De heilige Geest en de vlieger

10 jun

Afgelopen zondag (9 juni 2019) vierden we het feest van de heilige Geest. Pinksteren. Maar wat vieren we nu precies? Wie is de heilige Geest?

Over de heilige Geest is veel te vertellen. Het heeft te maken met elkaar leren verstaan, zoals ds. René de Reuver, secretaris van de Protestantse Kerk in Nederlandvertelt. Het heeft te maken met bezieling, met hoop. Het heeft te maken met herschepping, met levensadem.

De heilige Geest is God dichtbij, God in ons – die ons helpt om op het spoor van de liefde van God in Jezus Christus te komen en te blijven.

Hoe leg je dit uit aan kinderen? Ik heb het geprobeerd uit te leggen met behulp van de vlieger.

vlieger

Net zoals de wind kun je de heilige Geest niet zien, maar wel voelen. Een vlieger kan alleen vliegen als er wind is die hem draagt. Zonder wind wordt het met de vlieger niets. Die vlieger ben jij (of de gemeente als daar de spits van de uitleg komt te liggen. Dan is het ook mooi om te verwijzen naar alle kleuren van de vlieger).

De vlieger krijgt zijn stevigheid van twee vliegerstokken die kruislings de vlieger op spanning brengen. In de kerk verwijst het kruis naar Jezus Christus. Het is de liefde van Jezus die stevigheid en vorm geeft aan jouw leven. Wat er ook gebeurt, de liefde van Jezus voor jou blijft. Hij was trouw tot het bittere einde. Vrienden kunnen weglopen als het spannend wordt, maar Jezus blijft trouw. Zijn liefde is zo groot, dat Hij voor ons door de dood is heengegaan. Maar Hij is opgestaan en leeft. Met die liefde blijft  Jezus voor jou zorgen.

De liefde van de heilige Geest draagt ons,  zoals de wind de vlieger draagt. Door de wind danst de vlieger en gaat alle kanten op. Zo geeft de heilige Geest richting aan ons leven. Hij geeft vreugde, vrede en vrijheid. De heilige Geest geeft ons hoop!

En zoals de vlieger met het draad vast zit aan de vliegeraar, zo ben jij altijd verbonden met God de Vader. In zijn handen ben je veilig. Hij laat niet los.

Advertenties

Wij geloven – Pinksteren 2019

10 jun

Op Pinksterzondag 9 juni 2019 deden 14 jonge mensen in de gereformeerde kerk Sliedrecht (PKN) openbare geloofsbelijdenis: Hannah, Hans, Matthias, Roel, Hendrik, Anne, Marijn, Melvin, Bernadette, Kirsten, Muriël, Wiebe, Thijmen en Elyne.
kerk

De geloofsbelijdenis van deze groep:

Wij geloven in God, hoewel we veel niet begrijpen.
God gaat immers ons begrip te boven.
Daar komt bij dat gebeurtenissen in ons leven of om ons heen
haaks lijken te staan op Gods werkelijkheid.
Hoe verhoudt God zich met het leed?
Waarom gebeuren dit soort dingen?

Het maakt dat geloven soms ook zoeken en twijfelen is.
Niet alleen twijfel aan God, maar ook aan onze eigen twijfel.
Want er is een andere kant waardoor we ook durven zeggen: ik geloof!

Wij geloven dat God de bron van liefde is.
Met deze liefde is de wereld geschapen.
Deze liefde verbindt mensen met elkaar en met God.
Deze liefde is zichtbaar geworden in Jezus Christus
in de weg die Hij gegaan is.
Liefde tot het uiterste.

zon door de bomen

Wij geloven dat we geliefd en gekend zijn.
Ons leven is niet een aaneenschakeling van toevalligheden,
maar op de een of andere manier is God met ons verbonden,
en is zijn liefde de grond die ons draagt.
Bij God vinden we rust.
God brengt ons op adem.
God is onze beschutting waar we met al onze verhalen mogen schuilen.

zee 1

Wij geloven dat geloof in God zichtbaar wordt in ons doen en laten.
Gods liefde opent de weg van de vrijheid.
Die liefde en vrijheid willen we uitdragen naar onze medemens;
daar hoort bij dat we oog hebben voor medemensen,
niet oordelen
en met vertrouwen durven leven.
Het is Gods Geest die ons hierbij op het juiste spoor brengt.

