfde doet Jezus met de wijn die Hij rondgeeft. ‘Als je uit deze beker drinkt, bedenk dan dat ik met mijn bloed een nieuw verbond sluit’. Deze woorden hebben een diepe indruk gemaakt. In alle christelijke geloofsgemeenschappen vieren we door het jaar heen Avondmaal vanuit dit gedenken. Maar met name op deze Witte Donderdag staan we hierbij stil. De muziek wordt verzorgd door Hans Dubbeldam (orgel).

Het thema voor deze Witte Donderdag is: Ik ben er voor jou in dienende liefde. We lezen Johannes 13, 12-15, over de opdracht om elkaars voeten te wassen.

Goede Vrijdag, 2 april om 19.00 uur

In de nacht van donderdag op vrijdag wordt Jezus gevangen genomen. Als Hij tijdens de maaltijd spreekt over de opdracht om lief te hebben en over de minste durven zijn, weet Hij dat een van zijn vertrouwelingen contact heeft gezocht met de leiders van het volk die Jezus uit de weg willen ruimen. Judas verraadt Jezus en in de hof van Getsemané.

In de viering van Goede Vrijdag lezen we het lijdensevangelie, dit keer uit Johannes. We laten het evangelie zelf aan het woord en horen over de weg die Jezus gegaan is. De gevangenneming, de vrienden die op de vlucht slaan, het verhoor bij de hogepriesters, het verraad van Petrus, het verhoor bij Pilatus, het martelen, de kruisiging op Golgotha, het sterven en het begraven. De lezingen worden onderbroken door liederen of muziek. De muziek wordt verzorgd door: Margreet Burggraaf (klarinet), Florian van der Reijden (piano), Robert van Eijl (orgel en piano) en Arianna Blokland (solo).

Het thema voor deze Goede Vrijdag is: ‘Ik ben er voor jou in de diepte’. Tijdens het lezen van het lijdensevangelie zal de Paaskaars gedoofd worden.

Stille Zaterdag, 3 april om 19.00 uur

De zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen is zo’n dag die misschien het beste laat omschrijven als verdoofd, onwerkelijk, een soort tussentijd. Aan de ene kant leven we met het besef van Goede Vrijdag, met het onwerkelijke nabijheid van verloren zijn, verdriet en lijden. Aan de andere kant hebben we weet van hoop door de dood heen. Stille Zaterdag is een tussentijd. Een dag van stilte en bezinning.

Met name de nacht, de wake, nodigt uit tot bezinning. Van oudsher werd de nacht van zaterdag op Paaszondag gebruikt om de Bijbelverhalen te lezen om sporen van hoop te ontdekken. We lezen in deze viering verschillende Bijbelgedeelten om hoop te wekken, om te ontdekken hoe God vanaf het begin zich met hart en ziel bekommert om onze wereld, en hoe Hij ons nooit alleen heeft gelaten.

We lezen van de schepping. Over hoe het begon. Over Gods project van liefde. We lezen over de uittocht. Over hoe God zijn volk niet alleen liet, maar onverwachts hen uit de beklemming naar de ruimte van vrijheid en liefde bracht. Dwars door het water van nood en dood naar het land van belofte. We lezen hoe profeten de hoop levend hielden in tijden van ellende en ballingschap, aanspoorden tot bekering – omkering – naar de God van het licht.

Al lezend in de oude verhalen en de profetieën, ontdekken we dat in het holst van de nacht het licht wordt geboren. Als we de oude teksten tot ons hart laten spreken, ontdekken we dat God de mensheid nooit heeft opgegeven en nooit zal opgeven. We horen over ongedachte toekomst.

Door het lezen van deze Bijbelteksten wordt hoop gewekt en kijken we verlangend uit naar het licht – het opstandingslicht. In ‘de lof van het licht’ wordt de nieuwe paaskaars binnengebracht en begint de viering van Pasen.

Tot slot gedenken we in het licht van de opstanding onze eigen doop. In de oude kerkelijke traditie was het gebruikelijk om juist in deze nacht van opstanding te dopen. We spreken in deze viering uit dat we kiezen tegen het kwaad en voor God, dat we kiezen tegen het duister, en voor het licht. We gedenken dat we met onze doop uit het water van nood en dood zijn getrokken tot een nieuw leven door Jezus Christus, die leeft. We mogen léven. Als nieuwe mensen. In de doop zegt God: Ik ben er voor jou. Als gedoopte mensen worden we uitgenodigd om Gods naam waar te maken: hoe kan ik er voor mijn medemens zijn?

Ik wens je drie mooie, waardevolle en inspirerende vieringen toe. Ik hoop dat het evangelie je ook van binnenuit verandert en het verlangen aanwakkert om meer en meer als nieuw mens je leven richting te geven. Meer weten, vragen of napraten? Je kunt via de mail met mij contact opnemen: al.veerman[at]gmail.com

Offer de zondebok en andere dadermechanismen

26 mrt

Het ging snel. In de eerste uren na de onthulling volgden er nog vergoelijkende opmerkingen: ‘hij bedoelde het niet zo’. ‘Het was een grapje.’ ‘Ach, een kwajongensstreek.’ Maar al snel overheersten verontwaardiging en boosheid. Van een gevierde en veelbelovende bekende Nederlander, is Bilal Wahib ineens een paria. Vandaag was zelfs te lezen dat pedojagers naar hem op jacht gaan.

