Laten we Gods toekomst samen delen

17 sep

Beste gemeenteleden en vrienden van onze gemeente,

Waar staan we nu? Het is een vraag die me bezighoudt. Na een ingrijpend anderhalf jaar waarin de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan ons leven bepaalden, komen we nu in de fase waarin de maatregelen meer en meer worden losgelaten. Daar werd en wordt met reikhalzend verlangen naar uitgekeken. Hoe noodzakelijk de maatregelen ook waren, ze trokken ook een zware wissel op sociale verbanden in de samenleving en in onze geloofsgemeenschap.

Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker dat het coronavirus niet zal verdwijnen. Het betekent dat we op zoek moeten gaan naar een evenwicht tussen het aanhalen van relaties en het benadrukken van veiligheid.

Waar staan we nu? Dat is een vraag die gaat over onze samenleving. Wat mag, waar doen we goed aan? Het is ook een van en voor onze gemeente. Hoe stappen we het nieuwe seizoen in? Hoe zien we onze toekomst?

Onze toekomst is niet los te zien van wat er in het afgelopen anderhalf jaar gebeurd is. Ik realiseer me dat we afscheid hebben moeten nemen van zoveel gemeenteleden. We konden niet op die manier om elkaar heen staan als we gewend waren voor de corona. Samen de toekomst tegemoet leven, is ook ruimte maken voor rouw, verlies en teleurstelling.

In de afgelopen anderhalf jaar vonden er ook veel hoopvolle en mooie gebeurtenissen plaats. We mochten verrassend veel nieuwe gemeenteleden verwelkomen. Er werden kinderen geboren, jonge mensen gingen trouwen of samenwonen. Mensen gingen met pensioen of vonden (nieuw) werk. We hebben elkaar zoveel te vertellen!

In de afgelopen anderhalf jaar is onze geloofsgemeenschap ingrijpend veranderd. Fysieke activiteiten en samenkomsten waren meestal niet meer mogelijk. Wat is er indrukwekkend veel werk verzet door talloze vrijwilligers om de vieringen digitaal mogelijk te maken en om ondanks alles vorm te geven aan het onderlinge omzien. In deze coronaperiode hebben we zelfs de plannen voor de verbouwing verder uitgewerkt en zijn we inmiddels gestart met de bovenverdieping.

Ik wil graag het regieteam, de kerkenraad, alle vrijwilligers en gemeenteleden die op welke manier dan ook hebben meegeholpen om handen en voeten te geven aan onze kerk hartelijk bedanken.

Waar staan we nu? Met die vraag begon ik. Er begint een nieuw seizoen. Een seizoen vol hoop. Wat ik ons als gemeente van harte gun, is dat het seizoen van groei mag zijn: groei in verbondenheid en in geloof. Dat gaat niet vanzelf. Het vraagt om inzet en volharding. Het vraagt om meedoen. Hoe kunnen we elkaar vasthouden en bemoedigen in deze verwarrende tijd? Wat heeft u, wat heb jij nodig? Wat zijn jullie eigen ideeën?

Het thema van dit seizoen is: van U is de toekomst. Het gaat uiteindelijk niet om onze eigen toekomst, maar om Gods toekomst met ons. Die toekomst is een toekomst vol hoop die richting geeft en beschutting biedt. Gods toekomst met ons is allang begonnen, laten we die toekomst samen delen.

Ik kijk ernaar uit om u, jou weer te ontmoeten!

Hartelijke groet, ds. Alexander Veerman

Misschien wel het belangrijkste werk

25 jul

Onze zoon werkt in de ouderenzorg. Als helpende. Vandaag belde hij even op om te vertellen hoe zijn dag gegaan was. Hij werkt nu in een verpleeghuis, op een gesloten afdeling. De mensen waar hij zorg voor heeft lijden bijna allemaal aan Alzheimer of dementie – of aan een andere hersenziekte. Nee, hij werkt niet met dementerenden. Hij zorgt voor ouderen met dementie.

Vandaag was een heftige dag. Een van de bewoners was terminaal en overleed. Hij had haar nog verzorgd en gewassen voordat ze stierf, in het bijzijn van de familie. Het was een heilig moment. Zijn rust en zijn zorgvuldig omgaan met deze mevrouw waren tot troost voor de familie.

De dag was begonnen met het uit bed halen van de ouderen op zijn afdeling. Toen hij op de kamer kwam van een oudere vrouw, die in haar eerdere leven altijd zelfstandig en trots was geweest, bleek overal in de kamer urine te liggen. Ze had het toilet niet kunnen vinden. Zonder hier ook maar iets over te zeggen, ontfermde hij zich over de vrouw en maakte vervolgens de kamer schoon.

Later op de dag trof hij een ontredderde man die zijn ontlasting niet had kunnen ophouden en overal had uitgesmeerd. Onze zoon vroeg een collega om hulp en samen verschoonden ze deze man en gaven hem zijn eigenwaarde weer terug.

Dit is wat verzorgenden en helpenden doen in de verpleegzorg. Ze staan paraat. Ze zijn er. En in hun zorgvuldig en liefdevol handelen dragen zij er zorg voor dat onze ouderen steeds weer hersteld worden in hun waardigheid en eigenwaarde. Dit werk is van onschatbare waarde.

Onze zoon vindt zelf hij behoorlijk goed betaald wordt.

Ik denk daar zelf anders over. In onze samenleving zijn we kwijtgeraakt wat echt van waarde is. In onze samenleving is ‘de economie’ de grootste (en soms de enige) waarde die beslissend is. Maar heeft de economie ooit een mens zijn waardigheid teruggegeven toen z/hij tot de enkels in haar/zijn ontlasting stond?