Wij geloven en beamen onze doop.
Wij geloven, omdat we ontdekt hebben dat God eerst voor ons koos
en nu willen wij voor God kiezen.
Wij geloven –
maar God, houdt ons toch met uw liefde vast,
want U bent groter dan onze vragen en twijfels.
U omvat ons héle leven.

 

Wat moeten we toch met het Oude Testament?

7 mei

‘Wat moeten we mer het Oude Testament?’ Over deze vraag ging het tijdens de laatste bijeenkomst van I Believe (9 april 2019). Op deze gespreksgroep wordt in een open en vertrouwelijke sfeer met elkaar doorgesproken over thema’s rond zingeving, geloof en leven. We komen één keer per maand bij elkaar en er zijn per bijeenkomst rond de 25 deelnemers. Na een inleiding die vaak samen met een van de deelnemers is voorbereid, volgt de mogelijkheid om in kleine groepjes door te praten. Aan het einde van de avond is er een terugkoppeling en gezamenlijke afsluiting.

De avond over het Oude Testament verliep een beetje anders. Er waren veel indringende vragen waardoor we besloten om het gesprek de volgende keer voort te zetten (dinsdag 12 mei).

Bij het lezen van het Oude Testament worden er met name de volgende twee belemmeringen ervaren: wat moeten we met alle wetten en regels? Gelden die nu nog? Waarom wel of waarom niet? De tweede belemmering heeft te maken met het soms buitensporige geweld in het Oude Testament dat soms ook nog eens door God gelegitimeerd en geïnitieerd wordt.

Leeswijzer

Voordat we inhoudelijk op deze vragen ingaan, is het goed om eerst na te denken over de vraag hoe je de teksten moet lezen. Dit heeft met hermeneutiek te maken. In zijn boek Vreemd en bizar. Lastige Bijbelverhalen geeft Piet Schelling enkele richtlijnen die kunnen helpen bij het lezen van de Bijbel.

De Bijbel is inspirerend, confronterend, troostend, vermanend en leerzaam boek, waarin Gods stem van wijsheid, bemoediging en aansporing in klinkt. Het is niet geschreven als een ‘kookboek vol met hapklare levensrecepten’, geen natuurkundeboek of wetboek. Als richtlijnen noemt Schelling:

Maak onderscheid tussen normen en waarden. Normen zijn de regels en richtlijnen die we hanteren. Daarachter gaan waarden schuil. Normen zijn tijd- en cultuurgebonden en moeten dus telkens aangepast en veranderd worden, waarden veel minder. Waarden zijn bijvoorbeeld: recht doen, respect, trouw, vertrouwen en liefde.

Besef dat iets waar kan zijn zonder dat het echt gebeurd is Bijbelschrijvers willen een boodschap overbrengen. Een verhaal of een gedicht onthult een dimensie van de werkelijkheid waar de vraag ‘is het echt gebeurd’ niet het belangrijkst of meest helpend is. De mogelijkheid om voorbij de letterlijke betekenis te mogen kijken, kan ruimte geven om de diepere zin te ontdekken.

Treed de Bijbel als gesprekspartner tegemoet: jullie hebben elkaar wat te vertellen. Als lezer ben je niet slechts de ontvanger van de boodschap van de tekst. Het lezen is vele malen spannender. De aandachtiger lezer stelt vragen aan de tekst: wie spreekt er, wie handelt er? Herken ik me in het enthousiasme of de emotie van een psalm? Die vragen laten iets zien van wie je zelf bent. Tegelijkertijd de tekst ook vragen aan jou. Zo komt de tekst dichterbij en kan tot spreken komen.

De Bijbel is niet een goddelijk dictaat. In de Bijbel klinkt de Stem van God., is het Woord van God te vinden. De Bijbel is geen dictaat vanuit de hemel, maar de schrijvers verhalen vanuit hun eigen ervaringen met de wereld en met God. Het maakt ruimte om veranderende contexten mee te laten wegen.

