De seksistische kerk

19 jun

Vorige week las ik een bericht in de krant dat me de adem ontnam. Niet dat ik het ergens niet verwachtte. Of dat ik het eigenlijk wel wist of minimaal vermoedde. Ik hoorde en hoor verhalen van vrouwelijke collega’s. Over hoe zij telkens weer hun positie moeten bevechten. Hoe er gelet wordt op uiterlijk en kleding. Hoe er seksistische opmerkingen gemaakt werden. Hoe ik zelf ook uitgelachen werd toen ik in een landelijke kerkelijke vergadering met bijna alleen maar mannen seksisme aan de orde stelde.

Afgelopen week werden de uitkomsten gepubliceerd van een onderzoek naar seksisme onder vrouwelijke predikanten door het Nederlands Dagblad: ” Ruim driehonderd vrouwen uit verschillende kerken vulden de vragenlijst in. De uitkomst: 86 procent van de vrouwelijke voorgangers geeft aan seksisme te ervaren in haar werk, deze voorgangers voelen zich ongelijk behandeld vanwege hun vrouw-zijn. Driekwart van deze voorgangers geeft aan seksistisch benaderd te worden door gemeenteleden. Ruim zestig procent deelt dat ze ongelijk behandeld wordt door collega-voorgangers. Een kwart van de voorgangers zegt seksisme te ervaren vanuit het bestuur van de kerk.”

Het onderzoek in het Nederlands Dagblad laat op een verpletterende wijze zien wat er mis is in de kerk. Of beter: wat er mis is in mijn eigen kerk, de Protestantse Kerk in Nederland. De meeste respondenten zijn immers voorganger in de PKN.

Ik heb geaarzeld over de titel van dit blog. Is het niet beter om te spreken over seksisme binnen de kerk? Kun je zeggen dat de kerk zelf seksistisch is? Laten we eerlijk zijn en de feiten tot ons nemen: 90% van de vrouwelijke voorgangers ervaart seksisme. Dan is er geen sprake meer van een incident, maar dan gaat het over het klimaat, de cultuur in de PKN. Mijn vrouwelijke collega’s zijn net als ik in het ambt bevestigd. Het ambt heeft alles te maken met Christus zelf. De kerkorde van de PKN zegt het zo: “Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven.” Seksisme raakt aan het heil en raakt aan Christus zelf.

Daar komt nog iets bij. Als vrouwelijke voorgangers al op deze wijze worden bejegend, wat zegt dat over onze houding naar vrouwen in het algemeen? Hoe ver zijn wij afgedwaald van de vrijheid van het Evangelie, zoals verwoord door Paulus: “In Christus is er geen onderscheid meer tussen man en vrouw” (Galaten 3,28). Het onderzoek laat zien dat vrouwelijke voorgangers juist ook seksisme ervaren van mannelijke collega’s. Seksisme is dus niet een ‘vrouwending’, maar een groot probleem van en voor de mannen in de kerk. Predikanten hebben de roeping hierin hun gemeente voor te gaan en de veiligheid van vrouwen in de gemeente te waarborgen.

Het schilderij ‘Hartpijn’ van Esther Veerman

Seksisme is niet onschuldig. Het gaat uit van de superioriteit van de man en maakt de vrouw klein. Seksisme creëert ook het klimaat waarbinnen ongewenste seksuele grensoverschrijdingen plaats kunnen vinden. Het vraagt dus om een ondubbelzinnige veroordeling van elke vorm van seksisme en om beleid om vrouwen hun plek in de geloofsgemeenschap in te kunnen nemen, in vrijheid en veiligheid.

De houding van de PKN is tot nog toe teleurstellend. De PKN wenste niet mee te werken aan het onderzoek (vanwege de AVG, maar dar is echt onzin) en heeft tot vandaag nog niet inhoudelijk en voor de vrouwelijke collega’s steunend gereageerd. De oecumenische vrouwensynode schrijft in een open brief dat zij een steunbetuiging van de PKN missen en dat dit ook zeer doet.

Ik vind het erg. Ik vind het erg dat mijn vrouwelijke collega’s zich niet veilig voelen in de PKN. Ik vind het verschrikkelijk dat een deel van mijn mannelijke collega’s zich schuldig maakt aan het creëren van onveiligheid voor vrouwelijke voorgangers. Ik vind het teleurstellend dat de PKN deze uitkomsten (nog) niet scherp veroordeeld heeft en met beleid komt om vrouwen binnen de kerk veiligheid te bieden.

Op de sociale media reageren vrouwelijke en mannelijke collega’s met een zekere terughoudendheid. ‘Als ik toch eens zou vertellen wat ik heb meegemaakt / wat ik gezien heb ….’ Laten we toch alsjeblieft die geheimen doorbreken. Zeg het maar. Vertel maar wat we niet willen zien, wat we niet willen horen. Alleen dan kunnen we bouwen aan veiligheid.

Is dat niet waar het uiteindelijk om gaat? Veiligheid. Alleen dan kan het evangelie landen. Alleen dan is de kerk heilig.