Wandelen met God

21 jul

‘Henoch wandelde met God’. Het is een klein zinnetje in de Bijbel, dat een wereld van verlangen oproept. Wandelen met God – zou dat kunnen? Het raakt aan het verlangen naar rust, het verlangen naar gekend zijn. Het raakt aan verhalen van verwondering, verhalen over die momenten dat God even zo nabij was in ons leven.

Tegelijkertijd laat het verlangen ook zien hoe lastig het is om te wandelen. Om tijd te nemen. Om met aandacht te leven. Hoe snel rennen we onszelf, de ander en God niet voorbij? Wandelen veronderstelt rust. Wandelen maakt je opmerkzaam op wat er om je heen gebeurt. Wandelen heeft te maken met vertrouwelijkheid en vriendschap – God wandelde in de Hof van Eden. God wandelde met Noach.

Wandelen heeft te maken met het Koninkrijk van God

Nu is er veel meer te zeggen over het wandelen van Henoch. De NBV vertaalt: ‘Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God’. Wandelen is niet beperkt tot tijd nemen en aan rust en verwondering toekomen. Nee, het heeft veel meer te maken met een levenswijze. een levenswandel. Het wandelen met God is veel meer dan het rondje langs de Singel.

De wereld van Henoch was een harde wereld – in die zin verschilde zijn context niet zoveel met de onze. In Genesis 4 lezen we over Kaïn en zijn nakomelingen. Kaïn stichtte een stad: Henoch. Dat was een prestatie om u tegen te zeggen. Want daar kwam het uiteindelijk op neer: presteren. Sterk zijn. Geen zwakke kanten laten zien. Hard en ongenadig zijn. Een achterkleinzoon van Kaïn, Lamech, gaf woorden aan die harde wereld: ‘Als je mij wat aandoet, neem ik zevenmaal wraak op jou’.

Op de rouwadvertentie staat niet: ‘Hij heeft dit en dat bereikt’. Maar: ‘Hij wandelde met God’. Dat is de samenvatting van zijn leven – wandelen met God in een wereld waar het onrecht hoogtij viert. Wandelen met God betekent in die context: je verzetten tegen haat, onverschilligheid en cynisme. Wandelen met God betekent dat je eerste drijfveer nooit zelfhandhaving kan zijn, maar altijd te maken heeft met recht en gerechtigheid, met bewogenheid en liefde. Als we wandelen met God komen we aan onze bestemming als beelddrager van God. Dat is niet zonder risico en leidt niet altijd tot een rustig begaanbaar pad met mooie vergezichten.

Nee, wandelen met God is niet eenvoudig. Niet alleen om wat anderen van jou zullen zeggen en hoe ze je misschien de voet dwars zullen zetten, maar ook om je eigen binnenkant. Durf je het aan om God in je hart te laten wonen, om de muren rond je hart te slechten en de maskers waarachter je je verstopte af te doen?

Adam en Eva konden erover meepraten. Toen zij God in de tuin, de Hof van Eden, waar zij woonden dichterbij hoorden komen, verstopten zij zich vanwege schaamte en schuld. God riep hen echter weer terug in het licht. Zo worden ook wij uitgenodigd om onze verhalen met God te delen. Onze beschadigingen. Onze pijn. Waar we anderen beschadigden. Wandelen met God is herstel van je binnenste om zo meer en meer beelddrager van God te worden.

Verwijzing naar Christus

[jargon-alarm] Nu kent het verhaal van Henoch een verrassende diepte. Om die diepte mee zien, moet ik meenemen in de opbouw van de geslachtsregisters van Genesis en van Mattheüs. Genesis is opgebouwd aan de hand van tien geschiedenissen (Hebreeuws: ‘toledoth’). Of beter is het om te spreken van ‘verwekkingen’ of ‘wording’. Genesis gaat over ontstaan, over wordingsgeschiedenis: van hemel en aarde, van Adam, van Noach, van Terach (vader van Abraham), enzovoort. Het Bijbelse getal 10 heeft een krachtige lading: er waren 10 plagen in Egypte, 10 bevrijdende woorden: het getal 10 is verbonden met Gods bevrijdend en reddend handelen. Daar gaat Genesis over.

In Genesis staan twee geslachtsregisters: in hoofdstuk 5 (waar Henoch ook wordt genoemd) en in hoofdstuk 11. Het zijn 10 generaties tot Noach (H.5) en 10 generaties van Noach tot Abraham (H.11). Wat de schrijver hiermee aan wil geven, is dat een volgende generatie nooit een vanzelfsprekendheid is. Het leven wordt door God bevochten op leven en dood. Elke volgende generatie is genade, is een scheppende beslissing.

In de geslachtsregisters is sprake van een vast patroon: de naam wordt genoemd, hoe oud hij was bij de geboorte van de eerste zoon en hoeveel jaar er verstreek tot zijn sterven. De eerstgeboren zoon is de centrale gebeurtenis. Het register in hoofdstuk 11 maakt duidelijk waar het naar toe gaat: het komt uit bij Abraham, uit wie het volk Israël voort zal komen. Israël is de eerstgeborene onder de volkeren. De eerstgeborene is geroepen om het ware mens-zijn aan het licht te brengen, om te leven zoals het bedoeld is. Dát is de roeping van Israël in de Bijbel: leef zo, dat God aan het licht komt. Nooit ten koste, maar altijd ten dienste van medemensen. Genesis eindigt met de geschiedenis van Jozef. Hij is het voorlopige sluitstuk. Hij laat zien wat het goede leven inhoudt.

Mattheüs sluit in zijn evangelie met het register in hoofdstuk 1 aan bij Genesis 5 en 11. Hij beschrijft de wordingsgeschiedenis van Jezus. Jezus Christus is uiteindelijk de beelddrager zoals God het bedoeld heeft. Hij vervult de opdracht en het verlangen waar Genesis over spreekt.