Wat deze regels gemeen hebben, is dat ze ruimte maken.

Geen nieuwe vraag 

De vraag naar de betekenis van de wetten en regels is niet een nieuwe vraag. In het Nieuwe Testament gaat het onder andere over de vraag hoe het Oude Testament zich verhoudt met het Nieuwe Testament. Jezus stelt dat Hij niet gekomen is om de wet af te schaffen, maar om die te vervullen.

Dit vervullen werkt twee kanten uit: allereerst zijn veel liturgische en godsdienstige gebruiken die in het Oude Testament worden voorgeschreven, te lezen als een verwijzing naar Jezus Christus. Door zijn komst en de weg die Hij gegaan is, zijn die gebruiken vervuld. Wat blijvend is, is de aandacht voor Gods heiligheid en voor de weg tot God de Vader: ging die weg eerst via de bemiddeling van de priester en tempel, nu is die weg Christus zelf.

Daarnaast betekent de vervulling van de wet door Jezus dat er meer nadruk komt op de achterliggende waarden die bepaalde regels en wetten vertegenwoordigen. In de Bergrede klinkt steeds als refrein: ‘er staat geschreven …. maar Ik zeg jullie …. ‘ Bepaalde regels worden door Jezus naar voren gehaald en van een verdiepende betekenis voorzien.

Zo kunnen veel regels die in onze ogen en in onze tijd vragen oproepen ons helpen om na te denken over eerbied, over zorg voor kwetsbare mensen (wees en weduwe), over zorg voor de vreemdeling, over het belang van orde en over het heiligen van ons leven voor God.

Discussie in Handelingen

Dit gezegd hebbend, is het ook goed om naar Handelingen te kijken. In dit Bijbelboek wordt de eerste periode van de jonge kerk beschreven. Ook in die kerk was een van de thema’s de vraag welke rituelen moesten blijven gelden in het leven in verbondenheid met Christus. In Handelingen15 lezen we over een felle discussie tussen de apostelen. Welke regels moeten gelden voor de bekeerlingen? Hoe verhoudt dat zich met de vrijheid van het evangelie? Uiteindelijk komen ze overeen dat de volgende regels blijvende waarde hebben: geen offervlees eten, geen vlees met bloed en geen ontucht.

Afrondend

Het doel van de wetten en de regels was om het volk Israël te heiligen als volk van God. De godsdienstige regels verwijzen naar redding, maar op een andere manier dan in de buurlanden. Daar was het gebruikelijk om door te offeren de goden gunstig te stemmen en de willekeur van het lot te beïnvloeden. In de Bijbel verwijzen de offers naar het uiteindelijke offer: het Lam van God.

Daarnaast zijn de regels een uiting van eerbied naar God toe. Juist in de gewone dingen en het dagelijkse ritme hielpen de regels en wetten om die gewone momenten te verbinden aan God. Hoe kunnen wij weer meer ruimte maken voor de heiligheid van God?

Tot slot: veel regels en wetten gaan over het belang van scheiding. Scheppen is een handeling van scheiden. Goed en kwaad moeten van elkaar gescheiden worden. In de schepping, in het scheiden van de elementen, komt Gods orde aan het licht.

En de oorlogen?

Over die vraag gaat het de komende keer. Welkom!

 

Pek en veren?

3 mei

Mijn twittertijdlijn loopt vol met verontwaardigde reacties. Een persvoorlichter van GroenLinks is ontslagen nadat hij zich schuldig had gemaakt aan aanranding van een stagiaire. Nu, een jaar later, heeft hij een nieuwe baan: persvoorlichter van Liesbeth van Tongeren, stadsbestuurder in Den Haag namens GroenLinks. De felle en harde reacties roepen bij mij enkele gedachten op. Vandaar een blog.