Wat ik zelf het pijnlijkst vind, is dat in alle reacties en ontwikkelingen wel over en in naam van het slachtoffer gesproken wordt, maar niet met hem. Wordt hij zo niet (opnieuw) gebruikt voor visies, meningen en gewin van anderen? Daarnaast komt de heftige commotie en de scherpe toon de strijd tegen seksueel misbruik niet ten goede. Sterker nog, het past in de strategieën van een samenleving die liever geen misbruik wil zien en niet dieper naar zichzelf wil kijken. Een paar gedachten:

Het eerste is dat de handelingen van Balil Wahib verwerpelijk en schadelijk zijn. Of het een grap of een vooropgezette plan is in eerste instantie niet interessant (wel als het gaat om een eventuele strafmaat en het inschatten van de kans op recidive). Het is een ongewenste grensoverschrijding die schadelijk is voor het slachtoffer. Balil Wahib had zijn minderjarige fan moeten beschermen. Hij heeft zich geen rekenschap gegeven van zijn machtspositie, van de kwetsbaarheid van kinderen, het schadelijke van het uitlokken van seksuele handelingen en de dimensie van zoveel anderen die meekijken. Uit verhalen weten we dat de impact van sexting bijzonder fors kan zijn: het kan leiden tot een gebrek aan eigenwaarde, wantrouwen van medemensen en tot het onvermogen om nog toekomst te kunnen zien. Het vraagt om een krachtige veroordeling van de handelingen en om steun voor het slachtoffer. Er moet recht worden gedaan.

Het tweede dat opvalt is dat in eerste instantie een deel van de reacties inzetten op damage control van het merk Bilal. Als acteur, presentator en zanger liften veel belangen mee op het imago van Bilal. De eerste dag na de onthulling kreeg Bilal de ruimte om zijn spijt te betuigen. In de kringen rond Bilal werd met name generaliserend en bagatelliserend over de misbruikende grensoverschrijding gesproken. ‘Een grap’. ‘Kwajongens’. En daarin klinkt door: zijn we allemaal niet wel eens een beetje kwajongens, en maken we niet allemaal wel eens een keertje een grap die misschien net even over de rand is? En: kom op, jongens, hoe erg is het nu helemaal? Deze generaliserende en bagatelliserende reacties dienen het belang van de dader (en van de samenleving die liever niet met lastige en pijnlijke verhalen wordt geconfronteerd).

Daar komt nog iets bij, en dat is een derde gedachte. Mensen die zich schuldig maken aan misbruik, hebben over het algemeen direct na de onthulling veel spijt. Er is tijd nodig om te ontdekken of de spijt betrekking heeft op de onthulling en de ontstane commotie of op de veroorzaakte schade. Zelfs als de spijt en de erkenning van schuld terecht is, vraagt het om tijd voordat de dader de ruimte krijgt om die spijt in de media (of op welke platform dan ook) uit te spreken. Eerst zal het slachtoffer de ruimte moeten krijgen om te onderkennen wat er precies gebeurd is en wat dat betekent. Welke consequenties heeft het? Welke emoties roept het op? Het helpt niet als het slachtoffer voorzichtig boos begint te worden, dat z/hij ziet dat de schuldbewuste dader een podium krijgt.

Het was dan ook goed en heilzaam dat meerdere mensen uitspraken dat het perspectief van het slachtoffer uit het oog werd verloren en dat welke grensoverschrijding dan ook nooit onschuldig is.

Mijn laatste gedachte gaat over de woede die almaar groter en heftiger wordt richting Bilal Wahib. Het lijkt erop dat er geen enkele ruimte meer is voor hem. Niet alleen zeggen alle partners de samenwerking met hem op (vanuit welke motieven?), maar ook staan er moraalridders op die het heft en het recht in eigen hand willen nemen. Pedojagers. Dit is niets anders dan het offeren van een zondebok.

Girard heeft bijzonder interessante dingen geschreven over het zondebokmechanisme. Door de zondebok uit de samenleving te verbannen (of te doden) tracht men de veiligheid in de samenleving weer te herstellen. De onveiligheid in en de dreiging naar de samenleving wordt op de zondebok gelegd. Als deze is verdwenen, is de harmonie weer hersteld en kunnen we verder met de rest van ons leven.

Dit mechanisme ontslaat ons van de verplichting om naar onszelf en onze samenleving te kijken. Wat zijn de mechanismen onder en achter misbruik? Hoe gaan we om met lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit? Waar leren we over gezonde grenzen? Hoe gaan we om met macht en status? Hoe gaan we om met alle mogelijkheden die het internet biedt? Hoe maken we onze samenleving écht veiliger?