Wij wandelen met Henoch

Door Jezus sterven en opstanding mogen ook wij dragers van die gelijkenis van God zijn. Henoch wandelde met God. Hij beleefde iets van het volle leven. Hij werd uiteindelijk bewaard voorbij de macht van de dood. Sinds Christus zijn de Henochen niet meer de uitzondering in de geschiedenis. We mogen met Christus opstaan tot een nieuw leven en steeds meer naar zijn beeld ons vormen.

Wandelen met God is niet gespaard worden voor rottigheid, onrecht, lijden en verdriet. Wandelen met God is niet altijd de wind mee hebben, maar wel dat je met God die nieuwe wereld binnenwandelt.

En als jij niet meer verder kunt, zal Hij je dragen.

Gebed tegen de klippen op

17 jul

God van licht en leven, zo roepen we U aan – God van het licht. Want het is donker geworden. In de wereld om ons heen, in ons hoofd en in ons hart. Wat een week ligt er achter ons. En wat komt er allemaal nog op ons af? We worden overspoeld door ziedend water. Een wereld waarin het recht van de sterkste lijkt te gelden. Een wereld waarin we ons machteloos en klein kunnen voelen. De golven van vertwijfeling en onzekerheid slaan over ons heen. God – ontferm U toch over ons.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de moord op Peter R. de Vries. We bidden voor de nabestaanden. We bidden voor lichtbrengers en hoopverleners. Voor mensen die niet buigen voor onrecht. Voor mensen die de stemmen van gemarginaliseerde groepen aan het licht luisteren. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door het overlijden van een motoragent in Rotterdam, een regelrechte aanslag op een agent die pal staat voor onze veiligheid. We bidden voor de nabestaanden en de collega’s. We bidden voor een ieder die zich inzet voor orde en veiligheid – om uw beschutting, om onze bewogenheid en steun. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de aanval op twee medewerkers van de GGZ-instelling Parnassia in Den Haag waarbij een beveiliger om het leven is gekomen. We bidden voor de nabestaanden en voor de collega’s. We bidden U voor wie zich inzet voor mensen die psychisch belast zijn dat zij hun hart durven blijven volgen. We bidden U voor wie hulp nodig heeft en soms zich zo verloren en wanhopig kan voelen. God – ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door de vernietigende kracht van het water in Duitsland, België en Limburg. We bidden U voor wie geliefden heeft verloren in de watervloed. We bidden U wie verlies heeft geleden door het water, voor wie moest vluchten en huis en haard achter zicht moest laten. We bidden om een zegen voor alle hulpverleners en alle vrijwilligers, we bidden om Uw nabijheid als rots in de branding. God- ontferm U toch.

We zijn verbijsterd en geschrokken door wat er in ons eigen leven of in de levens van wie we liefhebben gebeurt of gebeurd is. God – ontferm U toch over ons.

God van licht en leven, we roepen tot U. U bent ons licht. Toen de aarde woest en doods was, riep U dat er licht moest zijn. Roep zo vandaag uw licht over ons uit en ontsteek uw licht in ons. Wij zijn de eersten niet die de weg kwijt zijn. Geef dat we mogen schuilen in uw Woord, opdat we houvast mogen vinden.

God van licht, kleed ons in uw mededogen, opdat we niet alleen en verloren zijn. amen

Rouw

11 jul

Het verlies van een dierbare zet je wereld op zijn kop. Van het ene op het andere moment ben je als het ware in een ander land: het land van de rouw. Een nieuw land waar van je de taal niet spreekt en waar je de weg niet kent. Als de dood inbreekt in het leven, dient de rouw zich aan. Altijd en overal. Hoe kun je daar mee omgaan.

Misverstanden

Er zijn verschillende misverstanden als het gaat om rouw. Een eerste misverstand is dat je ‘er over heen komt’ of dat je het verlies kunt verwerken en ‘achter je laten’. Wie afscheid moet nemen van een geliefde, draagt die persoon onder het hart. In leven en in sterven. De relatie die je met de overledene hebt, houdt niet op. De omstandigheden zijn veranderd en daar moet je je mee leren verhouden. Rouwen is niet vergeten of achterlaten, maar meenemen, en je leren verhouden met het verlies: overleven en doorléven.

Een tweede misverstand is dat er maar één juiste manier van rouwen zou zijn. Rouwen is universeel. Hoe je handen en voeten geeft aam rouw is echter persoonlijk en verschilt van persoon tot persoon. Jouw weg is uiteindelijk de goede weg.

Ruimte om te rouwen

Het valt niet mee om de weg van de rouw te gaan. Een belangrijke reden is dat het in onze samenleving lastig is om over rouw te praten. Als er weinig ruimte is in de samenleving om aandacht te besteden aan rouw, zullen rouwenden hun verhalen en emoties bij zich houden.

Daarom zijn gezamenlijke en publieke rituelen zo van belang. Het helpt om een bedding te vinden waarbinnen het verhaal van afscheid en verlies verteld kan worden.

Rouwtaken

Er is veel geschreven over rouwen en omgaan met verdriet. Het is goed om te beseffen dat niemand in een model of een mal gedrukt kan worden. Manu Keirse (Helpen bij verlies en verdriet) spreekt daarom over rouwtaken. Hij onderscheidt er vier. Deze taken lopen soms door elkaar heen. Soms dient een taak zich opnieuw aan.

De eerste rouwtaak is de werkelijkheid van het verlies onder ogen zien. Soms is het verlies niet of nauwelijks te bevatten en kost het moeite en energie om de werkelijkheid tot je door te laten dringen.

De tweede rouwtaak is de pijn van het verlies te ervaren. De pijn van het verlies is een spiegel die de kostbaarheid van je relatie weerkaatst. In het ervaren van de pijn kunnen de emoties een ongekende intensiteit hebben. De emoties kunnen verschillen: boosheid, verdriet of schuldgevoel.