Hypocriet

Wat ik zelf opmerkelijk vind, is dat een aantal mensen die nu scherp en verontwaardigd reageren op de tweede kans voor de persvoorlichter, in de achterliggende periode niet minder scherp en fel reageerden op de #MeToo-onthullingen. Mensen die hun verhaal deelden, werden weggezet als zeurkousen die maar moesten leren incasseren. Als je al geen geintje meer mag maken of een onschuldige aanraking opeens als grensoverschrijding wordt gezien –

Ik zou me kunnen voorstellen dat deze mensen de tweede kans voor de persvoorlichter zouden toejuichen. Eindelijk gerechtigheid immers. Het pakt dus anders uit. Het gaat in de reacties niet alleen om die ongewenste grensoverschrijdingen, maar er spelen ook allerlei andere motieven mee in de verontwaardiging (met name het beschuldigen van GroenLinks van hypocrisie). Deze situatie wordt aangegrepen om ten koste van personen te willen scoren.

De dynamiek hoort echter ook bij hoe wij als samenleving omgaan met ongewenste grensoverschrijdingen en seksueel misbruik.

Bij ons gebeurt het niet

Mensen die te maken hebben (gehad) met ongewenste grensoverschrijdingen lijden niet alleen aan de gevolgen van die ervaringen, maar ook aan het zwijgen van de samenleving. Het is en blijft voor slachtoffers een hele klus om hun verhaal te doen en daar erkenning voor te krijgen.

Dit heeft allereerst te maken met het gegeven dat mensen die te maken hebben met huiselijk geweld en/of seksueel misbruik zich vaak schuldig voelen en zich schamen. De grensoverschrijdingen hebben vaak een negatieve invloed op het gevoel van eigenwaarde. Die negatieve gevoelens versterken het schaamtegevoel. Het valt dus niet mee om deze innerlijke dynamiek te overwinnen en je verhaal te doen.

In de tweede plaats willen omstanders verhalen van misbruik en geweld liever niet horen. Te vaak krijgen slachtoffers te horen dat ze zelf schuldig zijn. Te vaak wordt daders de hand boven het hoofd gehouden. Te vaak zoeken omstanders naar een snelle manier om deze lastige verhalen niet echt onder ogen te hoeven zien.

Verhalen van seksueel misbruik versplinteren de idylle dat onze samenleving, onze straat, onze vereniging, onze kerk, onze politieke partij of onze familie veilig en goed is. Misbruik komt overal voor. En elk onderzoek laat zien dat het vaker voorkomt dan we dachten en dat het dichterbij is dan we ooit vermoed hadden.

Een greep uit de nieuwsberichten van de afgelopen maand: het aantal meldingen van kinderporno is verdubbeld. Al honderden meldingen van seksueel misbruik bij Jehova’s Getuigen. Na de uitzending van de documentaire Leaving Neverland was er een toename van het aantal meldingen bij hulpverlenende instanties. Een atletiekcoach wordt aangehouden vanwege misbruik.

Verhalen van ongewenste grensoverschrijdingen, van huiselijk geweld en van seksueel misbruik tonen een harde en confronterende werkelijkheid: het komt ongelofelijk veel voor en de gevolgen kunnen hevig zijn en een leven lang meegaan.

Zondebok

Hoe moeten we met deze werkelijkheid omgaan? Wat moeten we doen als het niet meer lukt om de ogen te sluiten? Als het niet meer lukt om de lastige verhalen te bagatelliseren of te generaliseren? Wat als het niet meer lukt om het slachtoffer het zwijgen op te leggen? Wat dan voor de hand ligt, is om de geïdentificeerde dader (schuldig of niet) uit de samenleving te verbannen. De dader moet verdwijnen (lynchen als het kan) en mag in ieder geval nooit meer in de openbaarheid treden. Op die manier wordt de veiligheid gevoelsmatig weer hersteld en kunnen we als samenleving verder leven alsof er niets aan de hand is.

Waar het op aan komt is enerzijds recht doen aan wat er gebeurd is: erkenning van het verhaal van het slachtoffer, en een oordeel over de handelingen van de dader. Voor dat laatste hebben we gelukkig de rechterlijke macht en niet het volksgericht. Anderzijds zullen we als samenleving na moeten denken over drie dingen: over hoe we slachtoffers kunnen ondersteunen,  over de vraag waarom in onze samenleving zoveel misbruik voorkomt en over de vraag wat we met daders aanmoeten.