Tot slot. Goede zorg voor het slachtoffer en de strijd tegen misbruik vragen ook om een juiste omgang met daders. Dat betekent dat er recht gedaan moet worden. Er moet erkenning zijn voor wat de dader heeft aangedaan en aangericht. Vervolgens zullen we als samenleving ook dienen in te zien dat een dader meer is dan zijn daden en dat een dader ook weer terugkomt in de samenleving.

De strijd tegen misbruik vraagt om goede zorg voor het slachtoffer. En de juiste zorg voor de dader.

De leugenkaravaan

16 mrt

Vanochtend moest ik Dordrecht zijn om bloed te doneren. Toen ik de N3 opreed, kwam ik achter een busje te zitten van Forum voor Democratie. Op het busje was goed leesbaar de tekst geplakt: ‘NOS = Fakenews’. Nu is dat geen nieuws. Maar vanochtend raakte het me. Misschien wel om al die mensen die op een zo integer mogelijk wijze in deze tijd hun werk proberen te doen. Al langere tijd voert FvD (en de PVV en dhr. Engel) een hetze tegen wat zij ‘de mainstream media’ noemen. Deze hetze maakt onderdeel uit van een breder afbraakplan. Niet alleen de pers, maar ook de wetenschap, de rechtsprekende macht, de wetgevende macht (de elite!) het onderwijs en de kunsten worden stelselmatig aangevallen op hun geloofswaardigheid of bestaansrecht.

Deze ondermijnende aanvallen zijn schadelijk. Het brokkelt de onderlinge verbanden in onze samenleving meer en meer af. Er is geen instituut meer dat voor alle partijen gezaghebbend is. Het versterkt in onzekere tijden de chaotische en anarchistische krachten. En alleen de eigen leider heeft het bij het rechte eind.

Het stoort me dat politieke partijen zonder al te veel tegenspraak de ruimte krijgen om onze democratie af te breken. Punt is dat we heel goed weten dat onze democratie, onze bestuurders en wetenschappers fouten maken en feilbaar zijn. Daarom hebben we een systeem van ‘check and balances’. Functies moeten verdeeld zijn en en er moet controle op de macht zijn. Ja, dit gaat soms met horten en stoten, maar het gebeurt. Dit hebben bijvoorbeeld de Kamerleden Omzigt en Leijten laten zien in de ‘toeslagenaffaire’. Ook als een politieoptreden in Nederland onder kritiek wordt gesteld, is er de rechtsprekende macht die deze kritiek zal onderzoeken.

Het spannende is wel dat we in een onzekere tijd leven en dat het controleren van macht soms een hele lange adem vraagt. En vertrouwen. Willen we de democratie en de rechtsstaat versterken, zullen we dus in moeten zetten op het verbeteren en ondersteunen van controlerende functies. Daar zal onze democratie bij gebaat zijn.

Populisten gaan hier niet op zitten wachten. Juist onzekere tijden bieden mogelijkheden. De kortste klap is om elke potentiële tegenmacht als onbetrouwbaar weg te zetten. Het betekent dat je geen rekenschap meer hoeft af te leggen van het terzijde schuiven van studies naar ontwikkelingen in het klimaat of van studies naar virussen. Het roepen van ‘NOS = Fakenews’ ontslaat je van de verplichting om inhoudelijk op kritiek in te gaan. Het roepen dat rechters niet meer onafhankelijk zijn (tenzij ze jou gelijk geven, natuurlijk) maakt voor jou de weg vrij om uitspraken naast je neer te leggen.

Het gevolg is dat de democratie op drijfzand komt te staan. Dat maakt de ruimte vrij voor chaos: niemand is te vertrouwen.

Deze manier van denken is bijna niet meer te corrigeren. Naar de pers hoef je niet meer te luisteren, want dat is fakenews. Wetenschappelijke onderzoeken kunnen terzijde geschoven worden, want die zijn links. De elite is alleen uit op eigen macht en vernietiging van het volk. De enige die ons kan verlossen is de eigen leider. Die Spreekt Ware Woorden. En als ze seksistisch, racistisch of antisemitisch gekleurd zijn, is dat niet zo erg of onwaar.

Als de pers, de rechter, de bestuurder of de wetenschapper een (vermeende) fout maakt, spreek dit uit, zoek naar de dialoog en ga samen op zoek naar de waarheid. Het wegzetten van een instituut (NOS = Fakenews) is een zwaktebod en werkt alleen ondermijnend.

Sem, Cham en Jafeth in de Ark

14 mrt

Het is schemerdonker in de Ark. Sem en Jafeth zijn samen met Noach naar de olifanten gaan kijken, omdat die erg onrustig werden van de nijlpaarden.

Cham zat met zijn moeder in de ruimte die dient als woonkamer. Of eigenlijk: hun leefruimte. Tussen de voorraden was er wat ruimte waar ze het eten konden klaarmaken en waar ze konden zitten.

In het licht van een olielampje maakt de vrouw van Noach het eten klaar. Cham kijkt naar de grillige schaduwen op de wanden van de Ark, veroorzaakt door de flakkerende vlam. De Ark slingert opeens krachtig naar links en helt over. Cham zet zich schrap, maar de Ark recht zich weer op. Opnieuw. Zoals steeds de afgelopen weken.