‘Wij leven niet voor onszelf’

23 mei

Deze geloofsbelijdenis is samengesteld door Job, Bianca en Rik voor Pinksterzondag 23 mei 2021 waarin zij belijdenis aflegden van het geloof

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven.Ons leven is met God begonnen, Hij is Schepper van hemel en aarde. Hij heeft mij gevormd in de buik van mijn moeder. Dit betekent dat mijn bestaan bedoeld is en dat ik gewenst en geliefd ben – vanaf het prilste begin. Wat mensen ook zeggen.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Geloven is echter niet eenvoudig. Er gebeurt veel in ons en om ons heen dat ons uit evenwicht brengt. Er gebeurt veel in de wereld waardoor het uiterste van ons gevraagd wordt, om ons niet te verliezen in zelfhandhaving, onverschilligheid of cynisme. Het geloof bepaalt ons bij de hoop die schoonheid zichtbaar maakt, liefde laat sprankelen en elke gedachte, woord of handeling, die recht doet en hoop doet ontwaken, eeuwigheidswaarde geeft.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Onze fundament en onze oorsprong is God. Onze identiteit is in Christus. In Zijn leven, lijden, sterven en opstanding toont Hij ons de weg van de dienende liefde, van hoop die op ons toekomt – dwars door de dood heen. In Hem zijn de machten en krachten overwonnen en kan niets ons scheiden van de liefde van God.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. We maken deel uit van een groter verhaal – van God met ons. De waarde van ons leven zit niet in geld en goederen, niet in lichamelijke fitheid of gezondheid, hoe kostbaar die dingen in zichzelf ook zijn. De waarde van ons leven vinden we in God-met-ons, die ons gaande houdt op de weg van het Koninkrijk.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Het is de heilige Geest die ons dat steeds in herinnering brengt – God dichtbij – die ons uitnodigt geloof, hoop en liefde te delen in geloofsgemeenschappen, die ons uitnodigt om te leven vanuit vergeving, de kracht van een nieuw begin, die ons uitnodigt om op te staan.

Elke dag opnieuw opstaan.

In het licht van Christus. Tegen onrecht. Om de weg van de liefde te gaan.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven.

Schoorsteenbrand

13 mei

Het was zo’n dag in juni. Het was nog vroeg. Onze zoon was een jaar of vijf, zes en altijd lekker op tijd wakker. En zo zaten we samen om iets over zes aan het ontbijt. Mijn ogen zaten nog half dicht. Het was laat geworden gisteren. Ik was in die tijd druk bezig met mijn promotieonderzoek. Op de een of andere manier waren het vooral de late avonden en de stille nachten dat inzichten zich aandienden en de woorden kwamen. In die nachten voelde ik me onoverwinnelijk. De prijs betaalde ik in de ochtend.

De liefste was aan de beurt om uit te slapen, dus zo zat ik met de krant op tafel, wenkbrauwen die inzakten en indrukwekkende wallen te luisteren naar het vrolijke en niet te stoppen babbelen van onze zoon.

Zonnestralen vielen de woonkamer binnen. Het beloofde een prachtige dag te worden. De masten van de boten in de haven klepperden uitnodigend. De zang van merels maakte de ochtend mild.

Opeens werden we opgeschrikt door een hels kabaal. Iemand bonsde krachtig op de voordeur, terwijl hij ondertussen ook aanbelde. Ik stootte de melk om en liet het bord van onze zoon op de grond vallen. ‘Hé! Hallo! Joehoe!’ riep de man bij de voordeur.

Ik herpakte me en sprong op, waardoor de stoel met een klap tegen ons elektronisch orgel viel. Terwijl ik naar de voordeur rende, gebaarde ik Sietse te blijven zitten. Met een ruk trok ik de deur open en keek in het gezicht van een man van in de veertig. Aan zijn kleding te zien was hij op weg naar zijn werk. Zijn fiets lag op de stoep.

‘Snel!’, riep hij. ‘Je schoorsteen staat in brand!’ Ik keek hem niet begrijpend aan. Mijn mond zakte langzaam open. ‘De vonken vliegen boven het dak uit, schiet op!’

Hij trekt mij de straat op en wijst naar boven. Terwijl ik op blote voeten in een verschoten T-shirt en een vale joggingbroek, met net-uit-bed-haar midden op straat naar de schoorsteen op ons dak kijk, zie ik de zonnestralen van de lichtrode ochtendzon uiteen spatten op de draaiende ventilator.

Ik kijk de man aan. Hij kijkt terug, een beetje schaapachtig.

‘We hebben eigenlijk geen open haard’, zeg ik.

‘Nou, dan ga ik maar naar mijn werk. Dag.’

‘Dag’.

Ik kijk naar de zon. Zo’n dag in juni. Het is iets na zes uur. Maar ik ben klaarwakker.

Doe maar even geen proefballonnetjes

5 mei

Op 3 mei lanceerde de PKN op haar website een laatste proefballonnetje: een speciale kerkdienst voor gevaccineerden. De gedachte achter dit proefballonnetje is dat met name de ouderen in de achterliggende periode geleden hebben onder eenzaamheid en weer verlangen om de verbondenheid in een kerkdienst te ervaren. Omdat binnenkort vrijwel alle 70-plussers gevaccineerd zullen zijn, nodigt de landelijke kerk de kerkenraden uit om alvast na te denken over de mogelijkheden die het gevaccineerd zijn met zich meebrengen. Een werkgroep van de PKN heeft alvast wat voorwerk gedaan.

In het stuk op de site is te lezen dat de PKN met deze geste geen mensen wil buitensluiten (de kerk is er immers voor iedereen, en niet alleen voor bijvoorbeeld gevaccineerden), maar juist wil uitnodigen: laat kwetsbaren nu ook naar de kerkdiensten komen. Zoiets.

Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat dit proefballonnetje toevoegt aan de kerkelijke mogelijkheden die er al zijn. Wel roept het gedoe op in de media en onrust in de kerk: gaan we toch onderscheid maken tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden? Terwijl de winst nu ook niet direct spectaculair te noemen is. Dagblad Trouw meldt dat de PKN inzet op voorzichtigheid en verantwoordelijkheid (“het is een handreiking, geen advies”). Die voorzichtigheid betekent concreet:

“Daarom geldt ook bij aparte diensten voor gevaccineerden het maximum dat nu wordt geadviseerd: dertig mensen, en bij grotere kerkgebouwen ten hoogste 10 procent van het aantal plekken. En al zijn ze ingeënt, ook bij de extra dienst moeten de kerkgangers zich aan de afstands- en hygiëneregels houden.”