De derde rouwtaak is het aanpassen aan de nieuwe situatie na het overlijden van de dierbare. Het gaat om aanpassingen in het dagelijks leven: hoe ga je verder als vriendengroep als er een vriend is weggevallen? Hoe ga je om met de lege plek aan tafel? Soms moet je ook als het ware een nieuw beeld van jezelf uitvinden. Opeens ben je weduwe. Of een ouder die een kind is verloren. Wat doet dit met je zelfbeeld, met je identiteit? Het kan ook zijn dat je je levensovertuiging of je geloof moet aanpassen aan de nieuwe situatie. Hoe kijk je naar de toekomst? Het vraagt om opnieuw vertrouwen te vinden, het herschrijven van je levensverhaal.

Dat laatste raakt tenslotte aan de vierde rouwtaak die Keirse onderscheidt: de band bewaren in de herinneringen en opnieuw leren genieten. Het gaat er niet om om je dierbare los te laten, maar wel om hem of haar anders te leren vasthouden.

Bijbelse verhalen om in te schuilen

Wat ik zelf opmerkelijk en bijzonder vind, is dat de Bijbel verhalen en geschiedenissen aanreikt die in tijden van ontreddering en wanhoop eeuwenlang mensen hebben geholpen om in duisternis en donkerte zicht te houden op het Licht en vast te houden aan hoop van Godswege.

Het scheppingsverhaal vertoont een overeenkomst met de zojuist genoemde eerste rouwtaak: de werkelijkheid van het verdriet onder ogen zien. Genesis 1 begint juist daar: in de chaos. De aarde was woest en doods. Zo kun je je voelen als je de werkelijkheid onder ogen ziet. Maar dan klinkt daar Gods stem: Er moet licht zijn. En zo wordt vanuit die chaos een ruimte gecreëerd: een hemelkoepel om onder te schuilen, en grond om op te staan.

In Jeremia lezen we hoe het volk Israël dat weggevoerd was uit het eigen land en naar een vreemd en vijandig land was gebracht. Het volk hoopte en verwachtte misschien wel dat God hen zou bevrijden en thuis zou brengen. De boodschap van Jeremia is echter een andere: ‘dit is het. Bouw huizen, sticht gezinnen. Hier blijven jullie wonen’. Maar er is ook de belofte: in die vervreemding, ben Ik bij jullie. Als je te maken krijgt met rouw, kun je je vreemdeling voelen in je eigen lijf, in je eigen leven. Het verlies kan niet meer ongedaan gemaakt worden. Met deze pijn en vervreemding moet je leven – maar niet alleen, God gaat met je mee.

Opnieuw leren leven valt niet mee. Als het volk Israël uit Egypte is bevrijd, vindt het zichzelf terug aan de oever van de Schelfzee. In hun rug komen de Egyptenaren (de pijn, de ontkenning, al het verstillende verdriet) er al weer aan. Er is echter geen weg meer. Voor hen ligt de zee met alle diepte. Dan maakt God een weg waar geen weg was, dwars door het water van nood en dood.

De belangrijkste Bijbelse verhaallijn is het Rijk van God, de toekomst die ons wenkt. Dat is het perspectief waaronder we mogen leven en schuilen. Dat is de toekomst die het mogelijk maakt om ook te kunnen genieten.

Hoe verder?

Hoe kun je rouwen, hoe werkt het? Misschien is het het meest van belang om te vertellen en om te blijven vertellen. Hoe voel je je vandaag? Voor de mensen om rouwenden heen is mijn advies: luister, luister nog een keer en blijf luisteren. Het is van onschatbare waarde.

God gaat mee. Soms wordt Hij heel nadrukkelijk ervaren. Soms ervaren rouwenden troost. Soms is God een wanhopige schreeuw verwijderd. Soms komt God aan het licht in de trouw van een medemens.

God gaat mee. Hij bewaart jouw tranen in zijn kruik (psalm 56). Jouw tranen zijn kostbaar. Of je ze in stilte hebt gehuild of samen met je vrienden. En straks wist Hij je tranen van je ogen. Liefdevol en zorgzaam.

Wij mogen schuilen in zijn naam: Ik ben bij je.

Broodnodige bronnen

3 jul

Inleiding

Israëls toch door de woestijn is altijd al opgevat als het beeld van een levensreis. De reis gaat met horten en stoten. Het volk heeft te maken met uitbuiting, slavernij en klein gemaakt worden. Maar ook met ongedachte en onverwachte redding. Het verhaal van de bevrijding uit Egypte laat ook zien hoe lastig het is om de banden van het verleden los te maken en hoe snel het verleden je weer in kan halen. Het laat zien hoe lastig de weg van de vrijheid is.

Juist als we in een tijd van uithouden en volhouden terecht komen, vraagt die weg van vrijheid om geloof, om vertrouwen. Geregeld lijkt de weg van de vrijheid hard en uitzichtloos. Wat kun je dan verlangen naar vroeger. Goed, het was niet echt een pretje, maar je wist wat je had en waar je op kon rekenen. Terug naar de vleespotten van Egypte.

Coronatijd

Als geloofsgemeenschap maken we nu ook zo’n beweging door. Anderhalf jaar lang was het zoeken en worstelen. Hoe kunnen we handen en voeten geven aan onze verbondenheid als de erediensten niet meer fysiek bezocht kunnen worden? Hoe kun je gemeenschap ervaren als de activiteiten vrijwel allemaal gestopt zijn?

Er gebeurden en gebeuren prachtige dingen in onze gemeente. We hebben ingezet op digitale vieringen en bijeenkomsten, en op allerlei manieren hebben we geprobeerd om naar elkaar om te zien. Verbinding zoeken: met elkaar, met het dorp, met God.