Chams gedachten dwalen af naar enkele weken geleden. Hij dacht weer terug aan hoe hij samen met zijn broers Sem en Jafeth door de bossen kon rennen. Op zoek naar wat wild of naar lekkere bessen. Tenminste – als ze hun vader niet hoefden te helpen met het bouwen van de Ark.

Hun vader was maanden geleden opeens begonnen. Hij vertelde dat hij een opdracht van God had gekregen om een grote boot te bouwen – de Ark. Je begrijpt dat de meeste mensen Noach een zonderling vonden. Wie bouwt er nu een boot midden op het land? Maar Noach liet zich niet uit het veld slaan. Van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds laat hakte hij bomen om en zaagde die tot planken. De Ark kreeg geleidelijk meer vorm. De spanten torende hoog boven het dorp uit. Deden de mensen eerst lacherig, nu keken ze met verbazing en verwondering. Ja, ze vonden het nog steeds maf en raar, maar ze kregen ook veel respect voor Noach. Van heinde en verre kwamen de mensen het schouwspel bewonderen. De waarschuwingen van Noach vonden ze minder leuk en al gauw ging iedereen weer naar huis.

Op een ochtend werden ze wakker van een vreemd geluid. Een soort diep gerommel. In de ochtendzon zagen ze in de verte allerlei dieren aan komen lopen. Giraffen, gnoes, paarden en zebra’s.  Luipaarden en hazen. Kijk daar, twee muizen. Krokodillen en dromedarissen. Er waren dieren bij die zo nog nooit gezien hadden of die ze later niet meer terug wilden zien. Zoals de wasberen die in de Ark steeds het versgebakken brood probeerden te stelen.

Een lange stoet dieren die twee aan twee aan kwamen lopen en zo de Ark ingingen. Noach liep heen en weer om de dieren naar hun verblijven te brengen. De immense ruimte – drie verdiepingen! – raakte al snel voller en voller.

Het begon te regenen. Op zich waren we daar eerst wel blij mee. Het was al langere tijd droog geweest. De aarde was dorstig. Terwijl de wat langzamere dieren de ark naderden, begon het harder te regenen. Grote druppels. Noach werd zenuwachtig. Ook wij moesten de Ark in. Achter ons ging de deur dicht. Dit was het. Ons hele leven was nu de Ark.

Alles wat we gewoon waren, stopte. We waren helemaal alleen met ons eigen gezin. Niet meer naar anderen toe. Niet meer naar de dorpsfeesten. Niet meer –

Cham schrikt op uit zijn mijmeringen. Hij loopt naar de lichtopening en kijkt naar de hemel. De wolken jagen langs de donkere hemel. Maar dan ziet hij opeens de prachtige sterrenhemel.

Het is alsof er een stem klinkt die zegt: Ik zal er zijn.

Kerk met toekomst

9 mrt

Toen de eerste coronagolf net over zijn hoogtepunt heen was, publiceerden Remmelt Meijer en Peter Wierenga hun boek Herkerken. De toekomst van geloofsgemeenschappen. De coronacrisis grijpt diep in in het kerkelijk leven. De meeste kerken zijn snel digitaal gegaan. Maar de aanblik van lege kerkzalen, de moeite om de onderlinge verbondenheid vast te houden en het stilvallen van kerkelijke activiteiten werken moedeloosheid en apathie in de hand. Volgens de auteurs laat de coronacrisis in de kerken zien wat al veel langere tijd al dan niet sluimerend aanwezig is. Al veel langer ondervinden kerken de invloed van individualisme en lossere onderlinge verbanden. door de coronacrisis wordt die andere crisis (secularisatie) versnelt en verdiept.

De crisis is niet alleen een tijd van verlies en zorg, maar biedt ook kansen. Ik betrek het maar op onze eigen geloofsgemeenschap: we worden uitgenodigd en uitgedaagd om na te denken over onze kernboodschap na te denken. Wat bedoelen we met Gods huis? Welke functie heeft ons kerkgebouw in de wijk? Wat is onze missie en hoe verhoudt zich dat met Gods missie?

De eredienst is een van de belangrijkste manieren waarop onze gemeente zich presenteert. Meijer en Wierenga pleiten ervoor om opnieuw na te denken over de vieringen in de kerk. Ze stellen dat de belevingswerelden inmiddels zo verschillend zijn, dat het geen zin meer heeft om in te zetten op een viering waarin alle ‘kleuren’ een plek krijgen. In hun visie zou er meer ingezet kunnen worden op verschillende soorten vieringen binnen een geloofsgemeenschap. Met name de tweede dienst op zondag leent zich hier voor. Het tweede is dat vieringen gebaat zijn bij eenvoud. Kunnen toeschouwers zich de liturgie eigen maken en zo deelnemer worden? Veel van de huidige diensten vragen of om meer uitleg, of om meer vereenvoudiging. “Kleinere samenkomsten leiden tot nieuwe ontdekkingen” (61) Tot slot leggen de auteurs de vraag voor hoe de vieringen opnieuw ingebed kunnen worden in de geloofsgemeenschap. Zeker als er verschillende vieringen zijn die een eigen publiek trekken, is de vraag naar verbinding van belang. Het vraagt om dialoog over de identiteit van de gemeente en om concrete handvatten hoe de vieringen doordeweeks door kunnen werken.