Het roept herinneringen op aan de ‘handreikingen’ rond het dopen (met de verlengde doopschelp) en rond de ongevraagde actie om predikanten voorrang te laten krijgen bij het vaccineren. En wat daarbij komt: er is een overlegorgaan van geloofsgemeenschappen met de overheid. In het begin van de coronatijd werden adviezen van de PKN afgestemd met die commissie (Het Interkerkelijk Contact Overheidszaken). Het lijkt erop dat de proefballonnen de andere kerkgenootschappen ook overvallen.

Nu geloof ik direct dat concrete vragen uit plaatselijke gemeenten ten grondslag liggen aan de proefballonnetjes. Maar ik zit niet te wachten op een ‘handreiking’ die mij als predikant met meer vragen dan antwoorden achterlaat of die mij opeens in een discussie trekt die de mijne niet zou moeten zijn (‘Wat hoor ik, dominee, gaat de kerk de vrijheid van niet-gevaccineerden beperken’?’) En ook deze handreiking lijkt ook – opnieuw – slecht doordacht: kampen niet alle generaties met beperkingen? Wat doen we met onze jongeren en gezinnen met kinderen? Met onze leerkrachten? Links of rechtsom, de suggestie die gewekt wordt, is dat niet meer kunnen/hoeven te wachten en rechten menen te kunnen ontlenen aan de vaccinatie.

Mijn vraag aan de landelijke kerk is: kom alsjeblieft met echte handreikingen. Tot mijn verbazing en teleurstelling raadt de PKN in handreiking over de speciale kerkdiensten aan om de discussie over wel of niet vaccineren te vermijden. Verrassing: die vraag leeft dus wel in de gemeente en daar zou een handreiking heel behulpzaam bij zijn.

In mijn beleving nodigt een vraag naar kerkelijke mogelijkheden rond vaccinatie uit tot een doordenking over bijvoorbeeld het Lichaam van Christus, of over verbondenheid in coronatijd, over solidariteit door de generaties heen, over verantwoordelijkheid naar de samenleving, enzovoort. Het nodigt uit om te kijken wat er nu al mogelijk is en gebeurt in geloofsgemeenschappen.

Een extra kerkdienst voor gevaccineerden op 1,5 meter afstand, zonder te zingen en met maximaal 30 personen voegt niet echt iets toe. Behalve die onrust, dus. Mijn vraag: kunt u met gedegen handreikingen komen die ons helpen om onze argumenten te formuleren voor de keuzes die we maken.

Houd vol. Laten we elkaar vasthouden en samen optrekken.

Welkom op mijn blog!

2 apr

Van harte welkom op mijn blog. Waarschijnlijk ben je hier via een leesplan op YouVersion terecht gekomen. Misschien ben je benieuwd wie ik ben of zoek je meer informatie over bepaalde thema’s.

Iets meer over mijzelf

Misschien is het goed om eerst iets meer over mijzelf te vertellen. Mijn naam is Alexander Veerman. Op dit moment ben ik predikant van de gereformeerde kerk te Sliedrecht. We zijn onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. Dit is mijn derde gemeente. Hiervoor stond ik in de Ontmoetingskerk Vriezenveen (PKN) en ik ben als predikant begonnen in de Protestantse Gemeente ’t Harde.

Voordat ik predikant werd, heb ik als AiO gewerkt aan de Protestantse Theologische Universiteit. In 2005 ben ik gepromoveerd op het proefschrift Ontredderd. Het proces in de kerkenraad als de predikant zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik. Ook heb ik samen met Ruard Ganzevoort een boekje geschreven over misbruik in de kerkelijke gemeente: Geschonden lichaam. Pastorale Gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld.

Als trauma-dominee gaat mijn hart uit naar mensen die te maken hebben (gehad) huiselijk geweld en/of seksueel misbruik, met name als dat plaats vindt of heeft gevonden in een religieuze context. Waar en hoe werkt religie beschadigend door en waar blijkt religie heilzaam in levensverhalen?

Worstelend geloven

Geloven was voor mij altijd vanzelfsprekend, totdat ik in mijn studententijd te maken kreeg met onrecht, ziekte en hypocrisie. Ik kon en wilde niet meer in God geloven door de pijn die ik opliep in mijn leven, door de pijn die ik in de ogen van anderen zag en door mijn teleurstelling in de kerk. Achteraf voelt het echter alsof God mij toch heeft vastgehouden, ondanks mijn twijfels en mijn strijd. De trouw van mensen om mij heen was belangrijk om opnieuw te leren kijken. Gesprekken met mensen die mij vertelden over hún weg met God hielpen mij om mijn bitterheid los te laten. In het zoeken naar recht en in het geven en ontvangen van barmhartigheid lichtte iets op van het Koninkrijk van God.

Uit die ervaringen is de overtuiging gegroeid dat God voor mij vaste grond betekent. Gemotiveerd door dit geloof voel ik me aangespoord om te strijden tegen onrecht en te leven vanuit betrokkenheid en bewogenheid. Je zult het terugzien in mijn leesplannen en mijn meditaties: geloven is niet een gemakkelijk antwoord op lastige vragen. Wel vertelt het geloof twee dingen: het verhaalt van hoop – dwars door de dood heen. En daarnaast geeft het geloof richting. Geloven betekent de weg van opstaan gaan. Opstaan uit schuld, schaamte en doodsheid. Opstaan tegen onrecht. Opstaan met de ander in bewogenheid.

Het leven kan schuren en pijn doet. Dat neemt geloven niet weg. Wel wijst het geloof in de drie-enige God ons richting en biedt het beschutting.