Maar het was en is niet eenvoudig. Het is een tijd van bezinning. En sommigen komen tot de conclusie dat de kerk geen oase voor hen was. Heeft het nog zin om je te verbinden met de kerk als je het eigenlijk helemaal niet gemist hebt? Kan de kerk of de kerkdienst een oase zijn? Voor anderen waren juist de digitale vieringen een mogelijkheid om zich meer te verbinden aan geloof en kerk. De digitale kerk was en is voor hen een oase die dorst lest. Weer anderen verlangen enorm naar de tijden van voor corona. Het digitale was het niet. En de beperkingen in de fysieke vieringen deden afbreuk aan wat de kerkdienst juist tot een oase maakt: de onderlinge afstand, het niet kunnen zingen en het missen van het kopje koffie. Het riep afstand op – het was eerder een bittere bron dan een dorstlessende.

Al die verschillende ervaringen van de afgelopen periode – hoopvolle, lastige, verwarrende en bemoedigende ervaringen nemen we mee naar de toekomst. De coronatijd versterkte mijn inziens de beweging en de gevoelens die er al onderhuids waren.

Nu we weer voorzichtig mogen gaan nadenken over ‘terug naar normaal’ dient zich de vraag aan: hoe verder? Wat nemen we mee? Wat hebben we van de afgelopen periode geleerd? Hoe kan de kerkdienst voor een ieder van ons tot oase worden?

Oase in de woestijn

Als de woestijnreis van het volk van Israël ons één ding leert, is dat we plekken nodig hebben om tot rust te komen. Om op adem te komen. We hebben plaatsen nodig waar we opnieuw bepaald worden bij de kern van ons bestaan.

Woestijntijd is een tijd van herbronnen. Waar vind je kracht en energie? Hoe houd je het vol? Oases zijn broodnodig.

Israëls geschiedenis is door zijn herkenbaarheid bemoedigend en richtinggevend. Geloven is een weg van vallen en opstaan. Het ene moment kun je je zo opgebeurd, erkend en gekend weten, maar het andere moment kan het gevoel dat je er alleen voor staat je moedeloos maken.

Zeker als we op onze levensreis een periode van woestijntijd moeten doorstaan – door ziekte, onzekerheid, sleur, twijfels of wat dan ook maar – dan kunnen we overvallen worden door een gevoel van leegte. Nee, dan kan je zomaar verloren lopen in de leegte om en in je.

Woestijntijd. Alleen met oases, met bronnen kom je daar die tijd heen. Alleen met het tijdig vinden van een bron kun je je reis vervolgen. Als de bron bitter is, is dat misschien nog wel erger dan als er geen bron zou zijn geweest. Een bittere bron slaat hoop in duigen, spoelt de grond onder je voeten weg.

Dat raakt aan de vraag van vandaag en de vraag naar de toekomst van onze geloofsgemeenschap. Wat is de kern van ons samenzijn? Wanneer zijn we dorstlessend?

Een stuk hout

Wat in de Bijbel steeds weer hoopgevend is, is dat we mogen leren dat ons leven in voor- en tegenspoed geborgen is in Gods hand. Gaan met God betekent niet dat alles ‘rozengeur en maneschijn’ is, maar wel dat tot in de diepste duisternis we niet alleen zijn.

Het stuk hout herinnert ons aan Gods begin met ons. In de Joodse traditie wordt het stuk hout opgevat als een verwijzing naar de Boom des Levens in de Hof van Eden. In de christelijke traditie als een verwijzing naar het reddende lijden en sterven van Jezus aan het kruis.

Het is goed om dat fundament in gedachten te houden. Een kerkdienst gaat niet over mij of over mijn voorkeuren. Het gaat over God en onze dank aan God voor wat Hij ons in Jezus Christus geschonken heeft. Dán komen we bij de kern.

Ook op anderhalve meter is onze God nabij en onze dank waard. Ook als een ander het lied voor ons draagt, prijzen wij God. Ook als wij thuis in onze huiskamers – en soms zo alleen – meevieren, prijzen en loven wij God. Die lofprijzing, die dankbaarheid maakt onze eigen bittere bronnen zoet.

Waar wij vanuit die liefde van God, die ons draagt, leven en van die liefde uitdelen, verandert bitterheid in een bron die leven geeft.

Avondmaal

Laten we zo samen – thuis en in de kerk – het Avondmaal vieren. Luther stelde dat als de bevoorrading faalt, het geloof onder druk komt te staan. Hier aan het Avondmaal herinnert Jezus ons eraan dat we geliefd en waardevol zijn. We eten van het brood dat leven geeft als tegenwicht aan leegte en onrust, aan schuldgevoel of het gevoel op drift te zijn.

Aan het Avondmaal ervaren we ten diepste wat verbondenheid betekent. Met God, met elkaar. Hier worden we aangesproken, geroepen – om op adem te komen én om op weg te gaan.

Zorgvuldig versoepelen

1 jul

Het gaat ineens snel met alle versoepelingen. In februari moesten de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan nog stevig worden aangescherpt, maar sinds kort werd de toon van de persconferenties steeds optimistischer. Op de laatste persconferentie van juni maakten premier Rutte en minister De Jonge bekend dat bijna alle maatregelen worden losgelaten: geen mondkapjes, meer mensen in ruimtes, horeca weer open, ruimte voor vakanties en werken op kantoor. Wat blijft zijn de hygiëneregels en de anderhalve meter afstand. Bijna alles kan weer op anderhalve meter.