Een tweede kans?

Iemand die veroordeeld is van een zedendelict, heeft zijn straf uitgezeten en zal zijn / haar weg weer moeten zoeken in de samenleving. Wat daarin van belang is dat de kans op recidive goed wordt ingeschat en dat er alles aan gedaan wordt om te voorkomen dat een zedendelinquent nieuwe slachtoffers maakt.

Tegelijkertijd is het ook onzinnig om iemand na zijn vrijlating alsnog elke vorm van toekomst te ontzeggen. Ja, natuurlijk. Slachtoffers hebben soms levenslang. Soms gaan de gevolgen van geweld en misbruik zo ver dat het leven geen houvast meer biedt en alleen maar zwaarte betekent. Het vraagt dus om een evenwicht tussen het aangedane leed, de gerechtelijke straf en het terugvinden van de weg naar het leven door zowel het slachtoffer als de dader.

Een tijd terug heb ik dit artikel geschreven over de haken en ogen van een tweede kans voor een zedendelinquent.

Geef erkenning en ruimte!

Laten we met elkaar bouwen aan een veilige samenleving door ruimte te maken voor slachtoffers om met hun verhalen naar buiten te komen. #Metoo heeft hier een belangrijke functie in. We kunnen werken aan een veilige samenleving door misbruik bespreekbaar te maken, door heldere grenzen te durven trekken en door na te denken over onze cultuur.

Hoe komt het toch dat kinderen, vrouwen en mannen niet zomaar veilig zijn? Waarom reageren we vaak zo lauw en gelaten op verhalen over en onderzoeken naar misbruik? Waar blijft onze verontwaardiging? Waar blijft ons verlangen om te onderzoeken waar onze eigen context misbruik faciliteert of juist aan de kaak stelt?

Ons spreken en ons handelen maken een verschil.

Pasen: de weg naar het leven

20 apr

Deze tekst is op 18 april 2019 als gastcolumn gepubliceerd in Het Kompas Sliedrecht

Een tijdje geleden waren we in de Engbertsdijkvenen, een prachtig natuurgebied in Twente. De honden drentelden en draafden langs ons heen. We genoten van de zon, van het uitzicht en van de rust. Op enig moment zagen we onze Labrador opeens verdwijnen. Hij wilde een veld inrennen, maar dat bleek een moeras te zijn. Het gras week uiteen en hij ging bijna kopje onder in de modder. Snel greep ik hem in zijn nekvel en trok hem weer het pad op.

Zo kan het ook gaan op je levensweg. Vol vertrouwen zoek je je weg. Maar van het ene op het andere moment lijkt de bodem onder je bestaan weg te vallen. In die ene seconde neemt je leven een andere wending. Door wat mensen om je heen is overkomen, door wat jou is aangedaan of wat jij gedaan hebt. Waar vind je dan houvast? Waar vind je het vertrouwen dat ons leven niet vergeefs is? Hoe kun je verder?

In onze samenleving valt het niet mee om ruimte te vinden voor onze kwetsbaarheid. Als we te maken krijgen met falen, lijden, angst, schuld of schaamte lijkt ons niets anders te resten dan maskers te dragen en muren om ons hart te bouwen. Sterk zijn. En we zoeken naar helden en krachtige leiders. Hard zijn. Maar wat kun je je van binnen eenzaam en verloren voelen. Juist die maskers en muren maken dat we ons zelf en onze vaste grond kwijtraken.

Met Pasen vertellen we in de kerken een ánder verhaal. God laat ons niet aan ons lot over. Hij is mens geworden. Jezus deelde onze gebrokenheid en kwam naast ons staan in ons worstelen, twijfelen, strijden en lijden. Pasen toont de weg van overleven naar het volle leven. Als het geheimenis van Pasen ons één ding vertelt, is het wel dat de machten van chaos, het kwaad en de dood niet het laatste woord hebben. Het eerste en laatste woord is de liefde van God in Jezus die lééft.

De opstanding van Jezus opent die nieuwe weg met toekomst en houvast: namelijk de bewogenheid en liefde van God. In het licht van de opstanding komen we op adem.