Over dit blog

Dit blog bestaat uit een verzameling schrijfsels, artikel en meditaties die raken aan de thema’s die mij bezighouden. De belangrijkste thema’s zijn: meditaties, leesroosters en Bijbelverhalen, seksueel misbruik, gedachten over de kerk, en gedachten bij ontwikkelingen in de samenleving.

Contact

Je kunt me volgen op Twitter, Facebook, Instagram of YouTube.

Heb je vragen of behoefte om over iets door te praten? Stuur even een mailtje: al.veerman [at] gmail.com

Stille Week 2021: tot in de diepte ben Ik er voor jou

31 mrt

De kern van het christelijk geloof cirkelt rond het mysterie van het lijden en sterven van Jezus Christus voor ons. Waarom moest Jezus sterven? Wat is de betekenis van zijn lijden en dood? Op Goede Vrijdag staan we hierbij stil. Om zicht te krijgen op de diepere betekenis van Goede Vrijdag, is het van belang om vanuit het licht van de opstanding naar het lijden en sterven van Jezus te kijken. En dat geldt ook andersom: als we iets van het geheim van Pasen willen ontdekken, zullen we langs Golgotha (de plaats waar Jezus gekruisigd werd) moeten gaan.

Al in de oude kerk was er de traditie om op de drie dagen voor Pasen (triduum sacrum) stil te staan bij het geheimenis van lijden, sterven en opstanding. Ook in onze gereformeerde kerk (PKN) sluiten we dit jaar weer bij deze traditie aan en vieren we Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag op 1, 2 en 3 april. Vanwege de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, worden deze vieringen digitaal uitgezonden en begint de livestream om 19.00 uur om de mensen die een taak hebben in de diensten de gelegenheid te geven om voor de avondklok weer thuis te zijn. De livestream vindt u hier en hier vindt u de liturgie van deze drie dagen.

Witte donderdag 1 april om 19.00 uur

De laatste donderdag voor Pasen wordt in de kerkelijke traditie Witte Donderdag genoemd. We denken terug aan de laatste maaltijd die Jezus gebruikt heeft. Deze maaltijd stond in het teken van het Pesachfeest. Op dit feest werd de wonderlijke bevrijding van het volk Israël uit Egypte opnieuw in herinnering geroepen: vergeet Gods grote daden van bevrijding niet. De bevrijding toen bleef betekenis houden voor het Joodse volk: zoals God toentertijd ons gered heeft uit beklemming, doem, doodsheid en slavernij, zo kan Hij dat ook nu nog. Het feest hielp ook om het verlangen naar Gods toekomst levend te houden: eens zal Israël in alle vrijheid wonen in het Beloofde Land en God zal onder hen wonen.

Jezus weet dat deze maaltijd voor Hem de laatste zal zijn. Hij voegt enkele handelingen en woorden toe, die voor onze christelijke traditie van blijvende betekenis zijn. Jezus wast de voeten van de leerlingen. Hiermee zet Hij een ferme streep door ons onderscheid van hoog en laag, van meester en slaaf. Hij toont ons een weg uit de wedloop van macht en status: als je macht hebt, gebruik die dan om te dienen.

Daarnaast doet Jezus nog iets anders. Hij deelt uit van het brood – Hij breekt het en geeft het rond – en zegt daarbij: ‘Kijk, als je weer nadenkt tijdens de maaltijd over Gods bevrijding, bedenk dan dat Ik het brood ben dat gebroken wordt om jullie te redden. Telkens als je zo van dit brood eet, mag je bedenken dat Ik mijn leven geef om jou te redden’. Hetzelfde doet Jezus met de wijn die Hij rondgeeft. ‘Als je uit deze beker drinkt, bedenk dan dat ik met mijn bloed een nieuw verbond sluit’. Deze woorden hebben een diepe indruk gemaakt. In alle christelijke geloofsgemeenschappen vieren we door het jaar heen Avondmaal vanuit dit gedenken. Maar met name op deze Witte Donderdag staan we hierbij stil. De muziek wordt verzorgd door Hans Dubbeldam (orgel).

Het thema voor deze Witte Donderdag is: Ik ben er voor jou in dienende liefde. We lezen Johannes 13, 12-15, over de opdracht om elkaars voeten te wassen.

Goede Vrijdag, 2 april om 19.00 uur

In de nacht van donderdag op vrijdag wordt Jezus gevangen genomen. Als Hij tijdens de maaltijd spreekt over de opdracht om lief te hebben en over de minste durven zijn, weet Hij dat een van zijn vertrouwelingen contact heeft gezocht met de leiders van het volk die Jezus uit de weg willen ruimen. Judas verraadt Jezus en in de hof van Getsemané.

In de viering van Goede Vrijdag lezen we het lijdensevangelie, dit keer uit Johannes. We laten het evangelie zelf aan het woord en horen over de weg die Jezus gegaan is. De gevangenneming, de vrienden die op de vlucht slaan, het verhoor bij de hogepriesters, het verraad van Petrus, het verhoor bij Pilatus, het martelen, de kruisiging op Golgotha, het sterven en het begraven. De lezingen worden onderbroken door liederen of muziek. De muziek wordt verzorgd door: Margreet Burggraaf (klarinet), Florian van der Reijden (piano), Robert van Eijl (orgel en piano) en Arianna Blokland (solo).

Het thema voor deze Goede Vrijdag is: ‘Ik ben er voor jou in de diepte’. Tijdens het lezen van het lijdensevangelie zal de Paaskaars gedoofd worden.