Het herkerken reikt verder dan het opnieuw vorm geven van de eredienst. Het raakt aan de organisatie van de geloofsgemeenschap. Veel geloofsgemeenschappen zijn al jaren bezig om vooral op de winkel te passen. Soms met kunst- en vliegwerk wordt de tent draaiende gehouden totdat het echt niet meer gaat. Meijer en Wierenga nodigen om op een andere manier naar de geloofsgemeenschap te kijken. Het gaat met name om relaties: we zijn als geloofsgemeenschap het Lichaam van Christus. Het betekent dat relaties op de eerste plaats komen. De kerk is vindplaats en oefenplaats van Gods nieuwe wereld. De enige contante in de kerkgeschiedenis is dat Rijk van God. Dat kader verandert niet. Alle andere kaders zullen van tijd tot tijd bijgesteld moeten worden.

Het denken vanuit relaties vraagt volgens de auteurs om drie belangrijke thema’s op een andere manier te benaderen. Het eerste thema is verantwoordelijkheid. Veel geloofsgemeenschappen hebben (onbewust) bijgedragen aan consumentisme. Gemeenteleden bezoeken als consumenten de activiteiten. De activiteiten worden zoveel mogelijk afgestemd op de behoeften van de bezoekers om zoveel mogelijk bezoekers tevreden te stellen. De kerk van de toekomst haakt niet aan bij het consumptiegedrag, maar zoekt naar mogelijkheden om mensen medeverantwoordelijkheid te geven. Kerk ben je samen. Het tweede thema is ruimte voor het experiment. In de oude kerk waren er meer functies die tot verrassende inzichten en ontwikkelingen leidden: apostelen, evangelisten en profeten. Het sluit ook aan bij het eerste punt: geef mensen ruimte en omarm het experiment. Het derde thema betreft de visie op de dominee en de kerkenraad. De kerk zou niet langer de kerk van de predikant moeten zijn. Nu is het vaak zo dat activiteiten pas doorgang vinden als de predikant er op de een of andere manier bij betrokken is. Een geloofsgemeenschap zal moeten leren om meer van onderop en vanuit samen te denken. De rol van de predikant is meer coachend en toerustend.

Deze crisis vraagt dus om een omslag in denken. Niet langer vanuit het verleden, maar vanuit de toekomst, het Koninkrijk (86). De kerk als broedplaats van liefde (97). ‘Een kerkdienst met vijfhonderd mensen heeft veel waardevols te bieden, maar is niet de plek waar de onderlinge liefde geoefend en verdiept wordt’ (103). ‘Massale kerkdiensten of vieringen zullen van tijd tot tijd als zeer
samenbindend en inspirerend ervaren kunnen worden, maar het is hoog tijd om te zien dat we moeten herkerken naar de kleinere en menselijke maat.’ (104) Niet dat de kleine groep de grote vervangt, maar we kijken te beperkt: ‘Daar in die huiskamers en buurthuizen, daar gebeurt kerk.’ (104).

De kerk van toekomst is een kerk die bewegelijk is in activiteiten, samenkomt in kleinere groepen en relevant is voor de buurt of wijk.

Het boek nodigt uit om opnieuw te doordenken waarom we ook al weer kerk zijn. Het nodigt uit om minder formalistisch en organisatorisch te denken, en het experiment en de ideeën van onderop ruimte te geven. Dat zal ook helpen om meer gemeenteleden medeverantwoordelijkheid te geven.

De vraag is wel of de waarde van de huidige geloofsgemeenschap voldoende wordt gewaardeerd. Misschien kan een geloofsgemeenschap pionieren en vloeibaarder organiseren als er een vertrouwenwekkende kerk is die al eeuwen meegaat en ook komende stormen zal kunnen doorstaan. Een kerk om op terug te vallen en uit weg te trekken.

Het komt aan op verbinding. Allereerst op het verbinden met God, op opnieuw verbinden met de bron die leven geeft. En op het verbinden met de geloofsgemeenschap. We hebben elkaar nodig op onze levensreis.

  1. Wat spreekt jou aan in het boek Herkerken? Wat roept weerstand op?
  2. voel jij je verbonden met een geloofsgemeenschap? Is die verbinding aan verandering onderhevig? Wil je daar iets over vertellen?
  3. Wat is volgens jou de kern van de geloofsgemeenschap en welke kernwaarden horen daarbij?
  4. Welke stappen zou je zelf willen zetten?
  5. Welke stappen zouden we als geloofsgemeenschap kunnen zetten?

Huiswerk voor D66?

7 mrt

Afgelopen week werden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar seksueel misbruik en machtsmisbruik in het landelijk bestuur van D66. Het onderzoek was een snelle en adequate reactie op een anonieme klacht die in december 2020 naar buiten kwam. Verschillende media berichtten over deze klacht.