De opstanding is ook een aansporing: om niet de moed te verliezen. Om op te blijven staan tegen onrecht. Om te leven met de hoop die op ons toekomt.

Gezegende Paasdagen!

Stille Week in de gereformeerde kerk

16 apr

De week voor Pasen is de Goede of Stille Week. In de gereformeerde kerk Sliedrecht zijn er vanaf donderdag vieringen op weg naar Pasen. Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag (Paaswake) zijn intense en aansprekende vieringen rond de kern van het christelijk geloof: het lijden, het sterven en de opstanding van Jezus Christus. Van harte uitgenodigd om deze dagen mee te vieren en te beleven.

Donderdag 18 april 19.30 uur

Op deze donderdag, ook wel Witte Donderdag genoemd, vieren we Avondmaal. We denken terug aan het laatste avondmaal van Jezus.  Hij vierde met zijn vrienden Pascha en verbond dit feest van bevrijding en uittocht aan zijn eigen lijden en sterven.

Voorafgaand aan het pesachmaal, waarvan Jezus als enige wist dat het zijn laatste zou zijn, waste Jezus de voeten van zijn discipelen. Hij brak vervolgens volgens Joods gebruik het brood en deelde dit uit aan zijn discipelen, terwijl hij zei: “Neem en eet, want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt”. Ook de wijn deelde hij rond, met de boodschap: “Drink er allen uit, want dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt”.

De viering begint om 19.30 uur.

IMG_20170807_185325

Vrijdag 19 april om 19.30 uur

Op Goede Vrijdag is er om 19.30 uur een dienst, waarin het lijden en sterven van Jezus centraal staat. De Christelijke Oratorium Vereniging ‘Soli Deo Gloria’ zingt dan koralen uit de bekende Matthäus  Passion van Bach.

We lezen het lijdensverhaal uit het Evangelie naar Mattheüs. Op Witte Donderdag wordt Jezus na het Laatste Avondmaal veroordeeld tot de kruisdood door Pontius Pilatus. Pilatus probeert Jezus nog vrij te krijgen, door de bevolking van Jeruzalem te laten kiezen tussen gratie voor een moordenaar (Barabas) of gratie voor Jezus. Het volk van Jeruzalem kiest voor de vrijheid van de moordenaar, waarna Pilatus Jezus laat mishandelen en bespotten. Het volk vindt dat niet genoeg en eist de kruisdood van Jezus, waarna Pilatus toegeeft. Op de heuvel Golgotha, nabij Jeruzalem, wordt Jezus aan het kruis genageld.

IMG_20170807_185414

Zaterdag 20 april om 21.30 uur

Stille Zaterdag is een dag van stilte en bezinning; het is de dag van het besef dat Jezus werkelijk gestorven is. Stille Zaterdag is de laatste dag van de 40dagentijd. Om 21.30 uur begint de Paaswake. Het is een ingetogen en waardevolle viering.

Tijdens deze Paaswake lezen we uit de Bijbel over Gods bevrijding, delen we het licht, gedenken onze eigen doop en wordt de nieuwe Paaskaars als teken van het licht van Christus de kerk ingedragen. Deze vlam verdrijft met zijn licht de schaduw van de dood.

Zaterdagnacht van 22.00 – zonsopgang: Paaschallenge

Zaterdagnacht doen meer dan 20 jongeren mee met de Paaschallenge (uitgewerkt een aangeboden door JOP, een interactieve reis door het lijdensverhaal van Jezus Christus naar de opstanding.

Zondag 21 april om 9.30 uur

Op zondag 21 april vieren we het Paasfeest, aanvang 9.30 uur. Het feest van opstanding, het feest van hoop! Aan deze dienst wordt meegewerkt door de muziekvereniging Crescendo (A-orkest).

Kostbare tijd

11 apr

Afgelopen weekend zijn we met de belijdenisgroep een nachtje weg geweest. Twee dagen ruimte en tijd om met een groep van 10 catechisanten een spade dieper in te gaan op vragen rond identiteit, levensovertuiging en God.