Stille Zaterdag, 3 april om 19.00 uur

De zaterdag tussen Goede Vrijdag en Pasen is zo’n dag die misschien het beste laat omschrijven als verdoofd, onwerkelijk, een soort tussentijd. Aan de ene kant leven we met het besef van Goede Vrijdag, met het onwerkelijke nabijheid van verloren zijn, verdriet en lijden. Aan de andere kant hebben we weet van hoop door de dood heen. Stille Zaterdag is een tussentijd. Een dag van stilte en bezinning.

Met name de nacht, de wake, nodigt uit tot bezinning. Van oudsher werd de nacht van zaterdag op Paaszondag gebruikt om de Bijbelverhalen te lezen om sporen van hoop te ontdekken. We lezen in deze viering verschillende Bijbelgedeelten om hoop te wekken, om te ontdekken hoe God vanaf het begin zich met hart en ziel bekommert om onze wereld, en hoe Hij ons nooit alleen heeft gelaten.

We lezen van de schepping. Over hoe het begon. Over Gods project van liefde. We lezen over de uittocht. Over hoe God zijn volk niet alleen liet, maar onverwachts hen uit de beklemming naar de ruimte van vrijheid en liefde bracht. Dwars door het water van nood en dood naar het land van belofte. We lezen hoe profeten de hoop levend hielden in tijden van ellende en ballingschap, aanspoorden tot bekering – omkering – naar de God van het licht.

Al lezend in de oude verhalen en de profetieën, ontdekken we dat in het holst van de nacht het licht wordt geboren. Als we de oude teksten tot ons hart laten spreken, ontdekken we dat God de mensheid nooit heeft opgegeven en nooit zal opgeven. We horen over ongedachte toekomst.

Door het lezen van deze Bijbelteksten wordt hoop gewekt en kijken we verlangend uit naar het licht – het opstandingslicht. In ‘de lof van het licht’ wordt de nieuwe paaskaars binnengebracht en begint de viering van Pasen.

Tot slot gedenken we in het licht van de opstanding onze eigen doop. In de oude kerkelijke traditie was het gebruikelijk om juist in deze nacht van opstanding te dopen. We spreken in deze viering uit dat we kiezen tegen het kwaad en voor God, dat we kiezen tegen het duister, en voor het licht. We gedenken dat we met onze doop uit het water van nood en dood zijn getrokken tot een nieuw leven door Jezus Christus, die leeft. We mogen léven. Als nieuwe mensen. In de doop zegt God: Ik ben er voor jou. Als gedoopte mensen worden we uitgenodigd om Gods naam waar te maken: hoe kan ik er voor mijn medemens zijn?

Ik wens je drie mooie, waardevolle en inspirerende vieringen toe. Ik hoop dat het evangelie je ook van binnenuit verandert en het verlangen aanwakkert om meer en meer als nieuw mens je leven richting te geven. Meer weten, vragen of napraten? Je kunt via de mail met mij contact opnemen: al.veerman[at]gmail.com

Offer de zondebok en andere dadermechanismen

26 mrt

Het ging snel. In de eerste uren na de onthulling volgden er nog vergoelijkende opmerkingen: ‘hij bedoelde het niet zo’. ‘Het was een grapje.’ ‘Ach, een kwajongensstreek.’ Maar al snel overheersten verontwaardiging en boosheid. Van een gevierde en veelbelovende bekende Nederlander, is Bilal Wahib ineens een paria. Vandaag was zelfs te lezen dat pedojagers naar hem op jacht gaan.

Wat ik zelf het pijnlijkst vind, is dat in alle reacties en ontwikkelingen wel over en in naam van het slachtoffer gesproken wordt, maar niet met hem. Wordt hij zo niet (opnieuw) gebruikt voor visies, meningen en gewin van anderen? Daarnaast komt de heftige commotie en de scherpe toon de strijd tegen seksueel misbruik niet ten goede. Sterker nog, het past in de strategieën van een samenleving die liever geen misbruik wil zien en niet dieper naar zichzelf wil kijken. Een paar gedachten:

Het eerste is dat de handelingen van Balil Wahib verwerpelijk en schadelijk zijn. Of het een grap of een vooropgezette plan is in eerste instantie niet interessant (wel als het gaat om een eventuele strafmaat en het inschatten van de kans op recidive). Het is een ongewenste grensoverschrijding die schadelijk is voor het slachtoffer. Balil Wahib had zijn minderjarige fan moeten beschermen. Hij heeft zich geen rekenschap gegeven van zijn machtspositie, van de kwetsbaarheid van kinderen, het schadelijke van het uitlokken van seksuele handelingen en de dimensie van zoveel anderen die meekijken. Uit verhalen weten we dat de impact van sexting bijzonder fors kan zijn: het kan leiden tot een gebrek aan eigenwaarde, wantrouwen van medemensen en tot het onvermogen om nog toekomst te kunnen zien. Het vraagt om een krachtige veroordeling van de handelingen en om steun voor het slachtoffer. Er moet recht worden gedaan.

Het tweede dat opvalt is dat in eerste instantie een deel van de reacties inzetten op damage control van het merk Bilal. Als acteur, presentator en zanger liften veel belangen mee op het imago van Bilal. De eerste dag na de onthulling kreeg Bilal de ruimte om zijn spijt te betuigen. In de kringen rond Bilal werd met name generaliserend en bagatelliserend over de misbruikende grensoverschrijding gesproken. ‘Een grap’. ‘Kwajongens’. En daarin klinkt door: zijn we allemaal niet wel eens een beetje kwajongens, en maken we niet allemaal wel eens een keertje een grap die misschien net even over de rand is? En: kom op, jongens, hoe erg is het nu helemaal? Deze generaliserende en bagatelliserende reacties dienen het belang van de dader (en van de samenleving die liever niet met lastige en pijnlijke verhalen wordt geconfronteerd).