De reactie van lijsttrekker Kaag op de anonieme klacht was voortvarend. Ze liet weten direct een onderzoek te laten uitvoeren door een onafhankelijk onderzoeksbureau naar seksuele intimidatie in de eigen gelederen. Openheid over machtsmisbruik en seksuele intimidatie in eigen gelederen en transparantie over het proces zijn belangrijke voorwaarden om een veilig klimaat te creëren.

Het rapport zelf en de reactie van D66 roepen echter vragen op. “Op deze plaats volstaan wij daarom met een kernachtige conclusie. Uit het onderzoek zijn geen situaties van seksuele intimidatie en machtsmisbruik door betrokkene gebleken” stelt onderzoeksbureau Bink. Tegelijkertijd lijkt een aantal uitkomsten in tegenspraak te zijn met deze conclusie.

Allereerst is in het onderzoek te lezen dat zeven personen zich hebben gemeld omdat zij zich onveilig voelden. Het onderzoeksbureau heeft deze verhalen niet meegenomen in het onderzoek omdat die volgens het bureau geen betrekking zouden hebben op machtsmisbruik of seksuele intimidatie. In de tweede plaats hebben zich negen andere personen gemeld die klaagden over cultuur binnen D66. Omdat deze personen verder niet mee wilden werken aan het onderzoek zijn deze verhalen buiten het onderzoek gehouden. In de derde plaats is er nog een wonderlijk gegeven. De anonieme klacht heeft betrekking op een vooraanstaande D66-er en een medewerker. De D66-er heeft contact gezocht met de medewerker die daar niet van gediend was en de politie heeft verwittigd. Er is geen aanklacht ingediend, meldt het rapport. Tot slot vermeldt het rapport dat het bij het liberale gedachtegoed hoort dat er ruimte is op partijcongressen voor flirten en seksuele relaties.

Hier begint het huiswerk voor D66. Want waar een deel van de geïnterviewden zegt dat dat flirten en seksuele toespelingen er gewoon bij horen, vertelt het rapport ook dit: “Anderen geïnterviewden geven echter aan dat er daarbij soms sprake is van grensoverschrijdend gedrag van bepaalde mannen doordat er ongepaste en seksistische/denigrerende opmerkingen worden gemaakt over en richting vrouwen of doordat bepaalde mannen te veel in de persoonlijke ruimte van (jonge) vrouwen komen. Deze mannen zouden zich er onvoldoende van bewust zijn dat dergelijk gedrag als ongewenst of ongepast kan worden gezien en spreken elkaar onderling onvoldoende aan op dit gedrag, waardoor het blijft voortbestaan. Dergelijke gedragingen kunnen volgens deze geïnterviewden een gevoel van onveiligheid binnen de partij veroorzaken.”

Het is wonderlijk dat de onveiligheid binnen de partij niet tot meer verontwaardiging en onrust leidt. #Metoo heeft in de achterliggende jaren duidelijk gemaakt dat mensen met macht het flirten, de grappen en grensoverschrijdingen heel anders waarderen dan de mensen die in een positie van afhankelijkheid verkeren. Ook is net een onderzoek verschenen dat aangeeft dat een groot deel van vrouwelijke politici met seksisme en haat. Wat zou het fijn zijn als je eigen politieke partij een veilige plek zou zijn waar vrouwen op een gezonde manier support ontvangen.

Het is te weinig om de sfeer binnen te partij over te laten aan de goede intenties van de leden zelf. Die goede intenties zijn er namelijk niet of te weinig. In ieder geval bij de mensen met macht. In een onveilige sfeer draagt flirten bij tot het vergroten van die onveiligheid. Als het flirten en de seksuele relaties niet geproblematiseerd worden in deze onveilige context, zal iedereen in een afhankelijke positie kwetsbaar blijven.

Een God van levenden

26 feb

Het is een jaar geleden dat we snel moesten schakelen. We wisten niet wat we konden verwachten, wel dat het serieus was. Het coronavirus greep razendsnel om zich heen en op 12 maart 2020 zaten we gespannen te luisteren naar de persconferentie van premier Rutte en minister Bruins. Zondag 15 maart gingen we digitaal. We stopten met onze fysieke samenkomsten en activiteiten. Het was midden in de veertigdagentijd en we hoopten met Pasen weer samen te kunnen komen als geloofsgemeenschap.

Het liep anders. Met Pinksteren 2020 waren de diensten nog steeds digitaal. In juli kwamen voorzichtige versoepelingen. 30 mensen in de kerk. Activiteiten die schuchter werden opgepakt. 100 mensen in de kerk. Plannen maken voor het nieuwe seizoen. Zou corona terug komen of zouden de versoepelingen doorzetten?

In die periode vanaf mei ervaarde ik veel onrust. Hoe moest het verder met de geloofsgemeenschap? Hoe konden we elkaar bemoedigen en versterken in onze relatie met God en in onze onderlinge relaties? De voorzichtige versoepelingen versterkten de onrust: een kerkdienst met 30 of 100 mensen op 1,5 meter, met verplichte looproutes, met een soort onzichtbare dans om maar niet in elkaars ruimte te komen, zonder gemeentezang en zonder ontmoetingsmoment na de dienst – is dat het nu? Het miste de saamhorigheid van de tijd van voor de corona en het wekte ook niet het verlangen naar de toekomst. Voor alle duidelijkheid: ik heb bijzonder veel waardering en respect voor alle vrijwilligers die telkens activiteiten en samenkomsten mogelijk maakten en maken, en steeds weer adequaat reageren op nieuwe ontwikkelingen. En: de noodzaak van deze maatregelen staan voor mij niet ter discussie.