Het was een waardevolle aanvulling op de catechesebijeenkomsten. Het vraagt immers tijd en ruimte om wat gezegd is, om wat is aangeraakt en nog niet is ingedaald, eigen te maken. Geloof gaat over verbondenheid met God. Een relatie aangaan en bestendigen vraagt om ruimte, tijd en aandacht. Ruimte om vragen te verkennen en twijfel te overkomen. Tijd voor bezinning, verstilling en doordenking. Aandacht voor de binnenkant: hoe gaat het met je? Hoe werkt geloof? Is je levensverhaal verbonden met het verhaal van God – en zo ja, hoe dan?

Van het hoofd naar het hart

Een catechese-uur is eigenlijk te kort en een te geïsoleerd moment in alle dagelijkse drukte om de afstand van het hoofd naar het hart te overbruggen. In die zin is zo’n nachtje weg een welkome en noodzakelijke stap in het catecheseproces.

Wat mij trof en wat ik bijzonder vind, is dat alle catechisanten hebben geprobeerd om deze tweedaagse aanwezig te zijn. Het lukte niet iedereen, maar de meesten waren er. Je weekend leeg laten om met anderen te praten over geloof en zingeving – ja, dat vind ik echt bijzonder, en daar word ik blij van.

Een goede accommodatie helpt. We hadden een scoutinggebouw gehuurd, waar we goed mee uit de voeten konden. Keuken, slaapvertrek, twee ruimten voor activiteiten, en een vuurplaats.

Programma

Het programma begon op zaterdagmiddag met het bespreken van twee tijdlijnen die door de deelnemers thuis al waren gemaakt. Op de eerste tijdlijn konden belangrijke gebeurtenissen (met positieve of negatieve impact) geplaatst worden die mede karaktervormend zijn geweest. Op de tweede tijdlijn kon worden aangegeven of en hoe de relatie met God in de loop van de tijd is veranderd: waar had je minder met God en waar kwam Hij meer in beeld? Hebben de beide tijdlijnen ook raakpunten? We bespraken dit in kleine groepjes. Het geschonken vertrouwen was kostbaar en verbindend.

’s Avonds kwam Tynke van Schaik langs die vertelde over haar weg met God. Haar levensverhaal raakte aan thema’s waar de catechisanten mee worstelen: wat betekent God in je leven? Hoe verhoud je je met je niet-gelovige partner of vrienden? Heb je die geloofsgemeenschap echt nodig? Tynke reikte het beeld van de wijnrank (Johannes 15)  aan. Samen verbonden met Jezus. Daar gaat het om. Het leven vanuit een gelovig weten, het blijven zoeken en leren en het in contact blijven met de mensen om je heen zijn belangrijke bouwstenen die werden aangereikt.

Op zondagochtend stond het licht centraal. Aan het begin van de Bijbel lezen we dat God het licht tevoorschijn roept tegen de machten van chaos, doodsheid en duisternis. In het evangelie van Johannes lezen we dat Jezus zelf het licht van de wereld is. Van ons wordt gevraagd om te leven in het licht en in ons doen en laten de duisternis achter ons te laten en te leven als kinderen van het licht.

Vervolgens staken we twee waxinelichtjes aan: eentje voor onszelf. Voor die tijd dat het donker en duister was (of is) in ons leven. En een voor iemand die we in ons hart meedragen en in het licht van Christus willen plaatsen.

De viering werd afgesloten met een zegen, nadat er ruim de tijd werd genomen om een brief aan God te schrijven over het verlangen naar God, over de obstakels en over wat er in het eigen leven tussen de deelnemer en God in staat. De brief werd verder niet besproken en het geschrevene bleef tussen God en de catechisant.

Weekend met impact

Het is lastig om de woorden te vinden die passen bij de impact van zo’n weekend. Misschien is het heilzaam om alleen al de rust te hebben om dingen op een rij te zetten. Misschien zijn zo’n kampvuur en het samen zijn wel de vonken die het innerlijke vuur ontsteken. Hoe dan ook – we kijken terug op een weekend die ons bij blijft.

De afsluitende Bijbelquiz maakte overigens duidelijk dat we op weg naar de belijdeniszondag op 9 juni nog wel wat kunnen leren.