Daar komt nog iets bij, en dat is een derde gedachte. Mensen die zich schuldig maken aan misbruik, hebben over het algemeen direct na de onthulling veel spijt. Er is tijd nodig om te ontdekken of de spijt betrekking heeft op de onthulling en de ontstane commotie of op de veroorzaakte schade. Zelfs als de spijt en de erkenning van schuld terecht is, vraagt het om tijd voordat de dader de ruimte krijgt om die spijt in de media (of op welke platform dan ook) uit te spreken. Eerst zal het slachtoffer de ruimte moeten krijgen om te onderkennen wat er precies gebeurd is en wat dat betekent. Welke consequenties heeft het? Welke emoties roept het op? Het helpt niet als het slachtoffer voorzichtig boos begint te worden, dat z/hij ziet dat de schuldbewuste dader een podium krijgt.

Het was dan ook goed en heilzaam dat meerdere mensen uitspraken dat het perspectief van het slachtoffer uit het oog werd verloren en dat welke grensoverschrijding dan ook nooit onschuldig is.

Mijn laatste gedachte gaat over de woede die almaar groter en heftiger wordt richting Bilal Wahib. Het lijkt erop dat er geen enkele ruimte meer is voor hem. Niet alleen zeggen alle partners de samenwerking met hem op (vanuit welke motieven?), maar ook staan er moraalridders op die het heft en het recht in eigen hand willen nemen. Pedojagers. Dit is niets anders dan het offeren van een zondebok.

Girard heeft bijzonder interessante dingen geschreven over het zondebokmechanisme. Door de zondebok uit de samenleving te verbannen (of te doden) tracht men de veiligheid in de samenleving weer te herstellen. De onveiligheid in en de dreiging naar de samenleving wordt op de zondebok gelegd. Als deze is verdwenen, is de harmonie weer hersteld en kunnen we verder met de rest van ons leven.

Dit mechanisme ontslaat ons van de verplichting om naar onszelf en onze samenleving te kijken. Wat zijn de mechanismen onder en achter misbruik? Hoe gaan we om met lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit? Waar leren we over gezonde grenzen? Hoe gaan we om met macht en status? Hoe gaan we om met alle mogelijkheden die het internet biedt? Hoe maken we onze samenleving écht veiliger?

Tot slot. Goede zorg voor het slachtoffer en de strijd tegen misbruik vragen ook om een juiste omgang met daders. Dat betekent dat er recht gedaan moet worden. Er moet erkenning zijn voor wat de dader heeft aangedaan en aangericht. Vervolgens zullen we als samenleving ook dienen in te zien dat een dader meer is dan zijn daden en dat een dader ook weer terugkomt in de samenleving.

De strijd tegen misbruik vraagt om goede zorg voor het slachtoffer. En de juiste zorg voor de dader.

De leugenkaravaan

16 mrt

Vanochtend moest ik Dordrecht zijn om bloed te doneren. Toen ik de N3 opreed, kwam ik achter een busje te zitten van Forum voor Democratie. Op het busje was goed leesbaar de tekst geplakt: ‘NOS = Fakenews’. Nu is dat geen nieuws. Maar vanochtend raakte het me. Misschien wel om al die mensen die op een zo integer mogelijk wijze in deze tijd hun werk proberen te doen. Al langere tijd voert FvD (en de PVV en dhr. Engel) een hetze tegen wat zij ‘de mainstream media’ noemen. Deze hetze maakt onderdeel uit van een breder afbraakplan. Niet alleen de pers, maar ook de wetenschap, de rechtsprekende macht, de wetgevende macht (de elite!) het onderwijs en de kunsten worden stelselmatig aangevallen op hun geloofswaardigheid of bestaansrecht.

Deze ondermijnende aanvallen zijn schadelijk. Het brokkelt de onderlinge verbanden in onze samenleving meer en meer af. Er is geen instituut meer dat voor alle partijen gezaghebbend is. Het versterkt in onzekere tijden de chaotische en anarchistische krachten. En alleen de eigen leider heeft het bij het rechte eind.

Het stoort me dat politieke partijen zonder al te veel tegenspraak de ruimte krijgen om onze democratie af te breken. Punt is dat we heel goed weten dat onze democratie, onze bestuurders en wetenschappers fouten maken en feilbaar zijn. Daarom hebben we een systeem van ‘check and balances’. Functies moeten verdeeld zijn en en er moet controle op de macht zijn. Ja, dit gaat soms met horten en stoten, maar het gebeurt. Dit hebben bijvoorbeeld de Kamerleden Omzigt en Leijten laten zien in de ‘toeslagenaffaire’. Ook als een politieoptreden in Nederland onder kritiek wordt gesteld, is er de rechtsprekende macht die deze kritiek zal onderzoeken.

Het spannende is wel dat we in een onzekere tijd leven en dat het controleren van macht soms een hele lange adem vraagt. En vertrouwen. Willen we de democratie en de rechtsstaat versterken, zullen we dus in moeten zetten op het verbeteren en ondersteunen van controlerende functies. Daar zal onze democratie bij gebaat zijn.

Populisten gaan hier niet op zitten wachten. Juist onzekere tijden bieden mogelijkheden. De kortste klap is om elke potentiële tegenmacht als onbetrouwbaar weg te zetten. Het betekent dat je geen rekenschap meer hoeft af te leggen van het terzijde schuiven van studies naar ontwikkelingen in het klimaat of van studies naar virussen. Het roepen van ‘NOS = Fakenews’ ontslaat je van de verplichting om inhoudelijk op kritiek in te gaan. Het roepen dat rechters niet meer onafhankelijk zijn (tenzij ze jou gelijk geven, natuurlijk) maakt voor jou de weg vrij om uitspraken naast je neer te leggen.

Het gevolg is dat de democratie op drijfzand komt te staan. Dat maakt de ruimte vrij voor chaos: niemand is te vertrouwen.