Het virus was nooit weg en kwam in verhevigde mate terug na de zomervakantie. Nu, een jaar later zitten we nog steeds met beperkende maatregelen die het gewone kerkelijke leven haast onmogelijk maken. Het jeugdwerk tot en met het ouderenpastoraat – hoe verder?

Een jaar lang kerk-zijn met beperkende maatregelen was en is onze eerste uitdaging. Maar er kwam en komt iets bij. Sinds het het coronavirus zich verspreidde in Nederland, is onze gemeente getroffen door een hevige golf van verlies. In het afgelopen kerkelijk jaar (van november 2019 – 22 november 2020) overleden er 19 gemeenteleden. Dat was voor onze gemeente een ingrijpend aantal. We vonden het ook moeilijk dat afscheid nemen van de overledenen en het troosten van nabestaanden door de coronamaatregelen vaak zo ingewikkeld was. In het nieuwe kerkelijk jaar nam de dood, het mis en het gedenken een steeds nadrukkelijker plaats in. Sinds 1 december zijn er 14 gemeenteleden overleden. Het slaat een gat in onze geloofsgemeenschap. Hoe kunnen we voorkomen dat de dood ook de grond onder onze voeten wegslaat?

Juist in deze tijd van rouw en schrik worden we opnieuw bepaalt bij de hoop die ons draagt en op ons toekomt. Halik (Niet zonder hoop) spreekt over hoop als de deur die naar de toekomst opengaat. Juist een crisis die je terugwerpt op je laatste houvast, doet de hoop ontvlammen. Dwars door ‘de donkere nacht van de ziel’ biedt de hoop nieuw perspectief. De christelijke hoop is verbonden met het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus. God is een God van de levenden – niet de het duister, de chaos of de dood heeft het laatste woord, maar het eerste en is laatste woord is het scheppende woord van de Levende God.

In Hebreeën 12, 1 lezen we dat we door een wolk van geloofsgetuigen omringd zijn, die ons aansporen om vol te houden. Die wolk van getuigen bestaat niet alleen uit Mozes, Debora of David, maar ook uit de gemeenteleden die ons zijn voorgegaan. “…, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft.”

Dat is het eerste dat ik meeneem uit deze periode: de uitnodiging om opnieuw ons te bepalen bij onze hoop.

Het tweede is dat we worden uitgenodigd om – opnieuw juist in deze tijd – de tekenen van de heilige Geest te herkennen. Het bruist en sprankelt in onze gemeente. De Geest werkt. De maandelijkse Bijbelstudie gaat digitaal door. Er melden zich nieuwe mensen aan waaronder mensen op hoge leeftijd. Er zijn meerdere nieuwe initiatieven voor kinderen en jongeren. Er komt een spannende podcast serie. Er is een digitale Alphacursus gestart en de reacties zijn bijzonder positief. Jonge mensen zoeken contact met onze gemeente.

Het is ongelofelijk wat er aan initiatieven leeft in onze gemeente. Wat we nu nodig hebben is gebed. En vertrouwen. We hoeven niet te wanhopen, want ook in deze tijd werkt de heilige Geest. Ook in onze gemeente.

Die Sayaguesa-stier, die doet niets, toch?

19 feb

We ademen een weekje natuur. We zitten in een huisje in het midden van het Drents-Friese Wold, een prachtig gebied. Het is een van de grootste natuurgebieden in Nederland en een bijzonder gevarieerd landschap. Er is van alles te zien: de Kale Duinen, een schitterende zandverstuiving, heide, bos, uitgestrekte velden, vennetjes en moerassen.

En wat fantastisch is: de honden mogen mee op de wandelingen door het uitgestrekte nationaal Park – aan de lijn natuurlijk. (Hoewel er ook een paar stukken zijn waar de honden los mogen). Honden meestal aan de lijn, want er is zóveel wild te zien! En daarnaast kun je grote schaapskudden zien die rustig grazend het gebied afstruinen. Of de imposante Schotse Hooglanders. Om maar te zwijgen van de Sayaguesa-stier. Welke stier? Je weet het wanneer je hem ziet. Het zijn die stieren die in Spanje nogal populair zijn, maar ook uitstekende grazers blijken te zijn die het natuurgebied mooi open houden.

Laat ik eerlijk zijn. Konijnen vind ik schattig. Hazen tof. Reeën super. Schapen leuk. Maar die koeien, daar ben ik niet zo van.

Goed, vandaag ging ik weer voor een mooie wandeling. Met Charly en Flower. Het was de laatste dagen droog geweest, dus veel plassen waren inmiddels al verdwenen. Dacht ik. Onderweg bleken de paden minder begaanbaar … Nu vindt Flower water echt drama. En modder af-schu-we-lijk. Charly niet. Hij slaat geen enkele plas over.