De versoepelingen zijn door het interkerkelijk contact in overheidszaken (CIO) vertaald naar de kerkelijke praktijk. De nieuwe richtlijnen van het RIVM betekenen voor de geloofsgemeenschappen: samenkomen in de eredienst met meer mensen mogelijk, het dringend advies om niet te zingen vervalt en geen beperkingen meer met betrekking tot groepsgrootte binnen en buiten. De Protestantse Kerk in Nederland, aangesloten bij het CIO, heeft dit integraal overgenomen.

Wat betekent dit voor onze eigen geloofsgemeenschap? Allereerst geeft het ons weer meer ruimte. We kunnen weer een begin maken met die activiteiten die ons zo helpen om handen en voeten te geven aan geloof en aan onderlinge verbondenheid. Het samen zingen. Het samen koffiedrinken. Het samen deelnemen aan een gespreksgroep. Daar zijn we blij mee en dankbaar voor!

Het tweede is dat we als kerkenraad bewust hebben ingezet op zorgvuldig versoepelen. We hebben in de afgelopen maanden vaak gezocht naar wat wel mogelijk was binnen alle beperkingen. Nu vinden we het belangrijk om niet gelijk mee te gaan met alle mogelijkheden en juist nu in te zetten op die zorgvuldigheid – om verschillende redenen. Het is goed om te beseffen dat er nog veel onzeker is. Er doemen nieuwe varianten op die met vakantiegangers mee terug komen naar Nederland. Ook is het virus in Nederland nog niet uitgewoed. Ja, het gaat heel erg goed en de vaccinaties hebben een grote positieve impact op het tegengaan verdere verspreiding. Onze regio, Zuid-Holland zuid is op dit moment echter de enige regio die nog als ‘ernstig’ in het corona-dashboard. Juist in onze regio past het om extra waakzaam te zijn.

De andere reden om te wijzen op zorgvuldigheid heeft te maken met solidariteit. We hebben voortdurend in de coronaperiode aan de jongere generaties gevraagd om solidair te zijn met de oudere generaties. En daar is gehoor aan gegeven: het sociale leven kwam voor veel jongeren vrijwel stil te liggen. Nu vragen we solidariteit aan de oudere generaties die de vaccinaties gehad hebben. Veel jongeren wachten nog op de eerste of tweede prik. Pas als iedereen gevaccineerd is en het virus meer onder controle is, zullen we verder versoepelingen.

Het derde punt dat ik hier wil noemen als het gaat om de betekenis van de versoepelingen voor onze geloofsgemeenschap, is dat we niet terug willen naar vroeger. Niet zomaar. Deze pandemie heeft diep ingegrepen in het sociale leven. Het heeft ons veel gekost, maar heeft ons ook veel opgeleverd. We zullen op weg naar de toekomst de lessen uit de coronatijd mee moeten nemen. We kunnen niet onveranderd verder gaan. Ik denk dan aan onze tijdsbesteding: hoe waardevol was het om tijd te hebben voor het gezin, voor ontspanning of voor vrienden (ook al was dat vaak op afstand). De leeggeraakte agenda (geen vergaderingen, overleggen of gespreksgroepen), maakte ruimte voor een andere manier van tijdsbeleving. Ook is duidelijk dat onze leefstijl actief bijdraagt aan de omstandigheden waarbinnen pandemieën goed kunnen gedijen. Niets is erger dan ‘gewoon verder leven alsof er niets gebeurd is’. Tot slot hebben we als geloofsgemeenschap nieuwe wegen verkend in het afgelopen jaar. Laten we deze verkenningen en ontdekkingen niet zien als een bezigheidstherapie van toen, maar als een belangrijke stap in missionair kerk-zijn en in gemeenteopbouw.

Hoe de zorgvuldige versoepelingen er precies uitzien? Daarvoor verwijs ik graag naar de website van onze gemeente.

De gevaarlijke onwaarheden van Orbán

25 jun

De gemoederen op de EU-top liepen deze dagen hoog op. Inzet van de ruzie is de wet die onlangs door het Hongaarse parlement is aangenomen en in de wandelgangen de ‘antihomowet’ is gaan heten. De Hongaarse premier Orbán, de drijvende kracht achter deze wet, reageert verontwaardigd op alle kritiek. Volgens hem gaan het helemaal niet om het inperken van rechten van homoseksuelen, maar om het beschermen van kinderen. Wie zou daar op tegen kunnen zijn?

Waar staat er eigenlijk in de omstreden antihomowet? In eerste instantie was de wet bedoeld om kinderporno en pedoseksualiteit strenger te straffen. Een Hongaarse ambassadeur in Peru was gearresteerd omdat hij in het bezit was van een grote hoeveelheid kinderporno. Uiteindelijk bleek het strafrechtelijk met een sisser voor de ambassadeur af te lopen. Dat was de reden om de wet over seksuele misdrijven tegen minderjarigen aan te scherpen, zodat er ruimte zou zijn om strenger te kunnen straffen. De oppositie kon zich goed vinden in dit wetsvoorstel.

Enkele dagen voordat de wet tegen seksueel kindermisbruik in behandeling zou worden gegeven, werd er door de politieke partij van Orbán een aantal wijzigingen aan het wetsvoorstel toegevoegd. Deze aanpassingen vormen het probleem: minderjarigen mogen geen afbeeldingen over homoseksualiteit of geslachtsveranderingen zien; op scholen mag er niet meer over homoseksualiteit gesproken worden en er gaan beperkingen gelden rond seksuele voorlichting. Vanwege deze wijzigingen boycotte de oppositie de uiteindelijke stemming.

De suggestie die in deze aanvullingen doorklinkt, is dat homoseksualiteit en transgender door ‘indoctrinatie’ wordt ingegeven. Dit past bij de harde lijn die eerder al was ingezet: het huwelijk is uitsluitend voor een relatie tussen een man en een vrouw, en homoseksuele stellen mogen niet langer kinderen adopteren. Deze beide wetten maken duidelijk dat homoseksuelen en lesbiennes niet dezelfde rechten hebben als heteroseksuelen.