Deze manier van denken is bijna niet meer te corrigeren. Naar de pers hoef je niet meer te luisteren, want dat is fakenews. Wetenschappelijke onderzoeken kunnen terzijde geschoven worden, want die zijn links. De elite is alleen uit op eigen macht en vernietiging van het volk. De enige die ons kan verlossen is de eigen leider. Die Spreekt Ware Woorden. En als ze seksistisch, racistisch of antisemitisch gekleurd zijn, is dat niet zo erg of onwaar.

Als de pers, de rechter, de bestuurder of de wetenschapper een (vermeende) fout maakt, spreek dit uit, zoek naar de dialoog en ga samen op zoek naar de waarheid. Het wegzetten van een instituut (NOS = Fakenews) is een zwaktebod en werkt alleen ondermijnend.

Sem, Cham en Jafeth in de Ark

14 mrt

Het is schemerdonker in de Ark. Sem en Jafeth zijn samen met Noach naar de olifanten gaan kijken, omdat die erg onrustig werden van de nijlpaarden.

Cham zat met zijn moeder in de ruimte die dient als woonkamer. Of eigenlijk: hun leefruimte. Tussen de voorraden was er wat ruimte waar ze het eten konden klaarmaken en waar ze konden zitten.

In het licht van een olielampje maakt de vrouw van Noach het eten klaar. Cham kijkt naar de grillige schaduwen op de wanden van de Ark, veroorzaakt door de flakkerende vlam. De Ark slingert opeens krachtig naar links en helt over. Cham zet zich schrap, maar de Ark recht zich weer op. Opnieuw. Zoals steeds de afgelopen weken.

Chams gedachten dwalen af naar enkele weken geleden. Hij dacht weer terug aan hoe hij samen met zijn broers Sem en Jafeth door de bossen kon rennen. Op zoek naar wat wild of naar lekkere bessen. Tenminste – als ze hun vader niet hoefden te helpen met het bouwen van de Ark.

Hun vader was maanden geleden opeens begonnen. Hij vertelde dat hij een opdracht van God had gekregen om een grote boot te bouwen – de Ark. Je begrijpt dat de meeste mensen Noach een zonderling vonden. Wie bouwt er nu een boot midden op het land? Maar Noach liet zich niet uit het veld slaan. Van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds laat hakte hij bomen om en zaagde die tot planken. De Ark kreeg geleidelijk meer vorm. De spanten torende hoog boven het dorp uit. Deden de mensen eerst lacherig, nu keken ze met verbazing en verwondering. Ja, ze vonden het nog steeds maf en raar, maar ze kregen ook veel respect voor Noach. Van heinde en verre kwamen de mensen het schouwspel bewonderen. De waarschuwingen van Noach vonden ze minder leuk en al gauw ging iedereen weer naar huis.

Op een ochtend werden ze wakker van een vreemd geluid. Een soort diep gerommel. In de ochtendzon zagen ze in de verte allerlei dieren aan komen lopen. Giraffen, gnoes, paarden en zebra’s.  Luipaarden en hazen. Kijk daar, twee muizen. Krokodillen en dromedarissen. Er waren dieren bij die zo nog nooit gezien hadden of die ze later niet meer terug wilden zien. Zoals de wasberen die in de Ark steeds het versgebakken brood probeerden te stelen.

Een lange stoet dieren die twee aan twee aan kwamen lopen en zo de Ark ingingen. Noach liep heen en weer om de dieren naar hun verblijven te brengen. De immense ruimte – drie verdiepingen! – raakte al snel voller en voller.

Het begon te regenen. Op zich waren we daar eerst wel blij mee. Het was al langere tijd droog geweest. De aarde was dorstig. Terwijl de wat langzamere dieren de ark naderden, begon het harder te regenen. Grote druppels. Noach werd zenuwachtig. Ook wij moesten de Ark in. Achter ons ging de deur dicht. Dit was het. Ons hele leven was nu de Ark.

Alles wat we gewoon waren, stopte. We waren helemaal alleen met ons eigen gezin. Niet meer naar anderen toe. Niet meer naar de dorpsfeesten. Niet meer –

Cham schrikt op uit zijn mijmeringen. Hij loopt naar de lichtopening en kijkt naar de hemel. De wolken jagen langs de donkere hemel. Maar dan ziet hij opeens de prachtige sterrenhemel.

Het is alsof er een stem klinkt die zegt: Ik zal er zijn.

Kerk met toekomst

9 mrt

Toen de eerste coronagolf net over zijn hoogtepunt heen was, publiceerden Remmelt Meijer en Peter Wierenga hun boek Herkerken. De toekomst van geloofsgemeenschappen. De coronacrisis grijpt diep in in het kerkelijk leven. De meeste kerken zijn snel digitaal gegaan. Maar de aanblik van lege kerkzalen, de moeite om de onderlinge verbondenheid vast te houden en het stilvallen van kerkelijke activiteiten werken moedeloosheid en apathie in de hand. Volgens de auteurs laat de coronacrisis in de kerken zien wat al veel langere tijd al dan niet sluimerend aanwezig is. Al veel langer ondervinden kerken de invloed van individualisme en lossere onderlinge verbanden. door de coronacrisis wordt die andere crisis (secularisatie) versnelt en verdiept.

De crisis is niet alleen een tijd van verlies en zorg, maar biedt ook kansen. Ik betrek het maar op onze eigen geloofsgemeenschap: we worden uitgenodigd en uitgedaagd om na te denken over onze kernboodschap na te denken. Wat bedoelen we met Gods huis? Welke functie heeft ons kerkgebouw in de wijk? Wat is onze missie en hoe verhoudt zich dat met Gods missie?