Het pad dat we gekozen hadden, werd steeds eh spannender. Toen we bij de Fledder Aa kwamen, bleek de Aa en ons pad innig verstrengeld. Iets verderop was het pad veranderd in een soort moerasachtige drassigheid. Wat het niet eenvoudiger maakte, was dat een kudde Schotse Hooglanders of Sayaguesa-stieren hier langs waren getrokken. Het was duidelijk dat het gras hen goed gesmaakt had.

Het was concentreren om niet in diepe plassen ten onder te gaan of in zuigende modder schoenen te verliezen. We naderden een droger gedeelte van het pad. Eindelijk konden Flower en ik rustiger ademhalen en konden we onze blik weer meer vooruit richten. We liepen een soort laan-achtig pad in. Opeens schoof een zwarte schaduw het pad op en versperde de weg. Ik zag alleen de imposante gestalte en de dreigende horens. Dus dit was zo’n S-stier. Gek hoe nieuws je zomaar weer te binnen schiet. Van die vrouw die werd aangevallen. Door zo’n stier. Niet echt een behulpzame gedachte op zo’n moment.

Alle drie stonden we direct doodstil, en hielden onze adem in. Natuurlijke maakte ik snel een foto (zoals een ieder die in de 21ste eeuw woont) en rechtsomkeer. Slinks keken we achterom en zagen dat de stier ons volgde. We versnelden onze pas. Charly keek me nog aan met zo’n blik van: ‘die Sayaguesa-stier, die doet niets, toch?’

Hij had gelijk.

Een schadelijke stelling over de islam

17 feb

De verkiezingen voor de Tweede Kamer komen eraan. Het betekent dat er ook weer allerlei stemwijzers zijn die je kunnen helpen om te bepalen welke partij jouw stem zou moeten krijgen. Vanochtend vulde ik het Kieskompas 2021 in. Tussen de 30 uiteenlopende stellingen stond daar de opmerkelijke stelling: ‘De islam vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’.

Deze stelling haakte bij mij. In de eerste plaats omdat ‘de’ islam natuurlijk niet bestaat. In de tweede plaats zul je zo’n stelling over Jodendom, christendom of secularisatie nooit lezen. Volgens Enis Odaci wordt een dergelijke stelling opgenomen in een kieswijzer omdat het een standpunt van een partij is, en wordt het als “neutraal” gepresenteerd.

Overigens heeft de Stemwijzer dit op een andere wijze opgelost: geen vraag over de islam, maar: ‘de regering moet het verbod op gezichtsbedekkende kleding afschaffen’. Het kan dus wel …

De vraag van het Kieskompas is niet onschuldig. Veel mensen maken zich zorgen over de extremistische islam en over terrorisme dat gevoed wordt door islamitisch extremisme. Door stellingen als deze wordt ‘de islam’ als vanzelf gekoppeld aan extremisme. Dit is wat enkele populistische partijen ook voortdurend onder de aandacht proberen te brengen: niet het extremisme is het probleem, maar de islam als bron. Mensen die zich zorgen maken over het extremisme vullen in dat ze het eens zijn met de stelling dat de islam een bedreiging is. Vervolgens zal de uitkomst van deze stelling als een feit worden gepresenteerd: zoveel procent van de Nederlanders ziet de islam als een bedreiging. En dit legt de basis voor een anti-islam beleid.

In de afgelopen decennia is de islam meer en meer negatief in beeld gekomen en die beeldvorming doet veel met moslims. Zo vertelde een bevriende moslim dat zijn kinderen lijden onder de negatieve beeldvorming en onder de moslimhaat. Door alles op een hoop te gooien, wordt integratie tegengewerkt. Het helpt niet om je met de Nederlandse cultuur te verhouden als je eerst door een mijnenveld van argwaan, wantrouwen en vijandige beeldvorming moet zien te komen.

Logischerwijs zullen moslims meer op elkaar worden teruggeworpen en zullen ze meer werk maken van hun religieuze identiteit. Dat is in zichzelf geen probleem, maar als wij door onze wantrouwende opstelling het contact bij voorbaat onder spanning zetten, zal het wortelen in de Nederlandse cultuur en waarden (welke waarden? Dat we anderen op de ziel mogen trappen omdat wij moreel hoogstaander zijn?) voor moslims niet eenvoudig zijn.

Laten wij in ons spreken en handelen, in onze stellingen en discussies, steeds de ander in de ogen blijven kijken. Als we meegaan met het discours van bedreiging en dreiging in het gesprek over de islam, werken we mee aan de achteruitstelling van moslims en maken we de weg vrij voor het ontmenselijken van deze groep medeburgers. Volgens mij zijn de grootste kernwaarden van het humanisme solidariteit, verdraagzaamheid en redelijkheid. Een belangrijke waarde in het christelijk geloof is de liefde voor de ander. Want in die ander kan zomaar iets van God zelf aan licht komen.

Mijn stelling is dan ook dat moslimhaat een bedreiging vormt voor de Nederlandse waarden.