De nieuwe wet gaat verder dan het creëren van een wettelijke basis voor ongelijkheid (en dus discriminatie). De eerste onwaarheid die in deze wet meekomt, is dat gender en geaardheid een ideologie zou zijn. Het gaat echter om identiteit. Jongeren worstelen met hun geaardheid of met hun gender. Niet omdat anderen hun vertellen dat ze gay zouden moeten zijn, maar omdat deze jongeren haarscherp aanvoelen dat zij anders zijn dan de heersende norm in de samenleving. Homoseksualiteit of transgender gaat niet over seksuele handelingen – of in ieder geval niet in de eerste plaats. Het gaat allereerst en vooral over wie iemand is, het gaat over identiteit. Ontkenning van die identiteit – en het gesprek hierover – drijft jongeren tot wanhoop. Het is niet voor niets dat het percentage lhtbi-jongeren dat een suïcidepoging doet erg hoog is.

De tweede onwaarheid is dat homoseksualiteit schadelijk zou zijn voor kinderen en jongeren en dat homoseksualiteit op de een af andere manier verweven zou zijn met pedoseksualiteit. De cijfers tonen ontegenzeggelijk aan dat kindermisbruik vooral gepleegd wordt door heteroseksuele daders. Er wordt door Orbán een verband gelegd dat er niet is: homoseksualiteit is niet schadelijk voor kinderen en leidt niet tot pedoseksualiteit. Het is een schadelijke en onjuiste stigmatisering die én homoseksuelen bij voorbaat verdacht maakt én kinderen en jongeren die slachtoffer worden misbruik niet gaat helpen.

Er is nog een derde onwaarheid die ik hier wil noemen. In de nieuwsberichten over deze wet wordt voortdurend gesproken over ‘pedofilie’ als een vorm van kindermisbruik. Dit is echter onjuist. Pedofilie is de geaarheid waar mensen ook mee kunnen worstelen en strijden. Pedoseksualiteit zijn de strafbare handelingen, die ook moreel verwerpelijk zijn. Het zou pedofielen die er alles aan doen om niet over te gaan tot strafbare handelingen helpen, als we in ons spreken dit onderscheid ook mee zouden willen wegen.

De onwaarheden van Orbán zijn dus schadelijk voor de lhtbi-gemeenschap en zijn ook niet helpend voor kinderen en jongeren. De vraag is dan ook gerechtvaardigd waarom Orbán voor deze koers kiest en waarom er zoveel mensen zijn die hem hierin steunen.

Bij mij komen twee gedachten naar boven: de eerste gedachte is dat we in een onzekere tijd leven waarin bijzonder veel verandert. Orbán (en met hem leiders als Erdogan, Poetin en Trump) zet in op orde. In deze chaotische tijden herstelt hij de orde: vluchtelingen en migranten bedreigen de orde, net zoals de lhtbi-gemeenschap de orde van het huwelijk en het heldere onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk bedreigt. De tweede gedachte is dat het liberale gedachtegoed (terechte) ethische vragen en spanningen oproept. Het lijkt erop dat het liberale denken een alles of niets pakket is. Je bent voor een inclusiviteit, abortus en voltooid leven. Het is niet meer dan terecht dat conservatieven hier vragen bij hebben. Het probleem is echter niet homoseksualiteit, maar het gegeven dat alle ethische vragen in een pakket worden aangeboden.

Hoe verder? Wat voor het vervolg belangrijk is, is dat er ruimte komt voor verhalen. Zoals de premier van Luxemburg zijn verhaal vertelde, zo moet er ruimte komen en blijven voor de verhalen van transgenders, biseksuelen, lesbiennes en homoseksuelen. Deze groep is niet gebaat bij de stoere praat van Rutte die Orbán op de knieën wil dwingen. Wel bij elke actie die duidelijk maakt dat het gaat om identiteit en niet om een ideologie. Zij zijn gebaat bij elke actie die de verwevenheid van ethische dilemma’s ontwart en ruimte maakt voor het persoonlijk verhaal.

Inclusiviteit gaat niet over vrijzinnig of conservatief, maar om een medemens die gehoord en gezien wil worden. Alleen dan kan de regenboogvlag die beschutting bieden waar iedereen naar verlangt.

De seksistische kerk

19 jun

Vorige week las ik een bericht in de krant dat me de adem ontnam. Niet dat ik het ergens niet verwachtte. Of dat ik het eigenlijk wel wist of minimaal vermoedde. Ik hoorde en hoor verhalen van vrouwelijke collega’s. Over hoe zij telkens weer hun positie moeten bevechten. Hoe er gelet wordt op uiterlijk en kleding. Hoe er seksistische opmerkingen gemaakt werden. Hoe ik zelf ook uitgelachen werd toen ik in een landelijke kerkelijke vergadering met bijna alleen maar mannen seksisme aan de orde stelde.

Afgelopen week werden de uitkomsten gepubliceerd van een onderzoek naar seksisme onder vrouwelijke predikanten door het Nederlands Dagblad: ” Ruim driehonderd vrouwen uit verschillende kerken vulden de vragenlijst in. De uitkomst: 86 procent van de vrouwelijke voorgangers geeft aan seksisme te ervaren in haar werk, deze voorgangers voelen zich ongelijk behandeld vanwege hun vrouw-zijn. Driekwart van deze voorgangers geeft aan seksistisch benaderd te worden door gemeenteleden. Ruim zestig procent deelt dat ze ongelijk behandeld wordt door collega-voorgangers. Een kwart van de voorgangers zegt seksisme te ervaren vanuit het bestuur van de kerk.”