De eredienst is een van de belangrijkste manieren waarop onze gemeente zich presenteert. Meijer en Wierenga pleiten ervoor om opnieuw na te denken over de vieringen in de kerk. Ze stellen dat de belevingswerelden inmiddels zo verschillend zijn, dat het geen zin meer heeft om in te zetten op een viering waarin alle ‘kleuren’ een plek krijgen. In hun visie zou er meer ingezet kunnen worden op verschillende soorten vieringen binnen een geloofsgemeenschap. Met name de tweede dienst op zondag leent zich hier voor. Het tweede is dat vieringen gebaat zijn bij eenvoud. Kunnen toeschouwers zich de liturgie eigen maken en zo deelnemer worden? Veel van de huidige diensten vragen of om meer uitleg, of om meer vereenvoudiging. “Kleinere samenkomsten leiden tot nieuwe ontdekkingen” (61) Tot slot leggen de auteurs de vraag voor hoe de vieringen opnieuw ingebed kunnen worden in de geloofsgemeenschap. Zeker als er verschillende vieringen zijn die een eigen publiek trekken, is de vraag naar verbinding van belang. Het vraagt om dialoog over de identiteit van de gemeente en om concrete handvatten hoe de vieringen doordeweeks door kunnen werken.

Het herkerken reikt verder dan het opnieuw vorm geven van de eredienst. Het raakt aan de organisatie van de geloofsgemeenschap. Veel geloofsgemeenschappen zijn al jaren bezig om vooral op de winkel te passen. Soms met kunst- en vliegwerk wordt de tent draaiende gehouden totdat het echt niet meer gaat. Meijer en Wierenga nodigen om op een andere manier naar de geloofsgemeenschap te kijken. Het gaat met name om relaties: we zijn als geloofsgemeenschap het Lichaam van Christus. Het betekent dat relaties op de eerste plaats komen. De kerk is vindplaats en oefenplaats van Gods nieuwe wereld. De enige contante in de kerkgeschiedenis is dat Rijk van God. Dat kader verandert niet. Alle andere kaders zullen van tijd tot tijd bijgesteld moeten worden.

Het denken vanuit relaties vraagt volgens de auteurs om drie belangrijke thema’s op een andere manier te benaderen. Het eerste thema is verantwoordelijkheid. Veel geloofsgemeenschappen hebben (onbewust) bijgedragen aan consumentisme. Gemeenteleden bezoeken als consumenten de activiteiten. De activiteiten worden zoveel mogelijk afgestemd op de behoeften van de bezoekers om zoveel mogelijk bezoekers tevreden te stellen. De kerk van de toekomst haakt niet aan bij het consumptiegedrag, maar zoekt naar mogelijkheden om mensen medeverantwoordelijkheid te geven. Kerk ben je samen. Het tweede thema is ruimte voor het experiment. In de oude kerk waren er meer functies die tot verrassende inzichten en ontwikkelingen leidden: apostelen, evangelisten en profeten. Het sluit ook aan bij het eerste punt: geef mensen ruimte en omarm het experiment. Het derde thema betreft de visie op de dominee en de kerkenraad. De kerk zou niet langer de kerk van de predikant moeten zijn. Nu is het vaak zo dat activiteiten pas doorgang vinden als de predikant er op de een of andere manier bij betrokken is. Een geloofsgemeenschap zal moeten leren om meer van onderop en vanuit samen te denken. De rol van de predikant is meer coachend en toerustend.

Deze crisis vraagt dus om een omslag in denken. Niet langer vanuit het verleden, maar vanuit de toekomst, het Koninkrijk (86). De kerk als broedplaats van liefde (97). ‘Een kerkdienst met vijfhonderd mensen heeft veel waardevols te bieden, maar is niet de plek waar de onderlinge liefde geoefend en verdiept wordt’ (103). ‘Massale kerkdiensten of vieringen zullen van tijd tot tijd als zeer
samenbindend en inspirerend ervaren kunnen worden, maar het is hoog tijd om te zien dat we moeten herkerken naar de kleinere en menselijke maat.’ (104) Niet dat de kleine groep de grote vervangt, maar we kijken te beperkt: ‘Daar in die huiskamers en buurthuizen, daar gebeurt kerk.’ (104).

De kerk van toekomst is een kerk die bewegelijk is in activiteiten, samenkomt in kleinere groepen en relevant is voor de buurt of wijk.

Het boek nodigt uit om opnieuw te doordenken waarom we ook al weer kerk zijn. Het nodigt uit om minder formalistisch en organisatorisch te denken, en het experiment en de ideeën van onderop ruimte te geven. Dat zal ook helpen om meer gemeenteleden medeverantwoordelijkheid te geven.

De vraag is wel of de waarde van de huidige geloofsgemeenschap voldoende wordt gewaardeerd. Misschien kan een geloofsgemeenschap pionieren en vloeibaarder organiseren als er een vertrouwenwekkende kerk is die al eeuwen meegaat en ook komende stormen zal kunnen doorstaan. Een kerk om op terug te vallen en uit weg te trekken.

Het komt aan op verbinding. Allereerst op het verbinden met God, op opnieuw verbinden met de bron die leven geeft. En op het verbinden met de geloofsgemeenschap. We hebben elkaar nodig op onze levensreis.

  1. Wat spreekt jou aan in het boek Herkerken? Wat roept weerstand op?
  2. voel jij je verbonden met een geloofsgemeenschap? Is die verbinding aan verandering onderhevig? Wil je daar iets over vertellen?
  3. Wat is volgens jou de kern van de geloofsgemeenschap en welke kernwaarden horen daarbij?
  4. Welke stappen zou je zelf willen zetten?
  5. Welke stappen zouden we als geloofsgemeenschap kunnen zetten?