Het onderzoek in het Nederlands Dagblad laat op een verpletterende wijze zien wat er mis is in de kerk. Of beter: wat er mis is in mijn eigen kerk, de Protestantse Kerk in Nederland. De meeste respondenten zijn immers voorganger in de PKN.

Ik heb geaarzeld over de titel van dit blog. Is het niet beter om te spreken over seksisme binnen de kerk? Kun je zeggen dat de kerk zelf seksistisch is? Laten we eerlijk zijn en de feiten tot ons nemen: 90% van de vrouwelijke voorgangers ervaart seksisme. Dan is er geen sprake meer van een incident, maar dan gaat het over het klimaat, de cultuur in de PKN. Mijn vrouwelijke collega’s zijn net als ik in het ambt bevestigd. Het ambt heeft alles te maken met Christus zelf. De kerkorde van de PKN zegt het zo: “Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven.” Seksisme raakt aan het heil en raakt aan Christus zelf.

Daar komt nog iets bij. Als vrouwelijke voorgangers al op deze wijze worden bejegend, wat zegt dat over onze houding naar vrouwen in het algemeen? Hoe ver zijn wij afgedwaald van de vrijheid van het Evangelie, zoals verwoord door Paulus: “In Christus is er geen onderscheid meer tussen man en vrouw” (Galaten 3,28). Het onderzoek laat zien dat vrouwelijke voorgangers juist ook seksisme ervaren van mannelijke collega’s. Seksisme is dus niet een ‘vrouwending’, maar een groot probleem van en voor de mannen in de kerk. Predikanten hebben de roeping hierin hun gemeente voor te gaan en de veiligheid van vrouwen in de gemeente te waarborgen.

Het schilderij ‘Hartpijn’ van Esther Veerman

Seksisme is niet onschuldig. Het gaat uit van de superioriteit van de man en maakt de vrouw klein. Seksisme creëert ook het klimaat waarbinnen ongewenste seksuele grensoverschrijdingen plaats kunnen vinden. Het vraagt dus om een ondubbelzinnige veroordeling van elke vorm van seksisme en om beleid om vrouwen hun plek in de geloofsgemeenschap in te kunnen nemen, in vrijheid en veiligheid.

De houding van de PKN is tot nog toe teleurstellend. De PKN wenste niet mee te werken aan het onderzoek (vanwege de AVG, maar dar is echt onzin) en heeft tot vandaag nog niet inhoudelijk en voor de vrouwelijke collega’s steunend gereageerd. De oecumenische vrouwensynode schrijft in een open brief dat zij een steunbetuiging van de PKN missen en dat dit ook zeer doet.

Ik vind het erg. Ik vind het erg dat mijn vrouwelijke collega’s zich niet veilig voelen in de PKN. Ik vind het verschrikkelijk dat een deel van mijn mannelijke collega’s zich schuldig maakt aan het creëren van onveiligheid voor vrouwelijke voorgangers. Ik vind het teleurstellend dat de PKN deze uitkomsten (nog) niet scherp veroordeeld heeft en met beleid komt om vrouwen binnen de kerk veiligheid te bieden.

Op de sociale media reageren vrouwelijke en mannelijke collega’s met een zekere terughoudendheid. ‘Als ik toch eens zou vertellen wat ik heb meegemaakt / wat ik gezien heb ….’ Laten we toch alsjeblieft die geheimen doorbreken. Zeg het maar. Vertel maar wat we niet willen zien, wat we niet willen horen. Alleen dan kunnen we bouwen aan veiligheid.

Is dat niet waar het uiteindelijk om gaat? Veiligheid. Alleen dan kan het evangelie landen. Alleen dan is de kerk heilig.

‘Wij leven niet voor onszelf’

23 mei

Deze geloofsbelijdenis is samengesteld door Job, Bianca en Rik voor Pinksterzondag 23 mei 2021 waarin zij belijdenis aflegden van het geloof

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven.Ons leven is met God begonnen, Hij is Schepper van hemel en aarde. Hij heeft mij gevormd in de buik van mijn moeder. Dit betekent dat mijn bestaan bedoeld is en dat ik gewenst en geliefd ben – vanaf het prilste begin. Wat mensen ook zeggen.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Geloven is echter niet eenvoudig. Er gebeurt veel in ons en om ons heen dat ons uit evenwicht brengt. Er gebeurt veel in de wereld waardoor het uiterste van ons gevraagd wordt, om ons niet te verliezen in zelfhandhaving, onverschilligheid of cynisme. Het geloof bepaalt ons bij de hoop die schoonheid zichtbaar maakt, liefde laat sprankelen en elke gedachte, woord of handeling, die recht doet en hoop doet ontwaken, eeuwigheidswaarde geeft.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Onze fundament en onze oorsprong is God. Onze identiteit is in Christus. In Zijn leven, lijden, sterven en opstanding toont Hij ons de weg van de dienende liefde, van hoop die op ons toekomt – dwars door de dood heen. In Hem zijn de machten en krachten overwonnen en kan niets ons scheiden van de liefde van God.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. We maken deel uit van een groter verhaal – van God met ons. De waarde van ons leven zit niet in geld en goederen, niet in lichamelijke fitheid of gezondheid, hoe kostbaar die dingen in zichzelf ook zijn. De waarde van ons leven vinden we in God-met-ons, die ons gaande houdt op de weg van het Koninkrijk.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven. Het is de heilige Geest die ons dat steeds in herinnering brengt – God dichtbij – die ons uitnodigt geloof, hoop en liefde te delen in geloofsgemeenschappen, die ons uitnodigt om te leven vanuit vergeving, de kracht van een nieuw begin, die ons uitnodigt om op te staan.

Elke dag opnieuw opstaan.

In het licht van Christus. Tegen onrecht. Om de weg van de liefde te gaan.

Wij geloven dat wij niet voor onszelf leven.